Summary Class notes - Management & Organisatie

Course
- Management & Organisatie
- 2020 - 2021
374 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Management & Organisatie

  • 1603576800 Hoofdstuk 1 & 2

  • Een succesvolle organisatie bestaat uit drie bouwstenen. Noem deze drie bouwstenen op.
    1. Strategie
    2. Organisatiestructuur
    3. Operationele deel
  • Wat is organisatiestructuur?
    Hier gaat het om de verdeling van het werk over de mensen en de manier waarop zij samenwerken.
  • Wat is strategie?
    - De geleverde producten en diensten aansluiten bij de wensen uit de samenleving
    - De strategie geeft aan hoe de organisatie wil voldoen aan de wensen uit de omgeving
    - De strategie is een koppeling tussen de buitenwereld en de binnenwereld van de eigen organisatie
  • Management heeft drie betekenissen. Noem deze drie betekenissen:
    1. Een groep functionarissen in en organisatie (topmanagement, middenmanagement en uitvoerend/eerstelijnsmanagement)
    2. De activiteiten die deze functionarissen uitvoeren
    3. Een vakgebied
  • Benoem de groepen functionarissen:
    - Topmanagement
    - Middenmanagement
    - Uitvoerend management of eerstelijnsmanagement
  • Waar wijst het vakgebied op?
    Het vakgebied wijst op alle kennis en kunde die op dit gebied in loop der tijd is ontstaan.
  • Mintzberg beschrijft het werk van de managers aan de hand van drie rollen. Noem deze 3.
    1. Interpersoonlijke rol
    2. Informationele rol
    3. Besluitvormende rol
  • Wat is de interpersoonlijke rol van Mintzberg?
    Bij de interpersoonlijke rol treedt de manager op als boegbeeld van de organisatie naar buiten. De leider die zijn mensen motiveert en aanstuurt en als onderdeel van het netwerk.
  • Wat is de informationele rol van Mintzberg?
    Hierbij houdt de manager goed in de gaten wat er allemaal in en buiten de organisatie gebeurt, verspreid informatie intern en informeert hij de buitenwereld over wat de organisatie doet.
  • Wat is de besluitvormende rol van Mintzberg?
    In de besluitvormende rol is de manager de ondernemer. Hij lost problemen op, wijst middelen toe en onderhandelt intern en extern.
  • Kotler beschrijft waar de manager zich mee bezig moet houden. Noem deze 3 taken:
    1. Het vaststellen van de agenda
    2. Het ontwikkelen van een netwerk
    3. Het uitvoeren van de taken om de agenda uit te voeren
  • Waar houdt men zich mee bezig met dirigerende taken en waarmee met constiturerende taken?
    Dirigerende taken is gericht op de uitvoering en constiturerende taken gericht op het vormgeven van de strategie en organisatiestructuur.
  • Organisatie heeft ook drie betekenissen. Noem deze drie betekenissen.
    1. Een eenheid: waarin mensen, middelen en methoden zijn samengebracht om doelen te bereiken.
    2. De wijze waarop de organisatie is ingericht en vormgegeven.
    3. De activiteit organiseren
  • Organisaties streven naar het bereiken van resultaten in de vorm van producten en diensten. Hoe noemen we dit?
    De output.
  • Hoe heet het omzetten van input naar output?
    Throughput
  • Hoe noem je het leveren van goederen of diensten aan afnemers?
    Output
  • Kenmerken van de theorie van management en organisatie. Er zijn drie soorten theorieën.
    1. De beschrijvende theorie (descriptief)
    2. De voorschrijvende theorie (Prescriptief of normatief)
    3. Universeel of situatie afhankelijk. Ook wel de contignentie benadering genoemd.
  • Organisatie theorieën kunnen verschillend van aard zijn. Waar kan men ze naar indelen?
    De mate waarin ze de werkelijkheid beschrijven of aanwijzingen geven om die te verbeteren (voorschrijven). Ook kunnen theorieën ingedeeld worden naar geldigheid.

    Geldigheid kan ook weer ingedeeld worden naar universeel of situatieafhankelijk.
  • Wat is de universele theorie?
    De universele theorie geeft aan hoe de werkelijkheid er altijd uit ziet.
  • Universele en situatie afhankelijke theorie heet ook wel...
    Contingentiebenadering 
  • Wat is het verschil tussen descriptieve en normatieve theorie?
    Descriptieve is een beschrijvende theorie; een dergelijke theorie geeft dus aan hoe bepaalde verschijnselen in de praktijk verlopen, zonder iets voor te schrijven.

