Summary Class notes - Moleculaire Eukaryote Microbiologie

Course
- Moleculaire Eukaryote Microbiologie
- Han Wösten
- 2019 - 2020
- Universiteit Utrecht
- Biologie
305 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Moleculaire Eukaryote Microbiologie

  • 1549234800 Hoorcollege 1 - H1: Introductie tot de eukaryote micro organismen

  • In welke rijken komen eukaryote micro-organismen voor?
    Schimmels en protisten
  • Is het rijk van schimmels monofyletisch of parafyletisch?
    Monofyletisch
  • Wat betekent het begrip monofyletisch?
    Alle leden hebben een gemeenschappelijke voorouder. De voorouder heeft dus alleen geresulteerd in schimmels. 
  • Is het rijk van protisten monofyletisch of parafyletisch?
    parafyletisch
  • Wat betekent het begrip parafyletisch?
    De meest recente voorouder heeft zich niet alleen ontwikkeld tot moderne protisten, maar ook tot schimmels, dieren en planten.
  • Wat behoort tot de protisten?
    Protisten bevatten alle eukaryoten die geen plant, dier of schimmel zijn, deze groep is gebaseerd op verwantschap en de protisten zijn opgedeeld in 21 rijken.
  • Hoe is de verwantschap tussen schimmels en slijmschimmels?
    Schimmels lijken meer op dieren en op de mens, dan dat ze op slijmschimmels lijken.
  • 1549321200 Hoorcollege 1 - H2: Introductie tot de schimmels

