Summary Class notes - Minor Strafrecht

Course
- Minor Strafrecht
- CPO
- 2019 - 2020
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- Rechtsgeleerdheid
119 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Minor Strafrecht

  • 1551826800 Rol en taakopvatting van de raadsman

  • Heeft het slachtoffer van een strafbaar feit een recht op informatie over het strafproces tegen de dader?
    Ja - het slachtoffer dient daarvoor wel een verzoek in te dienen bij de officier van justitie. Zie art. 51ac lid 2 Sv.
  • Heeft het slachtoffer altijd de mogelijkheid om op de terechtzitting van de dader een verklaring af te leggen? Hoe wordt dit recht ook wel genoemd?
    Nee - het moet gaan om in één van de in art. 51e lid 1 Sv genoemde misdrijven. Het spreekrecht.
  • Zijn er inhoudelijke beperkingen aan het spreekrecht van het slachtoffer?
    Nee! Tot 1 juli 2016 moest het gaan over de gevolgen die het strafbare feit bij het slachtoffer teweeg had gebracht. Het spreekrecht is nu inhoudelijk onbeperkt.
  • Dient de advocaat getuigenis af te leggen over hetgeen de cliënt hem vertelt over een begaan strafbaar feit?
    Nee - de advocaat heeft een verschoningsrecht. Het verschoningsrecht van de advocaat in de strafvordering vindt men in art. 218 Sv.
  • Kunnen er omstandigheden zijn waaronder de advocaat zijn verschoningsrecht moet laten varen?
    Ja - er kunnen zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn waaronder het beroepsgeheim terzijde dient te worden geschoven. Bijvoorbeeld een kwestie van leven en dood.
  • Mag de officier van justitie ter zitting de tenlastelegging wijzigen? Wanneer zal de wijziging niet worden toegelaten?
    In principe wel - zie art. 313 lid 1 Sv:

    '1. Indien buiten het geval van het voorgaande artikel de officier van justitie oordeelt dat de telastlegging behoort te worden gewijzigd, legt hij den inhoud van de door hem noodzakelijk geachte wijzigingen schriftelijk aan de rechtbank over met vordering dat die wijzigingen worden toegelaten.'

    De wijziging zal niet worden toegelaten, indien deze tot gevolg heeft dat de tenlastelegging niet langer hetzelfde feit betreft. Zie art. 313 lid 2 Sv:

    '2. Indien de rechtbank de vordering toewijst, doet zij den inhoud van de aangebrachte wijzigingen in het proces-verbaal ter terechtzitting opnemen. In geen geval worden wijzigingen toegelaten, als gevolg waarvan de telastlegging niet langer hetzelfde feit, in den zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht zou inhouden.'
  • Pieter ontvangt een dagvaarding om te verschijnen voor de politierechter in Leiden. De volledige (tekst van de) tenlastelegging luidt dat 'hij zich op 12 maart 2013 te Leiden heeft schuldig gemaakt aan winkeldiefstal'. Is sprake van een geldige dagvaarding?
    Nee -  de dagvaarding dient behelst tevens een vermelding van de omstandigheden te bevatten, waaronder het feit zou zijn begaan. Zie art. 261 lid 2 Sv.
  • Is een poging tot een culpoos delict mogelijk? Waarom wel/niet?
    Voor poging is opzet vereist. Art. 45 lid 1 Sr bepaalt:

    '1. Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.'
  • Is het verstandig om je bij aanhouding op je zwijgrecht te beroepen indien een beroep kan worden gedaan op een rechtvaardigingsgrond, zoals noodweer?
    Nee - in deze situaties wordt het vaak in het nadeel van de verdachte uitgelegd dat hij niet meteen zijn verhaal heeft gedaan. De rechter hecht er in dat geval minder waarde aan.
  • Hoe ver gaat het verschoningsrecht van de advocaat? Dient hij zich altijd op zijn verschoningsrecht te beroepen? Noem het relevante artikel.
    Het verschoningsrecht van de advocaat is niet absoluut - maar wordt in zijn algemeenheid van een hogere orde geacht dan het belang van waarheidsvinding in de strafzaak. Onder zeer uitzonderlijke omstandigheden kan het echter voorkomen dat hij zich niet mag verschonen. Vgl. NJ 2012/537.