    Een normatieve of prescriptieve theorie schrijft wel dingen voor; een normatieve theorie geeft dus een soort regel waaraan mensen of organisaties zich zouden houden om succesvol te zijn.
  • Wat is het verschil tussen een universele en contingentietheorie?
    Bij een universele theorie is een theorie die altijd opgaat, ongeacht de situatie. Een contingentietheorie houdt rekening met de situatie waarin deze wordt toegepast.
  • Wat moet je doen om een organisatie goed te laten verlopen?
    Het is van belang dat problemen worden opgelost door de juiste besluiten te nemen.
  • Het besluitvormingsproces is op te delen in drie fasen. Noem deze drie fasen.
    1. Het formuleren van het probleem
    2. Het ontwikkelen van oplossingsrichtingen
    3. De uiteindelijke keuze
  • Het aantal mogelijke oplossingsrichtingen binnen het besluitvormingsproces kan vergroot worden door twee methoden. Noem deze twee op:
    1. Brainstormen
    2. Lateraal denken
  • Het transformatie proces in een organisatie bestaat uit drie grote onderdelen:
    A. Instroom - doorstroom - uitstroom
    B. Invoer - doorvoer - uitvoer
    c. Primair proces - secundair proces - bestuurlijkproces
    B
  • Als resultaten van managers heel goed zijn, waar spreek je dan van? En waar spreek je van als het heel slecht is?
    Excellent management en mismanagement.
  • Hoe onderscheidt Fayol de rollen van de managers?
    Fayol onderscheidt op het vlak van vooruitzien (en plannen), organiseren, opdrachten geven, coördineren en controleren.
  • Wat voor take zijn constiturerende taken?
    Plannen en organiseren.
  • Noem aspecten die Mintzberg constateert van de activiteiten van managers:
    - de helft van de activiteiten duren korter dan 9 minuten
    - hij karakteriseert het werk met termen zoals; kortstondig, gevarieerd en gefragmenteerd.
  • Welke conclusies trekt Kotler over het werk van de manager?
    Managers zijn ook relatief kort bezig met een activiteit. In tegenstelling tot Mintzberg ziet hij wel een patroon in het werk van de effectieve problemen die om een oplossing vragen.
  • Wat is de beschrijvende (descriptieve) theorie?
    Een beschrijvende theorie geeft weer hoe de werkelijkheid eruitziet volgens de ontdekker ervan. Deze theorie beschrijft de elementen van de werkelijkheid en de verbanden er tussen (Mintzberg)
  • Wat is de voorschrijvende (presciptief of normatief) theorie?
    Deze theorie gaat een stap verder en laat zien hoe de werkelijkheid te verbeteren is (Kotter)
  • Is de theorie van Kotler beschrijvend of voorschrijvend?
    Voorschrijvend.
  • Is de theorie van Mintzberg beschrijvend of voorschrijvend? En wat is hier bijzonder van.
    Mintzberg wordt gebruikt en opgevat als voorschrijvend maar hij heeft het niet zo bedoeld.
  • Wat geeft de universele theorie aan?
    Een universele theorie geeft aan hoe de werkelijkheid altijd uitziet. Deze theorie zal altijd en overal tot succes moeten leiden.
  • Wat is de situatie afhankelijke theorie/benadering?
    Wat tot succes leidt, hangt in grote mate af van de aard van de situatie van de onderneming.
  • Wat is de situatieafhankelijke benadering?
    Wat tot succes leidt, hangt in hoge mate af van de aard van de situatie in een onderneming, bedrijfstak of land.
  • Wat zijn de drie fasen in de besluitvorming?
    1. Probleemstelling
    2. Oplossingsrichtingen
    3. Kiezen
  • Wat voor tool kan je gebruiken om inzicht in het probleem te verkrijgen?
    Het krachtenveldanalyse
  • Noem 2 aspecten waar de krachtenveldanalyse bij helpt?
    1. Het inzichtelijk maken van de krachten die het resultaat beinvloeden.
    2. Bij het bepalen hoe die krachten in te zetten zijn het aantal fouten met 50% te verminderen.
  • Welke twee bekende manieren kunnen de creativiteit bevorderen?
    Brainstorming en lateraal denken.
  • Wat is brainstormen?
    Brainstormen verscheen in 1963 en is een techniek met vier uitgangspunten. 
    1. Het ontwikkelen van zoveel mogelijk ideeen.
    2. Het tweede is het voorkomen van kritiek op de ideeen die deelnemers naar voren brengen.
    3. Ideeen met elkaar combineren en verbeteren.
    4. Het stimuleren en naar voren brengen van 'wilde' ideeen.
  • Wat is lateraal denken?
    Lateraal denken werd bekend door De Bono (1971). Normaal en verticaal denken leidt niet tot nieuwe inzichten. 
    1. Herkennen van heersende gedachten (moet je kennen om ze te omzeilen)
    2. Veranderen van gedachten door die niet te gebruiken
    3. Van binnenuit veranderen door een heersende gedachte juist om te draaien of te overdrijven.
    4. Bevorderen van discontinuiteit door bv. Het probleem anders te benoemen  

    Lateraal denken wordt ook wel individueel gedaan en brainstormen in groepen.
  • Voor fase 3, in de besluitvorming (kiezen uit oplossingsrichtingen), zijn er twee gebruikelijke technieken. Noem deze.
    1. Beslissingsmatrix; hierin worden verschillende te verwachten uitkomsten van de oplossingsrichtingen gegeven.
    2. Beslissingsboom; een beslissingsboom geeft grafisch weer welke oplossingsrichtingen bestaan en welke externe omstandigheden van invloed hebben op de uitkomst.
  • Besluitvorming onderscheidt 2 systemen:
    1. Het snelle (fast) denken. Dit is intuïtief en emotioneel)
    2. Het langzame (slow) denken. Dit is logisch en weloverwogen.

