Summary Class notes - Marketing & Persuasieve Communicatie

Course
- Marketing & Persuasieve Communicatie
- -
- 2015 - 2016
- Vrije Universiteit
- Communicatie- en Informatiewetenschappen
267 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Marketing & Persuasieve Communicatie

  • 1444687200 HC 3: cognitieve dissonantie

  • Festinger (onderzoek naar sectievorming)
    Wat gebeurt er als een voorspelling van een sekteleider niet uitkomt?
  • Cognitieve dissonantie:
    Een niet kloppende relatie tussen cognitieve elementen (vb attitudes, overtuigingen, gedrag). Probleem waar je een oplossing voor wilt zoeken.
  • Heders balans theorie
    Mensen houden niet van inconsistente cognities. Dissonantie is een aversieve toestand, moet worden gereduceerd. Mate van dissonantie:  Belang en hoeveelheid van dissonante cognities vergelijken met belang en hoeveelheid van consonante cognities.
  • Dissonantie oplossen:
    Belang van dissonante beliefs verminderen: je houdt van Feyenoord, maar Ajax speelt ook mooi.
    - Dissonante beliefs moeten veranderd worden: Als je erover nadenkt dan speelt Ajax helemaal niet zo mooi
    - consonante beliefs toevoegen: je voegt andere negatieve gedachtes toe: Ajax speelt wel mooi, dan voeg je toe dat Ajax arrogant is en 020 stom is
    - Belang consonante beliefs kan vergroot worden: 020 is STOM!!!
  • Decisionmaking toepassingsgebied cognitieve dissonantie
    Decision making: keuzes maken: hoe gelijker de alternatieven hoe meer dissonantie. Dissonantie is het grootst net na de keuze. Daarna spreading of alternatives, deze gedachte moet je oplossen (ik hoorde van piet dat de 5c slecht is)
  • Massacommunicatie: selectieve blootstelling cognitieve dissonantie
    Mensen zoeken informatie die eigen attitudes bevestigt en gaan informatie die attitudes weerspreekt uit de weg (als je Obama een goede president vindt, lees je alleen positieve artikelen over hem)
  • Marketing: het negatief belongingseffect (cognitieve dissonantie)
    Wat gebeurt er met iemands opvatting wanneer deze persoon gedrag met vertonen dat tegen deze opvatting ingaat? Induced compliance (producten expres duur en moeilijk verkrijgbaar maken)
  • Zaken/beleid: sunk cost (cognitieve dissonantie)
    Vlak nadat je geld hebt ingezet, schat je je winstkansen vaak hoger dan vlak ervoor. De gedachte daarna dat je je geld verkeerd hebt geinvesteerd, levert dissonantie op.
  • Voorlichting: Hypocricy induction (cognitieve dissonantie)
    Mensen moesten speech houden over gebruik voorbehoedsmiddel: studenten gingen na afloop bepaalde producten zelfs kopen die ze gepresenteerd hadden
  • 1444773600 HC 4: attitudes en gedrag

  • Functies van attitudes 
    oego-defensieve
    owaarde-expressieve
    oinstrumentele
    okennisfunctie
    osociale aanpassingsfunctie 
  • Attitudes functies en overtuiging vrijwilligerswerk
    ·Kennis: ‘het leren van vaardigheden’
    ·Instrumenteel: ‘prestige’
    ·Waarde-expressief: ‘anderen helpen’
    ·Ego-defensief: ‘je goed over jezelf voelen…’
  • Wanneer voorspellen attitudes gedrag? 
    1.Situationele factoren
    a.Sommige situaties is je eigen attitude veel belangrijker, andere situaties andere dingen

    2.Individuele verschillen
    a.Sommige mensen gaan eerder hun eigen attitude omzetten in gedrag
    b.Sommigen denken daar eerder over na
    c.En verschillen daar wel degelijk in

    3.Meetproblemen
    a.Onderzoek van Wicker klopt misschien niet helemaal
    b.Moet natuurlijk geen meetfouten bevatten


    4.Wat vinden anderen
    a.Sociale norm is belangrijk
    b.Ik kan zelf wel iets vinden, maar ik heb een hele rare mening en weet dat van mezelf. Dan zal dit ook je gedrag beïnvloeden


