Summary Class notes - Natuurkunde

Course
- Natuurkunde
- Dekker
- 2015 - 2016
- Katholieke Scholengemeenschap Hoofddorp (Hoofddorp)
- Klas 2 VMBO (Geen profiel)
246 Flashcards & Notes
2 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Be the first one to add content
Discover the Study Smart Package

Summary - Class notes - Natuurkunde

  • 1507759200 Blz. 1 (Samenvattingsboekje) HS1

  • Wat is de formule om dichtheid te berekenen?
    ρ=m/V
  • Waar staan de letters uit de formule "ρ=m/V" voor?
    ρ= dichtheid
    m= massa
    V= volume
  • Welke eenheden horen er bij de formule "ρ=m/V" ?
    ρ= g/cm^3 of kg/dm^3
    m= g of kg
    V= cm^3 of dm^3
  • Noem de 12 stofeigenschappen.
    - Kleur
    - Geur
    - Smaak
    - Dichtheid
    - Geleidbaarheid warmte of elektriciteit
    - Verspaanbaarheid (hoe makkelijk het te bewerken is)
    - Magnetisch
    - Smeltpunt, kookpunt
    - Fase bij kamertemperatuur
    - Buigzaamheid
    - Corrosiebestendig (het word niet snel aangetast door roest)
  • Wat zijn grondstoffen?
    Stoffen die uit de natuur worden gehaald (zilvererts, steenkool, hout)
  • Hoe kun je afvalstoffen verwerken?
    - Storten
    - Verbranden
    - Hergebruiken
      - Hergebruiken als product
      - Hergebruiken als materiaal
      - Hergebruiken als brandstof
  • Wat is de betekenis van KCA?
    Klein Chemisch Afval
  • Wat is de betekenis van GFT?
    Groente-, Fruit- en Tuinafval
  • 1507845600 Blz. 2 (Samenvattingsboekje) HS1

  • Wat betekent dit teken?
    Niet mengen.
  • Wat betekent dit teken?
    Explosieve stoffen.
  • Wat betekent dit teken?
    Brandgevaarlijke stoffen.
  • Wat betekent dit teken?
    Schadelijke of irriterende stoffen.
  • Wat betekent dit teken?
    Bijtende stoffen.
  • Wat betekent dit teken?
    Giftige stoffen.
  • Productie processen
    Wat betekenen de blokken? (2 betekenissen)
    - Bewerkingen
    - Handelingen
  • Productie processen
    Wat betekenen de pijltjes? (3 betekenissen)
    - Grondstoffen
    - Producten
    - Afval
  • Wat is interpoleren?
    Aflezen op de lijn van de grafiek (maar niet in een meetpunt).
  • Wat is extrapoleren?
    Aflezen buiten de lijn van de grafiek.
  • Welke 2 manieren zijn er om een grafiek te tekenen?
    - Of 1 strakke lijn met je geo (zo veel mogelijk door meetpunten)
    - Of 1 vloeiende lijn zonder geo (zo veel mogelijk door de meetpunten)
  • Wat is het absolute nulpunt?
    0 K (kelvin) = -273 °C
  • 1507932000 Blz. 3 (Samenvattingsboekje) HS1

  • Waar staan deze afkortingen voor:
    M
    K
    M
    M
    Mega
    Kilo
    Milli
    Micro
  • Waar staan deze voorvoegsels voor:
    Mega
    Kilo
    Milli
    Micro
    1.000.000  (miljoen)
    1.000  (duizend)
    0,01 (duizendste)
    0,000,001 (miljoenste)
  • Leg de onderdompelmethode uit.
    Gooi het blokje in het water en kijk hoeveel ml (=cm3) het water is gestegen.
  • Noem de 2 manieren om V te berekenen.
    - V=lengte x breedte x hoogte
    - V=oppervlakte x hoogte/dikte
  • Wanneer zinkt een blokje?
    Als de dichtheid van het blokje groter is dan de dichtheid van de vloeistof.
  • Wanneer zweeft een blokje?
    Als de dichtheid van het blokje gelijk is aan de dichtheid van de vloeistof.
  • Wanneer drijft een blokje?
    Als de dichtheid van het blokje kleiner is dan de dichtheid van de vloeistof.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Natuurkunde