    De beste beslissingen komen voort uit een juiste combinatie van beide.
  • Is besluitvorming beschrijvend, voorschrijvend of universeel?
    Het is voorschrijvend en universeel.
  • De begrippen organisatie en bedrijf kun je altijd door elkaar gebruiken. Wat is de betekenis van deze begrippen?
    Samenstelling van mensen en middelen die samen een doel willen behalen.
  • Onderneming heeft een andere betekenis dan organisatie en bedrijf. Wat is het begrip van onderneming?
    Een onderneming heeft altijd als 1e doel om winst te behalen. Iedere onderneming is een bedrijf, maar niet elk bedrijf is een onderneming.
  • Kahneman heeft onderscheid gemaakt in twee manieren van denken:
    1. Snelle denken; intiuitief en emotioneel
    2. Langzame denken; logisch en weloverwogen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Management en Organisatie

  • 1548975600 Commerciële economie

  • Uit welke 2 dingen bestaat marketing?
    1. traditioneel: Ik moet verkopen wat ik heb bedacht
    2. content: Wat wil de klant en heb ik iets wat ik kan aanbieden?
  • 1549062000 Het commercieel beleid

  • Beleid
    De weg waarlangs de bedrijfsdoelstellingen moeten worden bereikt. Het gaat hier om maatregelen die gericht zijn op een toekomstig gewenste situatie.
  • Op welke 2 gebieden hebben de beleidsmaatregelen betrekking?
    1. Inkoop
    2. Marketing
  • Wat valt onder marketing?
    • Product
    • Prijs
    • Distributie (plaats)
    • Promotie
    • (Personeel)
  • Aan welke 4 eisen moet een goede doelstelling voldoen?
    1. aanvaardbaar (binnen gestelde randvoorwaarden)
    2. haalbaar (binnen de reële mogelijkheden)
    3. duidelijk (helder geformuleerd)
    4. controleerbaar (geschikt voor resultaatmeting)
  • Randvoorwaarden
    het bereiken van doelstellingen is aan grenzen gebonden. Dit noemen we de randvoorwaarden waarbinnen een onderneming moet blijven.
  • In welke 3 groepen worden de randvoorwaarden ingedeeld?
    1. overheid; door middel van wetgeving bindt de overheid het ondernemerschap aan regels
    2. concurrentie; doordat een onderneming zich meestal niet alleen op een bepaald markt bevindt, moet het ondernemerschap onder andere afgestemd worden op datgene dat de concurrent doet
    3. traditie; elke branche heeft zijn eigen structuren waar men moeilijk van af kan wijken. bv de distributievorm
  • Wie worden verstaan onder de 'omgeving bedrijf'?
    Alle organisaties en individuen waarmee het bedrijf communiceert. bv leveranciers en banken of omwonenden
  • Vanuit welke verschillende gezichtspunten kan de relatie van een bedrijf met haar markt worden omschreven?
    • verschijningsvorm. de markt wordt hier beschouwd als geheel van vraag en aanbod (=abstracte markt) of als plaats van vraag en aanbod (=concrete markt)
    • omvang. de markt wordt hier beschouwd als de hoeveelheid potentiële kopers in een bepaald gebied in een bepaalde periode
    • de aard. de markt wordt hier ingedeeld op basis van 3 aanwezige partijen
    • vorm. de markt wordt hier beschouwd als ontmoeting van vragers en aanbieders waarbij aan bepaalde kenmerken wordt voldaan.
  • Bij de aard, op basis van welke 3 partijen wordt de markt hier ingedeeld?
    1. consumentenmarkt (gezinnen als vragers)
    2. producentenmarkt (bedrijven als vragers)
    3. institutionele markt (overige dienstverleners als vragers)
  • figuur 2!
  • Homogeen
    bij een homogeen product ervaart de consument geen verschil tussen producten.
  • Heterogeen
    bij een heterogeen product ervaart de consument wel een verschil en meestal benadrukt de producent dat
  • Iedere onderneming is op een aantal markten actief. Op welke 4 in ieder geval?
    1. inkoopmarkt; de inkoopmarkt is een onderdeel van de commerciële economie
    2. verkoopmarkt; de activiteiten op de verkoopmarkt worden gerekend tot de marketing van een bedrijf. ook dit is een onderdeel van de commerciële economie
    3. arbeidsmarkt
    4. vermogensmarkt
  • 1549148400 Het inkoopbeleid

