Summary Class notes - Module 2 Thema 4: Geelzucht

Course
- Module 2 Thema 4: Geelzucht
- 2021 - 2022
- Hogeschool Utrecht (Hogeschool Utrecht, Utrecht)
- Physician Assistant
240 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Module 2 Thema 4: Geelzucht

  • 1611270000 Module 2 Thema 4: Geelzucht

  • Noem de 7 bekendste leveraandoeningen op.
     - geelzucht
     - hepatitis A, B, C, D en E (chronische en acuut)
    - leververvetting
    - levercirrose
    - slokdarmvarices
    - leverkanker
    - leverfalen.
  • Noem 5 oorzaken van  leveraandoeningen
    - infectie ->parasiet of virus (heb A, B, C)
    - afwijking van het immuunsysteem
    - genetische factoren
    - kanker en tumoren
    - andere oorzaken (alcohol, vetophoping)
  • Welke leverwaarden onderzoek je in het lab
    - ALAT
    - HBsAg
    - anti-HB-core
    - anti-HCV
    - EBV-antistoffen
    - CVM-antistoffen
    - EHV-antistoffen

    - Gamma-GT, ASAT en de alkalische fosfatase worden niet aanbevolen ivm minder specifiek.
  • Indicaties voor leveraandoeningen
    - vermoeden virushepatitis
    - icterus
    - patiënten met algehele malaise bij gebruik van een mogelijk hepatotoxisch geneesmiddel  
    - bij problematisch alcohol- of drugsgebruik
    - als screeningstest voor het bestaan van leveraandoeningen
  • Referentiewaarden ALAT
    Mannen < 45U/L.
    Vrouwen < 34 U/L.
  • Interpretatie labwaarden ALAT
    - < 1.5x de bovengrens van normaal: geen klinische betekenis; expectatief
    - 1.5 - 10x de bovengrens van normaal: herhaal bepaling na ongeveer 4wkn
    - > 10x de bovengrens van normaal: afhankelijk van anamnese, comorbiditeit en voorgeschiedenis: vraag verdere diagnostiek aan, of doorverwijzing MDL.
  • Welke diagnostiek doe je bij volwassen patiënten met icterus, geen verdenking pathologie aan galwegen of pancreas
    - acute hep. A -> indien negatief; heb. E
    - op indicatie acute hep. B, C
  • Welke diagnostiek doe je bij kinderen met icterus
    - acute  hep. A -> indien negatief: EBV, CMV en HEV
    - Indien ook negatief -> acute hep. B.
    - op indicatie acute hep. C
  • Welke diagnostiek doe je bij patiënten met algehele malaise en vermoeden virushepatitis (risicogroep)
    - hep. B
    - op indicatie chronische hep. C
  • Welke diagnostiek doe je bij patiënten zonder klachten maar met risicocontact in de voorgeschiedenis
    - heb. P
    - op indicatie acute of chronische hep. C
  • Welke diagnostiek doe je bij patiënten uit intermediair en hoog endemische landen (waar de ziekte blijft, aantal besmettingen relatief constant zijn) zonder klachten
    - heb. B
    - op indicatie chronische hep. C
  • Welke diagnostiek doe je bij patiënten bij wie in het verleden de diagnose hep. B of C is gesteld, of niet is behandeld, of onder controle van een hepatitisbehandelcentrum is
    - Hep. B of C.
  • Bepalingen bij diagnostiek hep. A
    - IgM-anti-HAV -> zijn specifieke antistoffen tegen het hep. A virus (HAV)
    - Indien iemand gevaccineerd is, is de uitslag positief
  • Hoelang blijven IgM-anti HAV (antistoffen hep. A) na de infectie aantoonbaar
    Antistoffen tegen hep. A (IgM-anti HAV) zijn na 3mnd na de infectie niet meer aantoonbaar
  • Heeft hep. A een meldingsplicht
    Ja, hep. A is een meldingsplichte ziekte
  • Bepalingen bij diagnose hep. B
    - HBsAG -> toont infectie aan met het hepatitis B virus en wijst op besmettelijkheid van het bloed
    - anti-HB-core -> om een infectie aan te tonen in 'open-core-window' (dit is wanneer HBsAg is verdwenen, en IgG-anti-HBsAg noet niet aantoonbaar is)
