Summary Class notes - medische microbiologie

Course
- medische microbiologie
- -
- 2014 - 2015
- Rijksuniversiteit Groningen (Rijksuniversiteit Groningen, Groningen)
- Life Science and Technology
688 Flashcards & Notes
4 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - medische microbiologie

  • 1440972000 college 1 dag 1

  • Wat is de definitie voor leven? (2 vereisten)
    - Een onafhankelijke vermenigvuldiging
    - Een onafhankelijk metabolisme
    Op basis van deze definitie zijn virussen geen leven maar wel microbiologie. 
  • Wat is het verschil in ribosomaal RNA van bacterien en van mensen?
    bacterien hebben als kleine subunit 16S RNA en mensen hebben 18S RNA. 
  • Wat voor soorten microorganismen zijn er zoal?
    virussen, parasieten, bacterien of gisten/schimmels. 
  • Toxoplasma is een parasiet die zichzelf kan vermeerderen.
  • Welke micro-organismen zijn eencellig welke meercellig?
    Bacterien zijn per definitie altijd eencellig. Al zijn er bacterien die wel heel erg lijken op meercellige organismen. Gisten zijn ook eencellig. Schimmels zijn meercellig en kunnen als single cellen weer opnieuw uitlopen. 
  • Hoe komt het dat tuberculosevormen uit Oost-europa zo vaak resistente vormen aannemen?
    Dit komt omdat daar tuberculose veel wordt bestreden met antibiotica. Hierdoor zijn deze tuberculoses vaak resistent. 
  • Wat is Listeria? En hoe komt het de cel binnen?
    Dit kan zitten in rauwe melk. Het is een pathogene, gram-positieve, staafvormige niet-sporevormige bacterien. Zwangere vrouwen en jonge kinderen kunnen er vatbaar voor zijn. Het kan bijv. zorgen voor abortus. Listeria kan een cel binnenkomen via een Zipper mechanisme. In de cel wordt het omsloten door het membraan van de gastheer. Maar Listeria kan ontsnappen aan dit membraan. Wanneer dit is gebeurt maakt hij gebruik van het actineskelet van de gastheer om zich voort te bewegen. Tijdens het voortbewegen krijgt hij een soort van komeetstaart. 
  • Wie was van Leeuwenhoek?
    Hij was de eerste die bacterien zag onder de microscoop. 
  • Wie was Jenner?
    Hij bedacht dat je met koepokken kon inenten.
  • Wie was Koch?
    Hij heeft tuberculose ontdekt.
  • Wie was Pasteur?
    Hij ontdekte dat bacterien zorgen voor zure melk en dat dit niet vanzelf gebeurt. 
  • Wie was Flemming?
    Hij heeft de penicilline ontdekt. 
  • Wie waren Marshall en Warren?
    Vonden uit dat maagzweren kunnen voorkomen door de bacterie helicobacter pylori. 
  • Welke 3 soorten vormen bacterien zijn er?
    Coccen (rondvormig)
    Staven 
    spirocheten. 
  • Wat is bacillus subtilis?
    Dit is een grondbacterie welk van vorm en groei veranderd naarmate de grond droger wordt. Het groeit eerst in een staaf, maar daarna steeds ronder en ronder zodat hij zo min mogelijk kan verdrogen. 
  • Hoe zijn de cellen van prokaryoten min of meer georganiseerd?
    Het chromosoom van prokaryoten ligt wel georganiseerd in de cel maar ze hebben geen celkern! Prokaryoten kunnen gemakkelijk plasmiden met elkaar uitwisselen door contact te maken mbv pili. 
  • E.Coli en Shigella lijken sterk op elkaar maar Shigella heeft een plasmide en E.coli niet en hierdoor is Shigella ook heel pathogeen en E.coli niet. 
  • Wat is globaal gezien het verschil tussen gram positief en gram negatief?
    Gram positieven hebben cytoplasma omgeven door een celmembraan wat weer is omgeven door een celwand welke weer is omgeven door een capsule. 
