Summary Class notes - Meten en diagnostiek

Course
- Meten en diagnostiek
- Onbekend
- 2015 - 2016
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Psychologie
153 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Meten en diagnostiek

  • 1587765600 Week 1

  • Wat is diagnostiek?
    = Het door en door leren kennen van een situatie met als doel een beslissing te kunnen nemen. o 

    - Voldoet iemand aan de criteria van een stoornis: ja of nee? Dan kan je een beslissing nemen in je behandeltraject.
  • Wat is psychodiagnostiek? Wat voor beschrijving is psychodiagnostiek?
    = Het door en door leren kennen van een situatie, maar dan toegespitst op het psychosociaal functioneren.

    -  Betrouwbare en valide beschrijving van psychosociale werkelijkheid
    - Hoe gedraagt iemand zich in de maatschappij, in zijn leven en hoe kan dat gerelateerd worden aan een eventuele stoornis op het moment dat er problemen ontstaan? We willen mogelijke verklaringen voor problemen: Als een kind op school een leerachterstand laat zien, komt het dan door een concentratieprobleem of komt het door een IQ-probleem of een motivatieprobleem? Dan wil je die verklaringen toetsen waarbij je een probleem kan uitsluiten of bevestigen.
  • In een ideaal geval is de diagnostiek... (x2)
    - Herhaalbaar: je wil dat wanneer je de test later afneemt, dat je nog steeds een kloppend resultaat krijgt
    - Het staat dicht bij de werkelijkheid: je wil een zo klein mogelijke meetfout hebben, omdat je zo goed mogelijk het te bepalen construct wil bepalen
  • De betrouwbaarheid van de tests tussen raters (inter-rater betrouwbaarheid; de personen die de score interpreteren) heeft twee percentages. Leg uit
    - 0-50%: bij niet gestandaardiseerde interviews en tests: meer open vragen interviews waarbij iedereen een andere interpretatie kan hebben van de vragen. 

    - 60-70%: bij wel gestandaardiseerde interviews en tests: Wanneer er handleidingen bij die tests zijn, of duidelijke scoringsmodellen, een gestructureerd interview met gesloten vragen. 
  • Er zijn twee begrippen die het proces verstoren in de diagnostiek. Beschrijf deze twee en geef een voorbeeld
    - Confirmation bias: neiging om nieuw bewijs te interpreteren als bevestiging van bestaande overtuiging/theorie. VB: Dat is een typisch kind: dat is vast ADHD. Tijdens onderzoek puur de resultaten die ADHD bevestigen meenemen en de resultaten die ADHD niet bevestigen weglaten.

    - Beschikbaarheids heuristiek: focussen op symptomen van aandoeningen die je vaak hoort: niet openstaan voor alle mogelijkheden, vooral kijken naar dingen die meer voorkomen in de samenleving. VB: ADHD vaak in nieuws, psycholoog denkt als kind aangemeld wordt in praktijk met druk gedrag dat het wel ADHD zo is.
  • Wat willen we uiteindelijk met tests? Noem 3 punten
    - Wetenschappelijk kunnen verantwoorden.
    - Zo objectief mogelijke informatie verkrijgen.
    - Een beslissing maken
  • Wat is de definitie van tests?
    = wetenschappelijk verantwoorde, betrouwbare en objectieve informatie omtrent diagnostisch beeld -->  beslissing
  • Noem de 5 stappen van diagnostiek
    1. Probleemanalyse: op welke domeinen gaat het fout, waar liggen iemands problemen, is het een belemmering of heeft iemand alleen ergens meer moeite mee
    2.Classificatie en diagnosestelling: Je neemt een test/ vragenlijst af. Je kijkt hoe de scores van dat individu zich verhouden tot scores uit de algehele populatie. Op basis hiervan behandeling plannen of interventie.
    3.Planning behandeling
    4. Evaluatie van behandeling: Hier kom je weer in aanraking met de testinstrumenten omdat je wil weten of de behandeling geholpen heeft. Zijn de symptomen verdwenen, verminderd of erger geworden?
    5.Zelfkennis: Bij de patiënt zodat hij of zij weet wat er aan de hand is, en bij de familie    zodat zij kunnen ondersteunen waar nodig. 
  • Wat zijn de vaardigheden van de psycholoog als het gaat om diagnostische tests? Noem 2 punten
    - Op de hoogte zijn van de psychometrische waarde (dat je op de hoogte bent van of een instrument goed of slecht is om in te zetten).
    - Dit instrument op een ethische manier inzetten.
  • Wat zijn vragen die je je afvraagt bij testgebruik? Noem 2 punten
    - Meet een test wat hij beoogt te meten?
    - Hoe en onder welke omstandigheden moet een test afgenomen worden?
  • We verbinden een bepaalde score aan een test. Wat is de formule van de klassieke test theorie? Leg tevens uit wat elke letter inhoudt
    Formule klassieke testtheorie = X = T + e.
    X = de testscore (uitslagscore die je krijgt) Die bestaat uit twee onderdelen:
    T = (van true score), de daadwerkelijke testscore. Je hebt iets gemeten en daar kwam een score uit.
    E = error. Een meetfout. Ongeacht hoe goed je je best doet: er zit altijd een meetfout in.
    --> Elke testscore bevat meetfouten
  • Noem 4 confounders van diagnostische tests
    - Veel psychologische concepten zijn niet perfect gedefinieerd.
    - Vragen worden verkeerd gelezen/ geïnterpreteerd: wanneer er bijvoorbeeld een dubbele betekenis is bij een vraag dan krijg je een meetfout omdat je niet meer het construct aan het meten bent, maar de leesvaardigheid

