Summary Class notes - link GROEN

Course
- link GROEN
- -
- 2017 - 2018
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
307 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - link GROEN

  • 1504389600 Werkcollege dyspneu en hoesten

  • Wat is dyspneu, en met welke klachten komt de patient?
    Subjectieve sensatie van een abnormale gewaarwording an de ademhaling
    klachten als kortademigheid, benauwdheid of ademnood
    (niet perse gerelateerd aan de saturatie en AH)
  • Wat is je DD bij klachten van dyspneu?
    Pulmonaal
    • obstructie van de luchtwegen; corpus alienum, epiglottis, struma, bronchitis/BWI, Astma/COPD, maligniteit
    • longparenchym; longoedeem, pneumonie, maligniteit, longfibrose
    • longvasculatuur; embolie, pulmonale hypertensie
    • pleura; pleuritis, pleura-effusie, pleumothorax
    Cardiaal
    • acuut myocardinfarct
    • hartritmestoornissen
    • harttamponade
    • hartklepafwijking
    • aortadissectie
    • hartfalen (agv onderliggend ziektebeeld)

    Verminderde ademexcursie
    • skeletafwijkingen
    • huidafwijkingen
    • zwangerschap
    • distensie abdomen (ileus, ascites, obesitas)

    Zenuwstelsel; neuromusculaire aandoeningen, stoornissen in ademhalingscentrum (CVA)
    Zuurstoftransportstoornis; anemie, CO intoxicatie
    Paniek -> hyperventilatie
    Diabetische ketoacidose -> respiratoire compensatie      
  • Benoem de ABCDE en welk lichamelijk onderzoek er bij past.
    A = airway -> Ademweg vrij?, CWK niet bedreigd
    B = breathing -> AH + satuartie, trachea in de midline, thoraxexcursies symmetrisch hulpademhalingsspieren, ademgeruis, cyanose?
    C = circulation -> bloeddruk, pols, harttonen, CVD, perifeer oedeem, capillair refill? 
    D = disability -> AVPU-score, EMV, pupilreacties, meningeale prikkeling?
    E = exposure -> temperatuur, cyanose, huidafwijkingen, trombosebeen, glucose?
  • Waar staat de SBARR methode voor?
    S = situation
    B = background
    A = assessment
    R = Recommendation
    R = repeat
  • Wat zijn alarmsignalen bij dyspneu?
    Koorts/koude rillingen
    Pijn vastzittend aan de ademhaling
    Pijn op de borst
    houdingsafhankelijke dyspneu
    significante gewichtstoename of afname   
    nycturie, perifeer oedeem -> hartfalen
    vermoeidheidsklachten, of algehele malaise
    Hoesten met/zonder sputum of hemoptoe
    Vegatatieve verschijnselen -> infarct
    stridor
    duizeligheid
    hartkloppingen
    medicatie
    trauma
  • Welke anamnestische clues kunnen op bepaalde verwekkers van een pneumonie duiden?
    CAP;
    Geografische factoren (bepaalde resistentie)
    Sauna of hotelbezoek, (legionella)
    Contact met dieren (Q koorts / psittacose)
    Viraal beels (influenza)
    Immuundeficientie (pneumocystis jiriveci, mycobacterium tuberculosis, schimmelinfecties)
    TBC gebied

    HAP; >48 uur na ziekenhuisopname (gramnegatieven als E.coli of klebsiella, maar ook stafylococcus aureus, steptococcus pneumoniae, Candida)
  • Welke symptomen kunnen ontstaan bij een longembolie?
    Dyspneu, pijn op de borst (vastzittend aan de ademhaling), hoesten, hemoptoe
    Tachypneu, tachycardie, hartfalen (gestuwde halsvenen en gedempte auscultatie)
  • Welke diagnostiek is er mogelijk bij acute dyspneu?
    Lab; bloedgas, hematologie, chemie
    X-thorax  
    ECG
    Bepalen van de Wells score
  • Welke stappen worden gezet bij een verdenking op een longembolie?
    X thorax,
    echo van de benen
    D-dimmer bepaling, mocht deze negatief zijn is een longembolie voldoende uitgesloten,
    zo niet wordt er een CT met contrast gemaakt   
    Op ECG kan verhoogde rechtsbelasting worden gezien
    In het bloedgas een respiratoire alkalose
  • Met welke score kan de ernst van een pneumonie worden ingeschat?
    AMBU-65;
    AH > 30/min
    Mentale toestand bij presentatie (delier, desorientatie)
    Bloeddruk systolisch <90mmHg of diastolisch <60mmHg
    Ureum >7 mmol/L
    Leeftijd >65 jaar  

