Summary Class notes - Major Burgerlijk Recht

Course
- Major Burgerlijk Recht
- Dhr. R. Klomp e.a.
- 2019 - 2020
- Beroepsopleiding Advocaten
- Advocaat-stagiair
242 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Major Burgerlijk Recht

  • 1575154800 Rechtsingang en bewijs 1 + 2

  • Welke twee procedures bij de overheidsrechter kent Nederland en hoe weet je welke procedure van toepassing is?

    De dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure.

    In alle gevallen waarin de wet niet bepaalt dat een procedure met een verzoekschrift moet beginnen, begint een procedure met een dagvaarding.
  • Hoe wordt de dagvaardingsprocedure aanhangig gemaakt en waar is deze proceshandeling in de wet te vinden?
    De dagvaarding wordt namens de eiser door een deurwaarder aan de gedaagde betekent, het uitbrengen van de dagvaarding (125(1) Rv).
  • Wat moet er gebeuren nadat de dagvaardingsprocedure aanhangig is gemaakt en welke termijn is daaraan verbonden?

    De dagvaarding moet worden aangebracht bij de rechtbank die in de dagvaarding wordt genoemd.

    Dat moet uiterlijk een dag voor de dag waartegen is gedagvaard gebeuren (125(2) Rv).
  • Wat is het gevolg als de termijn voor het aanbrengen van de dagvaarding is verstreken?

    In principe vervalt dan de aanhangigheid van het geding, tenzij binnen twee weken na de roldatum een geldig herstelexploot is uitgebracht (125(5) Rv).
  • Welke termijnen zijn er gesteld aan het dagvaarden van iemand?
    De minimale dagvaardingstermijn is een week (114 Rv). Er bestaat geen maximumtermijn voor het dagvaarden.
  • Kan een gedaagde de dagvaardingstermijn aanpassen? Zo ja, hoe en welke termijnen gelden hiervoor?

    Een gedaagde kan de roldatum vervroegen door middel van anticipatie (126 Rv). De procedure wordt dan eerder voortgezet dan op de roldatum die eiser had gekozen.


    Dit kan door bij exploot de vroegere roldatum aan te zeggen aan de eiser (126 (1) Rv).


    Hiervoor gelden dezelfde termijnen als bij het uitbrengen en aanbrengen van de dagvaarding (126(2) Rv):
    • ten minste een week voor de aangezegde vroegere roldatum; en
    • uiterlijk op de laatste dag voorafgaande aan de vervroegde roldatum indienen bij de griffie.
  • Wat staat er in een eenvoudig standaardpetitum met betrekking tot een geldvordering?

    X vordert dat het de rechtbank mag behagen bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;
    Y te veroordelen tot betaling van €..., te vermeerderen met:
    • de wettelijke (of contractuele) rente vanaf datum Z;
    • de buitengerechtelijke incassokosten van €...; en
    • de proceskosten (en eventuele nakosten).
  • Wat staat er in een eenvoudig standaardpetitum, indien het niet om een veroordeling tot betaling van een geldsom gaat?

    X vordert dat het de rechtbank mag behagen bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;
    Y te veroordelen tot ..., op laste van een dwangsom ter hoogte van €... per dag of deel daarvan, met een maximum van €...; en
    Y te veroordelen tot betaling van:
    • de buitengerechtelijke incassokosten van €...;
    • (indien van toepassing) de contractuele rente vanaf datum Z; en
    • de proceskosten (en eventuele nakosten).
  • Is een gedaagde verplicht zich te verweren?
    Nee, de gedaagde heeft de keuze of hij zich wel of niet wil verweren. Als hij zich wil verweren, moet hij zich stellen. Daarmee verschijnt hij in het geding.
  • Wat gebeurt er als een gedaagde zich niet stelt? Wat is hierbij de taak van de rechter?

    In beginsel volgt er een verstekvonnis: een veroordeling overeenkomstig de eis.

