Summary Class notes - Medicijn gebruik

Course
- Verpleegtechnische vaardigheden
- Zuster Klivia
- 2017 - 2018
- Horizon College (Hoorn NH)
- Verzorgende-IG
387 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Medicijn gebruik

  • 1509750000 Verpleegtechnische vaardigheden H5 Medicijngebruik

  • Wat zijn 2 andere namen voor medicijnen?
    1. Geneesmiddelen

    2. Medicamenten
  • Wat is een locopreparaat?
    Het goedkopere ‘eigen merk’ van de apotheek, dat precies dezelfde werking heeft als het duurdere medicijn van een firma.
  • Welke 3 soorten namen hebben medicijnen?
    • Chemische naam of soortnaam
    • Stofnaam of generieke naam
    • Merknaam of handelsnaam
  • Wat is de chemische naam of soortnaam?
    Verwijst naar de groep medicijnen waartoe dit medicijn behoort op basis van de chemische samenstelling.

    Een voorbeeld van een dergelijke naam is de groep benzodiazepine.


    NAAMGEVING MEDICATIEChemische naam/werkingGenerieke naam      Merknaambenzodiazepinediazepam      Valium®selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI)fluoxetine      Prozac®cumarineproductacenocoumarol      Sintrom®bacteriedodend antibioticumflucloxacilline      Floxapen®
  • Wat is de stofnaam of generieke naam?
    Verwijst naar het werkzame bestanddeel van het middel.

    Stofnamen van medicijnen uit dezelfde groep lijken vaak op elkaar. Zo eindigen medicijnen uit de groep benzodiazepines meestal op ‘pam’, bijvoorbeeld oxazepam of diazepam.
  • Wat is de merknaam of handelsnaam?
    De beschermde naam van de producent.

    Een merknaam begint met een hoofdletter en wordt gevolgd door het teken ®.
    Het teken ® betekent dat het een merknaam is die in Nederland is geregistreerd.
    Voor diazepam is dit bijvoorbeeld: Valium® of Stesolid®.
  • Waar kan je informatie verzamelen over een medicijn als je de naam van het medicijn weet?

    • bij degene die de medicijnen voorschrijft
    • bij de apotheker
    • via de bijsluiter die in de verpakking zit
    • via naslagwerken
    • via internet
  • Noem 2 naslagwerken voor medicijngebruik.
    1. Farmacotherapeutisch Kompas; is een gemeenschappelijke uitgave van de zorgverzekeraars, waarin prijsvergelijkingen en adviezen staan.

    2. Repertorium; is geschreven door de fabrikanten van de medicijnen
  • Hoe worden medicijnen vaak ingedeeld in een naslagwerk?
    Naar het orgaansysteem waarop ze invloed hebben.

    Per orgaansysteem zijn ze dan weer ingedeeld naar hun effect of toepassing. Dit heet de indicatie, oftewel de reden om een medicijn te geven.

    Op die manier is het makkelijk om een ander medicijn te vinden als iemand veel bijwerkingen van een medicijn ondervindt.

    Bij elk medicijn worden ook situaties beschreven die aanleiding kunnen zijn om het medicijn niet te geven: de contra-indicaties.      

    Voorbeeld contra-indicatie:
    Als je ‘de pil’ gebruikt en je krijgt een antibioticumkuur voorgeschreven voor een bacteriële infectie, kan de pil minder werkzaam worden! Vraag dit dus altijd na bij je apotheek.   
  • Noem 5 werkingsmechanismen van medicatie.
    1. Voorkomen van ziekte                                                                   

    2. Bestrijden van de oorzaak van een ziekte of handicap 

    3. Bestrijden of verzachten van de gevolgen van een ziekte of handicap
    4. Aanvullen van tekorten
    Voorbeeld: ijzerpreparaten (bloedarmoede) Anticoagulantia (stollingsremmers)