  • Wat is het verdere beleid na diagnostiek hep. B
    - hep. B is een meldingsplichtige ziekte
    - controle van de leverfuncties is niet nodig.
    - opnieuw bepaling van het HBsAg na 6 mnd en evt. AO.
  • Wanneer aanvullend lab onderzoek bij verdenking hep. B
    - indien de  screeningstesten HBsAg en anti-HBc positief zijn
    - dan aanvullend HBsAg confirmatie, anti-HBc, anti HBc IgM, HBeAg en anti-HBe bepalen.
    -> de uitslagen van de combinatie van deze testen kan iets zeggen  over het tijdstip en het stadium van de infectie en de besmettelijkheid van de patiënt
  • Wanneer meld je hep. B infectie
    - Acute hep. B is een meldingsplichte ziekte.
    - Chronische hep. B virus dragerschap, welke voor het eerst  in Nederland wordt vastgesteld, is ook meldingsplichtig.
  • Lab bepalingen bij hep. C diagnostiek
    - anti-HCV -> wijst op chronische infectie
    - HCV-RNA -> wijst op een acute infectie
  • Beleid bij hep. C diagnostiek
    - hep. C is een meldingsplichtige ziekte
    - controle van de leverfuncties is niet nodig
    - patiënten met hep. C worden doorverwezen naar de 2e lijn
    - bij besmetting < 3mnd geleden: wacht spontane genezing af, en bepaal na 3 mnd HCV-RNA (-> wijst op een acute infectie)
  • Bepalingen diagnostiek hep. E
    - IgM-anti-HEV -> bij twijfel over de diagnose evt. HEV-RNA of vervolgserologie
  • Beleid bij hep. E diagnostiek
    - hep. E geneest meestal spontaan
    - hep. E kan chronisch worden bij gebruik hoge dosis immunosuppressiva
    - geen meldingsplicht
    - geen controle van ALAT nodig
  • Noem 8 galblaasaandoeningen
    - galstenen
    - cholecystitis (ontsteking van de galblaas)
    -  cholelithiasis/choledocholithiasis (galsteenlijden)
    - acalculeuze galblaasaandoening (ontsteking van de galblaas zonder de aanwezigheid van galstenen)
    - cholangitis (galwegontsteking)
    - galblaaskanker
    - galblaaspoliepen
    - gangreen van de galblaas
  • Etiologie/oorzaken galblaasaandoeningen
    - meestal door een ontsteking of irritatie van de galblaaswand (cholecystitis)
    - cholecystitis komt meestal door een galsteen die de galblaasbuis afsluit
    - galblaasnecrose kan komen van galblaasafsluiting
  • Diagnostiek van galblaasaandoeningen
    -  bloedonderzoek naar de leverfuncties (verminderde afvoer van galvloeistof of ontsteking)
    - AO: MRI, echo MRCP, ERCP
  • Wat is een ERCP
    ERCP is een Endoscopisch Retrograde Cholangio- en Pancreatografie.
     - Hierbij kan ook een biopt worden meegenomen
     - galstenen die vastzitten in de galwegen kunnen ook verwijderd worden.
  • Behandeling van een galwegontsteking
    - Vooral in een beginstadium met antibiotica
    - wanneer de oorzaak een steen is: ERCP -> doorstroming van de gal hersteld; de ontsteking geneest.
  • Wat is de Papil van Vater
    Dat is de uitgang van de galweg in het duodenum.
  • Wat is een pappilotomie
    Dat is een kleine incisie in de Papil van Vater, waardoor gal weer beter kan stromen/een vastzittende galsteen verwijderd kan worden.
  • Wanneer verwijder je de galblaas
    Bij galstenen in de galblaas die (soms) vast komen te zitten in de galwegen of bij de galblaasuitgang.
  • Etiologie/oorzaken acute prancreatitis
    - verstopping van de afvoergang van de pancreas door galstenen (40%)
    - overmatig alcoholgebruik (30%)
    - onbekende oorzaak (20%) -> idiopatische pancreatitis
    - gevolg van complicatie ERCP onderzoek
    - gevolg van OK, ongeval
    - stofwisselingsziekte
    - virusinfectie (bof)