    De rechter toetst of de dagvaarding aan de daarin in de wet gestelde voorwaarden voldoet en of deze op rechtsgeldige wijze is betekend (111 Jo 45 Rv), alsmede of de vordering hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen (139 Rv)
  • Kan een verweerder (gerekwestreerde), als hij geen verweer heeft gevoerd, in verzet gaan tegen de beschikking?
    Nee, van beschikkingen staat alleen hoger beroep en cassatie open. De verweerder heeft slechts de mogelijkheid om in beroep te gaan.
  • Wat is het verschil tussen de dagvaarding in hoger beroep en het beroepschrift van een beschikking?
    Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten (359 Jo 278 Rv), dat is in de dagvaardingsprocedure geen vereiste.
  • Welke twee soorten verweer kan een wederpartij voeren?

    1. Nee, want-verweer: Een feitelijke betwisting door het ontkennen van de gestelde feiten.

    2. Ja, maar-verweer: Een bevrijdend verweer door de gestelde feiten te erkennen, maar een andere rechtsregel wordt ingeroepen op grond waarvan het door de wederpartij beoogde rechtsgevolg niet intreedt.
  • Wie heeft in principe de bewijslast en kan die bewijslast verschuiven?

    De hoofdregel is "wie stelt, moet bewijzen".


    Als de wederpartij een bevrijdend verweer voert, heeft die de bewijslast voor de daaraan ten grondslag liggende feiten.
  • Wat verstaat men onder rechtsfeiten?

    De voor het ingeroepen rechtsgevolg noodzakelijke feiten.
  • Komen alle feiten voor bewijslevering in aanmerking?

    Nee, alleen de betwiste feiten die relevant zijn voor de beoordeling van de zaak.

    Niet-relevante feiten niet. Onbetwiste (of niet voldoende betwiste) feiten moet de rechter ex 149(1) Rv als vaststaand beschouwen.
  • Waarom zou een rechter een voorhands oordeel of rechterlijk vermoeden geven? Wat zal de andere partij in dat geval moeten doen?

    Het is een van de mogelijkheden om een partij die in bewijsnood verkeert tegemoet te komen. Het bewijs kan bij wijze van voorhands oordeel als geleverd worden beschouwd.

    De andere partij zal tegenbewijs moeten leveren. De partij zal bewijs moeten aanleveren om het voorhandse oordeel te ontkrachten.
  • Wanneer is de omkeringsregel van toepassing en is de rechter dan ook verplicht deze toe te passen?

    De omkeringsregel is van toepassing als een norm die ertoe strekt een specifiek gevaar te voorkomen, wordt geschonden en dit gevaar zich vervolgens ook verwezenlijkt.


    Als de omkeringsregel van toepassing is, dan moet de rechter deze bewijsregel ook toepassen.
  • Wat gebeurt er met de bewijslast als de omkeringsregel van toepassing is?
    De bewijslast wordt niet omgekeerd. Bij toepassing van de omkeringsregel is het aan de andere partij (dan de partij die de bewijslast heeft) tegenbewijs te leveren, waarbij - net als bij het voorhandse oordeel - geldt dat ontzenuwen voldoende is.
  • Kan de rechter de bewijslast omkeren?
    Ja, maar slechts in de uitzonderlijke gevallen dat de eisen van redelijkheid en billijkheid dit eisen (150 Rv).
  • Wanneer is er sprake van een 'verzwaard stelplicht' en wat houdt die precies in?

    De Hoge Raad heeft in sommige situaties een verzwaarde stelplicht aangenomen voor de gedaagde (denk aan verzwaarde stelplicht van een arts die door zijn patiënt wordt aangesproken).

    De verzwaarde stelplicht houdt eigenlijk een verzwaarde motiveringsplicht in voor de gedaagde bij de betwisting van die gestelde feiten. De stelplicht blijft bij de eiser.
  • Welke eisen worden in de praktijk gesteld aan het bewijsaanbod? Gelden deze eisen ook in hoger beroep?

    In de praktijk wordt vaak verlangd dat het bewijsaanbod voldoende specifiek is en wordt vermeld wie waarover kan verklaren. Dat betekent niet dat moet worden vermeld wat de beoogde getuigen kunnen verklaren.

    In hoger beroep moet een bewijsaanbod voldoende specifiek zijn en concreet vermelden wie waarover kan verklaren. De rechter mag een niet-relevant bewijsaanbod passeren.
  • Omschrijf kort hoe een getuigenverhoor verloopt.