    Gram negatieven hebben cytoplasma omgeven door een celmembraan wat is omgeven door wat meer cytoplasma daarop volgend een dunne celwand. Daarna komt er nog een buiten membraan. Als laatst een capsule. 
  • Hoe ziet de cel-envelop van een grampositieve bacterie eruit?
    - Spikkels aan de buitenkant (techoic acid)
    - Dikke laag peptidoglycaan.
    - Binnenmembraan met membraaneiwitten.
  • Hoe ziet de cel-envelop van een gram negatieve bacterie eruit?
    - Een buitenmembraan met porie-eiwitten. en lipopolysachariden.
    - Een periplasmatische ruimte (met peptidoglycaan)
    - Een binnenmembraan met membraaneiwitten. 
  • Wat is een pathogeniciteitseiland?
    Dit is een eiland met veel C's en G's. Het zit midden in het DNA en worden daarom ook wel de pathogeniciteitsgenen genoemd. 
  • Hoe gaat de gramkleuring in zijn werk?
    Crystal violet bindt heel sterk aan peptidoglycaan in de gram positieve bacterien. Wanneer dit een complex gaat vormen met jodine dan blijft het vast zitten in de peptidoglycaanlaag. Maar bij gram  negatieve bacterien gebeurt dit niet en wordt met de jodinebehandeling alle kleuring weer weggehaald. Toch worden de gram positieve bacterien nog weer roze gekleurd zodat ze ook zichtbaar zijn. 
  • GFP kan voor een promoter worden geplakt. 
  • Hoe werkt fluorescentiemicroscopie?
    Een lichtbron zendt blauw licht uit wat vervolgens door een spiegel wordt weerkaatst naar beneden. Dit gaat via een objectieve lens naar het object. Deze komen dan in een geactiveerde toestand terecht waardoor ze licht met een andere golflengte gaan uitzenden wat door de spiegel heen kan en in het oog terechtkomt. 
  • Wat is de endosymbiontentheorie?
    Deze houdt in dat mitochondrien vroeger bacterien of archaea zouden zijn geweest. Dit wordt ondersteund omdat mitochondrien ook gevoelig zijn voor bacteriele antibiotica. 
  • Hoe werkt transmissie elektronen microscopie?
    Je hebt een elektronenpistool dat elektronen afvuurt door verschillende lenzen. Deze maken bepaalde elektronen los in het monster die dan vervolgens weer worden opgevangen en een beeld veroorzaken. 
  • Hoe werkt scanning elektronen microscopie?
    Er is hierbij sprake van een elektronenpistool die elektronen afvuurt door een condensorlens en deze knallen na een aantal lenzen op het monsters. Dit zorgt ervoor dat er monster wat uitzendt dat kan worden geregistreerd als een beeld. Dit laat dus vooral iets zien van de buitenkant van het object itt. TEM. 
  • Tijdens de celdeling van een bacterie worden de 2 chromosomen uit elkaar getrokken waarbij er ondertussen een soort van schijfje ontstaat. Daarna wordt het geheel uit elkaar getrokken. 
  • Wat is sporulatie?
    Bacterien kunnen aan sporulatie doen. Een spore kan veel beter tegen de buitenwereld dan de bacterie zelf en kan heel lang blijven leven. Gram negatieve bacterien kunnen niet aan sporulatie doen. 
  • Hoe ziet het proces van celdeling en celdood er bij een bacterie uit?
    Eerst is er sprake van de lag fase. Dit is ook wel de aanpassingsfase. Er worden genen aangezet. Daarna ontstaat de exponentiele fase. Hierbij vermeerdert een bacterie zich heel snel. Dan ontstaat de stationaire fase omdat het voedsel bijv. op is of de O2 of omdat de ruimte op is. Na een tijdje gaan ze sporuleren als ze dit kunnen en anders sterven ze af. Belangrijke groeicurve voor de microbiologie. De meest virulente fase is meestal de stationaire fase omdat de bacterie dan echt moet overleven. 