  • 1443304800 H1.1 en H1.2

  • Hoeveel Joule per seconde is 50W?
    50J/s.
  • 1000 W = 1 kW
    1 kWh = 1000 Wh
    1000 Wh = 3600000 J
    Dus 1 kWh = 3600000 J = 3.6 MJ
  • Wat is het vermogen van een apparaat?
    De energie die een apparaat per seconde opneemt.
  • Je kan op twee manieren het vermogen van een apparaat groter maken. Noem deze twee manieren.
    1) Een hogere spanning op het apparaat zetten.
    2) Een grotere stroomsterkte.
  • Voorbeeldopgave:
    Bereken het vermogen van een magnetron, die is aangesloten op 230 V en een stroomsterkte krijgt van 5,5 A.
    P=vermogen
    U=spanning
    I=stroomsterkte

    P=U*I
    P=230V * 5,5A
    P=1265W
  • Wat is elektrische energie?
    De hoeveelheid energie dat een apparaat opneemt. Afhankelijk van vermogen en tijd.
  • Voorbeeldopgave:
    Hoeveel energie verbruikt een boormachine in 1,5 uur met een vermogen van 450W?
    E=kWh
    P=kW
    t=uur

    E=P*t
    E=450W*1,5h
    E=675Wh=0,675kWh
  • Wat is het rendement?
    Dit is de energie/vermogen dat voor een apparaat nuttig gebruikt wordt.
  • Wat is de formule van rendement?
     rendement (ρ)=nuttige energie/toegevoerde energie*100%
  • 1447110000 H1.3

  • Wat is weerstand?
    De tegenwerkende kracht op de elektronen.
  • Waarmee wordt weerstand gemeten?
    Met een universeel meter.
  • Wanneer wordt de weerstand groter?
    1. als je een dunnere draad pakt.
    2. als je een langere draad pakt.
    3. als de draad warmer wordt (behalve bij een constantaandraad, daar blijft R gelijk als de temperatuur stijgt).
  • Waarvan is de soortelijke weerstand afhankelijk?
    1. de lengte van de draad (l)
    2. de doorsnede van de draad (A)
    3. het materiaal (ρ)
  • Wat is de formule voor soortelijke weerstand? Zet erbij waar de letters voor staan.
    R=ρ*l/A

    ρ is Ωmm²/m
    l is m
    A is mm²
  • 1447196400 H1.4

  • Noem de kenmerken van een serieschakeling.
    1. de stroom kan maar één richting op en is dus overal hetzelfde
    2. de spanning is verschillend (neemt af)
    3. de totale spanning moet, bij elkaar opgeteld, altijd hetzelfde blijven
  • Wat is het kenmerk van een parallelschakeling?
    De stroom kan meerdere kanten op.
  • Met welke formule bereken je de vervangingsweerstand?
    1/Rv=1/R1+1/R2+1/R3+.....
  • Hoe ontstaat statische elektriciteit en wat gebeurt er dan?
    Door wrijving tussen twee stoffen. Er springen dan deeltjes (elektronen) over. Eén van de stoffen wordt hierdoor negatief geladen (te weinig aan elektronen). De stof met een teveel aan elektronen kan ze laten overspringen op de andere.
  • Twee negatieve ladingen stoten elkaar af.
    Twee positieve ladingen stoten elkaar af.
    Een positieve en een negatieve lading trekken elkaar aan.
  • Afspraak: glas, perspex en eboniet worden positief geladen.
  • Noem de volgorde van onweer.
    1) Warme lucht stijgt op en koelt af.
    2) Er ontstaan ijskristallen in de wolk die vallen omdat ze zwaarder zijn.
    3) Door de wrijving wordt de wolk onderin negatief geladen.
    4) De negatieve lading op aarde wordt weggeduwd.
    5) Het aardoppervlak wordt positief.
    6) Er ontstaan voorontladingen.
    7) De ontlading komt met een bliksemflits.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.