Summary Class notes - Nederlands

Course
- Nederlands
- Klaas Lintermans
- 2019 - 2020
350 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Nederlands

  • 1577833200 Woordenschat §1

  • Mentaal
    in (of van) de geest
  • Verhullen
    verbergen;verdoezelen
  • Repressie
    onderdrukking
  • Adequaat
    geschikt voor het beoogde doel
  • Loyaal
    trouw aan
  • Reduceren
    terugbrengen tot een kleiner aantal of lager peil
  • Attitude
    gedrag, gedragslijn
  • Ongenoegen
    misnoegen, ontevredenheid
  • Saboteren
    sabotage plegen
  • Parallellen
    gelijklopend, evenwijdig, overeenkomend
  • Consensus
    overeenstemming van mening
  • Drastisch
    krachtig en snel
  • Onmiskenbaar
    onloochenbaar
  • Bont
    veelkleurig, gespikkeld, gevlekt
  • Vergaren
    inzamelen, verzamelen
  • Uniformiteit
    gelijkvormig
  • Uniek
    Eén in zijn soort
  • Potentieel
    de mogelijkheid bezittend zich te ontwikkelen tot het genoemde
  • Rivalen
    mededinger;medeminnaar
  • Zinnen
    peinzen over, denken aan
  • Negeren
    doen alsof je iem. niet ziet, iets niet merkt
  • Ornitholoog
    vogelkunde
  • Analyse
    onderzoek dat of uitleg die duidelijk maakt hoe iets in elkaar zit
  • Aan het licht brengen
    Bekend maken
  • Patronen
    model, vorm, voorbeeld
  • Frequentie
    het herhaaldelijk weerkeren
  • Individueel
    iedere afzonderlijke persoon betreffend
  • Vitaal
    voor het leven van groot belang; energiek
  • Leken
    die niet tot de geestelijke stand behoort; overeenkomst hebben met
  • Relatief
    betrekkelijk, vergeleken met iets anders
  • Dientengevolge
    als gevolg daarvan
  • Ietwat
    een beetje;enigszins
  • Veerkrachtig
    met veerkracht; elastisch
  • Al naargelang
    naarmate
  • Intensiteit
    mate van kracht of hevigheid
  • Proviand
    levensmiddelen die je meeneemt op reis
  • Gepaard gaan met
    Samengaan met
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Nederlands

  • 1539295200 woordenschat hoofdstuk 2

  • Alliteratie
    Alliteratie is een rijm waarbij de beginmedeklinkers van de woorden of lettergrepen hetzelfde zijn
  • Attribuut
    Een attribuut is een voorwerp dat als kenmerk aan iets of iemand wordt verbonden.
  • Beeldspraak
    Beeldspraak is de manier van uitdrukken waarbij een beeld duidelijk maakt wat je wilt zeggen
  • Klassieker
    Een klassieker is een vaak gezongen lied, veelgelezen boek etc
  • Parallellogram
    Een parallellogram is een vierhoek waarvan de onderstaande zijden evenwijdig zijn
  • Pictogram
    Een pictogram is een weergave van iets in de vorm van een afbeelding of tekening
  • Twisten
    Twisten is ergens ruzie over maken of discussiëren
  • Beargumenteren
    Iets met argumenten opbouwen
  • Canon
    Lijst met boeken die je gelezen moet hebben
  • Raamvertelling
    Manier van vertellen waarbij één verhaal de omlijsting of kader is van een groot aantal andere vertellingen
  • De rode draad
    Iets belangrijks in bijv. een rede, verhaal, muziekstuk
  • Executie
    Executie betekent doodstraf
  • Onvoltooid
    Niet afgemaakt
  • Gratie
    Gratie betekend dat de staf wordt het geannuleerd, verminderd of veranderd 
  • Fameus
    Door veel mensen gekend of bewonderd
  • Aanhankelijk
    Geneigd om aan iemand te hechten
  • Epos
    Verhaal of gedicht over een historisch figuur
  • Decennium
    Tijdperk over 10 jaar
  • Gecamoufleerd
    Onopvallend maken
  • Iets met argusogen bekijken
    Iets nauwlettend in de gaten houden
  • De klassieken
    Schrijvers, kunstenaars etc. in de oudheid
  • Etymologie
    Herkomst van een woord
  • Aan de kaak stellen
    Iets wat verkeerd is onder handen nemen
  • 1548716400 Toets grammatica zinsdelen

  •  Wat zijn de bepaalde lidwoorden?
    De bepaalde lidwoorden zijn 'de' en 'het'
  • Wat is het onbepaalde lidwoord?
    Het onbepaalde lidwoord is 'een'
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Nederlands

  • 1535752800 1; Dubbelop: Onjuiste herhaling

  • 1.1 Onjuiste herhaling
    Als een vast voorzetsel ten onrechte twee keer wordt gebruikt, is dat een onjuiste herhaling
  • Met een ondernemer met zo'n twijfelachtige reputatie zou ik zekere geen zaken mee doen.
    1.1 Onjuiste herhaling; Met/Mee
  • 1535839200 1; Dubbelop: Tautologie

  • 1.2 Tautologie
    Als hetzelfde twee keer wordt gezegd met verschillende woorden van dezelfde woordsoort (synoniem)
  • Vermoedelijk zal de voorzitter van de Eerste Kamer waarschijnlijk dinsdag zijn aftreden bekendmaken.
    1.2 Tautologie; Vermoedelijk/Waarschijnlijk
  • 1535925600 1; Dubbelop: Pleonasme