    - Een deel van alle cellen na de exponentiele fase gaat dood en dus niet de stationaire fase in. Deze zetten niet een bepaald gen aan dat verantwoordelijk is voor de stationaire fase. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Medische microbiologie

  • 1505340000 Hoorcollege 1

  • Hoe groot is de gemiddelde bacterie?
    0,5-5 micrometer (ongeveer 10x kleiner dan onze cellen)
  • Wat is de kleinste bacterie die er bestaat?
    Mycoplasma pneumoniae (0,2 micrometer)
  • Wat is de grootste bacterie die er bestaat tot nu toe?
    Thiomargarita namibiensis (750 micrometer - 1 mm)
  • Hoe wordt de bacterie Thiomargarita namibiensis ook wel genoemd?
    Zwavel parel van Namibië; hij leeft op de bodem van de oceaan voor de kust van Namibië
  • Hoeveel bacteriën (gewicht) draagt een mens bij zich?
    1-2 kilo, ongeveer 1-2% van ons lichaamsgewicht (vele soorten helpen ons om gezond te blijven, terwijl sommige andere soorten ons ziek kunnen maken).
  • Hoeveel bacteriën bevinden zich in ons lichaam ten opzichte van ons eigen aantal cellen?
    Ongeveer 10x zoveel (tussen 10x zoveel en evenveel in: iedereen heeft zijn eigen unieke verzameling aan micro-organismen)
  • Komen in een gezond persoon bacteriën voor in de darmen, ogen en de geslachtsorganen?
    Ja, zowel in de darmen, de ogen als de geslachtsorganen
  • Waar of niet waar: Wanneer je de vleesetende bacterie Streptococcus pyogenes in/op je lichaam krijgt word je erg ziek?
    Niet waar
  • Welke tijd noemt men de vroege jaren van de microbiologie?
    Tot de 17de eeuw
  • Hoe dacht men tot de 17de eeuw over micro-organismen?
    Mensen wisten wel hoe je brood, wijn en bier kon maken, dat water niet altijd was om te drinken, dat alcohol water veiliger maakte en dat ziektes konden worden overgedragen, maar...
    Niemand wist van het bestaan van micro-organismen!
  • Wie is de belangrijkste uitvinder van de vroege jaren van de microbiologie (tot de 17de eeuw)?
    Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723)
  • Wat ontdekte Antonie van Leeuwenhoek?
    Uitvinder van de microscoop:
    - Bekeek een druppel water (1674) en zag er 'beasties' in (protozoa, o.a. pantoffeldiertjes)
    - Bekeek tandplak (1684) en beschreef 'animalcules' (bacteriën). 
    Hij ontdekte dus de micro-organismen of microben en wordt daarom ook wel de vader van de microbiologie genoemd.
  • Antonie van Leeuwenhoek ontdekte eerst protozoa (druppel water, 1674) en later pas de bacteriën (tandplek, 1684), waarom?
    Doordat protozoa groter zijn dan bacteriën werden deze eerder ontdekt.
  • Welke tijd noemt men het Gouden tijdperk van de microbiologie?
    Eind 19de, begin 20ste eeuw
  • Welke 4 belangrijke vragen speelden er in het Gouden tijdperk van de microbiologie?
    1 - Kan microbieel leven spontaan ontstaan?
    2 - Wat veroorzaakt vergisting?
    3 - Wat veroorzaakt ziekte?
    4 - Hoe kunnen we infecties en ziekten voorkomen?
  • Welke wetenschappers hebben de vraag of microbieel leven spontaan kan ontstaan beantwoord?
    - Aristoteles (384-322 v.Chr)
    - Francesco Redi (1626-1697)
    - Louis Pasteur (1822-1895)
  • Hoe dacht Aristoteles (384-322 v.Chr) over de vraag of microbieel leven spontaan kan ontstaan?
    Leven kan spontaan ontstaan ('generatio spontanae' = abiogenesis). Dit werd zo'n 2000 jaar lang geaccepteerd. In de 17de eeuw begon men deze theorie echter te onderzoeken.
  • Hoe dacht Francesco Redi (1626-1697) over de vraag of microbieel leven spontaan kan ontstaan?