    - Sociaal wenselijke antwoorden/context (vooral in interviews).
    - Handleiding niet volgen
  • Er zijn 5 testeigenschappen die bijdragen aan standaardisatie (kwaliteit van je testhandleiding). Noem deze en leg uit
    1. Herhaalbaarheid: je moet steeds tot dezelfde scores komen (mits het te meten construct gelijk blijft).

    2. Steekproef van gedrag/volledigheid: je kan niet iemand drie dagen lang testen. Je hebt een beperkt aantal items en met die items probeer je het construct zo goed mogelijk te meten.
    3. Gebruik van scores of categorieën: het construct wordt uitgedrukt in een getal.
    4. Interpretatie scores (norm of standaardscore): Ruwe score = de score van de persoon op de vragenlijst (bijvoorbeeld 6). Die kan je vergelijken met een afkapwaarde (bijvoorbeeld: 7 is gebruikelijk in de normale populatie, daarboven spreken we van een probleem). Statistisch. Of je kan hem vergelijken met een norm groep (bijvoorbeeld ‘’deze test is geschikt voor kinderen’’.

    5. Predictie van non-test gedrag: in hoeverre voorspelt jouw instrument/vragenlijst/test daadwerkelijk het gedrag en in hoeverre is het valide buiten de test-setting
  • De COTAN is een belangrijke organisatie als het gaat om testgebruik. Leg uit wat de COTAN inhoudt en wat zij doen (2 punten)
    COTAN = Commissie Test Aangelegenheden Nederland
    - Testgebruikers informeren over kwaliteit instrumenten
    - Testmakers feedback geven over feedback van hun instrumenten
  • Noem de 5 criteria/punten waar COTAN onderzoek naar doet
    - Uitgangspunten van de test constructie: meetpretentie, wat is de doelgroep, wat is de functie

    - Standaardisatie: kwaliteit testmateriaal en handleiding

    - Normen: representatieve vergelijkingsgroep (welke mensen zijn gebruikt om de referentiegroep te maken. Een normgroep van 30 personen, alleen vrouwen of alleen bepaalde leeftijd is niet altijd representatief genoeg)

    - Betrouwbaarheid: hoe consistent of herhaalbaar is een test

    - Validiteit: meet test wat hij beoogt te meten
  • Er zijn ongeveer 800 verschillende tests, 50% wordt door ongeveer 1% ingezet
  • Wat is doel van Algemeen standaard testgebruik (NIP)? Noem tevens 6 kenmerken waar je aan moet voldoen bij testgebruik
    Doel: verantwoordelijk, integer, respectvol en deskundig handelen.

    6 kenmerken:
    - Relevant tests afnemen.
    - Afname door bevoegden.
    - Respect voor psychische en lichamelijke integriteit.
    - Geheimhoudingsplicht.
    - Informed consent (informatieplicht naar cliënt over tests bijvoorbeeld)
    - Onafhankelijk en objectief oordeel (Rapportage zonder jargon: niet relevante informatie er niet in plaatsen. Als je iemand irritant vindt kan je dat niet door laten schemeren).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.