    PSI
  • 1504476000 Werkcollege collaps

  • Wat zijn oorzaken van een collaps, welke komen het meeste voor?
    Onbekend
    Vasovagaal
    Orthostatische hypotensie
    Cardiaal
    Psychogeen
    Medicatie
    (CVA/TIA -> niet volledig bewustzijnsverlies)
  • Wat zijn belangrijke risicofactoren op een ritmestoornis?
    Afwijkend ECG; veel PVC's/PAC's, LBTB,
    Familiair voorkomen van plotselinge hartdood
    Leeftijd -> jong -> anamnese
    Voorgeschiedenis myoccardinfarct
  • Wat houdt orthostatische hypotensie in en welke oorzaken ken je?
    = bij gaan van zitten naar staan daalt de RR >20mmHg systolisch of >10mmHg diastolisch binnen 3 minuten of systolische daling >30mmHg
    • medicatie (ouderen)
    • autonome dysfunctie = pols reguleert niet mee (DM, parkinson)
    • volumedepletie (bloeding, diuretica
  • Welke medicamenten kunnen voor orthostatische hypertensie geven en hoe kan je dit behandelen?
    Antihypertensiva, antidepressiva, anti-angieuze middelen, anticholinergica, dopamine agonisten, benzo's, opiaten en alcohol
    • medicatie aanpassen
    • hoofdeinde bed omhoog
    • toename water en zoutintake
    • hoge elastische kousen
    • oefeningen
    • farmaco (flucodrocortison, midodrine) 
  • Wat komt vaak voor bij ouderen patienten met regelmatige syncope voor?
    Sinuscarotis hypersensiviteit; centrale afwijking van de baroreflex
  • Wat is het verschil tussen een vagale collaps en epilepsie?
    Epilepsie; Ritmische trekkingen, tongbeet, postictaal (>tot rust komen), langdurig bewustzijnsverlies, urineverlies

    Vagale collaps; prodromale verschijnselen als misselijk, zweten, soms trekkingen maar korter en vaak niet ritmisch, nadien helder bewustzijn, soms urineverlies
  • Wat zijn kenmerken van een delier?
    • bewustzijnsstoornis met verminderd vermogen de aandacht te richten, vast te houden of te verplaatsen
    • verandering in de cognitieve functies of de ontwikkeling van een waarnemingsstoornis, niet tgv dementie
    • stoornis ontwikkelt zich in korte tijd en neigt ertoe in het verloop van de dag te fluctueren
    • de stoornis leidt tot verandering in functioneren
    • er zijn aanwijzingen dat de stoornis veroorzaakt is door de directe fysiologische consequentie van een somatische aandoening?
  • Wat maakt je meer kwetsbaar voor een delier en wat zijn uitlokkende factoren?
    Kwetsbaarheid/predisponerende factoren = leeftijd >70jaar, cognitieve stoornissen, visus- en gehoorstoornissen,  Meerdere zint. handicaps, ziekte en dementie, gebruik van alcohol en opiaten

    Uitlokkende factoren/precipiterende factoren = Slaaptablet, infectie/koorts, psychofarmaca bv met anticholinerge werking, I.C., OK, polyfarmacie, dehydratie, elektrolytenstoornis, valincidenten
  • Welke symptomen kunnen vooraf gaan aan een delier?
    Prodromale syndromen
    • slapeloosheid 's nachts, sufheid overdag
    • levendige dromen of nachtmerries
    • illusies en korte, corrigeerbare moment van desoriëntatie
    • moeite met denken
    • rusteloosheid, geïrriteerdheid en angst 
  • Hoe kan je een delier behandelen?
    Oorzaak behandelen, preventief,
    niet medicamenteus; effectieve communicatie, orienterende hulpmiddelen, bril/gehoorapparaat, stimuleer familieparticipatie, evalueer voeding en stoelgang, evalueer fixatie maatregelen 