    Redi deed een experiment dat laat zien dat maden niet kunnen groeien op voedsel wanneer er geen vliegen bij kunnen komen.

    Conclusie: groter leven kan niet spontaan ontstaan. Dieren kunnen alleen ontstaan vanuit andere dieren.
    Maar hoe zat het dan met de kleine beestjes van Van Leeuwenhoek?
  • Hoe dacht Louis Pasteur (1822-1895) over de vraag of microbieel leven spontaan kan ontstaan?
    1861: Pasteur deed een experiment met een kolf met gesteriliseerd bouillon (werd net zolang gekookt dat alles wat erin aanwezig was dood was). Het sloot de kolf niet af, maar liet er lucht bij komen door een nek met een S-vorm. Stof en microben konden hierdoor de bouillon niet bereiken. Er werd gekeken of er spontaan micro-organismen zouden ontstaan in de bouillon. Zelfs na 9 maanden was de bouillon nog steriel.

    Conclusie: micro-organismen kunnen ook niet spontaan ontstaan (spontaneous generation). Micro-organismen ontstaan uit andere micro-organismen uit de lucht.
    Pasteur wordt (net als Van Leeuwenhoek) ook wel de vader van de microbiologie genoemd.
  • Welke wetenschapper heeft de vraag wat vergisting veroorzaakt beantwoord?
    Louis Pasteur (1822-1895)
  • Wat is fermentatie (vergisting)?
    Fermentatie (vergisting) = de omzetting van suiker in alcohol of melkzuur.
    Veel wetenschappers dachten dat de lucht deze fermentatiereacties aanstuurde. Anderen dachten dat levende organismen verantwoordelijk waren. Vergisting is onder andere van toepassing bij de productie van wijn uit druivensap.
  • Hoe dacht Louis Pasteur (1822-1895) over wat vergisting veroorzaakt?
    Pasteur observeerde druivensap:
    - Hypothese 1: fermentatie gebeurt spontaan. Hij sloot steriele druivensap luchtdicht af. Er vond geen fermentatie plaats en de druivensap bleef vrij van micro-organismen.
    - Hypothese 2: fermentatie gebeurt door de lucht. Hij liet steriele druivensap staan met blootstelling aan de lucht (S-vorm nek). Er vond geen fermentatie plaats en de druivensap bleef vrij van micro-organismen.
    - Hypothese 3: bacteriën zorgen voor de fermentatie. Hij sloot druivensap met bacteriën luchtdicht af. Er vond fermentatie plaats, maar de bacteriën reproduceerden en produceerden zuren.
    - Hypothese 4: gisten zorgen voor de fermentatie. Hij sloot druivensap met gisten luchtdicht af. Er vond fermentatie plaats: de gistcellen reproduceerden en produceerden alcohol. Gistcellen blijken zowel zonder als met zuurstof te kunnen groeien (facultatief anaerobe organismen).

    Conclusie:
    - Anaerobe bacteriën in druivensap produceren zuren.
    - Gistcellen in druivensap produceren alcohol.

    Hij ontdekte pasteuriseren: het net genoeg verhitten van een vloeistof om de smaak goed te houden, maar de bacteriën te doden.
  • Wat is pasteuriseren?
    Het net genoeg verhitten van een vloeistof om de smaak goed te houden, maar de bacteriën te doden.
  • Welke wetenschappers hebben de vraag hoe ziektes kunnen ontstaan beantwoord?
    - Louis Pasteur (1822-1895)
    - Robert Koch (1843-1910)
    Pasteur en Kock waren concurrenten (leefden in dezelfde tijd). Ze concurreerden om de veroorzaker van miltvuur (anthrax) te identificeren.
  • Hoe dacht Louis Pasteur (1822-1895) over het ontstaan van ziektes?
    1857: Pasteur bedacht de germ theory of disease: micro-organismen kunnen ziektes veroorzaken. Hij dacht een ziektes met dezelfde symptomen in alle patiënten veroorzaakt worden door een specifieke ziekteverwekker (germ), een zogenaamde pathogeen.