    - doorbloedingsstoornis
    - tumor in de - of in de buurt van de - pancreas
    - bepaalde medicijnen
  • Symptomen acute pancreatitis
    - acute en hevige buikpijn met foetushoudingsneiging
    - uitstralende pijn linkerzij en -schouder
    - misselijkheid, braken
    - koorts, versnelde ademhaling
    - klachten nemen toe na de maaltijd
    - icterus wanneer de oorzaak geblokkeerde afvoergang is
  • AO pancreatitis
    - bloed- en urine onderzoek (amylase en lipase)
    - echo buik (ontstoken/galstenen)
    - CT-scan (oedemateus of necrotiserend)  
    - röntgenfoto voor ileus aantoning
    - ERCP met evt. Papillotomie
  • Behandeling pancreatitis bij bekende oorzaak
    - vooral gericht op het voorkomen van complicaties (ileus) en wegnemen van de oorzaak: veel vocht toedienen en pijnstilling. Verder eventuele galstenen worden verwijderd, medicatie vervangen, stofwisselingsziekte behandeld, stoppen met alcohol.
  • Behandeling pancreatitis bij onbekende oorzaak
    - Expectatief
    - vocht
    - pijnstilling
    - NPO (niets per os)
    - NMS (neus maagsonde, maaghevel)
    - evt. Sondevoeding als er geen verbetering optreedt.
    - indien mogelijk intake uitbreiding
  • Ontwikkeling acute pancreatitis
    Ongeveer 10% van de patiënten met een acute pancreatitis ontwikkeld een chronische pancreatitis.
  • Wat is een chronische pancreatitis
    Bij een chronische pancreatitis is er sprake van een steeds terugkerende of langdurige pancreatitis.
  • Oorzaken chronische pancreatitis
    - obstructie van de Papil van Vater, door vernauwing, tumor
    - alcoholmisbruik
    - galstenen
    - stofwisselingsziekte (hypercalciëmie, hyperlipoproteïnemie
    - erfelijke aanleg
    - beschadiging na ongeval
    - herhaaldelijk acute pancreatitis
    - idiopatisch
  • Symptomen chronische pancreatitis
    - perioden met veel klachten, afgewisseld met perioden met weinig klachten.
    - Pijnklachten: hevige buikpijn, misselijk, braken, koorts, versnelde ademhaling, meer pijn na de maaltijd 
    - Vetdiarree: -> vet uit voeding wordt door tekort aan enzymen niet goed meer verteerd, hierdoor ook tekort aan vet oplosbare vit.
    - Vermageren: -> kan door eetangst komen, of als gevolg van de vetdiarree.
    - Geelzucht: -> obstructie van de Papil van Vater/pseudo-cyste vorming ->  galstuwing
  • Gevolgen chronische pancreatitis
    - ontstaan diabetes mellitus -> de hormoonproductie van insuline neemt af.
    - galstuwing kan leiden tot levercirrose.
  • AO diagnostiek chronische pancreatitis
    - Bloed- en urine onderzoek (amylase, lipase)
    - glucose in de urine (DM)
    - feces onderzoek (vetdiarree)
    - röntgenfoto: verkalkingen pancreas
    - echo: omvang van de pancreas + evt pseudocyste
    - CT-scan/MRI -> afwijkingen in de pancreas
  • Behandeling pancreatitis
    - oorzaak wegnemen
    - pijnstilling, vochttoediening
    - aanvulling van de pancreasenzymen/-hormonen
    - ERCP + evt papillotomie
    - OK voor littekenweefselverwijdering + herinzetting Papil van Vater
    - pancreatectomie
  • Oorzaken pancreascarcinoom
    Oorzaak is onbekend.
    Risicoverhogende factoren:
    - roken
    - chronische pancreatitis
    - erfelijkheid ( 5 - 10%)
  • Symptomen pancreascarcinoom
    Meestal is de tumor al enige tijd aanwezig voordat er klachten ontstaan.
    - minder eetlust
    - misselijkheid
    - zeurende pijn in buik/rug
    - verstoord ontlastingspatroon
    - gewichtsverlies
    - bij obstructie galwegen -> icterus (stopverf ontlasting en cola urine)