    5.Toegankelijkheid attitude
  • Situationele factoren
    Sociale normen, rollen: soms past attitude niet bij norm
    Scripts: geautomatiseerd gedrag. Gedrag bepaald door script en niet door attitude    
  • Abelson: Individuated/Deindivated situations
    ·Individuated situations: meer focus op eigen attitudes
    ·Deindivated situations: meer focus op de sociale norm. (vb bystander effect: niet handelen terwijl er iets naars gebeurt omdat anderen dat niet doen)
  • Individuele verschillen: Self-monitoring/Directe ervaring
    Hoog: als iedereen over een bepaald onderwerp praat doe jij dat ook.
    Laag: mensen die heel erg eigen plan trekken: irritant in sociale omgeving
  • Meetproblemen bij attitudes die gedrag voorspellen:
    1. Principe van compatibiliteit: attitudes en gedrag correleren sterker wanneer specificiteit gedrag en attitude compatibel zijn 
    2. Principe van aggregatie: attitudes en gedrag correleren sterker wanneer je: 
    - gedrag met meerdere items meet
    - attitudes met meerdere items meet
  • Theorie van beredeneerd gedrag (reasoned action) - Fishbein en Ajzen 
    Gedrag voorspeld door: 
    - Attitude tegenover het gedrag (niet alleen door eigen, maar juist ook die van anderen)
    - Subjectieve norm 
    - Gedragsintentie
    Minder van toepassing bij minder gepland gedrag
  • Theorie van beredeneerd gedrag
  • Waar kunnen we TRA en TPB voor gebruiken?
    Voorspellen van gedrag & Veranderen van gedrag
  • Implicaties voor persuasieve communicatie
    Fishbein & Ajzen: campagnes kunnen verschillende componenten proberen te veranderen: attitudes, subjectieve norm, relatief belang van attitude vs norm, perceived behavioral control, intenties
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

The majority fallacy
Middensegment niet altijd het meest profijtelijk
-- Veel concurrentie -> weinig marge
Niches kunnen soms voordeel opleveren (long tail)
Waarom positioneren? 
Klassiek model uit economie
2 ijsverkopers op een strand
1-dimensionale, lineaire, homogeen verdeelde markt
- Geen onderscheid tussen de twee
Wat als eindsituatie (evenwicht) a en b naast elkaar op het midden van de markt gaan zitten? 
- Klanten ontevreden (moeten gemiddeld langer lopen)
Segmentatie en Positionering staan tegenover aggregatie
Een product voor de hele markt (zoals bv Coca Cola vroeger) 
Positionering
Verschillende marketingsstrategieen voor verschillende subgroepen gebruiken 
Segmentatie
Het proces van het opdelen van consumenten in homogene groepen
Andere marketingsstrategieen waarin fit een rol speelt
  • Endorsement (vb BN-er)
  • Sponsoring (sport of cultureel evenement)
  • Co-branding (bv Senseo)
  • Geographical marketing (vb Hästings, Milka, Friesche Vlag)
  • Sociaal verantwoord ondernemen
Effect van merkuitbreidingen op merk 
Associaties bij de merkuitbreiding worden ook overgedragen op het merk
- Dus merkuitbreiding heeft (altijd) invloed op merk 
- Dat kan positieve invloed zijn, maar ook negatieve 
-- Wil een merk wel meer associaties
-- Botsende associaties
-- Negatieve associaties
Succes van merkuitbreidingen
Brand extension theorie (Aaker en Keller, 1990)
- Meeste overdracht bij grote fit
- Dus: alleen uitbreidingen met grote fit op de markt brengen 
- Maar: empirisch onderzoek laat vaak zien dat producten met gemiddelde fit beter worden geëvalueerd 
Merkuitbreidingen - Brand extensions
Bestaand merk wordt gebruikt om nieuw product op de markt te brengen
- Vaak worden onderscheiden: 
-- Line extensions
-- Brand extensions 
Brandimage  = associatienetwerk
- Betekenis merk wordt bepaald door associaties die consumenten met het merk hebben (geheugen!)
- Associaties kunnen sterker en zwakker zijn (saillantie)