  • Wat zijn 5 belangrijke elementen van het inkoopbeleid?
    • prijs-kwaliteit verhouding
    • assortiment
    • leveringsbetrouwbaarheid
    • financiële status
    • leveringsfrequentie
  • Waarvoor is het inkoopbeleid van groot belang bij een bedrijf?
    Voor het verbeteren van de bedrijfsrentabiliteit
  • figuur 3
  • Waar kun je de 5 elementen van het inkoopbeleid ook voor gebruiken?
    Om leveranciers te beoordelen
  • Wat is een bekende vorm van leveranciersbeoordeling?
    vendor-rating
  • Hoe beoordeel je een leverancier met behulp van vendor-rating?
    1. per beoordelingselement wordt een cijfer gegeven
    2. dit wordt vermenigvuldigd met een wegingsfactor
    3. vervolgens wordt de totaalscore vastgesteld
  • Wat zijn 2 bijzondere vormen van inkopen? Wat betekenen ze?
    1. Just in time management
    2. Co-makership
  • Just in time management
    De  inkoop en de levering verloopt volgens de behoefte van de afnemer op een bepaald moment. De voorraad vorming “verschuift” naar de leverancier
  • Co-makerschip
    De leverancier wordt een verlengstuk van de afnemer op basis van een wederzijds vertrouwen en streven naar continuïteit
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Management & Organisatie

  • 1418770800 Hoofdstuk 1 Inleiding

  • Een succesvolle organisatie is opgebouwd uit drie bouwstenen:
    1. De Strategie, De producten en diensten die geleverd worden, aansluiten bij de wensen uit de samenleving.
    2. Organisatiestructuur, De verdeling van het werk over de mensen en de manier waarop zij met elkaar afstemmen.
    3. Operationele doel van de organisatie.
  • De drie bouwstenen moeten op elkaar aansluiten, waarbij de strategie ervoor moet zorgen dat de producten en diensten aansluiten bij de wensen uit de omgeving van de organisatie.
  • Drie bouwstenen in lijn met de omgeving :
    -----o----- Omgeving
    -----o----- Strategie
    -----o----- Operaties
    -----o----- Organisatiestructuur
  • 1418857200 Hoofdstuk 2 Management, Organisatie en besluitvorming

  • Management heeft drie betekenissen :
    1. Groep functionarissen in een organisatie
    2. Activiteiten die ze uitvoeren
    3. Vakgebied
  • Mintzberg beschrijft het werk van de manager aan de hand van drie rollen :
    1. Interpersoonlijke rol
    2. Informationele rol
    3. Besluitvormende rol
  • Kotter geeft aan waar de manager zich mee bezig houdt:
    1. Vaststellen van de agenda (problemen)
    2. Ontwikkelen van een netwerk
    3. Uitvoeren van de taken van de agenda mbv netwerk
  • Taken van de manager worden ingedeeld in :
    1. Dirigerende taken (gericht op de uitvoering)
    2. Constituerende taken (gericht op het vormgeven van strategie en structuur)
  • Organisatie kent drie taken :
    1. Eenheid
    2. Inrichting organisatie
    3. Activiteit
  • Organisatietheorieen kunnen verschillend van aard zijn :
    1. De mate waarin ze de werkelijkheid beschrijven of aanwijzingen even om deze te verbeteren
    2. De mate waarin ze geldig zijn, Universeel en situatieafhankelijk
    3. Onderzoek in de praktijk
  • Het besluitsvormingsproces is op te delen in drie fasen :
    1. Formuleren probleem
    2. Het ontwikkelen van oplossingsstrategieen
    3. Uiteindelijke keuze
  • Groep functionarissen in de organisatie :
    1. Topmanagement
    2. Middenmanagement
    3. Eerstelijnsmanagement 
  • Als een manager hoog in de organisatie, ligt het zwaartepunt meer bij het plannen en organiseren. Dat zijn de zogenaamde constituerende taken van het management.
  • Managers op lagere niveaus houden zich vooral bezig met het geven van opdrachten en de controle op de uitvoering ervan. Dit worden wel dirigerende taken genoemd.
  • Bij de interpersoonlijke rollen treedt de manager als boegbeeld van de organisatie naar buiten, als leider die zijn mensen motiveert en aanstuurt en als onderdeel van een netwerk.
  • Bij de informationele rollen houdt de manager goed in de gaten wat er allemaal in en buiten de organisatie gebeurt, verspreidt hij informatie intern en informeert hij de buitenwereld over wat de organisatie doet.
  • In de besluitvormende rollen is de manager ondernemer, hij lost problemen op, wijst middelen toe en onderhandelt intern en extern.
  • De output van de organisatie is wat de organisatie levert aan diensten of goederen richting de afnemers.
  • De input van de organisatie is wat de organisatie inkoopt om de output te kunnen leveren.
  • Input uit externe  ====>  Throughput : Ondersteundend=> Output naar
    omgeving             ====>  Throughput : Logistiek ======> externe omgeving
  • Een beschrijvende theorie geeft weer hoe de werkelijkheid eruitziet volgens de ontdekker ervan. Zo een theorie beschrijft de elementen van de werkelijkheid en de verbanden ertussen, maar legt niet de relatie met succes. (Mintzberg)
  • Een voortschrijdende theorie gaat een stap verder en geeft ook aan hoe de werkelijkheid te verbeteren is. (Kotter)
  • Een universele theorie geeft aan hoe de werkelijkheid er altijd uitziet.
  • Een situatieafhankelijke theorie hangt het succes af in hoge mate van de aard van de situatie in een onderneming, bedrijfstak of land. (contigentiebenadering)
  • Het proces van besluitvorming verloopt in een aantal fasen, die alle moeten worden doorlopen :