    5. Verminderen van klachten door suggestie Voorbeeld: Placebo’s
  • Hoe noem je het voorkomen van een ziekte?
    Profylactische werking

    voorbeeld: DKTP-vaccinatie, griepprik ,Anti-epileptica, antibiotica
  • Hoe noem je het bestrijden van de oorzaak van een ziekte of handicap?
    Causale werking

    Voorbeeld: Antibiotica (vernietigen bacteriën, zoals penicilline)
  • Hoe noem je het bestrijden of verzachten van de gevolgen van een ziekte of handicap?
    Symptoombestrijding

    Voorbeelden: 
    Analgetica (pijnstilling, zoals paracetamol)
    Laxantia (laxeermiddelen bij obstipatie)
    Psychofarmaca (beïnvloeden stemming bij psychische of psychiatrische aandoeningen)
    Slaapmiddelen
  • Wat zijn 5 risico's bij medicijngebruik?
    • bijwerkingen
    • cumulatie
    • interactie
    • verslaving
    • gewenning
  • Wat is een bijwerking?
    Een ongewenste reactie bij gebruik van een normale dosering van een medicijn.
  • Hoe kunnen bijwerkingen ontstaan?
     Via het bloed komt het middel ook op plaatsen waar het niet nodig is.
    Het medicijn kan dan een ongewenste werking hebben: er kunnen bijwerkingen optreden.
  • Wat zijn veel voorkomende bijwerkingen?
    1. hoofdpijn
    2. misselijkheid
    3. duizeligheid
    4. jeuk
    5. maagpijn,
    6. gewenning
    7. verslaving.
  • Wat is cumulatie?
    Een ophoping van medicijnen kan ontstaan doordat er te veel van geslikt wordt of doordat het medicijn te langzaam wordt afgebroken.
    De concentratie in het bloed wordt te hoog, waardoor een vergiftiging kan ontstaan.
  • Wat is interactie van medicijnen?
    Medicijnen kunnen elkaar ook tegenwerken.
    Als de apotheker ontdekt dat de medicijnen elkaar versterken of juist tegenwerken, neemt hij contact op met de behandelend arts en stelt hij het medicijnplan in overleg bij.
  • Wanneer is iemand verslaafd aan medicijnen?
    Als iemand geestelijk of lichamelijk afhankelijk wordt van een medicijn, is er sprake van verslaving.

    Het lichaam is gewend aan regelmatige toevoer van de verslavende stof en heeft zich daarop ingesteld. Wanneer die toevoer stopt, is er een gebrek aan die verslavende stof en ontstaan er ontwenningsverschijnselen.

    Er zijn lichamelijke ontwenningsverschijnselen, zoals trillen, transpireren, zich ziek voelen, en psychische ontwenningsverschijnselen, zoals een sterk verlangen naar het middel.
  • Wanneer spreek je van gewenning aan medicijnen?
    Iemand heeft dan meer van het middel nodig om hetzelfde effect te ervaren.

    Wanneer men stopt met het middel, ontstaan er echter geen ontwenningsverschijnselen.  
  • Wat is een placebo?

    Een middel dat er wel als geneesmiddel uitziet, maar geen werkzame stoffen bevat.
    Een soort neppil dus.

    Als door behandelingen die volgens de medische wetenschap geen effect kunnen hebben de klachten toch verminderen of verdwijnen, dan spreekt men van een placebo-effect.
  • Op welke manieren kan je in Nederland medicijnen krijgen?
    1. Via de drogist en apotheek kun je vrij verkrijgbare geneesmiddelen krijgen.
    2. Andere medicijnen zijn alleen op naam op recept verkrijgbaar bij de apotheek.
  • Wat moet er op een recept staan?