    Een getuigenverhoor wordt door een rechter afgenomen (rechter-commissaris). Over het algemeen stelt de RC als eerste vragen aan de getuigen die zijn voorgedragen door de partij aan wie de bewijsopdracht is verstrekt. Vervolgens krijgt de advocaat van die partij de gelegenheid om vragen te stellen en daarna de advocaat van de andere partij. De volgorde kan ook anders zijn.

    De antwoorden van de getuigen worden door de RC gedicteerd aan de griffier en in een proces-verbaal weergegeven (niet woordelijk). Het proces-verbaal zal aan de getuige worden voorgelezen en kunnen als dat nodig is nog wijzigingen worden aangebracht. De getuige wordt daarna gevraagd het proces-verbaal te ondertekenen.

    De andere partij krijgt altijd de gelegenheid zelf partijen op te roepen in de zogenaamde contra-enquête. Ook kan de RC partijen de gelegenheid geven een akte na enquête te nemen.

  • Wat wordt er bedoeld met bewijsbeslag?

    De Hoge Raad heeft bepaald dat ook in niet ie-zaken bewijsbeslag kan worden gelegd. Dat mag alleen als aan de voorwaarden van 843a Rv is voldaan.

    Er wordt beslag gelegd op bepaalde bescheiden, maar de beslaglegger heeft nog geen recht op inzage, afschrift of uittreksel. De beslagene zal of toestemming moeten geven, of de beslaglegger zal een exhibitie-vordering ex 843a Rv moeten instellen.
  • Welke drie alternatieve zijn er voor de overheidsrechter? Wat is daarvoor nodig?

    Naast de overheidsrechter kan men kiezen een geschil te beslechten via:
    1. Mediation;
    2. Bindend advies; en
    3. Arbitrage.


    Voor alle drie de alternatieve geldt dat beide partijen ermee in moeten stemmen.
  • Wat verstaat men onder mediation?
    Mediation is een vorm van conflictoplossing waarbij onder leiding van een onafhankelijke derde (de mediator) door partijen wordt onderhandeld over een duurzame oplossing van het conflict met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen.
  • Welke twee vormen van bindend advies ken je en wat houden ze in?

    Zuiver bindend advies: op verzoek van partijen vult een derde een leemte in een overeenkomst op, zonder dat daarbij sprake is van een conflict.

    Conflictoplossing: op verzoek van partijen wordt een derde (bindend adviseur) opgedragen te beslissen over een geschil. Er kan daarbij gekozen worden voor een of meerdere adviseurs.
  • Wat is de juridische kwalificatie van het bindend advies?

    De wet kent geen regeling van het bindend advies, maar in 7:900(2) BW wordt wel verwezen naar 'aan een derde opgedragen beslissing'.

    Het bindend advies is een vaststellingsovereenkomst. De beslissing is vernietigbaar ex 7:904 indien de gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid & billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
  • Wat is het verschil tussen een arbitraal beding en een arbitraal compromis?

    Bij een arbitraal beding kiezen partijen ervoor om geschillen die tussen hen zouden kunnen ontstaan aan arbitrage te onderwerpen.

    Bij een arbitraal compromis kiezen partijen ervoor om een tussen hen bestaand geschil aan arbitrage te onderwerpen.

    1020(2) Rv
  • Noem een aantal redenen waarom partijen voor arbitrage zouden kiezen?
    • De procedure is vertrouwelijk
    • Een arbiter hoeft geen rechter/jurist te zijn, waardoor partijen voor iemand kunnen kiezen met specifieke technische kennis (die de normale overheidsrechter bijv. niet heeft).
    • De procedure is over het algemeen in stuk sneller dan een bodem procedure
    • Hoger beroep van het arbitrage vonnis kan worden uitgesloten
  • Welke drie gewone rechtsmiddelen ken je? Zijn er naast die drie ook andere rechtsmiddelen die je kan inroepen?

    De gewone rechtsmiddelen zijn:
    1. Hoger beroep (332 Rv)
    2. Cassatie (343 Rv)
    3. Verzet (143 Rv)


    De buitengewone rechtsmiddelen zijn:
    1. Herroeping (382 Rv)
    2. Derdenverzet (376 Rv)
  • Welke soorten tussenvonnissen ken je? Waarom is dit onderscheid van belang?

    Provisioneel tussenvonnis: een vonnis waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd (337(1) Rv).

    • Hiertegen kan hoger beroep worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen.


