Summary Class notes - Literatuurgeschiedenis

Course
- Literatuurgeschiedenis
- Eveliene Karelse
- 2014 - 2015
- Saxion Next
- Leraar tweedegraads Nederlands
215 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Literatuurgeschiedenis

  • 1421535600 Middeleeuwen

  • Wanneer waren de Middeleeuwen?
    van 500 tot 1500
  • Welke 3 soorten Middeleeuwen waren er?
    1. Vroege Middeleeuwen 500-1000
    2. Hoge Middeleeuwen 1000-1300
    3. Late Middeleeuwen 1300-1500
  • Waren er tijdens de Middeleeuwen landen?
    Nee, het bestond uit vorstendommetjes.
  • Wie beheert het grootste rijk in de Middeleeuwen?
    Karel de Grote
  • Hoe werd het rijk van Karel de Grote genoemd?
    Het Frankische rijk
  • Welk geloof wou Karel de Grote in zijn rijk?
    Het Christelijke geloof.
  • Wat gebeurde er als je niet Christelijk was in het Rijk van Karel de Grote in de Middeleeuwen?
    Je werd in de pan gehakt.
  • Wat gebeurde er met het rijk van Karel de Grote toen hij overleed?
    De zoons kregen allemaal een deel.
  • Wat is het theocentrisme?
    God staat in het middelpunt.
  • Hoe is de standenmaatschappij ingedeeld?
    1. Geestelijken
    2. Adel
    3. Boeren
    4. In de late middeleeuwen kwamen op de 3e plek de burgers.
  • Hoe is het feodale stelsel ingedeeld?
    1. God
    2. Koning= leenheer
    3. Adel/ Ridders= leenman/ vazallen
    4. Boeren
  • Waarom verdween het feodale stelsel?
    Er kwamen steeds meer steden op en dus ook de burgerij. De mensen hadden door de stadsmuren geen bescherming van de adel meer nodig. Ook dingen de burgers handel drijven en verdienden hun eigen geld ermee. 
  • Wat is de ridderlijke samenleving?
    De ridders bepaalden jouw fysieke leven, of je eten en werk had.
  • Wat is ptolemisch wereldbeeld, ook wel geocentrisch wereldbeeld?
    De aarde staat in het midden van het heelal.
  • Wat zijn de 3 stromingen in de Middeleeuwen van de beeldende kunst?
    1. Theocentrisch en ridderlijk
    2. Romaans
    3. Gotisch
  • In welke taal werden de boeken in de Middeleeuwen geschreven?
    In het Latijns.
  • Wat was de volkstaal in de Middeleeuwen?
    Diets, middelnederlands.
  • Waardoor ontstond mondelinge overlevering?
    Gewone mensen konden niet schrijven.
  • Wie konden er in de Middeleeuwen wel schrijven?
    De geestelijken.
  • Was er voor 1100 literatuur?
    Ja, maar die werd mondeling overgeleverd.
  • Waarom werd mondelinge overlevering vaak in rijm geschreven?
    De jongeleur/ minstrelen konden dit dan makkelijker onthouden.
  • Wie schreef de teksten voor mondelinge overlevering?
    De troubadour.
  • Wat voor soort teksten schreven de troubadours?
    Ridderlijke en theocentrische teksten.
  • Waarom werden er vanaf de 13e eeuw didactische teksten geschreven?
    De burgerij wilde zelf nadenken.
  • Wat is gemeenschapskunst?
    Je zet je naam niet onder een werk.
  • Hoe heten boeken uit de Middeleeuwen?
    Handschriften.
  • Waarom werden de boeken in de Middeleeuwen handschriften genoemd?
    Ze waren allemaal met de handgeschreven.
  • Wat zijn initialen?
    De versierde beginletters in een handschrift.
  • Hoe werd boekdrukkunst genoemd en waarom werd dit zo genoemd?
    Wiegendrukken, omdat het nog veel leek op het handschrift, want het was met de hand versierd.
  • Wat verdween door de boekdrukkunst?
    De mondelinge overlevering.
  • Wat is Poëzie?
    De schrijver bepaalt wanneer de regel stopt.
  • Wat is proza?
    De lengte van de bladzijde bepaalt wanneer de regel stopt.
  • Welke 4 hoofdgenres zijn er in de Middeleeuwen?
    1. Epiek
    2. Lyriek
    3. Dramatiek
    4. Didactiek
  • Welke subgenres heeft epiek?
    1. Sprookje - kort verhaal met tegenstellingen
    2. Sage - verhaal over belangrijk persoon/ gebeurtenis, vaak kleine kern van waarheid.
