Summary Class notes - Module 3 Thema 4: Knobbeltje in de borst.

Course
- Module 3 Thema 4: Knobbeltje in de borst.
- 2021 - 2022
- Hogeschool Utrecht (Hogeschool Utrecht, Utrecht)
- Physician Assistant
374 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Module 3 Thema 4: Knobbeltje in de borst.

  • 1614121200 RC 4.1 Knobbeltje in de borst.

  • Benigne knobbeltjes in borsten
    • Fibroadenoom
    • cyste
    • ADH (atypische ductale hyperplasie (vaak geassocieerd met een (pre)maligniteit
    • papilloom, geeft vaak bloederige tepelvloed. Kan verwijderd worden via ductusscopie, via de tepel, kan de ductus verwijderd worden, zodat de vloed behandeld wordt, of radiologisch te laten excideren, door meerdere biopten te nemen, biopteer je hem er zo uit.
    • LCIS = voorstadium (L = lobulair)
    →  klassiek LCIS hoeft niet chirurgisch verwijderd worden, wordt wel levenslang vervolgd, - omdat de kans op ca verhoogd is. 
    • abces; liever puncteren dan een snee erin zetten, soms vaker nodig. Vaak icm borstvoeding. 
    • gynaecomastie
  • Wanneer krijgen vrouwen vooral fibroadenomen
    Rond de overgang
  • Beleid bij borst cysten
    •  cysten hoeveel meestal niet leeggezogen worden, en is geruststelling voldoende, anders kan het echogeleid (tussen 20 - 30 jaar is het vaak een fibroadenoom, hoeft ook niet verwijderd te worden, maar kan wel bij last)
  • Maligne knobbeltjes in borsten
    • ductaal adenocarcinoom (vanuit de melkwegen, ductaal)
    • DCIS (D = Ductaal)
    • lobulair carcinoom (LCIS)
    • maligne phyllodes (grote kans op recidief)
    • sarcoom
    • lymfoom
    • metastase van vb. longca. is wel zeldzaam
  • Anamnese vragen specifiek bij mammae
    Vragen of er klachten zijn, of via het bevolkingsonderzoek zijn ingestuurd zonder klachten.
    Of mensen deelnemen aan het BVO (bevolkingsonderzoek)
    Of mensen kinderen hebben (genetisch, eerder gescreend worden buiten het BVO?)
    Of mensen hormonen gebruiken (bij hormoongevoelige tumor stoppen)
    medicijnen, allergieën, voorgeschiedenis
    gewicht en lengte (belangrijk voor de SN)
    claustrofobie (MRI)
    cupmaat om de verhouding te zien tussen de tumor en het mammaweefsel bij een operatie.
  • LO specifiek bij mammae
    schilfering aan het tepelhof → kan maligne zijn
    stansbiopt nemen om te kijken of het niet onschuldig eczeem is. 
    Iets palpabel → vind je die zwelling ook terug tijdens de OK, of moet het gelokaliseerd worden om terug te vinden. Bij twijfel laten lokaliseren.
    Voelen in de oksel naar de lymfeklierstations naar eventueel vergrote lymfeklieren
    altijd zowel rechts als links voelen.
  • AO specifiek bij mammae
    Radiologie:
    • mammogram: Birads
    • echo
    bij maligniteit van biopt → echo van de maxilla.
    F&A (hele dunne naald)
    • evt MRI of PET CT op indicatie.

    Pathologie:
    • cytologie (van de axilla)
    • histologie/etc. (van de mamma)
  • Borstsparende therapie is op basis van...
    borstsparende therapie (in principe altijd icm radiotherapie), is op basis van de verhouding tumorgrootte versus de grootte van de borst. Tot 20% van de borst kan er zonder plastisch chirurg borstsparend uitgehaald worden. Bij > 20% = oncoplastische lump. met het toevoegen van weefsel, of het draaien van weefsel (LD-lap, latisimus dorsi lap) Soms kan het ook borstsparend na neo adjuvante theorie door het krimpen van de tumor. Maar soms krimpt de tumor niet, maar valt hij uiteen in kleinere fragmentjes.
  • Wat is het voordeel van ablatieve therapie
    • ablatieve therapie (in principe zonder radiotherapie, of achter de hand houden, het percentage recidief daalt naar 3% (ipv 11-12%) bij het geven van radiotherapie.
  • Beleid bij lymfekliermetastasen
    - Jodiumzaadje in de positieve klier -> + neo adjuvante chemotherapie. Afhankelijk van hoe die klieren reageren geef je dan radiotherapie op de klieren of een oksel resectie.