    Tegenwoordig weten we dat deze theorie maar gedeeltelijk klopt: besmettelijke ziekten worden veroorzaakt door pathogenen, maar er zijn ook genetische ziekten en allergische reacties waarvoor het niet geldt.
  • Hoe dacht Robert Koch (1843-1910) over het ontstaan van ziektes?
    Belangrijk voor de etiologie (studie naar de oorzaak van ziekten):
    - Koch ontdekt een staaf-vormige bacterie (anthrax) met endosporen in het bloed van geïnfecteerde dieren. Injectie van deze sporen in muizen veroorzaakte altijd miltvuur.
    - Begon met het kweken van bacteriën op een vaste ondergrond om kolonies te verkrijgen. Hypothese: elke kolonie ontstaat uit een enkele cel. Hij testte elke kolonie om te bepalen of die een ziekte veroorzaakte.
    - Postulaten van Koch
  • Wat zijn de postulaten van Koch (1886)?
    Criteria om te bepalen of een organisme een ziekte veroorzaakt (pathogeen is):
    1. Het organisme moet altijd aanwezig zijn in personen die de ziekte hebben en nooit in gezonde personen.
    2. Het organisme moet kunnen worden (rein) gekweekt buiten het lichaam. 
    3. Wanneer het gekweekte organisme in een gezonde gastheer wordt geïntroduceerd moet deze gastheer de ziekte krijgen. 
    4. Het organisme moet weer uit de experimentele gastheer geïsoleerd kunnen worden en gelijk zijn aan het originele micro-organisme.
  • Hoe kunnen infecties en ziektes worden voorkomen?
    - Preventie
    - Epidemiologie
    - Vaccinatie
    - Antibiotica
  • Wat zijn de belangrijkste preventie maatregelen tegen ziekte of infectie?
    - Riool en schoon drinkwater
    - Persoonlijke hygiëne
    - Ongediertebestrijding
    - Hygiëne door medisch personeel en in ziekenhuizen
  • Wie is de vader van de preventie van infecties en ziektes?
    Ignaz Semmelweis (1818-1865): 
    - Kraamvrouwenkoorts op een afdeling in het ziekenhuis fors na beneden na invoering hygiëneregels (handen wassen) voor medisch personeel in ziekenhuizen.
  • Wat is epidemiologie?
    Uitzoeken wat de bron is van een infectieziekte en hoe deze overgedragen wordt.
  • Wie is de vader van de epidemiologie?
    John Snow (1813-1858)
    1854: Hij bracht gevallen van cholera in Londen in kaart en identificeerde de bron: een besmette waterpomp
  • Welke wetenschappers hebben het idee van vaccineren ontdekt?
    - Edward Jenner (1749-1823)
    - Louis Pasteur (1822-1895)
  • Wat heeft Edward Jenner (1749-1823) ontdekt over vaccinaties?
    Edward Jenner is de vader van de immunologie (de studie van afweermechanismen van het lichaam tegen pathogenen).
    - Hij ontdekte dat de blootstelling aan koeienpokken (bij melkmeisjes) bescherming biedt tegen het veel gevaarlijkere pokkenvirus. Er werd immuniteit gevormd.
    - Hij ontwikkelde de procedure van vaccinaties
  • Wat heeft Louis Pasteur (1822-1895) ontdekt over vaccinaties?
    Louis Pasteur nam het idee van Jenner over en produceerde verzwakte stammen van pathogenen: cholera, anthrax, rabiës (hondsdolheid) en noemde dit vaccins.
  • Wat heeft Louis Pasteur (1822-1895) allemaal ontdekt?
    - Microbieel leven kan niet spontaan ontstaan (spontaneous generation).
    - Ontdekking van het pasteuriseren.
    - Germ theory of disease
    - Ontwikkeling van vaccins
  • Wie heeft de antibiotica ontdekt?
    Alexander Fleming (1881-1955)
    1929: ontdekking van een schimmel (Penicillium chrysogenum) die de groei van bacteriën verhinderde --> penicilline remt bacteriegroei.
  • Welk systeem om organismen te classificeren kennen we?