    Zuiver tussenvonnis: in het dictum niets van het gevorderde toe- of afgewezen.

    Deelvonnis: in het dictum wordt een deel van het gevorderde toe- of afgewezen en is dus deels een eindvonnis.

    • De appeltermijn voor het gedeeltelijke eindvonnis begint direct te lopen. Als je niet binnen de appeltermijn in hoger beroep gaat, is er geen mogelijkheid meer om nog op te komen tegen de beslissingen in het gedeeltelijk eindvonnis.

    • In appel mogen in beginsel de niet-appelabele delen in het hoger beroep worden betrokken (HR Ponteecen/Stratex).
  • Wat houdt de 'twee-conclusie-regel' in?
    In hoger beroep blijft de procedure in beginsel beperkt tot twee rondes (memorie van grieven en memorie van antwoord).
  • Verloopt de procedure om hoger beroep hetzelfde als in eerste aanleg als geïntimeerde verstek laat gaan?

    Niet helemaal. Het gerechtshof zal wel een inhoudelijk oordeel geven. De grieven wordt beoordeeld, met inachtneming van de devolutieve werking van het appel .

    Het verstek kan wel, zolang er geen eindarrest is gewezen, worden gezuiverd. Ook kan geïntimeerde na een verstekarrest in verzet.
  • Wat versta je onder de negatieve- en positieve zijde van de devolutie?

    Negatieve zijde: de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep is beperkt door de grieven van het principale appel en incidentele appel samen.

    Positieve zijde: binnen die grenzen van de rechtsstrijd moeten alle door partijen in eerste instantie aangevoerde stellingen (voor zover niet prijsgegeven) in hoger beroep alsnog worden behandeld c.q. worden beoordeelt.
  • Kan je in een kort geding schadevergoeding vorderen?
    Ja, maar slechts een voorschot op de (in een bodemprocedure te vorderen) schadevergoeding.
  • Kan een uitspraak van de voorzieningenrechter gezag van gewijsde hebben?
    Nee, uitspraken in kort geding komt geen gezag van gewijsde toe.
  • Geef de definitie van het begrip grief.

    Een grief is een reden op grond waarvan de appellant het niet eens is met hetgeen de rechter in eerste aanleg heeft toe- of afgewezen.

    Hieronder valt ook een eiswijziging in hoger beroep. Let op! Dit betekent dat de partij die in HB zijn eis wil wijzigen dit in zijn eerste schriftelijke stuk moet doen.
  • Wat beslist de Hoge Raad in 2011 in het arrest Zegveld/ZLTO?

    Er is bij vrijwaringszaken (210 Rv) een proceskostenrisico aanwezig.


    Win je de hoofdzaak, dan verlies je automatisch de vrijwaring en word je daar in de proceskosten veroordeelt.
  • Wat heeft de Hoge Raad op 23 september 2011 besloten met betrekking tot het wijzigen van de eis in hoger beroep en wat was het zaaknummer?

    NJ 2013/6

    De twee-conclusie-regel beperkt de aan de oorspronkelijke eiser toekomende bevoegdheid tot verandering of vermeerdering van zijn eis in hoger beroep. Hij mag in beginsel zijn eis niet later dan in zijn memorie van grieven of van antwoord veranderen of vermeerderen.

    Hierop kunnen onder omstandigheden uitzonderingen worden aanvaard:
    1. indien de wederpartij ondubbelzinnig in de eiswijziging heeft toegestemd;
    2. indien de aard van het geschil meebrengt dat in een later stadium nog zodanig verandering of vermeerdering van eis kan plaatsvinden;
    3. indien er sprake is van nieuwe feiten/omstandigheden bekend geworden na memorie van grieven/antwoord, om te voorkomen dat het geschil beslist zou moeten worden aan de hand van:
    •  inmiddels achterhaalde (juridische of feitelijke) gegevens; of
    • onjuist gebleken (juridische of feitelijke) gegevens


    NB. De eisverandering of -vermeerdering mag niet in strijd komen met de eisen van een goede procesorde.
  • Welke vier gronden di de rechter kan gebruiken voor het afwijzen van een voorlopig getuigenverhoor/deskundigenbericht heeft de HR in het arrest ? In welke arrest heeft de HR Udo/Renault genoemd?