  • Hoe is de verwantschap van schimmels en planten/dieren?
    Schimmels vertonen op moleculair en cellulair niveau grote overeenkomsten met planten en dieren.
    Uit overeenkomsten in DNA sequenties blijkt dat schimmels fylogenetisch meer verwant zijn aan dieren dan aan planten.
  • Hoe is de verwantschap tussen schimmels en prokaryoten (bacteriën en archaea)?
    Er zijn grote verschillen tussen schimmels en prokaryoten. Schimmels zijn meer verwant aan planten en dieren dan aan prokaryoten.
  • Wat zijn de verschillen tussen schimmels en de planten/dieren? (2)
    • Planten en schimmels bevatten een celwand, deze hebben dieren niet
    • Dierlijke membranen bevatten cholesterol, planten membranen sitosterol en schimmel membranen bevatten ergosterol.
  • Noem 4 eigenschappen van schimmels.
    • Schimmels groeien waar (an)organisch materiaal en spore-elementen aanwezig zijn.
    • Schimmels zijn vaak aeroob, maar er zijn ook anaerobe soorten
    • Schimmels zijn vaak mesofiel, maar er zijn ook psychrofiele en relatief thermofiele soorten
    • Schimmels komen vaak voor in vochtige milieus, maar zijn ook in droge milieus aanwezig
  • Schimmels groeien waar (an)organisch materiaal en spore-elementen aanwezig zijn. Wat is organisch materiaal?
    Organisch materiaal is plantaardig afval. Schimmels zijn effectieve opruimers van plantaardig afval (lignocellulose) en gebruiken hiervoor koolstof als energiebron en ze zijn heterotroof.
  • Schimmels groeien waar (an)organisch materiaal en spore-elementen aanwezig zijn. Geef een voorbeeld van anorganisch materiaal.
    Schimmels kunnen stoffen afbreken als springstof en kit. Daarom is in kit altijd anti-schimmel middel aanwezig. Door het gebruik van die anti-schimmel middelen zijn er schimmels resistent voor anti-schimmel middelen die gebruikt worden in de kliniek.
  • Schimmels zijn vaak mesofiel. Wat is mesofiel?
    De schimmel kan dan groeien bij een temperatuur tussen de 15 en 30/35 graden (dus niet bij 37 graden).
  • Schimmels kunnen psychrofiel zijn. Wat is psychrofiel?
    Schimmels kunnen dan groeien bij lage temperaturen, zelfs bij -2/-3 graden. Ze leven vooral in de koelkast
  • Schimmels kunnen thermofiel zijn. Wat is thermofiel?
    Schimmels kunnen dan groeien bij hoge temperaturen. Hoogste temperatuur is ongeveer 50 graden, maar sommige schimmelsporen kunnen wel bij 80-85 graden overleven. Komen vooral voor in de tropen.
  • Waarom leven schimmels voornamelijk in vochtige milieus? En waarom soms ook in droge milieus?
    Schimmels zijn in staat te groeien bij een vochtig milieu en kunnen hierbij water produceren door het afbreken van cellulose. Ze kunnen dit geproduceerde water dan vervolgens gebruiken. Schimmels die dit kunnen, kunnen dus ook soms leven in droge milieus.
  • Voorbeeld: Waarom kunnen 37 soorten schimmels leven in Chernobyl waar de radioactiviteit 10.000x zo hoog is als de mens kan verdragen?
    Schimmels bevatten melanine in de celwand en melanine absorbeert UV, maar ook andere vormen van straling.
  • Voorbeeld: Waarom kunnen schimmels groeien in ruimtestations?
    Schimmelsporen zijn vaak gepigmenteerd en zijn daardoor bestand tegen astronomische straling.
  • Zijn schimmels heterotroof of autotroof?
    Schimmels zijn heterotroof
  • Welke 4 typen voedingswijzen zijn er? (2 autotroof, 2 heterotroof)
    • Foto-autotroof
    • Chemo-autotroof
    • Foto-heterotroof
    • Chemo-heterotroof
  • Wat is een endomycorrhiza? En welke soort(en) schimmels veroorzaken dit?
    Bij een endomycorrhiza groeien de schimmeldraden uitsluitend het wortelweefsel binnen en vormen ze dus geenlaag rondom de wortels. Ze penetreren de celwanden, maar niet de plasmamembraan. Ze drukken de hyfen in de cel en de plasmamembraan van de cel blijft zich om de hyfen vouwen (gaat dus niet door de cel heen). Ze maken arbuscula die zorgen voor water en mineralen.
    Dit wordt veroorzaakt door glomeromyceten.
    95% van de landplanten heeft een samenwerking als mycorrhiza, waaronder de meeste grassen.
  • Wat is een kortsmos?
    Een korstmos wordt gevormd wanneer een schimmel een mutualistische interactie aangaat met algen of cyanobacteriën. De schimmel levert water en mineralen, terwijl de cyanobacterie of alg suiker levert. Daarnaast bepaalt de schimmel de vorm van de korstmos waardoor er gasuitwisseling mogelijk is. Hierdoor kan de alg/cyanobacterie aan CO2 komen, want deze is noodzakelijk. Ook worden toxines gemaakt die vraat tegengaan.
  • Geef een voorbeeld van een mutualistische symbiose met dieren
    Schimmels kunnen plantaardige resten afbreken in magen van dieren. In de maag van runderen helpen ze bijvoorbeeld bij het verteren van gras voor de gastheer.
  • Wat gebeurt er bij een parasitaire interactie?
