Summary Class notes - Leerling, Onderwijs & Begeleiding

Course
- Leerling, Onderwijs & Begeleiding
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Pedagogische Wetenschappen
179 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Leerling, Onderwijs & Begeleiding

  • 1587074402 Onderwijs: een normatieve vraag

  • Waarom is goed onderwijs een normatieve vraag? Noem twee punten
    - Antwoord hangt af van eigen normen en waarden
    - Antwoord is niet neutraal: er volgt een norm
  • Waarom moet je de vraag ''wat is goed onderwijs'' niet stellen? Noem 3 punten
    - We moeten doen wat werkt = effectief en efficient onderwijs. Evidence based practice is hierbij belangrijk: we moeten doen dat wat uit onderzoek blijkt dat goed werkt. Het heeft dus niet te maken met normen en waarden, maar met feiten.
    - Het onderwijs bereidt voor op deelname aan samenleving = bereidt ons voor op een doel, zoals een baan.
    - Hoe men denkt over goed onderwijs is context geboden = kwestie van smaak, cultuur en tijd waarin je leeft
  • Waarom moeten we de vraag ''wat is goed onderwijs'' wel stellen? Noem 3 punten
    - We moeten doen wat werkt --> wat bekent ''wat werkt''
    - Het onderwijs bereidt voor op deelname aan samenleving --> onderwijs is ook waardevol in zichzelf en leidt tot reproductie van samenleving
    - Hoe men denkt over goed onderwijs is context geboden --> gemeenschappen waarden onderliggend en die context kunnen we deels ontstijgen
  • 1587247203 Ongelijkheid in het onderwijs

  • In het onderwijs is weleens sprake van ongelijkheid. Wat houdt meritocratie in?
    Er mogen wel verschillen zijn, maar alleen op basis van verschillen in talent


    Talent --> Onderwijsloopbaan --> Sociale positie
  • Wat zijn vernieuwingen die hebben plaatsgevonden in het schoolsysteem? Noem er minimaal 3 en maximaal 6
    - 1901: Leerplicht 6-12 jaar
    - 1956: Verplicht kleuteronderwijs
    - 1963: Mammoetwet --> zorgt voor betere doorstroming + meer doorleren na basisschool
    - 1985: Wet basisonderwijs --> samenvoeging kleuterschool en basisschool, leerplicht naar 5 jaar- 
    - 2007: Kwalificatieplicht
    - 2014: Wet passend onderwijs
  • Wat zijn voor- en nadelen van het belang van toetsen? Noem minimaal 3 voordelen en minimaal 3 nadelen
    Voordelen:
    - objectieve data, geen vooroordelen
    - test belangrijke vaardigheden
    - ouders krijgen inzicht niveau kind
    - keuze school voor ouders

    Nadelen:
    - Faalangst/stress hebben invloed
    - Te hoge werkdruk docent/leerling
    - Niet alomvattend --> meet bijv niet talenten
    - Hangt teveel vanaf
    - Te objectief (stoornis/achterstand meet het niet wat wel invloed kan hebben)
  • Noem 3 voors en 3 tegens gepersonaliseerd leren.
    Voor gepersonaliseerd leren:
    - Elke leerling kan op zijn eigen niveau het onderwijs volgen en ervaart zo minder druk.
    - Leren waar, wanneer en hoe je wilt
    - Verschillende leerstijlen en meervoudige intelligenties
    - Motivatie individuele leerling

    Tegen gepersonaliseerd leren:
    - Je kan kinderen van jonge leeftijd niet de volledige verantwoording geven over hun eigen leerproces --> aansturing van volwassen persoon nodig.
    - Kinderen staan er dan alleen voor omdat ouders deze tijd ook niet altijd thuis zijn.
    - Het is niet voor elk kind weggelegd --> sommige kinderen niet de intrinsieke motivatie, doorzettingsvermogen of discipline om met deze vorm van onderwijs zichzelf succesvol te kunnen ontwikkelen
  • 1587333600 Artikel ''Herontdekken v.d leerkracht'' Miedema