    Medicamenteus;   1ste keuze haldol 1 mg zn 3dd, vooral 's avonds
    bijwerkingen; parkinsonisme, neuroleptica syndroom, QT verlenging
    in dag en nacht ritme  
    (alternatief = olanzapine)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Van steen naar ziektebeeld:
Steen in galblaas -> asymptomatischcholelithiasis
Steen in d.cysticus -> cholecystitis/Mirizzi
Steen in d. choledochus ->choledocholithiasis
Steen in d. pancreaticus (papil van Vater) à acute pancreatitis (door galstenen)
Wat is de weber classificatie, voor welke fractuur?
  • - Weber A: Onder niveau van syndesmosis tibiofibularis
  • - Weber B: Ter hoogte van syndesmosis tibiofibularis
  • - Weber C: Boven niveau van syndesmosis tibiofibularis

= enkelfractuur
Wat houdt de mason classificatie in?
Radiuskop fractuur
Mason I; gebroken op z'n plek
Mason II; disslocatie van plek breuk >2mm
Mason III; communitieve breuk 
Mason IV; In combinatie met elleboogluxatie
Wat houden de ottowa ankle rules in?
  • - Onmogelijkheid om de aangedane enkel te belasten (4 stappen)
  • - A: Drukpijn achterzijde van de onderste 6 cm van de laterale malleolus
  • - B: Drukpijn achterzijde van de onderste 6 cm van de mediale malleolus
  • - C: Drukpijn op de basis van 5e os metatarsale
  • - D: Drukpijn op het os naviculare
Wat is een Monteggia fractuur, en wat een Galeazzi fractuur?
Monteggia = De combinatie van een proximale ulna fractuur en een radiuskopluxatie wordt een Monteggia fractuur genoemd. Het traumamechanisme betreft vaak een val op een uitgestrekte arm. 

Galeazzi = radiusschachtfractuur (midden of distaal) met luxatie van het distal radio-ulnaire junctie
Wat is het fatpad sign en wanneer zie je dit?
posterieure vetweefsel, de zogenaamde fat pad. Deze fat pads zijn extra-synoviaal, maar bevinden zich wel in het gewrichtskapsel. In veel gevallen wordt de anterieure fat pad gezien als een dunne rechte lucente (= zwarte) lijn 

Als er sprake is van een breuk
Hoe werkt de indeling via Salter Harris classificatie?
I; zuivere epifysiolyse; breuk door kraakbeen van de groeischijf
II; epifysiolyse met metafysair fragment; breuk vanuit de metafyse en loopt distaal in de groeischijf
III; fractuur van de epifyse;
IV; fractuur van de epifyse en metafyse
V; compressieletsel van de epifysaire schijf; een kant van de groeischijf is dichtgedrukt
Wat zij de doelen van wondbehandeling?
Debridement -> uitgangspunt is een schone wondbodem
Granuleren -> beschermen en stimuleren van granulatieweefsel
Epitheliaseren -> beschermen van de wondranden tegen veweking en behandelen van hypergranulatie

--> dit alles in een vochtig wondmileu
Welke vormen van debridement ken je?
• Autolyse -> Vochtig wondmilieu, hydrogel
• Mechanisch -> Wet to dry, VAC, hydrojet, microfiber doekjes
• Osmotisch -> Alginaten, honing, suiker
• Enzymatisch -> Collagenase (Novuxol)
• Chemisch -> Eusol
• Biologisch -> Maden
• Chirurgisch/scherp -> Jullie/Wij
Wat is het verschil tussen erysipelas en cellulitis?
Erysipelas; specifieke vorm van cellulitis in de dermis
--> begint acuut, is felrood, scherp begrensd, voelbare rand, gaat gepaard met koorts en overgeven, verloopt progressief en wordt veroorzaakt door de hemolytische streptococ. = Groep A streptococ (GAS) 

Cellulitis = infectie onderhuids vet en bindweefsel
--> minder scherp begrensd doorgaans veroorzaakt door Strep. pyogenes of Staph. aureus.