    Wanneer schimmels een parasitaire interacties aangaan met een gastheer, ervaart de schimmel hiervan een voordeel, terwijl de gastheer dit als een nadeel ervaart. Daarom zijn schimmels ook belangrijke ziekteverwekkers (pathogenen).
  • Wanneer zijn schimmels pathogeen voor de mens?
    Dit kan door het gebruik van antibiotica, katheters, ouderdom (afnemende afweer, diabetes) en transplantaties. Maar ook kan het komen door een verminderde afweer zoals bij een HIV infectie, gebruik anticonceptiepil en zwangerschap. 
    Er zijn ook soorten bekend die mensen kunnen infecteren zonder verminderd immuunsysteem.
  • Waarom is de mens geen gunstige gastheer voor de schimmel?
    Er zijn maar weinig schimmels die bij 37 graden (lichaamstemperatuur) kunnen groeien, waardoor het lichaam ons kan verweren tegen een infectie met een schimmel. Zodra de schimmel binnenkomt zal hij dood gaan door de temperatuur.
  • Waarom kunnen schimmels wel groeien op de huid?
    De huid heeft een lagere temperatuur dan de rest van het lichaam, namelijk 30 graden.
  • Wat is foto-autotroof? En geef voorbeeld van organismen (3) die foto-autotroof zijn.
    Licht als energiebron en CO2 als koolstofbron.
    Fotosynthetiserende prokaryoten, planten en micro-organismen (bijv. cyanobacteriën en algen). 
  • Wat is chemo-autotroof? Geef ook een voorbeeld.
    Chemische omzettingen (anorganische chemicaliën) worden gebruikt als energiebron en CO2 wordt gebruikt als koolstofbron.
    Bijv. oxidatie van zwavel in zwavelzuur. In een meer waar het organisme leeft (prokaryoot) wordt het heel zuur, zure regen ontstaat, bomen worden hierdoor vernietigd.
  • Wat is foto-heterotroof?
    Licht wordt gebruikt als energiebron en organische verbindingen als koolstofbron.
    Kunnen dus geen CO2 omzetten in hun organisch materiaal.
  • Wat is chemo-heterotroof? Geef voorbeeld.
    Organische verbindingen worden zowel als energie- als koolstofbron gebruikt.
    Vooral bij eukaryote organismen: de mens, dieren en bepaalde planten (zonder fotosynthese), protisten, slijmschimmels, pantoffeldiertjes.
  • Welke voedingswijze komt voor bij de eukaryote micro-organismen?
    Foto- en chemo-heterotroof
  • Wanneer is een schimmel saprotroof?
    Als hij dood organisch materiaal afbreekt.
  • Voor de afbraak van welke stof zijn sapotrofe schimmels voornamelijk verantwoordelijk?
    Voor de afbraak van lignine.
    Schimmels in het maag-darmkanaal van termieten kunnen ook lignine afbreken.
  • Welke stoffen worden naast lignine ook afgebroken door saprotrofe schimmels?
    Naast lignine zijn ze ook van groot belang bij de afbraak van andere polysacharide materialen zoals cellulose, pectine en zetmeel.
  • Wat zou er gebeuren als schimmels niet saprotroof zouden zijn?
    Schimmels zijn de enige effectieve opruimers van plantaardig afval (lignocellulose) en zonder schimmels zou dit afval accumuleren en zou de koolstofcyclus onderbroken worden.
  • Wat breken saprotrofe schimmels naast plantaardig afval nog meer af?
    Dierlijk materiaal
  • Welke rol kunnen schimmels hebben in de natuur? (3)
    • Leven op dood materiaal en breken dit dode organische materiaal af (saprotroof)
    • Leven in symbiose: mutualisme, commensalisme, parasitisme
    • Kunnen ook leven als combinatie van saprotroof en symbiose.
  • Wat is commensalisme?
    Hierbij ervaart de ene partij een voordeel en de andere partij geen nadeel van de symbiose.
  • Wat is mutualisme?
    Hierbij ervaringen beide partijen een voordeel van de symbiose.
  • Wat gebeurt er bij een combinatie van de twee rollen die een schimmel kan hebben?
    Er zijn parasitaire schimmels die ook saprotroof kunnen zijn. Als de gastheer niet in de buurt is dan leeft hij van dood organisch materiaal. Er zijn ook schimmels die parasitair zijn voor de ene gastheer en commensalair voor de andere gastheer.
  • Wat is een mycorrhiza? En leg uit hoe dit werkt.
    Mycorrhiza is een mutualistische interactie tussen een schimmel en een plant, dus een samenleving van deze twee. Deze schimmel gaat hierbij een interactie aan met de wortels van de plant en breiden hierbij het wortelstelsel uit. De schimmels leveren daardoor water en mineralen aan de plant en krijgen op hun beurt suikers van de plant.
  • Welke twee soorten mycorrhiza's bestaan er?
    Ectomycorrhiza's en endomycorrhiza's
  • Wat is een ectomycorrhiza? En welke soort(en) schimmels veroorzaken dit?
    Bij ectomycorrhiza maakt de schimmel een mantel van draden rondom de wortel van de plant, ze gaan hierbij niet door de plantencel heen en blijven dus ertussen zitten. Ook worden de buitenste lagen van het wortelstelsel gepenetreerd. 
    Dit wordt veroorzaakt door ascomyceten en basidiomyceten.