  • Wat zijn punten die leerkrachten volgens Miedema moeten bezitten? Noem er 3
    - Leraren moeten vaardig en kundig zijn
    - Leraren moeten werken met inzicht
    - Begrip hebben waar het onderwijs
  • Noem twee argumenten VOOR de ALPO (universitaire pabo)
    - Er kan een kwaliteitsimpuls worden gegeven aan het basisonderwijs
    - Kan status van het beroep en betaling voor het werk ten goede komen
  • Waarom is het werk van leerkrachten complex volgens het artikel van Miedema? Noem minimaal 3 punten en maximaal 6
    - Toename zorgleerlingen
    - Ouders die hoge eisen stellen
    - Ouders die eerder neervoeden dan opvoeden
    - Eisen vanuit de overheid
    - Overvol curriculum
    - Grote diversiteit in termen van verschillen niveau, leerstijl, intelligentie, levensbeschouwing of godsdienst, culturele status of SES
  • 1588024800 Week 4

  • Wat is een brede school? Noem 3 punten
    1) ze zoeken verbinding met anderen om hun pedagogische opdracht uit te voeren (ouders, buurt, professionals)
    2) vebreeding aan aanbod, functie en doelstellingen
    3) verbreding van de doelgroep: kinderen, jongeren, ouders, buurbewoners
  • Als we kijken naar een brede school in de praktijk hebben we het over een school die een verbreding heeft van aanbod, functie en doelstellingen. Noem de 5 o's en beschrijf tevens de verbreding van de organisatie
    - 5 O’s: Onderwijs, Ontwikkeling, Opvoeding, Opvang en Ontspanning

    Daardoor ook verbreding van de organisatie:
    - Onderwijs
    -  Kinderopvang
    - Buitenschoolse opvang
    - Activiteiten (kunst en cultuur en sport)
    - Zorginstellingen

  • De brede school is één van de instrumenten om door het bundelen van krachten kansen voor kinderen te creëren. Dat uitgangspunt wordt uitgewerkt in twee doelstellingen en 1 ander kenmerk
    - Doorgaande onwikkelingslijn: het doorbreken van sectoraal denken en handelen, en afstemming en samenwerking tussen de leefmilieus waarin de kinderen opgroeien: gezin, opvang, school, vrije tijd, straat en buurt. Doordat het zich allemaal in één gebouw bevindt sluit het makkelijker op elkaar aan en is de overdracht dus vaak warmer
    tussen bijvoorbeeld peuter- en basisschool. De middelden die in dit verband worden genoemd zijn; warme overdracht, ketenbenadering en integrale aanpak.
    - Talentontwikkeling:. Voordee is dat: niemand ertegen kan zijn. Nadeel: het is onduidelijk wat er met talentontwikkeling wordt bedoeld)
    - Vergelijkbaar concept in VS met community schools
  • Als we kijken naar de brede school vanuit de theorie. Welke twee problemen zou een brede school met zich mee kunnen brengen?
    - Breed en omvangrijk
    - Complexe  vormgeving: praktisch en inhoudelijk
  • De brede school vanuit de theorie (Samenroff, 1975). Welke 3 modellen zijn er? Leg uit
    - Main effect model: gaat er vanuit dat omgeving directe invloed heeft op kind. Als je kind goed onderwijs geeft (= hoge cijfers halen)
    Interaction model: interactie tussen kind en omgeving: slimme kinderen met goede begeleiding halen hoge cijfers en domme kinderen met goede begeleiding en slimme kinderen zonder goede begeleiding halen minder hoge cijfers. Domme kinderen met slechte begeleiding halen laagste cijfers.
    - Transactional model: gaat ervanuit dat kinderen invloed uitoefenen op hun omgeving. Hun omgeving ook kunnen veranderen
  • Ouders kunnen op verschillende manieren betrokken zijn. Epstein noemde dit ''the six slices of parental involvement''. Noem ze alle 6 en leg uit wat ermee bedoelt wordt. Beschrijf tevens welke vorm we in Nederland vooral gebruiken
    - Opvoeding in thuissituatie: Ondersteuning die ouders kind bieden tijdens schoolloopbaan (pedagogisch klimaat, hoge verwachtingen, fijne plek waar kinderen hun huiswerk kunnen maken, rust en regelmaat in huis, schema etc)
    - Leren thuis: Educatieve activiteiten, zoals helpen met huiswerk, ondersteunen bij leeractiviteiten (voorlezen, boekjes in huis)
    - Volunteering/ouderparticpatie: Het zijn van luizenmoeder, voorleesouder, helpen met schoolreisje
    -Communications: contact tussen ouder en leerkracht: School is hierbij verantwoordelijk op effectieve manier ouders op de hoogte houden van het onderwijs aan kind en vorderingen.
    - Decision making: ouders die plaatsnemen in ouderraad of medezeggenschapsraad
    - Collaborating in community: Ouders maken gebruik van faciliteiten die in hun wijk worden geboden die hun beter in staat stellen om kinderen te begeleiden bij het leren