    SN of okselklierdissectie
    + Lump of ablatio
  • Wanneer kan een MST (mamma saving therapy) niet
    • op meerdere plaatsen tumoren
    • verspreid kwaadaardige kalk
    • tumorpositieve snijvlakken na adequate pogingen tot lokale verwijdering
    • eerder bestraling op de borst/recidief
    • grote tumoren: > 3cm..
  • Wanneer kan een SNB (Sentinel Node behandeling) niet
    • bij bewezen oksel metastase (FNA)
    • niet opkomende SN
  • Wanneer okselklierdissectie
    Er is een poging tot minder SN procedures omdat het veel morbiditeit veroorzaakt
    Bij een preoperatief positief vastgestelde SN → jodiumzaadje erin → PET scan
    1 = tot 3 klieren, 2 = meer dan 3 klieren.
    wat tumorpositief blijft wordt okselklierdissectie
  • Algemene regels incisie mamma sparende operatie, MST, lumpectomie.
    Liefst niet een litteken in het decolleté.
    Peri aurialaire incisie geeft vaak het mooiste litteken en kan verlengd worden. 
    In de inframammaire plooi (IMF) is vaak mooi
    een radiaire incisie over de tumor plaatje c, middelste lijn, en dan verplaats je links en rechts ernaar toe.
    Incisies in de huid lijnen: rekening houdend met de huidlijnen
  • Birads classificatie
    • BIRADS 0: De foto geeft onvoldoende informatie en er is nader onderzoek nodig.
    • BIRADS 1: De foto ziet er normaal uit. Verder onderzoek is niet nodig.
    • BIRADS 2: Het is een goedaardige afwijking. Verder onderzoek is niet nodig.
    • BIRADS 3: De afwijking is meest waarschijnlijk goedaardig. De kans op kwaadaardigheid is minder dan 2 %. Vaak wordt geadviseerd de afwijking na 6 maanden nog eens te controleren. Soms wordt ervoor gekozen een biopsie te doen.
    • BIRADS 4: De afwijking is verdacht, maar niet typisch voor een kwaadaardige tumor. Er moet verder onderzoek gedaan worden.
    • BIRADS 5: De afwijking is sterk verdacht voor een kwaadaardige tumor. Er moet verder onderzoek gedaan worden.
  • Casus 2:
    60 jaar, gedeformeerde borst rechts, grote palpabele afwijking, palpabele pathologische okselklier


    Uitslagen dag 1:
    • afwijking van 6 cm, Birads 5 afwijking, 6x4 cm
    • niet hormoongevoelig HER2 neu positief. Histologie: ductulolobulair carcinoom, ER-, PR-, Her-2 neu positief
    • FNA in de oksel, poliklinisch wordt er een lymfekliermetastasen vastgesteld. 

    Beleid:
    Vooral een MRI, PET CT voorafgaand aan de neo adjuvante chemotherapie.
    Als hij goed reageert op de chemo, kan je hem soms niet meer terugvinden, daarom wordt hij gemarkeerd. (liefst met jodiumzaadje, zowel in de oksel als in de tumor in de borst)
  • GRM (gemodificeerde radicale mastectomie)