    Voorbeeld: vliegenzwam die interactie aangaat met de berk en den.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Literatuuropdracht: Bedriegers die zich voortplanten ten koste van cellen die eerlijk proberen te zijn.Pseudoplasmodia differentiëren in een vruchtlichaam dat bestaat uit een steel en een zak met sporen. De cellen die de steel vormen gaan dood, terwijl de cellen die sporen vormen zich zullen voortplanten. Of je een steelcel wordt hangt af van de plaats waar je je bevindt binnen het aggregaat. Binnen een populatie amoebes kunnen er individuen zijn die de boel bedriegen: zij zorgen ervoor dat zij op die plekken terecht komen waaruit sporen ontstaan, en laten op deze wijze andere cellen sterven om de voortplanting van bedriegers mogelijk te maken. Lees de artikelen van Khare et al. (2009) en Urushihara (2009) en beantwoord de volgende vragen.4) De screening resulteerde in een mutant die gemuteerd is in het rccA gen. Hoe werd getest dat deze mutant niet zelf een bedrieger is? 5) Hoe definieer je een "nobele" stam?6) De functie van rccA is onbekend. Bedenk een drietal proeven hoe je de functie van rccA kunt onderzoeken. Beschrijf kort wat de uitkomst van het experiment kan zijn. 
4) Kruisen met WT en opweken. Je krijgt dan sporen. In de sporezak is de verhouding 50/50. Als het niet zelf een bedrieger is dan zullen cellen 50/50 in de sporenzak terecht komen.
5) Een bedrieger resistente stam die geen misbruik maakt van anderen.
6) De functie van rccA is onbekend. Bedenk een drietal proeven hoe je de functie van rccA kunt onderzoeken. Beschrijf kort wat de uitkomst van de experimenten zijn.
  1. Knockout maken:  Je had een mutant gemaakt dat de vector in het gen integreerde. Heeft knockout dan meer fenotype dan mutant waarin vector is geïntegreerd? Knockout wordt toch gemaakt omdat het kan dat de vector aan het einde van het gen is geïntegreerd waardoor je nog steeds een gedeeltelijk actief eiwit krijgt.
  2. Eiwit lokalisatie: met antilichamen. uitkomst kan zijn dat je het eiwit bijv. kan vinden in de sporezak op de plasmamembraan. Functie zou dan transport kunnen zijn (bijv. stofje van bedrieger). Het zou dus een receptor kunnen zijn als hij op de plasmamembraan zit. Als je hem in de kern vindt zou de conclusie zijn dat hij iets te maken heeft mer regulatie, bijvoorbeeld een transcriptiefactor.
  3. GFP: Je kunt zien waar en wanneer het tot expressie komt. Bijv. uitkomst dat hij in pleudoplasmodium tot expressie komt op het moment dat er een steel wordt gevormd.
  4. Zuiveren en karakteriseren van het eiwit: Kijken bij karakterisering of het ergens aan bindt. Kijken of het eiwit bijv. kan binden aan het oppervlak van cellen (al dan niet bedrieger cellen). Of je zou kunnen kijken of hij een partner eiwit heeft. Je zou ook kunnen zien dat hij bijv. aan een suiker blijft hangen.
Literatuuropdracht: Bedriegers die zich voortplanten ten koste van cellen die eerlijk proberen te zijn.Pseudoplasmodia differentiëren in een vruchtlichaam dat bestaat uit een steel en een zak met sporen. De cellen die de steel vormen gaan dood, terwijl de cellen die sporen vormen zich zullen voortplanten. Of je een steelcel wordt hangt af van de plaats waar je je bevindt binnen het aggregaat. Binnen een populatie amoebes kunnen er individuen zijn die de boel bedriegen: zij zorgen ervoor dat zij op die plekken terecht komen waaruit sporen ontstaan, en laten op deze wijze andere cellen sterven om de voortplanting van bedriegers mogelijk te maken. Lees de artikelen van Khare et al. (2009) en Urushihara (2009) en beantwoord de volgende vragen.1) Bedriegen is een bedreiging voor de sociale interactie van Dictyostelium cellen. Naast de ontwikkeling van resistentie voor bedrog worden er een aantal mogelijkheden beschreven hoe dergelijk gedrag mechanistisch beteugeld kan worden. Welke zijn dat?2) Beschrijf de screening hoe getest werd of er mutanten kunnen ontstaan die resistent zijn voor bedrog maar die met wildtype cellen nog steeds coöperatief zijn.  3) Waarom zie je verschillende banden in de Southern tijdens de eerste 3 cycli van screening?
1)
  • Hij bedriegt niet alleen, maar de bedriegende eigenschap heeft een fitness kost op andere eigenschappen. De mutatie die plaatsvindt is pleiotroop, wat betekent dat de mutatie op verschillende eigenschappen effect heeft.
  • Hij gaat pseudoplasmodium actief maken met verwante cellen. Deze verwante cellen hebben een mindere kans om bedrieger te zijn dan een andere stam die lang geleden is afgesplitst. Bij selectie bij je actief en cellen die zich ergens bevinden zijn baak elkaar verwanten, dus de kans dat daar een bedrieger in ontstaat moet tijdens de laatste sporezakcycli zijn geweest. Dus ze gaan heel bewust met verwanten een pseudoplasmodium maken.
  • Resistentie ontwikkeling tegen bedriegen.