    Probleemstelling ======> Oplossingsrichtingen ========> Kiezen
  • Drie fases besluitvorming :
    1. Uitwerking probleemstelling. 
    2. Opstellen en uitwerken van oplossingsrichtingen
    3. Kiezen uit oplossingsrichtingen
  • Om goed zicht te krijgen op de oorzaak van het probleem is het soms nuttig om een krachtenveldenanalyse te maken. Daarbij maken de betrokkenen een inventarisatie van de krachten die belemmerend zijn en die situatie kunnen verbeteren.
  • Creativiteit, het vermogen om iets nieuws te bedenken, wordt vaak opgevat als iets wat men wel of niet heeft.
  • Twee manieren om creativiteit te bevorderen :
    1. Brainstorming (in groepen)
    2. Lateraal denken (kan ook individueel)
  • Brainstorming kent vier uitgangspunten:
    1. Ontwikkelen van zoveel mogelijk nieuwe ideeen
    2. Het voorkomen van kritiek op de ideeen die deelnemers naar voren brengen
    3. Proberen ideeen met elkaar te combineren en te verbeteren
    4. Het stimuleren van het naar voren brengen van wilde ideeen.
  • Lateraal denken :
    1. Herkennen van heersende gedachten
    2. Veranderen van gedachten door die niet te gebruiken
    3. Van binnenuit veranderen oor een gedachte juist om te draaien of te overdrijven
    4. Bevorderen van discontinuiteit, door bv het probleem anders te benoemen, of naar mensen uit een ander vakgebied te luisteren.
  • Twee gebruikelijke technieken voor het analyseren van de ontwikkelde oplisisngsrichtingen:
    1. Beslissingsmatrix
    2. Beslissingsboom
  • In een beslissingsmatrix worden de verschillende te verwachten uitkomsten van de oplossingsinrichtingen in een matrix weergegeven.
  • Een beslissingsboom geeft grafisch weer welke oplossingsrichtingen bestaan en welke externe omstandigheden van invloed zijn op de uitkomst.
  • Praktijk en onderzoek :
    - Achtergrond van de onderzoeker
    - Feiten waarop onderzoek berust
    - Hoe de feiten zijn verzameld
    - Hoe groot was de de steekproef en hoe samengesteld
  • Besluitvorming :
    - Snelle (fast) denken (inituitief en emotioneel)
    - Langzame (slow) denken (logisch en weloverwogen)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Management en Organisatie

  • 1414101600 Organisatie en Managament

  • Wat bedoelt men met interdisciplinariteit?
    Dat organisatiekunde veel elementen bevat die afkomstig zijn uit verschillende wetenschappen.
  • Wat zijn de vijf machtsbronnen?
    -beloningsmacht: gedrag beïnvloeden dmv beloning
    -afgedwongen macht: via straf beïnvloeden 
    -legitieme macht: medewerker erkent dat de manager de mogelijkheid heeft binnen bepaalde grenzen zijn gedrag te kunnen sturen
    - expertisemacht: gedrag beïnvloeden via speciale kennis
    -referentiemacht: gedrag beïnvloeden op basis van prestige of bewondering voor de manager. 
  • Wat is Organisatiekunde?
    Organisatiekunde kan gezien worden als een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoud met het bestuderen van het gedrag van organisaties en de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze waarop organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.
  • Wat zijn interpersoonlijke rollen?
    -Boegbeeld
    -Leider
    -Liaisonofficer (contacten buiten de eigen organisatorische eenheid)
  • Benoem de 2 aspecten van organisatiekunde en licht ze toe.
    Een prescriptief aspect. Dit is een advies over te volgen handelwijze en organisatie-inrichtingen.
    Een descriptief aspect. Dit is een beschrijving van het gedrag van organisaties, met de motieven en gevolgen.
  • Wat betekent afplatting?
    In een organisatie zijn steeds minder managementniveaus en managers aanwezig vanwege een integratie van het lager en middenmanagement.
  • Bij welke aanpak verzamel je alle bijdragen uit verschillende vakgebieden voor een onderzoek?
    Een Multidisciplinaire aanpak
  • Noem de drie niveau's van managementlagen
    1. topmanagement: verantwoordelijk voor de algehele leiding van de organisatie. 
    2. middenmanagement: activiteiten aansturen van de uitvoerende medewerkers.
    3. lager management: bestaat uit de afdelingschef of groepsmanagers, die tussen de uitvoerende medewerkers en het middenmanagement in zitten. 
  • Wat is een besturing?
    Een poging tot gerichte beïnvloeding
    .
  • Wat is een managementteam?
    Managers met verschillende deskundigheden afkomstig uit de functionele gebieden die in de organisatie worden onderscheiden.
  • Wat betekend de doeltreffendheid of effectiviteit?
    In hoeverre de besturing is geslaagd
  • Wat is een manager?
    een persoon die het handelen van andere mensen in een organisatie op gang brengt en stuurt.
  • Bij welke persoon hoort de volgende denkrichting?