    Het relevante artikel is art. 218 Sv, hetgeen bepaalt:

    'Voor het geven van getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen kunnen zich ook verschoonen zij die uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap hen als zoodanig is toevertrouwd.'
  • Kees is advocaat. Bij een uit de hand gelopen buurtbarbecue ziet hij hoe Piet enkele flinke tikken uitdeelt aan Mark. Het OM vervolgt Piet voor mishandeling en vraagt Kees om een verklaring. Mag Kees zich op zijn verschoningsrecht beroepen?
    Nee - Kees mag zich ingevolge art. 218 Sv slechts verschonen voor zover het gaat om zaken die hem als advocaat zijn toevertrouwd. Dat is hier natuurlijk niet het geval.
  • Petra meldt zich bij uw advocatenkantoor met de vraag om een art. 12 Sv-procedure te starten tegen een sepotbeslissing. U geeft haar de nodige informatie maar geeft aan deze procedure niet te zullen voeren, omdat u geen slachtoffers bijstaat. Is tussen u en Petra een advocaat-cliëntrelatie ontstaan?
    Nee, er komt pas een advocaat-cliëntrelatie tot stand, wanneer de advocaat de opdracht uitdrukkelijk aanvaardt (opdracht BO).
  • Mag de verdachte zich bij het doorzoeken van zijn woning laten bijstaan door zijn advocaat?
    Ja - zie art. 99a Sv. De bijstand van de raadsman mag echter niet tot oponthoud leiden.

    'De verdachte is bevoegd zich tijdens het doorzoeken van plaatsen door zijn raadsman te doen bijstaan, zonder dat de doorzoeking daardoor mag worden opgehouden.'
  • Noem de twee voornaamste gronden om voorwerpen in beslag te nemen. Noem het relevante artikel.
    Waarheidsvinding en het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Art. 94 lid 1 Sv bepaalt:

    '1. Vatbaar voor inbeslagname zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel, als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, aan te tonen.' 

    Het tweede lid noemt verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer als gronden voor inbeslagname.
  • Wat is het verschil tussen staande houden en aanhouden?
    Staande houden dient om de personalia van de verdachte vast te stellen (art. 52 Sv); aanhouden is het voorgeleiden van de verdachte aan de (hulp-)officier van justitie (art. 53 lid 2 Sv/art. 54 lid 1 Sv).
  • Waaruit volgt dat de advocaat tijdens het strafproces een zekere vrijheid heeft om de verdediging vorm te geven?
    Uit art. 10a Advocatenwet, waarin onafhankelijkheid als een van de kernwaarden van de advocaat is benoemd. In art. 2 onderdeel b van de Gedragsregels 2018 valt te lezen:

    '2. Het belang van de cliënt, geen enkel ander belang, bepaalt de wijze waarop de advocaat zijn zaken behandelt.'
  • Wat wordt bedoeld met het opportuniteitsbeginsel?
    De officier van justitie bepaalt of vervolging wordt ingesteld, en niemand anders.
  • Peter is in verzekering gesteld. De officier van justitie wil voorkomen dat Peter door het ontvangen van bezoek en het plegen van telefoontjes het onderzoek beïnvloedt. Wat zal de officier van justitie doen? Kan Peter hier iets tegen doen?
    De officier van justitie zal de in verzekering gestelde Peter beperkingen opleggen (art. 62 lid 2 Sv). Peter kan hier wel in bezwaar tegen opkomen. Zie art. 62a lid 4 Sv:

    '2. De verdachte kan tegen het bevel als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder a, een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank of, indien het bevel is gegeven in het kader van voorlopige hechtenis, bij het rechterlijk college dat oordeelt over de voortzetting van de voorlopige hechtenis. (...)'  

    Het bezwaar heeft in beginsel opschortende werking!
  • Peter is in verzekering gesteld. De officier van justitie heeft aan hem de beperking opgelegd dat hij geen contact mag hebben met de buitenwereld. Peter verzoekt zijn advocaat door te geven aan zijn moeder om 'even goed schoon te maken onder zijn bed.' Mag de advocaat van Peter contact opnemen met de moeder van Peter?
    Nee, ook de advocaat is verplicht zich aan deze beperkingen te houden, en handelt anders in strijd met art. 46 Advocatenwet. Dit volgt uit de tuchtrechtspraak.