    In een later stadium:
    - jeuk
    - braken
    - ernstige vermoeidheid
    - vetdiarree
    - darmbloedingen
    - ileus
    - ascites
  • AO pancreascarcinoom
    - echo -> tumor, uitzaaiingen
    - CT-scan
    - MRCP -> MRI van de galwegen en de pancreas
    - endo echografie -> ERCP met echo -> doorgroei tumor
    - ERCP -> afsluiting, biopt
    - laparoscopie -> uitzaaiingen aantonen
  • Welke diagnostiek doe je bij patiënten met algehele malaise en vermoeden virushepatitis (risicogroep)
    - hep. B
    - op indicatie chronische hep. C
  • Behandeling pancreascarcinoom
    - Curatief: Whipple (deel van pancreas, galblaas, galwegen, duodenum en gedeelte maag) Mogelijk bij 15 - 20% van de patiënten 

    - Palliatief
    : Stent -> galafvloed herstellen, geelzucht en jeuk opheffen.
    : Radiotherapie -> als pijnbestrijding
    : chemotherapie/cytostatica-> kankerremmend.

    Soms chemo pre of post operatief, soms chemo icm radiotherapie.
    : coeliacus block: zenuwknoop aanprikken met alcohol (of andere stof) als pijnbestrijding
  • Leg de 2 fasen reacties uit van de lever
    Voordat een geneesmiddel uit het lichaam uitgescheiden kan worden moet het eerst omgezet worden en aan water gebonden in onder andere de lever.
    Deze omzetting (metabolisme) van geneesmiddelen vindt plaats in 2 fasen.

    - Eerste fase is een reactie met als doel het molecuul gereed te maken voor een fase 2 reactie.   
    - Tweede fase wordt het molecuul wateroplosbaar gemaakt. -> dan kan het via de nieren of de gal uitgescheiden worden
  • Waar vinden metabolismes van geneesmiddelen plaats
    Metabolisme van geneesmiddelen vindt hoofdzakelijk plaats in de lever, maar ook in andere organen zoals huid, longen, maagdarmsysteem, bloed, hersenen en nieren.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Child Pugh stadia levercirrose
A: gecompenseerde levercirrose, nog geen klachten, meestal bij toeval ontdekt

B: slokdarmvarices aanwezig die klachten kunnen geven

C: gedecompenseerde levercirrose -> er is een complicatie opgetreden (bloeding bij oesophagusvarices of ascites in de buik)
Wat doet de lever
- vorming van gal, bloedeiwitten, vetten en stoffen die de bloedstolling mogelijk maken
- slaat vitamines en  mineralen op
- voert schadelijke stoffen af.
Wat is levercirrose
Afstervend leverweefsel wordt vervangen door vezelig weefsel (littekenweefsel) -> de lever kan niet meer normaal functioneren
- veroorzakers: ontstekingen (hep.), vergiftiging (alcohol, medicijnen)
- lastig te behandelen, doel behandeling vermindering van de klachten.
- onderverdeeld in stadia Child Pugh -> gevolgen van de leverschade.
- kans op herstel in vroeg stadium
- eindstadium alleen nog transplantatie mogelijkheden.
Diagnose van pancreatitis
- bloed- en urine onderzoek (enzymengehalte, lipase)
- echo abdomen -> staat van de pancreas in beeld
- endo-echo
- CT-scan -> bij onvoldoende duidelijkheid van de echo
- ERCP -> vermoeden obstructie door galstenen
- feces onderzoek -> elastase -> spijsverteringsfunctie van de pancreas    
- röntgenfoto -> verkalkingen van de pancreas
Complicaties bij pancreatitis
- ileus
- irritaties en ontsteking van het buikvlies
- hypotensie door vochtophoping in het ontstekingsgebied
- ademhalingsproblemen door de verplaatsing van de vochtophoping
- pseudocysten -> holte gevuld met vocht in de pancreas
Wat doet de pancreas
De pancreas maakt hormonen (insuline) aan en speelt op die manier een rol in de bloedsuikerspiegel. Daarnaast produceert de pancreas spijsverteringssappen vol enzymen om het voedsel in de darmen te helpen verteren
Wat gebeurt er bij pancreatitis
Enzymen (in de spijsverteringssappen) die pas in de darm actief moeten worden, worden nu actief in je pancreas, het weefsel wordt hierdoor 'opgegeten' wat een ontsteking kan geven.
Wat zijn galstenen
- Galstenen zijn harde steenachtige massa's in de galblaas of het galkanaal
- ze bestaan uit kalk, cholesterol of bilirubine
- de grootte varieert van 1mm - 2.5cm
- oorzaken zijn infecties, erfelijke factoren, verhoogd cholesterol of blokkering van galafvloed
- symptomen zijn pijn, witte ontlasting, icterus, boeren en winderigheid
- ze zijn te zien op een echo of een MRI-scan
- ze zijn te voorkomen door een gezond en vezelrijk dieet
1 op de 10 mensen heeft galstenen, vaak zonder er last van te hebben
- ouderdom en overgewicht zijn risicofactoren
Risico inschatting
.
Aard accident tabel 3
.