    Ablatio/GRM therapeutisch:
    Is het noodzakelijk?: wat zijn de indicaties?
    wat is de wens van de patiënt?
    Bij BRCA gen → overwegen om preventieve ablatio te doen. Afhankelijk van de genmutatie en de wens van de patiënt. Is vaak huid- en tepelsparende ablatio. De incisie wordt dan veel kleiner, en dat kan vaak in combinatie met een reconstructie.
    Het alternatief is om de screenen buiten het BVO.
    Er is geen survivalbenefit aangetoont van een preventieve ablatio.
    Maar het kan psychisch belastend zijn om rond te lopen met het idee van 70-80% kans op mammaca.
  • Soms kan de SN ook door de incisie van de ablatio worden gedaan,
  • Tips & trics ablatieve chirurgie
    • huidsurplus
    • necrose huidlap → moet dun genoeg zijn maar niet te dun vanwege de vascularisatie
    • inframammair lijn → niet voorbij die plooi, voor de vorm van de borst.
  • Algemene complicaties mamma/ablatio chirurgie
    • nabloeding
    • wondgenezingsstoornissen
    • niet radicale operatie (10-15%)
    • slecht cosmetisch resultaat per item risicofactoren
  • Specifieke complicatie ablatio chirurgie
    chronisch lymfoedeem
    →  preventie door FT (fysio?) (start 5-7 dg postop.)
    → behandeling door oedeemtherapeut of FT
  • Methoden borstreconstructie
    • tissue expander gevolgd door prothese, of directe prothese
    • m. latissimus dorsi flap: huid-spier flap uit de  rug
    • TRAM flap: gesteelde huid-spier flap uit de buik
    • DIEP flap: vrije huid-spier flap uit buik
    • SGAP flap: huid-spier flap uit de bil.
    • Tissue expander
    • Siliconen prothese bds en tepelhofreconstructie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Vaardigheden bij conflicthantering bij een agressieve patiënt
1. Verplaats je in de anderProbeer je in de ander te verplaatsen. Hoe komt het dat hij zo boos reageert? Veel conflicten ontstaan als gevolg van domme misverstanden. Neem voordat je boos wordt de tijd om te proberen andermans gedrag  te begrijpen.
2. Word niet boosEen conflict is pas een conflict als jij het ervan maakt. Er gebeurt iets waardoor jij boos wordt. Maar bedenk dat die boosheid niet veroorzaakt wordt door wat er gebeurt, maar door hoe jij dat interpreteert. En de manier waarop mensen gebeurtenissen interpreteren, heeft sterk te maken met hun persoonlijkheid. Stel je dus de vraag: hoe komt het dat wat er gebeurt mij boos maakt?