    Zijn bekendste richtlijnen zijn 5 essentiële elementen van leidinggeven:
    • Vooruitzien en plannen;
    • Organiseren;
    • Eenheid van bevel;
    • Coördineren;
    • Controleren.
    Tijd; General Managementtheorie
    Henry Fayol
  • Welke soorten groepen zijn er ?
    -Verticale groep 
    -Informele groep
    -Virtuele groepen
    -Horizontale groep
    -Zelfsturende groepen
    -Gemengde groep
    -Formele groep
  • Henry Fayol onderscheid 6 managementtheorieën.
    Benoem ze alle 6.
    1. Besturing
    2. Boekhouding
    3. technisch
    4. Commercieel
    5. Zelfbeschermend
    6. Financieel
  • Wat is de COCD-techniek?
    Dit is een techniek om ideeën te genereren. De techniek stelt dat de menselijke geest denkt in patronen die een kettingreactie vormen. (Logica naar eigen hand zetten)
  • Welke denkrichting hoort bij Frederick Taylor.
    Scientific Management
  • Wat zijn de drie stappen in het proces van creativiteit?
    1. creativiteit
    2. screening
    3. innovatie
  • Benoem 3 theorieën waar Frederick Taylor achterstaat.
    1. Hij wilde door nauwkeurige arbeidsstudies prestatieverbeteringen bereiken.
    2. Hij streefde ernaar objectieve productienormen vast te stellen, aan de hand waarvan men prestaties kon beoordelen.
    3. Hij zag loon als belangrijkste motiverende factor.
  • Wat zijn de oorzaken van een burn-out door persoonlijke kenmerken?
    -Biografisch (persoonlijke situatie)
    - Hoge verwachtingen (persoonlijk en in de organisatie)
    - Loopbaanprogressie (carrière maken, minder onderhevig aan burn-out)
  • Hij ziet productieve arbeid als bron van welvaart en dat men deze welvaart kan verhogen door een goede arbeidsverdeling.

    Wie is dit?
    Adam Smith
  • Wat zijn de oorzaken van een burn-out door werk?
    - Interpersoonlijk contact
    - Rolconflicten
    - Rolambiguïteit
    - Roloverlading
  • Hij gaf richtlijnen voor leiders en vorsten, die gericht zijn op het behoud van macht en de uitbreiding hiervan.

    1. Wie is dit?
    2. Welke tijd?
    1. Nicollo Machiavelli
    2. Industriële revolutie
  • Wat zijn de drie kernbegrippen met betrekking op een burn-out?
    1. Emotionele uitputting
    2. Depersonalisatie
    3. Gevoelens van afnemende competentie (negatief zelfbeeld)
  • Hij hield zich bezig met grote bedrijven en overheidsorganisaties. Indien zij werden gekenmerkt met de volgende punten, zou er sprake zijn van ideale bureaucratie;

    1. sterk doorgevoerde taakverdeling
    2. hiërarchische bevelstructuur
    3. afgebakende verantwoordelijkheden en bevoegdheden
    Wie is deze persoon?
    Max Weber
  • Wat is een Burn-out?
    Een langdurig verwaarloosde overspannenheid.
  • Wat wilt Max Weber?
    1. sterk doorgevoerde taakverdeling
    2. hiërarchische bevestructuur
    3. afgebakende verantwoordelijkheden en bevoegdheden
  • Wat is cognitieve structurering?
    Een techniek om mensen te leren , realistisch tegen eisen en mogelijkheden aan te kijken. 
  • Wat is het Job-Demand-Control-model?
    Dit model legt een relatie tussen de mogelijkheden van een werknemer om dingen zelf te beslissen en de moeilijkheidsgraad van het werk. 
  • Wat zijn de omgevingen- en persoonlijkheidsfactoren die stress kunnen verergeren?
    De persoonlijkheidsfactoren:
    - Effectversterkende factoren: overmatige en agressieve werkgerichtheid en bijv. de behoefte van een persoon om zich af te zonderen van mensen
    - Effectbeschermende factoren: goede sociale contacten, zelfvertrouwen, flexibiliteit en een goede lichamelijke conditie

    De omgevingsfactoren:
    -Fysieke arbeidsomstandigheden
    -Ergonomische factoren
    -Veiligheidsrisico's
    - Werk- en rusttijden
    -Reistijden en -omstandigheden
    - Privéomstandigheden
  • Wat zijn de vier vormen van overbelasting?
    1. Existentiële overbelasting:
    Mensen die ontevreden zijn over hun baan hebben eerder last van psychische problemen dan anderen. 