    • de naam en de geboortedatum van de zorgvrager
    • de naam en het adres van de voorschrijvende arts
    • de handtekening van de arts
    • de naam van het medicijn
    • de sterkte
    • de dosering
    • de toedieningswijze
    • een waarschuwing als het medicijn het bewustzijn kan beïnvloeden
  • Wat zijn nadelen van vrij verkrijgbare medicijnen?
    1. De zorgvrager krijgt ze niet vergoed door zijn ziektekostenverzekering.
    2. Het feit dat ze makkelijk verkrijgbaar zijn, betekent niet dat ze onschadelijk zijn.
  • Welke 4 beroepsgroepen mogen medicijnen voorschrijven?
    1. Artsen
    2. Tandartsen
    3. Verloskundigen
    4. Psychiaters.

    Deze vier beroepsgroepen mogen alleen medicijnen voorschrijven die nodig zijn voor de klachten die zij kunnen diagnosticeren en behandelen. Een tandarts mag dus geen slaapmiddel voorschrijven, maar wel pijnstillers in verband met een tandheelkundige behandeling.
  • Welke 3 vormen van vloeibare medicijnen zijn er?

    1. Drankjes
    2. Druppels
    3. Injectievloeistoffen
  • Wanneer worden drankjes voorgeschreven?
    • Sommige medicijnen zijn alleen in vloeibare vorm verkrijgbaar. 
    • Bij kinderen of zorgvragers die moeite hebben met slikken. 

    • Drankjes zijn meestal beperkt houdbaar, dus controleer altijd de houdbaarheidsdatum van medicijnen in vloeibare vorm. 
    • Zet de datum op het flesje als je het opent, vanwege de houdbaarheid.
  • Wanneer worden druppels voorgeschreven?
    • Voor aandoeningen van ogen, neus en oren worden meestal druppels voorgeschreven.                                                                                                                                                             
    • Die zitten in speciale flesjes. Let hierbij ook op de houdbaarheid en of het rubber van de  pipet niet is verteerd.    

    • Zet de datum op het flesje als je het opent, vanwege de houdbaarheid.
  • Wat is vernevelen?
    • Zorgvragers die klachten aan de luchtwegen hebben, krijgen een combinatie van medicijnen in vloeibare vorm voorgeschreven. Deze middelen worden met behulp van een vernevelaar enkele malen per dag toegediend. Voor zorgvragers met COPD zijn er speciale verstuivers, waarmee ze het medicijn via de mond kunnen inhaleren.
  • Noem 6 voorbeelden van medicijnen in vaste vorm.

    • Tabletten bestaan uit sterk samengeperst poeder en hulpstoffen. 
    • Bruistabletten zijn tabletten die je eerst in water moet oplossen.
    • Dragees zijn tabletten met een hard suikerlaagje eromheen. Dragees mag je niet kauwen of doormidden breken.
    • Capsules bestaan uit een hoesje van twee op elkaar passende delen, die meestal van gelatine zijn gemaakt. Het medicijn zit in korrel- of poedervorm in het hoesje.
    • Zetpillen bestaan uit een gemakkelijk smeltende stof waarin geneesmiddelen zijn verwerkt. Ze worden toegediend via de anus. Het geneesmiddel wordt via de slijmvlieswand van de darmen snel in het bloed opgenomen. Ze worden gebruikt wanneer toediening via de maag onmogelijk is of het middel daardoor onwerkzaam wordt, of voor een plaatselijke werking bij bijvoorbeeld het opwekken van de stoelgang.
    • Vaginaaltabletten worden gebruikt voor aandoeningen in de vagina (lokaal). Met behulp van een applicator worden de tabletten hoog in de schede ingebracht.
  • Wat is een zalf?
    • Een zalf bestaat uit dikke olie waarin het geneesmiddel is opgelost. 
    • Een zalf bevat heel weinig water. 
    • Zalf is onhandiger in het gebruik dan een crème, maar geeft de werkzame stof beter aan de huid af.
  • Wat is een crème?
    • Een crème bestaat uit olie, met daarin de werkzame stof, die is opgelost in water. 
    • Een crème wordt in de huid gewreven.
  • Wat zijn strooipoeders?
    • Strooipoeders worden op een vochtige huid gebruikt. 
    • Ze worden direct door de huid opgenomen. 
    • De poeders worden gebruikt bij huidaandoeningen en wondbehandeling.
  • Hoe werken medicijnen in pleisters?
    • Pleisters bevatten een geneesmiddel dat langzaam wordt afgegeven aan de huid. 
    • Ze worden onder andere gebruikt bij hartproblemen (nitroglycerine).
  • Hoe werken medicijnen met een verlengde werking?
    Tabletten, dragees en capsules kunnen een verlengde werking hebben:


    - Ze vallen in de maag of de darm langzaam uiteen.
    - Daardoor komt de werkzame stof langzaam vrij.
    - Achter de naam van het medicijn staat dan vaak ‘retard’, wat langzaam betekent.
    - Ze mogen nooit gekauwd of gebroken worden.
    - Voordeel van deze middelen is dat de zorgvrager ze minder vaak hoeft in te nemen.
  • Wat zijn de algemene aandachtspunten bij medicijngebruik?
    Methodisch werken; dit betekent dat je vanuit de juiste beroepshouding werkt en rekening houdt met de levensfase en kenmerken van de zorgvrager.

    Je coördineert de zorg, voorziet de zorgvrager van de juiste informatie en hanteert daarbij de voorschriften en wetten die gelden.
  • Wat zijn taken van een verzorgende ten aanzien van medicijngebruik?
    - de zorgvrager te motiveren en te stimuleren om zijn medicijnen in te nemen
    - controleren of de zorgvrager het medicijn inneemt als hij die niet in eigen beheer heeft
    - als een zorgvrager medicijnen weigert, is dat de verantwoordelijkheid van de zorgvrager. Je rapporteert het wel aan de arts. 
    - probeer een zorgvrager het belang van de behandeling uit te leggen. 
    - probeer je de reden te achterhalen.
  • Noem redenen waarom een zorgvrager zijn medicatie kan weigeren?

    • Het medicijn helpt niet.
    • De zorgvrager denkt dat hij het verkeerde medicijn krijgt.
    • De toediening is pijnlijk.
    • Het moment komt slecht uit.
    • Er zijn bezwaren van culturele of religieuze aard.
    • Het lukt niet om het medicijn door te slikken.
    • Slechte ervaringen met andere middelen.
    • Medicijn smaakt vies >> misschien kan het worden vervangen door een ander middel. Vooral bij kinderen en bij zorgvragers met een verstandelijke beperking kan dit een groot bezwaar zijn.


  • Wat zijn aandachtspunten bij het inschatten van de zorgbehoefte?

    • Heeft de zorgvrager de juiste informatie gekregen over het medicijngebruik?
    • Begrijpt de zorgvrager de medicatievoorschriften?
    • Is de zorgvrager therapietrouw?
    • Is de zorgvrager voldoende gemotiveerd, begrijpt hij het belang?
    • Wordt het medicijn op de juiste manier ingenomen?
    • Heeft de zorgvrager problemen bij de inname van het medicijn, zoals slikproblemen, problemen om tabletten te breken of vast te pakken, last van aambeien (bij zetpillen)?
    • Bewaart de zorgvrager de medicijnen op de juiste plaats en op een verantwoorde wijze?
    • Weet de zorgvrager welke bijwerkingen er kunnen optreden en wat hij dan moet doen?
    • Weet de zorgvrager wat hij moet doen als de medicijnen bijna op zijn?
    • Hoe reageert de zorgvrager op de medicijnen?
  • Wat zijn extra aandachtspunten bij kinderen?

    Extra controle van de dosering


    Reden: lager lichaamsgewicht, daarom minder medicatie en aanpassing dosering.
  • Wat zijn extra aandachtspunten bij ouderen?
    Extra controle van de dosering.


