Summary Class notes - Methodisch handelen 2

Course
- Methodisch handelen 2
- 2020 - 2021
- Inholland Amsterdam
- Mondzorgkunde
196 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Methodisch handelen 2

  • 1590962400 Meetinstrumentarium

  • Wat is risico-indicatoren?
    Geassocieerd met een probleem (veroorzaken het probleem niet, het is een signaal van ontsteking).
  • Wat is risico-factoren?
    Ziekte veroorzakende componenten.
  • Wat is kwantificeren?
    Door metingen zorgvuldig uit te voeren en correct te interpreteren is de mondgezondheid objectief in getallen uit te drukken.
  • Wat is surrogaat uitkomsten?
    Niet direct klinisch relevant voor een patiënt.
  • Wat is betrouwbaarheid?
    Bij herhaling steeds dezelfde resultaten.
  • Wat is validiteit?
    Meet je wat je wilt meten
  • Wat is het doel van het meten, uit het perspectief van de behandelaar?
    • Analyseren van zelfzorg
    • Risico inschatten
    • Stellen diagnose
    • Opstellen behandelplan
    • Evalueren behandelresultaat
    • Analyseren mondgezondheid (lange termijn)
    • Interpretatie ten opzichte van wetenschappelijke onderzoeksresultaten (overeenkomsten tussen interpretatie en wetenschappelijke resultaten).
  • Wat is het doel van het meten, uit het perspectief van de patiënt?
    • De mondgezondheid inzichtelijk krijgen (het probleem besef)
    • Onderbouwing behandelplan
    • Motiveren (afhankelijk van de waarden)
    • Effect van de zelfzorg evalueren
  • Wat is het doel van het meten, uit het perspectief van de zorg autoriteiten?
    • Controleren of behandelaars op de juiste wijze tot een behandelvoorstel komen.
    • Controleren of er terecht wordt gedeclareerd 
    • Indirect zorggebruik in kaart brengen en zorguitgaven reguleren. 
  • Wat is disclosing vloeistof?
    Hulpmiddel om plaque zichtbaar te maken.
  • Wat meet je bij bloeding on probing?
    Percentage bloeding na het sonderen van de pocketbodem.
  • Wat meet je bij Eastman interdental bleeding index?
    Percentage interdentalen bloedingen (stoker).
  • Wat meet je bij Dutch Periodontal Screening Index?
    Ontsteking, retentie factoren, pocketdiepte en aanhechtingsverlies.
  • Wat meet je bij plaque control record?
    Percentage met plaque bedekte dentale vlakken.
  • Wat meet je bij parodontium status?
    Bloeding, pocketdiepte, mobiliteit, furcaties, plaque en aanhechingsverlies.
  • 1591048800 DPSI score

  • Wat is het doel van DPSI?
    • Globale beoordeling parodontium
    • Vaststellen eventuele parodontale progressie
    • Vaststellen parodontale behandelbehoefte 
  • Hoe wordt de DPSI-score vast gelegd?
    Per sextand 
    • Bloeding na sonderen
    • Pocket meten
    • Tandsteen
    • Recessie
    • Overhangende restauraties 
  • Wat is categorie A score 1?
    Bevinding: bloeding na sonderen
    Behandeling: Instructie mondhygiëne
  • Wat is categorie A score 2?
    Bevinding: Tandsteen, overhangende vullingen of kronen
    Behandeling: Verwijderen tandsteen, vullingen of kroonranden bijwerken.
  • Hoe bepaal je DPSI-score (Welke handelingen)?
    • Per sextant 
    • Sondeer exploratief
    • Schrijf alle pockets op
    • Geef de bloedingsneiging (per vlak) aan
    • Beoordeel of er tandsteen aanwezig is in dit sextant 
    • Beoordeel of er overhangende restauraties aanwezig zijn
    • Beoordeel of er recessies boven pockets groter dan 3 mm aanwezig zijn
    • Combineer de gegevens van het intra-orale onderzoek en geef een score per sextant

    De hoogste score per sextant bepaald de categorie van DPSI score.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke twee soorten motivatie heb je?
  1. Intrinsiek: motivatie die vanuit jezelf komt
  2. Extrinsiek: motivatie van buitenaf, dat uw medewerkers worden aangezet tot actie of in beweging door externe prikkels.
Waar is gedrag afhankelijk van?
  • VAn mogelijkheden (capaciteiten, kennis en inzicht) en situationele omstandigheden
  • van rol
Waar gaat Mc Lelland vanuit?
Dat mensen affiliatie-, machts- en prestatiebehoefte hebben.
Waar gaat Maslow vanuit?
Dat mensen een pakket aan behoeftes hebben;
fysiologische behoeften, veiligheid, sociaal contact, erkenning en zelfactualisering 
Wat is self-fulfilling prophecy?
Als we verwachten dat iets op een bepaalde manier zal doen of juist niet, dan benaderen we die persoon op die manier, waardoor het een selffulfilling prophecy (voorspelling die uitkomt) kan worden.
Wat is het horn-effect?
Iemand met negatieve eigenschap wordt ook op andere vlakken negatief beoordeeld.
Wat is halo effect?
Hierbij wordt een kenmerk gegeneraliseerd naar andere kenmerken (iemand die mooi is worden ook andere positieve eigenschappen toegeschreven, of iemand die aardig is wordt ook als intelligent ervaren.)
Wat is eigen groep bias?
Vaak speelt de waardering voor de eigen groep een belangrijke rol. Men gaat uit van eigen waarden en normen en ziet deze als een maatstaf. Hiermee worden afwijkend gedrag als slecht gezien en de eigen groep als beter gezien. Dit kan leiden tot discriminatie, het anders behandelen van (groepen) mensen op basis van bepaalde kenmerken.
Wat zijn vooroordelen?
Een negatief gekleurd en op weinig gebaseerd oordeel. Hierdoor kan onder andere discriminatie optreden.
Wat is stereotypering?
Beschrijvend schema voor een categorie mensen waaraan bepaalde eigenschappen worden toegeschreven. Dat kan zowel positief als negatief zijn. Vooroordelen kunnen daarbij optreden.