    2. Gedrags-en attitudeoverbelasting:
    De opvattingen en gedragingen in het privé leven zijn  sterk gerelateerd aan de ervaringen op sociaal gebied die de medewerker in zijn werk heeft. 
    3. Emotionele overbelasting:
    De stemming wordt bepaald door de positieve of negatieve ervaringen van de afgelopen werkdag, men neemt dus zorgen, problemen, voldoening of plezier mee naar huis. 
    4. Fysieke overbelasting:
    Door veel inspanning is men moe bij thuiskomst, kracht en tijd voor een levendig privéleven ontbreekt. 
  • Welke vijf componenten van intelligentie zijn er?
    - zelfbewustzijn : zelfvertrouwen, realistisch zelf assessment
    -zelfregulatie: betrouwbaar en integer , staat open voor veranderingen
    - motivatie: drang om te presteren, optimisme, commitment aan organisatie
    -empathie: behouden van talent, cross-culturele sensitiviteit
    -sociale vaardigheden: beïnvloedingsvermogen, ervaring leiden van teams, effectief in het doorvoeren van veranderingen
  • Hij voerde experimenten uit waarbij het verband tussen werkomstandigheden en verbeteringen werd onderzocht. Zowel subjectieve als objectieve factoren zijn bepalend bij de Human Relations-beweging.

    1. Wie is deze persoon?
    Elton Mayo
  • Hij was de eerste die een poging deed tot overbrugging van de stromingen Scientific Management en de HR-beweging, dit deed hij met de ontwikkeling van de linking pin structuur.

    Wie is deze persoon?
    Rensis Likert
  • Welke 4 personen staan achter de theorie van Revisionisme?
    1. Rensis Likert
    2. Frederick Herzberg
    3. Abraham Maslow
    4. Douglas McGregor
  • Wat is een groep?
    Twee of meer mensen die bewust met elkaar samenwerken om bepaalde doelen te realiseren. 
  • Wat is groepscohesie?
    Onderlinge relaties binnen de groep
  • Wat zijn de vier manieren van ideescreening?
    1. Het clusteren van ideeën (groepen categoriseren zodat deze hanteerbaar zijn)
    2. Horden oprichten (zwaardere criteria wordt ingevoerd waar aan het idee moet voldoen)
    3. Het wegen van ideeën 
    4. De natte-vinger methode (algemene kennis en intuïtie zijn de belangrijkste factoren)

  • Het bezit aan goud en geld is de enge bron van welvaart.

    Hoe heet deze stroming?
    Mercantillisme
  • Wat zijn de twee type managers?
    1. Functionele manager: is verantwoordelijk voor één activiteit die binnen een organisatie verricht moet worden. (marketing managers)
    2. De algemene manager: verantwoordelijk voor alle activiteiten binnen het organisatorische gedeelte.
    1. Welke 8 functies horen bij het achtbazenstelsel?
    2. Welke persoon stond deze achtbazenstelsel voor?

    Antwoord 1;
    1. tijd en kosten
    2. werkinstructies
    3. bewerkingen en hun volgorde
    4. werkvoorbereiding en uitgifte
    5. onderhoud
    6. kwaliteitscontrole
    7. technische leiding
    8. personeelsbeheer
    Antwoord 2;
    Frederick Taylor
  • Wat zijn de twee taken op managementniveau?
    1. Beleidsformulerende taken: taken die op het terrein liggen van vooruitzien, voorspellen, plannen en organiseren. 
    2. Beleidsuitvoerende taken: taken die te maken hebben met het delegeren van werkzaamheden en het controleren en motiveren van medewerkers.
  • Wat zijn business units?
    Deze zijn verantwoordelijk voor alle activiteiten gericht op een product-marktcombinatie
  • Wat zijn informationele rollen?
    -waarnemer
    -verspreideer
    -woordvoerder
  • Wat zijn besluitvormende rollen?
    -ondernemer
    -oplosser van strubbelingen
    -toewijzer van middelen
    -onderhandelaar
  • Waar bestaat een omgeving van een organisatie uit?
    - Verschillende partijen (afnemers, leveranciers)
  • Wat zijn de belangrijkste taken van middenmanagers?
    -leidinggeven aan en sturing van activiteiten
    -nemen van operationele beslissingen
    -doorgeven van informatie top-down en bottom-up
    -plannen
    -organiseren van de werkzaamheden
    -motiveren van medewerkers
    -onderhouden van interne en externe contacten
  • Door middel van wat oefenen partijen invloed uit op de organisatie?
    Ze nemen/leveren producten en diensten af, en stellen eisen aan deze producten of diensten.
  • Op welke manier kunnen organisaties zelf ook invloed uit oefenen?
    d.m.v. reclame en voorlichting
  • Partijen uit de omgeving van een bedrijf die directe invloed uitoefen zijn?
    1. Afnemers (oefenen vraag uit naar goederen en diensten)
    2. Leveranciers (kwaliteit, levertijd en prijsniveau belangrijk)
    3. Vermogensverschaffers (zorgen voor de financiële middelen)
    4. Concurrenten ( bepalen de speelruimte van bedrijven)
    5. Media (hebben invloed op de mening van het publiek)
    6. Werknemers (succesfactor organisaties)
    7. Overheidsinstellingen controleren de naleving van regels)
    8. belangenbehartigingsorganisaties (behartigen de belangen van bepaalde groepen)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