2) Mutante bank gemaakt door een vector willekeurig te transformeren die overal in het genoom is gaan zitten en kan dus overal een en inactiveren. (zie voor details het document)
3) Bij de eerste 3 cycli waren en verschillende mutanten aanwezig. Bij de vierde cyclus was dit nog maar 1 soort die aanwezig was. Elke mutant heeft zijn eigen fragment grootte als hij geknipt wordt, dus als je dit op een Southern aanbrengt krijg je allemaal bandjes. Je ziet dat hoe meer cycli er zijn, hoe minder verschillende bandjes er zijn en hoe dikker het ene bandje wordt. 
Wat is het fenotype van een stam waarin PdsA is geïnactiveerd? Evenzo wanneer het gen tot overexpressie is gebracht?

PsdA breekt het cAMP buiten af, hoe meer cellen je hebt, hoe meer cAMP wordt afgebroken waardoor meer cAMP is aan de buitenkant en niet in het centrum.
  • Bij een inactivatie wordt cAMP in het centrum niet meer afgebroken waardoor CAR geactiveerd blijft en in het centrum cAMP gemaakt blijft worden. De cellen hebben dus de neiging om te blijven bewegen en de pseudoplasmodium morfologie is dan niet meer goed.
  • Bij overexpressie wordt aan de buitenkant meer cAMP afgebroken, dus de cellen stromen niet meer effectief naar de buitenkant toe en het pseudoplasmodium zal minder of helemaal niet gemaakt worden.
War is het fenotype van een stam waarin de receptoren van de aminozuren is geïnactiveerd? Evenzo wanneer dit gen(en) tot overexpressie is gebracht?
  • Bij een inactivatie van de receptor kan er eerder een vruchtlichaam worden gevormd omdat bacteriën het systeem niet meer onderdrukken. Hij kan eerder gaan stromen want er is ook meer cAMP.
  • Bij een overexpressie zal hij langer bacteriën kunnen waarnemen, ook bij lage aminozuur hoeveelheden en zal later pas een pseudoplasmodium gaan vormen
Wat is het fenotype van een stam waarin PSF is geïnactiveerd? Evenzo wanneer het en tot overexpressie is gebracht?
  • Zonder PSF kan er geen cAMP meer worden gevormd. Dit is nodig om de cellen te laten stromen en een pseudoplasmodium te vormen. Dit gebeurt dan dus niet meer.
  • Bij een overexpressie van PSF krijg je meer cAMP en kan hij eerder een pseudoplasmodium vormen. Een voorwaarde is hierbij wel dat bacteriën afwezig zijn. 
Literatuuropdracht: Primitieve landbouw in Dictyostelium.Als organisme kun je fourageren en voedsel tot je nemen dat je vindt. Je kunt ook voedsel zaaien, verzorgen en oogsten, zoals mensen dat doen in de landbouw. Primitieve landbouw (zaaien en oogsten, maar niet verzorgen) wordt ook bedreven door Dictyostelium. In dit geval worden bacteriën in de vruchtlichamen meegenomen en gezaaid op de plek waar een nieuwe kolonie ontstaat. Deze bacteriën kunnen zich vermenigvuldigen en door Dictyostelium worden geoogst om als voedsel te dienen. Lees het artikel van Brock et al. (2011) en beantwoord de volgende vragen.1) Wat zijn de voor- en nadelen voor Dictyostelium om bacteriën mee te nemen in de vruchtlichamen?2) Hoe werd aangetoond dat vruchtlichamen bacteriën met zich meenemen?3) Worden er meerdere soorten of een enkele soort bacterie meegenomen in het vruchtlichaam? Hoe werd dit aangetoond?4) Ongeveer 30% van de geïsoleerde klonen blijken bacteriën mee te nemen in hun vruchtlichaam. Het meenemen blijkt een genetische eigenschap te zijn. Hoe werd dit aangetoond?5) Hoe zou je genen kunnen isoleren die betrokken zijn bij het meenemen van bacteriën in het vruchtlichaam?6) Hoe werd getest of het meebrengen van bacteriën toch voordelig kan zijn in een omgeving waar reeds bacteriën zijn? Hoe wordt dit verklaard?7) Hoe zou de eigenschap van landbouw-houderij in de loop der tijd verder kunnen evolueren?
1)
  • Voordelen: Hij heeft altijd voedsel dat hij kan produceren 
  • Nadelen: Als er wel bacteriën op de nieuwe plek zijn dan was hij voortijdig gestopt met groeien waardoor er minder cellen zijn. Je kunt ook pathogene bacteriën meenemen. En ook kost het energie om bacteriën mee te nemen.