    Deze situatie leidt in de praktijk overigens vaak tot onbegrip van de familie jegens de advocaat.
  • Leipe Arie wordt verdacht van doodslag. De officier van justitie wenst de zaak af te doen met een transactie. Mag dat?
    De officier van justitie mag in beginsel een transactie aanbieden, tenzij het gaat om een misdrijf waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld. Art. 74 lid 1 Sr bepaalt:

    '1. De officier van justitie kan voor de aanvang van de terechtzitting een of meer voorwaarden stellen ter voorkoming van de strafvervolging wegens misdrijven, met uitzondering van die waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van meer dan zes jaar, en wegens overtreding. Door voldoening aan die voorwaarden vervalt het recht tot strafvordering.'
  • Wat is het principiële verschil tussen een transactie en een strafbeschikking? Is een schikking hetzelfde als een transactie?
    Het aanbieden van een transactie is geen daad van vervolging, het uitvaardigen van een strafbeschikking wel.

    Een schikking is weer iets anders, en niet hetzelfde als een transactie. Zie art. 511c Sv:

    'De officier van justitie kan, zolang het onderzoek op de terechtzitting niet is gesloten, met de verdachte of veroordeelde een schriftelijke schikking aangaan tot betaling van een geldbedrag aan de staat of tot overdracht van voorwerpen ter gehele of gedeeltelijke ontneming van het ingevolge art. 36e van het Wetboek van Strafrecht voor ontneming vatbare wederrechtelijk verkregen voordeel.'
  • De officier van justitie besluit af te zien van verdere vervolging van Hans. Hij krijgt het bewijs niet rond en geeft het op. Wat moet de officier van justitie doen?
    Indien de officier van justitie afziet van verdere vervolging, dan dient hij hiervan 'onverwijld' mededeling te doen. Gesproken wordt in dit kader van een kennisgeving van niet verdere vervolging of knvv (art. 244 Sv).
  • Wat is een knvv?
    Een knvv is een kennisgeving niet verdere vervolging. De officier van justitie die van verdere vervolging afziet dient de verdachte hiervan onverwijld in kennis te stellen. Art. 243 lid 1 Sv bepaalt:

    '1. Indien de officier van justitie afziet van verdere vervolging, doet hij de verdachte daarvan onverwijld schriftelijk mededeling.'
  • Robert heeft een brief ontvangen van de officier van justitie, waarin hem wordt medegedeeld dat hij niet verder zal worden vervolgd. 

    Twee maanden later meldt zich bij de officier een nieuwe getuige, die verklaart dat hij Robert op het tijdstip van het misdrijf bij de plaats delict heeft gezien. Mag de officier van justitie Robert nog vervolgen?
    Na een kennisgeving niet verdere vervolging dient de officier van justitie de zaak in principe te sluiten, tenzij nieuwe bezwaren bekend zijn geworden (art. 255 lid 1 Sv). Het moet daarbij gaan om nieuwe feiten. Art. 255 lid 2 Sv bepaalt:

    'Als nieuwe bezwaren kunnen enkel worden aangemerkt verklaringen van getuigen of den verdachte en stukken, bescheiden en processen-verbaal, welke later bekend zijn geworden of niet zijn onderzocht.'

    De officier van justitie mag de zaak echter pas ter terechtzitting brengen indien hij naar aanleiding van deze nieuwe bezwaren een opsporingsonderzoek heeft ingesteld (art. 255 lid 3 Sv).
  • Aan Paul is een strafbeschikking uitgevaardigd. Kan hij op zijn lauweren rusten totdat de officier de zaak voor de rechter brengt?
    Nee! Hij dient tijdig - dat wil zeggen binnen veertien dagen - verzet in te dienen. Bij ontijdig verzet volgt niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank. Art. 257f lid 4 Sv bepaalt:

    '4. Indien het verzet niet tijdig (...) is gedaan (...) volgt niet-ontvankelijkheid. (...)'
  • Pim heeft de woning van zijn buurman in brand gestoken en wordt hiervoor vervolgd. Na bemiddeling komt tussen Pim en zijn buurman een vaststellingsovereenkomst tot stand. Heeft dit nog gevolgen voor de positie van Pim in het strafproces?
    De rechter dient met een geslaagde bemiddeling tussen Pim en zijn buurman rekening te houden in zijn uitspraak. Zie art. 51h lid 2 Sv.
  • Waarom levert de deelname aan mediationtraject met het slachtoffer risico's op voor een verdachte?
    Bij deelname is veelal (praktisch) vereist dat de verdachte schuld bekent, met als gevolg dat zijn procespositie in een strafproces zwakker zal zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.