    Reden: Kans op bijwerkingen groter door de verminderde lever- en nierfunctie.
  • Wat zijn extra aandachtspunten bij kinderen, ouderen en zorgvragers met een verstandelijke beperking?
    Toediening in de vorm van een drankje.
      Reden: Als zorgvrager tabletten niet wil of kan slikken.
  • Wat zijn extra aandachtspunten bij zorgvragers met een verstandelijke beperking en kinderen?
    Toediening in de vorm van een injectie of zetpil, in overleg met de arts.

    Reden: Bij braken, misselijkheid en rumineren (herhaald en willekeurig voedsel uitspugen) of bewusteloosheid.
  • Wat zijn extra aandachtspunten bij een gezin met kleine kinderen?
    Medicijncassette, uitzetten op het tijdstip van toedienen.
     
    Reden: Minder kans op vergissingen.
  • Wat zijn extra aandachtspunten bij chronisch zieken?
    - Motiveren en stimuleren
    - Controle van werking, bijwerkingen, gewenning en verslaving.

     
    Reden: Mogelijke problemen bij therapietrouw (ook bij uitblijvend succes. Herwinnen van lichamelijke mogelijkheden staat voorop.
  • Wat zijn extra aandachtspunten bij psychiatrische zorgvragers?
    Extra controle op therapietrouw en overdosering.

    Reden: Niet willen innemen van de juiste dosering door depressie, waandenkbeelden, manie, achterdocht.
  • Welke observaties doe je bij medicatie?
    Je observeert of hij eventueel bijwerkingen heeft die beschreven zijn in de bijsluiter.
    Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een allergische reactie. Dan heeft de zorgvrager last van jeuk of eczeem, en in het ergste geval kan er een anafylactische shock optreden.
  • Wat is een anafylactische shock?
    Heftige, levensbedreigende, allergische reactie op medicijnen.

    - De zorgvrager gaat dan bleek zien en heeft koud, klam zweet.
    - Hij wordt misselijk en kan bewusteloos raken.
    - Je roept direct een arts op, die acuut moet komen, want de bewusteloosheid kan snel intreden.
    - De arts bepaalt het verdere beleid.
    - Afwijkende observaties kunnen ook het gevolg zijn van een fout doordat de regel van vijf niet gehanteerd is.
  • Waarom mag je medicijnen niet met je blote handen aanraken?
    - de werkzame stof kan via de poriën in je lichaam komen, waardoor overgevoeligheid of uitslag kan ontstaan.
    - is niet hygiënisch.

    Tegenwoordig zitten de medicijnen in doordrukstrips om dit probleem te voorkomen.
    Leg dit aan de zorgvrager uit, zodat hij er zelf ook op kan letten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Een zorgvrager met een tracheostoma geef je instructie over