    HR 21 november 2008, NJ 2008, 608 (Udo c.s./Renault)


    Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor (186 Rv) dat in principe aan de eisen voor toewijzing voldoet, kan worden afgewezen op de grond dat:

    1. verzoeker er geen belang bij heeft (3:303 BW);
    2. er misbruik van de bevoegdheid tot het inroepen van dit middel wordt gemaakt;
    3. het strijdig is met de goede procesorde;
    4. het moet afstuiten op een door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

8. Wat is er bepaald in het arrest Ontvanger/Eijking?

Positie executieopbrengst in faillissement


Heeft de beslaglegger vóór faillissement geëxecuteerd, dan valt de nog niet-verdeelde opbrengst van die executie niet alsnog in de boedel van de ex-beslagene/de gefailleerde.
8. Wat is er bepaald in het arrest Ritzen/Hoekstra?

Criteria misbruik van recht, staking executie

In een executiegeschil met betrekking tot een ontruimingsvonnis kan de rechter slechts de staking van de tenuitvoerlegging van dat vonnis bevelen, indien hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de ontruiming zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan.


Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de ontruiming op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
8. Wat is er bepaald in het arrest Banque de Suez/Bijkerk?

Conservatoir beslag, bezwaren hypotheek, faillissement


Kan een hypotheekhouder zich na de faillietverklaring als separatist op de onroerende zaak verhalen alsof er geen faillissement is, of kan de curator zich ten behoeve van de boedel op 505(2) Rv (505(4) oud) beroepen.


Het faillissement treedt, als algemeen beslag, in de plaats van de executiemaatregelen van individuele schuldeisers. 33 Fw strekt er niet toe, elk rechtsgevolg van de beslaglegging teniet te doen gaan. Het stelsel van de Faillissementswet brengt met zich mee dat de bevoegdheid van individuele schuldeisers tot het nemen van maatregelen van executie op de curator is overgegaan.


De curator kan zich dus ten behoeve van de boedel beroepen op de bescherming die de beslaglegger voor het faillissement aan 505(2) Rv ontleende.
8. Wat is er bepaald in het arrest Van Gastel/Elink-Schuurman?

Onrechtmatige daad bij ten onrechte beslag curatoren

De Hoge Raad oordeelt dat degene die een beslag legt en handhaaft op eigen risico handelt en, bijzondere omstandigheden daargelaten, de door het beslag geleden schade dient te vergoeden, indien het beslag ten onrechte blijkt te zijn gelegd. Ook in het geval dat beslaglegger op verdedigbare gronden van zijn vordering overtuigd is en niet lichtvaardig heeft gehandeld.

Dat is niet anders als het gaat om het handhaven van een voor het faillissement gelegd beslag door de curatoren (taak behartigen belangen van crediteuren). Ook in zo’n geval is het handhaven van een conservatoir beslag ter verzekering van een vordering waarvan het bestaan in rechte nog niet is vastgesteld, maatschappelijk alleen dan gerechtvaardigd, als de beslagene ervan verzekerd kan zijn dat, bijzondere omstandigheden daargelaten, de als gevolg van het beslag geleden schade wordt vergoed als dat achteraf ten onrechte blijkt te zijn gelegd. Het doet niet ter zake of de curatoren met het oog op de belangen van de boedel verdedigbaar hebben gehandeld.
5. Wat is er bepaald in het Kelderluik-arrest ?
Toetsmaatstaven gevaarzetting

De critera:
  1. hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste onopletendheid en voorzichtigheid worden geacht?
  2. hoe groot is de kans dat uit deze niet-inachtneming ongevallen staan?
  3. hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? en
  4. hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?

De mate van onrechtmatigheid kan dan worden beoordeeld aan de kans op het ongeval, de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.
7. Wat is er bepaald in het arrest Ontvanger/Brink?
Overdracht na faillietverklaring; opbrengts executoriale verkoop

Of de executie-opbrengst toekomt aan de beslaglegger/executant of moet worden afgestaan aan de curator, hangt ervan of de executie nog vóór faillissement is afgerond of niet. Het moment van voltooiing van executie is vastgesteld op het moment van executoriale levering van het verkochte goed.

De executie is dus nog niet voltooid op het moment waarop het goed openbaar is verkocht (519 Rv), maar het proces-verbaal van toewijzing nog niet is ingeschreven. De onroerende zaak behoort dus tot het vermogen van de schuldenaar totdat de inschrijving heeft plaatsgevonden.