    --> In Nederland voornamelijk ouderbetrokkenheid (combo van opvoeding en leren thuis) en communicatie
  • Thuisbetrokkenheid draagt het meest bij aan schoolsucces. Noem de 5 manieren van betrokkenheid
    - Praten met kinderen over school
    - Vertrouwen uitstralen in het kind, de leerkracht en de school
    - Verwachtingen delen t.a.v school
    - Helpen plannen
    - Helpen organiseren van sport en hobby’s rondom schoolactiviteiten
  • Wat is educatief ouderschap? Leg uit. Zowel ouders (binnen het gezin) als leerkrachten (binnen de school) worden gezien
    als expert. Leg ook dit uit:
    = proces waarbij ouders en leerkrachten elkaar willen ondersteunen en waarin zij hun steun aan het kind trachten af te stemmen op de motivatie, het leren en ontwikkeling.


    - Bij ouders is die rol dus het kind thuis op te voeden en thuis te ondersteunen bij het leren.
    - Bij de leerkracht is de rol om het kind zo goed mogelijk onderwijs te geven op school.
    Voorbeeld: als een kind op school moeite heeft met stilzitten achter zijn bureautje, dat ouders en leerkrachten hierover met elkaar in gesprek gaan en overleggen of bijvoorbeeld de ouders dat herkennen van thuis. Ouders herkennen dit misschien niet omdat dit voor hun totaal geen relevant aspect is binnen hun opvoeding. Als ouders zien wat voor effect dit heeft in de klas, kunnen ze hier wel bij stil staan en denken hoe ze het kind extra kunnen laten oefenen met
    stil zitten.
  • Wat zijn drempels in de ontwikkeling van partnerschap? Noem 2 punten
    - Verschil in SES
    - Cultuur/taal
  • Wat ervaren ouders en leerkrachten als het gaat om educatief ouderschap? Noem 4 punten

    - Communicatie problemen = ouders die de taal niet spreken;
    - Moeite met mondige andere partij = ouders die naar school komen om allerlei dingen te eisen (hoogopgeleide), aan de andere kant kunnen ouders die wat minder hoog zijn opgeleid opkijken tegen de leerkracht;
    - Niet altijd aansluiting bij de leefwereld van gezinnen = als leerkrachten niet goed weten waar ouders thuis toe in staat zijn om hun kinderen te ondersteunen kunnen ze suggesties
    doen die daar totaal niet bij passen;
    - Gebrek aan structurele verankering in schoolbeleid = het kan zijn dat er één leerkracht is die ouderbetrokkenheid heel belangrijk vindt en andere leerkrachten hierin heel erg op sleeptouw speelt waardoor het een paar jaar heel belangrijk is in het beleid van de school, maar zodra die leerkracht stopt op die school dan zie je dat het niet een structurele plek in het schoolbeleid heeft gekregen.
  • Noem 3 a 4 punten van verbetering/ontwikkeling van partnerschap