    Het taxonomische systeem ontwikkeld door Carolus Linnaeus (1707-1778): indeling van LUCA (origin of life) naar bacteriën en naar archaea + eukaryoten.
  • Welk systeem voor de naamgeving van organismen kennen we?
    Het binomiaal systeem ontwikkeld door Carolus Linnaeus (1707-1778): eerst een Genus naam met hoofdletter gevolgd door de soortnaam zonder hoofdletter
  • Wat ontdekten Watson en Crick in 1953?
    De structuur van DNA
  • Wat ontdekte Carl Woese in 1977?
    De structuur van 16S rRNA en daardoor de splitsing in het taxonomische systeem tussen bacteriën en archaea (+ eukaryoten).
  • Wat is 16S rRNA?
    - 16S rRNA is onderdeel van de kleine subunit van ribosomen van bacteriën.
    - De basenvolgorde aan het begin en eind van het gen is bij elke bacterie gelijk. Deze delen zijn geconserveerd, dus gedurende de evolutie heeft het weinig veranderingen ondergaan.
    - Tussen het begin en eind van het gen bevindt zich een variabel gedeelte waarin single nucleotide polymorgismen (SNPs) voorkomen. Hierdoor verschilt het 16S rRNA per bacteriesoort.
    - 16S rRNA van bacteriën is heel anders dan het 16S rRNA van archaea, waardoor de splitsing ontstond in het taxonomische systeem tussen bacteriën en aechaea.
    - De functie van 16S rRNA is bij alle bacteriën wel hetzelfde.
  • Wat zijn archaea?
    Bacteriën die kunnen overleven onder extreme condities.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Er zijn 3 soorten T- lymfocyten en vormen een eenheid welke?
Eenheid= Bewaken en coordineren
  1. T- helper
  2. T- remmers
  3. T- geheugencellen
T- doders = besmette cellen met virus: vernietigen
Wat gebeurt er met een nieuwe infectie met dezelfde mo?
  • Onmiddellijke herkenning en productie antistoffen
  • Mo onderdrukken= immuniteit 
Er zijn 2 soorten lymfocyten??? Welke? Leg uit?
1. T-lymfocyten:
-Opvang thymus: training en voorzien van unieke ontvanger of receptor waarmee 1 antigeen herkent en aanvalt.
2. B-lymfocyten:  
-Opvang lymfiodweefsel darmwand 
- Staan in voor de productie specifieke antigenen:
IgM, IgG en IgA = geheugencellen.
Specifiek opbouw van immuniteit draait om macrofagen, granulocyten, lymfocyten, B- lymfocyten of T- lymfocyten?
Lymfocyten
Wat bouwen de lymfocyten op?
  • Wbc: gespecialiseerd in ontwikkelen 'immuniteit' bij infectie
  • Gevormd bij de geboorte in beenmerg 
Als een lymfocyt de aanvallende bacterie of virus herkent gaan we dan voorbij de incubatie fase ja of nee?
Altijd nee. 
Lymfocyt altijd specifiek 
Een lymfocyten is een?
Specifieke afweer:
specifiek type witte bloedcel
De tweede afweersysteem wat gebeurt er?
-Is gericht tegen "1" specifiek mo of antigeen
-Opbouw van immunologisch geheugen:
 hernieuwd contact met hetzelfde mo = snellere en efficiëntere reactie 
bv: mazelen, veel antistoffen voorradig = dat de verwerkkers van mazelen geen tweede besmetting meer mogelijk
Wat is de 1ste afweersysteem en de 2de?
  • De eerste is WBC
  • De tweede specifieke immuniteit  
Wat zijn granulocyten?
Commandotroepen in verdediging tegen infecties
Dagelijkse aanmaak: beenmerg ( 10 % circul. Bloed) 
Eerste verdegingscellen op de plaats van infectie
beperkte levensduur, ong. 6 a 10u  
Doelstelling:
-doden mo ( gevaar = eigen zelfdoding )
- resten chemische wapens = omliggende weefsel beschadigen
- brij dode bact. = granulocyten en weefselcellen = etter of pus.