Ook in geval van executoriale verkoop van goederen vindt de verkrijging op grond van 3:80(3) BW plaats door overdracht. Deze vindt ten aanzien van teboekgestelde schepen op grond van 3:89(4) BW plaats door levering welke ingevolge 570 jo 525(1) Rv geschiedt door inschrijving van het proces-verbaal van toewijzing.
7. Wat is er bepaald in het arrest Ontvanger/De Jong?
Blokkerende werking beslag

Ex 453a(1) Rv kan een na de inbeslagneming tot stand gekomen vervreemding niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen. De beslaglegger blijft bevoegd zijn recht tot verhaal op de in beslag genomen zaak voort te zetten, ook al maakt die zaak geen deel meer uit van het vermogen van de schuldenaar.

De beslaglegger behoudt die bevoegdheid ook als de schuldenaar failliet gaat, omdat de niet meer tot het vermogen van de schuldenaar behorende zaak niet door het algemene faillissementsbeslag wordt getroffen.

Als de derde (verkrijger) failliet gaat valt de beslagen zaak wel in de boedel van dat faillissement. 33(2) Fw bepaalt dat de beslaglegger die zaak niet meer met een beroep op 453a(1) Rv zelf kan uitwinnen alsof er geen faillissement was.

De verhaalsbevoegdheid van de beslaglegger is niet tenietgegaan, maar kan alleen nog door de curator worden uitgeoefend. De beslaglegger kan in het faillissement opkomen voor zijn vordering uitsluitend om daarin naar de hem toekomende rang te worden erkend als bevoorrecht op de opbrengst van de zaak.

De beslaglegger heeft geen aanspraak op afzonderlijke uitkering van de opbrengst of verdeling daarvan op de voet van art. 481 e.v. Rv, maar zal het hem toekomende langs de weg van de uitdelingslijst ontvangen. Een beroep op 3:90(2) BW moet worden verworpen op de grond dat het algemene voorrecht van de beslaglegger niet is aan te merken als een 'ouder recht'.
7. Wat is er bepaald in het arrest Peeters/Gatzen? - niet verplicht
Vordering OD jegens derde namens boedel

Dat de curator in het kader van zijn taak de belangen van de gezamenlijke schuldeisers te behartigen, onder omstandigheden een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad kan instellen jegens een derde die bij de benadeling van schuldeisers is betrokken, ook al kwam een dergelijke vordering niet aan de gefailleerde zelf toe.

De bevoegdheid tot het instellen van een dergelijke vordering ontleent de curator aan 68(1) Fw, op grond waarvan de curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel.
6. Wat is er bepaald in het arrest Vano/Foreburghstaete?
Vernietiging door dwaling ≠ schadeplichtigheid


De vernietiging van een overeenkomst wegens dwaling treft in beginsel ook de daarin opgenomen garanties, zodat dan geen sprake meer is van een tekortkoming in de nakoming daarvan.
De vernietiging van de overeenkomst brengt mee dat de enkele omstandigheid dat X – de vernietiging weggedacht – is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, niet de verwijzing van partijen naar de schadestaat rechtvaardigt.

Daarbij betekent een vernietiging wegens dwaling nog niet schadeplichtigheid. Daarvoor dient een aparte grondslag te worden aangewezen. Een vordering op basis van 6:162 BW ligt voor de hand.
6. Wat heeft de Hoge Raad beslist het arrest Nefalist/Karamus?
Proportionele aansprakelijkheid

Bij gevallen waarbij niet kan worden vastgesteld of de schade is veroorzaakt door een normschending van de aansprakelijk gestelde persoon of door een oorzaak die voor risico van de benadeelde zelf komt (alternatieve causaliteit ex 6:99 BW).

Er is dus sprake van onzekerheid over de CSQN tussen de gedraging en schade.

Een werknemer met asbest in aanraking gekomen (normschending), maar heeft ook zijn hele leven gerookt (eigen risico). Als de werknemer dan longkanker krijgt, kan de rechter de werkgever veroordelen tot het proportioneel vergoeden van de geleden schade.

Er moet terughoudend van deze bevoegdheid gebruik worden gemaakt (Fortis/Bourgonje).