    3. Mythe - verhalen om bovennatuurlijke zaken te verklaren
    4. Legende - god grijpt in het leven van de mens in
    5. Ballade - danslied
    6. Epos/ heldendicht - lang gedicht over een held
  • Welke subgenres heeft lyriek?
    1. Elegie/ klaagzang - uitstorting van wanhoop
    2.Ode/ lofdicht - iemand bejubelen
  • Welke subgenres heeft dramatiek?
    1. Tragedie - toneelspel met treurig eind
    2. Komedie - toneelspel met vrolijk eind
    3. Klucht - flauw toneelspel
    4.Tragikomedie - toneelspel met een lach en een traan
  • Welke subgenres heeft didactiek?
    1. Leerdicht - lang gedicht waarin je over iets of iemand leert
    2. Fabel - dierenverhaal met moraal aan het eind
    3. Satire - spottend verhaal waar je zelf het moraal uit moet halen
    4. Parodie - spottende nabootsing
  • Wat is een ridderroman?
    Liederen over heldendaden, moedige verhalen van mensen die gevochten hadden.
  • Hoe werd de ridderroman ook wel genoemd?
    Chanson de Geste
  • Waar gingen de verhalen over?
    Adellijke kringen, Karel de Grote en vazallen.
  • Welke 2 soorten ridderroman zijn er?
    1. Voorhoofseroman
    2. Hoofse roman
  • Waar ontstond de voorhoofseroman?
    Noord-Frankrijk
  • Hoe werden de voorhoofseromans ook wel genoemd?
    Karelroman of Frankisch roman.
  • Waar gaan de voorhoofseromans over?
    Karel de Grote en zijn idealen.
  • Wat zijn de ridderidealen in de voorhoofseroman?
    Kracht en moed, het zijn ruwe onbeschaafde vechtersbazen.
  • Wat zijn de onderwerpen in de voorhoofseroman?
    1. Oorlog
    2. Feodale (on)trouw
  • Waar ontstond de Hoofse roman?
    Zuid-Frankrijk
  • Waar gaan de verhalen over in de Hoofse roman?
    Troubadours en de lage adel.
  • Wat zijn de ridderidealen in het hoofse roman?
    Hulpvaardig, rechtvaardig en hoffelijk. De ridder is een ontwikkeld en verfijnd mens.
  • Wat zijn de onderwerpen in het hoofse roman?
    1. bevrijden jonkvrouwen
    2. helpen van zwakkeren
    3. opsporen van geheimzinnige voowerpen
    4. Queeste
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is thematische adaptatie?
De volwassen schrijver heeft bepaalde ideeën over wat zijn jonge lezer interesseert en wat goed voor hem is. Tegenwoordig zijn er geen taboes meer.
Wat is structurele adaptatie?
Rekening houden met gering concentratievermogen. Tekst opsplitsen in korte stukken, verlevendigen door veel dialoog, hoofdpersoon heeft leeftijd van lezersgroep, keuze van vertelperspectief en verhaalchronologie.
Wat is verbalen adaptatie?
Gebruik korte zinnen, vermijden van moeilijk woorden, weinig meerlettergrepige woorden en legt woorden uit.
Wat is adaptatie?
Aanpassen van taal aan de jonge lezers.
Wat is a-symmetrische communicatie?
De zender heeft een hogere status op de leeftijdsschaal dan de ontvanger.
Wat is het doel van fictieonderwijs nu?
Verbreden van de horizon van kinderen en smaakontwikkeling (leren genieten van fictie).
Hoe is de jeugdliteratuur nu?
Discussie: Jeugdliteratuur of toegankelijke boeken? Boeken die bekroond worden te moeilijk <-> Je moet de jeugd niet onderschatten.
Hoe was de jeugdliteratuur in de jaren 80/ 90?
Literaire jeugdboeken komen tot bloei. Vorm en taal belangrijk. Meer overeenkomsten met de volwasseneliteratuur: adolescentenromans. Bekroning van kinderboeken gericht op literaire waarde van een boek. Daarnaast nog steeds gemakkelijk toegankelijke boeken.
Hoe was de jeugdliteratuur in de tweede helft van de 20e eeuw?
Serieuze, hedendaagse problemen worden behandeld. Taboeonderwerpen worden besproken. Fantasie gaat een grote rol spelen. Nog steeds pedagogische opvattingen over het jeugdboek.
Hoe was de jeugdliteratuur in de eerste helft van de 20e eeuw?
Naast moraliserende verhalen nu ook amuserende verhalen. Meer kinderboekenschrijvers en -genres. Jeugdland, geen volwassenproblemen bespreken.