  • Geef instructies over de handeling volgens protocol, net zolang totdat hij de zorg op zich kan nemen.
  • Het is belangrijk voor de zorgvrager dat hij weet welke canule hij heeft en hoe die eruitziet.
  • Gebruik eventueel tekeningen en materialen om dat duidelijk te maken. Het is belangrijk dat hij weet welke complicaties hij kan krijgen en hoe hij die kan voorkomen.
  • Instrueer ook over bevochtigingstechnieken en eventueel het uitzuigen van de tracheacanule.
  • Geef ook instructies over mogelijke communicatiemiddelen.
  • Geef aan wanneer hij contact moet opnemen met deskundigen.
Een zorgvrager met een tracheostoma geef je voorlichting over
  • de reden voor de verzorging van de tracheostoma;
  • de wijze waarop de verzorging van de tracheostoma zal plaatsvinden;
  • hoe de zorgvrager de handeling kan ervaren (pijn, kriebelig gevoel);
  • wanneer de zorgvrager moet waarschuwen:
    • bij ernstige benauwdheid;
    • bij te veel sputum;
    • bij een bloeding bij de tracheostoma;
    • bij pijn;
    • bij problemen met de tracheostoma;
  • wat de zorgvrager wel en niet kan doen in zijn dagelijks handelen als hij een tracheostoma heeft;
  • welke therapieën (logopedie) en verenigingen er zijn om een zorgvrager met een tracheostoma te begeleiden.
Bij het verzorgen van een zorgvrager met een tracheostoma verricht je verschillende observaties na de handeling welke zijn dit?
  • Hoe heeft de zorgvrager de verzorging ervaren?
  • Welke bijzonderheden worden gerapporteerd?
Bij het verzorgen van een zorgvrager met een tracheostoma verricht je verschillende observaties tijdens de handeling welke zijn dit?
  • Ontlucht de cuff.
  • Hoe zijn de reacties van de zorgvrager?
  • Observeer de wond en de huid rond de tracheostoma.
  • Observeer hoestprikkels bij de zorgvrager.
  • Observeer de hoeveelheid sputum in de tracheacanule.
  • Is de cuff van voldoende lucht voorzien?
Bij het verzorgen van een zorgvrager met een tracheostoma verricht je verschillende observaties voor de handeling welke zijn dit?
  • Observeer de gemoedstoestand van de zorgvrager, ook de non-verbale reacties.
  • Ga na of je alle materialen hebt klaargelegd.
  Een tracheacanule met cuff bestaat uit welke onderdelen?
  • Aanzetstuk: hierop kan een beademingsmachine, kunstneus of spraakknoopje aangesloten worden.
  • Fixatieopeningen: aan beide kanten van de canule bevinden zich openingen, waardoor een canulebandje geplaatst kan worden.
  • Binnencanule: afhankelijk van het merk/type canule zit de binnencanule aan de buitencanule bevestigd. De binnencanule kan verwijderd worden om hem te reinigen. De binnencanule is eenvoudig los te krijgen van de buitencanule door te draaien, trekken of knijpen (afhankelijk van het type).
  • Cuff, toevoer naar de cuff, ventielaanzet waarmee de cuff opgeblazen en geleegd kan worden en een drukballon (de druk in de ballon is gelijk aan de druk in de cuff).
Wat zijn de contra-indicaties van een tracheancanule en tracheostoma verzorgen?
Er zijn in principe geen contra-indicaties voor het verzorgen van een tracheostoma.
Een tracheacanule en tracheostoma verzorgen wat zijn enkele indicaties
  • inspectie van de tracheostoma
  • schoonmaken van de binnencanule
  • verwisselen van de binnencanule (dagelijks)
  • bij benauwdheid: inspectie van de binnencanule
  • verwisselen van de kunstneus
De redenen voor het aanleggen van een tracheostoma zijn?
  •  afwijkingen in het lumen van de luchtpijp: gezwellen of een blokkade van de luchtwegen door een vreemd lichaam in de keel;
  • dreigende afsluiting van de luchtpijp door druk van buitenaf: bloedingen en oedeemvorming;
  • dreigende afsluiting van de luchtpijp door interne oedeemvorming: allergie, ontsteking, bestraling of verbranding;
  • verlamming van de slik- en ademhalingsspieren door een neurologische ziekte van het verlengde merg of ruggenmerg, bijvoorbeeld een hoge dwarslaesie;
  • voor het wegzuigen van diep slijm: comateuze zorgvragers of zorgvragers die zeer veel sputum produceren, maar niet meer in staat zijn dit op te hoesten;
  • beademing via een tube, wanneer na drie tot vier weken beademen via de neus of de mond nog geen zicht is op detubatie (weghalen van de tube).
Waarmee wordt de cuff gevuld? en waarom?
de word met cuff lucht gevuld. Als een met vocht gevulde cuff zou barsten, zou de vloeistof namelijk een ontsteking in de longen kunnen veroorzaken.