    - Open communicatie = van belang dat ouders en leerkrachten open en helder met elkaar communiceren over wat ze van elkaar verwachten, welke behoeften ze hebben en welke mogelijkheden ze hebben.
    - Gelijkwaardigheid = in het gesprek is heel erg van belang. Dat beide elkaar erkennen als expert en dat beide evenveel bijdragen en ook beide wat te melden hebben;
    - Aandacht voor diversiteit = sowieso onder ouders, maar ook de diversiteit die er is onder leerkrachten. Niet elke leerkracht kan hetzelfde bieden in de klas. Dat heeft deels met verschil in capaciteiten te maken, maar ook dat klassen worden groter naarmate de kinderen ouder worden en de manier van lesgeven veranderd. Waardoor er andere mogelijkheden zijn voor leerkrachten om het kind te ondersteunen.
    - Het kind moet altijd centraal staan = het kan minder aanvallend overkomen omdat je het niet direct over de ander hebt maar over wat jij ziet en dat je dat wilt delen. Het geeft ook de mogelijkheid voor de ander om te zien hoeveel aandacht er is voor het kind in beide
    contexten. Hierdoor krijg je meer respect voor elkaar.
  • Wat houdt child-centeredness in volgens de Winter?

    het kind is zijn eigen project, kinderen een zo gelukkig en ongestoord
    mogelijke jeugd bezorgen, waarbij ieders talent zo goed mogelijk tot zijn recht moet komen. Het individuele kind staat hierbij centraal.
  • Wat zijn volgens de Winter opvoedingsdoelen die bij NL'se ouders het hoogst scoren? Noem er 2
    - Zelfstandig zijn
    - Prettig in omgang
  • Benadering die zich zo sterk beperkt tot individuele ontwikkeling loopt tegen eigen grenzen aan volgens de Winter. Noem er 2
    1. Wanneer er te veel burgers zijn in samenleving die eigenbelang laten prevaleren boven algemeen belang, verbrokkelt het draagvlak voor onderlinge betrokkenheid en solidariteit.
    2. Contextuele variabelen kunnen zo krachtig zijn dat individuele goodwill maar nauwelijks kans heeft.
  • Interprofessionele samenwerking kan gunstig zijn voor de effectiviteit van brede scholen. De interprofessionele samenwerking kan op meerdere manieren. Noem er 4:
    - Back to back: geen of minimale samenwerking
    - Face to face: open houding, werkzaamheden afstemmen op elkaar
    - Hand in hand: synergie, geheel is meer dan som van delen
    - Cheek to cheek: samengaan in 1 organisatie
  • Noem kritiek op het child-centeredness beeld van de Winter

    Kennis over de ontwikkeling leidt niet automatisch tot inzicht in het doel van de opvoeding = veel wetenschappers denken dat objectieve, empirische kennis over kinderlijke ontwikkeling ons kan helpen de normatieve vraagstukken van opvoeding en onderwijs op te
    lossen. Maar dat blijkt maar zeer ten dele waar.  psychologen/Pedagogen concentreren zich op de middelen die individuele opvoeders kunnen helpen het door hen zelf gewenste doel op zo efficiënt mogelijke wijze te bereiken, zoals de autoritatieve opvoedingsstijl. De boodschap is dat deze opvoedingsstijl onder bepaalde voorwaarden ook een goede manier zou kunnen
    zijn voor het algemeen democratisch belang. Maar, dit zou al gauw worden opgevat als een ongewenste inmenging in de vrijheid van opvoeding dan wel de vrijheid van onderwijs.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.