2) Uitgeplaat en kijken of er wel of geen bacteriën op zaten met microscoop. Maar ongeveer 1-2% van de bacteriën gaan groeien op de plaat, omdat bacteriën voedingsstoffen nodig hebben die niet aanwezig zijn in de agarplaat. Bacteriën zijn namelijk afhankelijk van elkaar, dus als je het door elkaar schudt kunnen ze hun functie niet meer uitoefenen.

3) Meerdere. Het 16S gen van de bacteriën op de plaat werd gesequenced, DNA werd geïsoleerd en primers werden toegevoegd die 16S amplificeren. 

4) Dictyostelium werd steriel gemaakt. Het werd gevoerd met dode bacteriën, alle bacteriën verdwijnen terwijl hij groeit. Daarna weer op een bacterie-rijke bodem gegroeid en in welke groep komt de bacterie terug in het vruchtlichaam? --> er waren twee groepen Dictyostelium genomen: een groep die bacteriën meenam en een groep die dit niet deed. Degene die het niet deden, deden het nu ook niet en degene die het wel deden, deden het nu ook.

5) RNAseq doen (geen Q-PCR want dat doe je op een specifiek gen). Je neemt hiervoor de twee groepen van de vorige vraag en kijkt naar de genexpressie. Je kijkt dan naar de genen van degene die het wel kunnen en die het niet kunnen.

6) Er werden meer sporen geproduceerd door de farmers dan door de non-farmers. Ze hadden deze in de grond geplaatst en sporen geteld. De farmers produceerden meer sporen. Door zijn eigen voedsel mee te nemen weet je zeker dat je de bacterie lust, want in de grond kunnen bacteriën zitten die hij niet lust.

7) Slijmzwam neemt alleen bacteriën mee die hij kan eten. Hij neemt dus geen pathogene bacteriën mee. Als je hem extra gaat voeden dan gaat hij meer produceren.
Literatuuropdracht: Slijmzwam Physarium gebruikt een extern ruimtelijk geheugen om te navigeren door zijn omgeving. Lees het artikel van Reid et al. (2012) en beantwoord de volgende vragen.1) Waaruit bestaat het externe ruimtelijke geheugen van de slijmzwam?2) Hoe werd dit aangetoond?3) Wat zou een thema voor vervolgonderzoek kunnen zijn?
1) Het waarnemen van zijn eigen slijm. Dit slijm bestaat uit een polyanionische glycoproteïne, dus hij is sterk negatief geladen eiwit die versuikerd is doordat er allemaal sulfaatgroepen aan gekoppeld zijn.

2) 2 proeven: U en Y vorm
  • U vorm: 1 met en 1 zonder slijm en voedselbron erin. Om de voedselbron te bereiken moet je helemaal om. 2e situatie: 1 petrischaal waar alles met slijm was, of eentje waar geen slijm aanwezig was. Hij ging sneller naar koolstofbron zonder slijm, want door slijm denkt hij dat hij er al is geweest.
  • Y proef: Voedselbron in de armen van Y. In de ene zat wel slijm en bij de andere niet. Hij ging naar de kant waar geen slijm was.

3) Zijn er schimmels die het glycoproteïne opeten en welke gevolg kan dat hebben in de natuur?
Kost het transport van glucose over de plasmamembranen van een septum per definitie ATP en is het daarmee dus erg duur in energie?
Hoeft niet per se, want als het gebruik maakt van concentratieverschil hoeft er geen ATP gebruikt te worden.
Hoeveel membranen moet glucose passeren om via het septum van het ene compartiment naar het andere te komen? Hoeveel transport moleculen zijn dus nodig?
2x plasmamembraan, dus 2 transporters.
Waarom is heterogeniteit een belangrijke target voor de industrie om eiwit productie te verhogen?
Je wilt alleen degene met hoge productie. Als hyfen lage productie hebben dan wil je die niet gebruiken, want die kosten allemaal energie. Je wilt dus heterogeniteit hebben.