3. Vermijd goede conflicten niet
Ga instrumentele conflicten niet uit de weg. Als je het samen niet eens bent over de beste aanpak, loont het bijna altijd om er een conflict van te maken. De oplossing wordt er beter van.
4. Speel de bal, niet de manHou zakelijke conflicten zakelijk. Vermijd grote woorden, heb het niet over de persoon maar over de kwestie en toon respect voor de ander. Gebruik constructies als: 'Dat ben ik niet met je eens, volgens mij ...'  Vermijd constructies als: 'Jij doet altijd ...'.
5. OnderhandelAls het conflict gaat over verdelingsvraagstukken kun je onderhandelen. Dat is een kwestie van geven en nemen. Onderhandelen kan echter alleen als de ander dat ook wil. Benoem het dus. 'Oké, jij wilt dit, ik wil dat. Daar moeten we samen uit kunnen komen.'
6. Buig meeAls iemand erg bazig doet heeft het geen zin om net zo bazig te doen. Integendeel. Ga er maar een beetje in mee maar kom tegelijkertijd met concrete voorstellen over de werkwijze. Deze aanpak voorkomt dat het conflict uit de hand loopt.
7. Hou rekening met cultuurverschillenDe Marokkaanse cultuur verschilt met de Nederlandse cultuur. Maar bedenk ook dat de cultuur van een grote organisatie verschilt met die van een kleine of dat de cultuur van Drenthen behoorlijk verschilt met die van Groningers.
8. Geef toeLaat je niet leiden door angst voor gezichtsverlies. Weet je zeker dat je boosheid terecht is? Of past een grootmoedig: 'Je hebt gelijk.'?
9. Hou voet bij stukSchiet niet te snel in het compromis. Als je je eigen belang serieus neemt en het belang van de ander, doe je er goed aan om bij zakelijke conflicten zo lang mogelijk te streven naar een oplossing waar iedereen beter van wordt. Hou dus in die situaties voet bij stuk!
AssertiviteitJe baas begrijpt je niet, je collega’s gaan er met jouw ideeën vandoor en anderen bepalen de agenda. Wat doe je eraan? Assertieve mensen komen op voor zichzelf, geven hun mening of uiten hun gevoel zonder zich schuldig, beschaamd of onzeker te voelen.
10. Evalueer je voorkeursstijlZoek uit welke stijl jouw voorkeursstijl is. En spoel eens wat conflicten terug: was die voorkeursstijl altijd effectief?
11. Speel met conflictenOefen. Verras jezelf en je omgeving. Probeer nieuw gedrag uit. Vraag je baas om wat coaching of zoek een leuke training. Conflicten kunnen je leven verrijken!
Wat is de overleving van borstkanker per stadium
Van de vrouwen met borstkanker stadium 1 zijn na 5 jaar nog gemiddeld 99 van de 100 mensen in leven. Bij stadium 2 zijn dat gemiddeld 92 van de 100 vrouwen. En bij stadium 3: 76 van de 100. Bij stadium 4 leven na 5 jaar gemiddeld nog 30 van de 100 vrouwen.
Let op: deze overleving geldt voor het stadium bij de eerste diagnose.
Na 5 jaar leeft:
Stadium 1: 99%
Stadium 2: 92%
Stadium 3: 76%
Stadium 4: 30%
In welk stadium is borstkanker bij de eerste diagnose
Bij borstkanker zijn er 4 stadia. Het stadium zegt iets over hoever de kanker is uitgebreid. Voor je prognose is het belangrijk om te weten in welk stadium de ziekte is.
Het gaat hierbij om het stadium bij de eerste diagnose. Later in het ziekteproces kan het stadium nog veranderen. Lees meer over de stadiumindeling bij borstkanker. 
De stadiumverdeling bij alle mensen die voor het eerst horen dat ze deze kankersoort hebben:
46%Stadium 1
37%Stadium 2
12%Stadium 3
5%Stadium 4
Jaren na de diagnose
1 jaar na diagnose: mensen in leven → 97%
3 jaren na de diagnose: mensen in leven: → 92%
5 jaren na de diagnose: mensen in leven → 88%
7 jaren na de diagnose: mensen in leven → 84%
10 jaren na de diagnose: mensen in leven → 79%
Wat is de overleving van borstkanke
Na 10 jaar zijn gemiddeld nog 79 van de 100 vrouwen in leve
Hoe vaak komt borstkanker voor per leeftijdsgroep
Borstkanker komt vooral voor bij vrouwen tussen de 45 en 74 jaar.
0%0-14 jaar
1%15-29 jaar
10%30-44 jaar
33%45-59 jaar
38%60-74 jaar
19%75 jaar en ouder
wat is 5 jaarsoverleving
De vijfjaarsoverleving van een bepaalde ziekte of aandoening is het percentage van de patiënten dat vijf jaar na het stellen van de diagnose nog in leven is
Radiotherapie + bijwerkingen en complicaties
Bestraling is bij borstkanker een veelgebruikte behandeling. Vaak krijg je de bestraling samen met andere behandelingen, zoals een operatie, chemotherapie of hormonale therapie. Hoeveel bestralingen nodig zijn, hangt af van de soort borstkanker en van het stadium van de ziekte.
Hoe verloopt de schildwachtprocedure
Als u voor een schildwachtklierprocedure in aanmerking komt, gaat u de dag vóór de operatie  naar het ziekenhuis
Op de afdeling nucleaire geneeskunde van het JBZ wordt u door de nucleaire geneeskundige opgeroepen. Hij of zij geeft u ongeveer vier kleine injecties met radioactieve stof op verschillende plaatsen , net onder de huid in de borst. Dit is even gevoelig. De radioactieve stof verplaatst  zich in de komende uren via de borst naar de eerste okselklier (de schildwachtklier). Dit alles duurt ongeveer tien minuten. Om te controleren of de radioactieve stof zich goed verplaatst, wordt er ongeveer 2 á 3 uur nadat u de injecties heeft gehad, een scan gemaakt. Tijdens het maken van de scan ligt u op een smalle onderzoekstafel. Boven u hangt een camera die in verschillende standen kan worden gedraaid. Tijdens het maken van de scan is het belangrijk dat u zo stil mogelijk blijft liggen. Door de ophoping van radioactieve vloeistof in de schildwachtklier, is deze klier zichtbaar op de scan.
Vervolgens kan de plaats waar de schildwachtklier zich bevindt, met stift worden aangetekend op uw huid. Het in beeld komen van de schildwachtklier zegt nog niets over het al dan niet aanwezig zijn van kwaadaardige cellen in deze klier. De hoeveelheid radioactiviteit die wordt toegediend is erg klein en ruim binnen de norm die de overheid daarvoor heeft aangegeven. Bijwerkingen zijn niet bekend.
De foto’s die zijn gemaakt, krijgt u mee naar huis. U neemt deze foto’s de dag van de operatie zelf mee
Wat is een schildwachtklierprocedure
Bij mensen zonder uitzaaiingen blijft de lymfeklieroperatie  beperkt tot het verwijderen van (meestal) één of twee klieren. Er worden voor deze ingreep verschillende benamingen gebruikt, wat tot verwarring kan leiden. Sentinel node-, schildwachtklier- of poortwachtklierprocedure zijn verschillende termen voor dezelfde ingreep.
De schildwachtklierprocedure kan worden uitgevoerd bij mensen met een tumor in de borst, bij wie met behulp van borstfoto’s, celpunctie en /of echografie bewezen is dat de tumor kwaadaardig is. Als er al voor de operatie vergrote lymfeklieren in de oksel worden gevonden, worden deze klieren nader onderzocht.