‘Meten is weten’ is een belangrijk uitgangspunt voor kwaliteitsmanagement. Welk inzicht verschaft het Ishikawadiagram, ook wel visgraatdiagram genoemd?
Het verband tussen een kwaliteitsprobleem en meerdere oorzaken en aan welke oorzaken het probleem vooral te wijten is.
Wat is in de indeling van Canals de meest gedetailleerde vorm van productieplanning? Afleverplanning of Bezettingsplanning of Werkdistributie
Werkdistributie
Om problemen met de traditionele manier van budgetteren te voorkomen zijn verschillende nieuwe en aanvullende aanpakken ontwikkeld. Bij welke aanpak wordt het gehele budgetsysteem afgeschaft en bijvoorbeeld vervangen door een samenstel van andere instrumenten?a. Beyond budgetterenb. Rollend budgetterenc. Zero-based budgetteren
A
 Welke van de onderstaande beweringen over personeelsmanagement en HRM is juist?a. Er is geen verschil tussen humanresourcesmanagement (HRM) en personeelsmanagement; HRM en personeelsmanagement zijn dus synoniemen.b. HRM kan worden gezien als een stroming binnen personeelsmanagement, waarin mensen niet kostenposten zijn, maar waardevolle hulpbronnen.c. Personeelsmanagement heeft betrekking op medewerkers, humanresourcesmanagement heeft betrekking op managers.
B
Een Nederlandse restaurantketen beschikt over eigen veeboerderijen en een eigen bierbrouwerij. Het vlees en het bier zijn bestemd voor verkoop in de eigen restaurants. Waarvan is hier sprake?a. Achterwaartse verticale spreiding *)b. Voorwaartse verticale spreidingc. Gelijktijdige achter- en voorwaartse verticale spreiding
A
De Directional Policy Matrix is ontwikkeld door Shell om inzicht te krijgen in het totaalbeeld van de activiteiten door twee dimensies tegen elkaar af te zetten.Welke twee dimensies zijn dat?a. Concurrentiepositie en vooruitzichten voor de sectorb. Marktgroei en relatief marktaandeelc. Winstgevendheid en soort productspreiding
A
De externe omgeving van een organisatie is op te delen in de meso- en de macro-omgeving van waaruit invloeden op de organisatie merkbaar zijn.Welke uitspraak is de juiste?a. Ontwikkelingen in de macro-omgeving zijn door strategisch beleid van de organisatie bij te sturen.b. Krachten vanuit de meso-omgeving zijn voor alle organisaties even sterk.c. De meso-omgeving wordt vanuit de macro-omgeving beïnvloed; omgekeerd is dat niet het geval.
C
Tot welk inzicht leidt toepassing van het vijfkrachtenmodel van Porter?
Inzicht in de structurele winstgevendheid en aantrekkelijkheid van een bedrijfstak
Maslows behoeftenhiërarchie deelt de behoeften van mensen in vijf niveaus in. Hoe is zijn theorie te typeren?a. Beschrijvend en universeelb. Beschrijvend en situatieafhankelijkc. Voorschrijvend en universeel
Beschrijvend en situatie afhankelijk
Welk samenhangend patroon van activiteiten ziet Kotter in het werk van effectieve managers?Hoe is zijn theorie te typeren?a. Beschrijvend en universeelb. Beschrijvend en situatieafhankelijkc. Voorschrijvend en universeel
B.

Uitleg: De theorie is beschrijvend, niet voorschrijvend: ze zegt niet dat mensen een of meer soorten behoeften moeten hebben; slechts dat mensen een of meer van die soorten kunnen hebben (c valt af). De theorie is situatieafhankelijk, afhankelijk van type medewerker of diens nationaliteit (a valt ook af).