  • 1.3 Pleonasme
    Bij een pleonasme wordt een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep nog eens door een ander woord uitgedrukt.
  • Als je de show goed wilt zien, moet je van tevoren een plaats voor in de zaal reserveren
    1.3 Pleonasme; Van tevoren/Reserveren
  • 1536012000 1; Dubbelop: Contaminatie

  • 1.4 Contaminatie
    Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte worden vermengd
  • Uitprinten/Zich irriteren aan/Het hoofd in de schoot werpen/Mond-op-mondreclame
    1.4 Contaminatie: Uitdraaien+Printen/Zich ergeren+Irriteren/Het hoofd in de schoot leggen+De handdoek in de ring werpen/Mond-tot-mondreclame+Mond-op-mondbeademing
  • 1536098400 1; Dubbelop: Dubbele ontkenning

  • 1.5 Dubbele ontkenning
    In zinnen met een werkwoord dat al een ontkennend karakter heeft wordt soms ten onrechte een tweede ontkenning toegevoegd
  • De overheid probeert via tv-spotjes te voorkomen dat burgers niet te veel geld lenen.
    1.5 Dubbele ontekenning; Voorkomen/Niet
  • 1536184800 2; Onjuist verwijswoord

  • 2.1 Onjuist verwijswoord
    Mannelijk de-woord: hij/deze/die
    Vrouwelijk de-woord: zij/ze(bij niet persoon)/ haar/deze/die
    Het-woord onzijdig: het/zijn/dit/dat
    Meervoud: zij/hen/hun/deze/die
  • Vrouwelijke uitgangen
    De woorden:
    -heid, -schap, -nis, -ing, -ie, -iek, -ij, -de, -st, -te, -sis, -teit, -theek, -uur
  • Gebruik van wat
    1. Een overtreffende trap (het beste wat me ooit is overkomen)
    2. Een onbepaald voornaamwoord (alles wat ik deed was voor jou)
    3. Een hele zin
  • 1536271200 2; Onduidelijk verwijswoord

  • 2.2 Onduidelijk verwijswoord
    Soms wijst een verwijswoord terug naar iets wat helemaal niet in de tekst staat
    Soms wijst een verwijswoord naar meerdere antecedenten
  • 1536357600 3; Incongruentie

  • 3 Incongruentie
    Wanneer bij een enkelvoudig onderwerp geen enkelvoudige persoonsvorm staat. 
    (Zet aan voor het woord)
  • Noch de minister, noch de secretaris wil zijn idealen aanscherpen
    3 Incongruentie; wil --> willen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Nederlands

  • 1528063200 toets blok 4,5,6 juni 2018

  • accepteren - de acceptatie, acceptabel
    goed vinden, aanvaarden
  • asiel - de asielzoeker, een asielaanvraag
    bescherming
  • catastrofe - catastrofaal
    ramp
  • extremist - extremisme, extreem
    iemand die tot het uiterste gaat om zijn doel te bereiken
  • gedogen - het gedoogbeleid, de gedoogzone
    toestaan
  • humaan - inhumaan, humanitaire hulp
    menslievend
  • oogluikend toelaten - ontluiken
    doen alsof je het niet ziet
  • procederen - een proces voeren, uitgeprocedeerd zijn
    een rechtszaak hebben
  • procedure - de ontslagprocedure, een procedurefout
    werkwijze
  • status - de vluchtelingenstatus
    toestand waarin je je bevindt
  • in Nederland geboren
    autochtoon
  • met gevoel (liefde)
    affectief
  • uit een ander land afkomstig zijn
    allochtoon
  • vergoeding
    compensatie
  • stiptheid (nauwkeurigheid)
    punctualiteit
  • bij veel bedrijfsonderdelen
    grootschalig
  • de afdeling van de overheid
    die controleert of de wetten worden overtreden en zo nodig strafzaken begint
    het Openbaar Ministerie
  • omkoopbaarheid
    corruptie
  • bijeenkomst waarop vragen van journalisten worden beantwoord
    persconferentie
  • in de eerste plaats
    primair
  • streek
    regio
  • extra onderdelen
    accessoires
  • een apparaat waarmee met constante snelheid kan worden gereden zonder gas te geven
    cruisecontrol
  • vast onderdeel
    standaard
  • met een andere afkomst en cultuur
    etnisch
  • heeft tot gevolg
    resulteren
  • mensen die strijden voor een bepaald doel
    activist
  • over wat goed en kwaad is
    moreel
  • vervangers
    alternatief
  • partij die niet in de regering zit
    oppositiepartij
  • ging heftig te keer
    fulmineren
  • hartstochtelijke
    gepassioneerd
  • beslissend
    cruciaal
  • waar het hart van vol is, loopt de mond van over
    graag praten over dingen waar je vol van bent
  • dat gaat me aan het hart
    dat doet me verdriet
  • dat was een pak van mijn hart
    dat was een hele opluchting
  • het hart hoog dragen
    trots zijn
  • met bloedend hart
    met verdriet en tegenzin
  • iemand op het hart trappen
    iemand kwetsen
  • het hart op de tong hebben
    loslippig zijn, vrijuit spreken
  • zijn hart ophalen aan iets
    ergens enorm van genieten
  • een klein hartje hebben
    gevoelig zijn
  • iemand iets op het hart drukken
    met nadruk aanraden
  • publiek
    lezers van teksten
  • tekst heel breed publiek ?
    algemeen onderwerp in tijdschriften of kranten
  • tekst klein, gespecialiseerd publiek?
    artikelen in auto, computer of mode tijdschrift 
    uit informatie/woordkeus blijkt dat lezer  al iets van onderwerp afweet 
  • tekst persoon, heel kleine groep personen?
    brief aan je tante, oma of aan de leden van een sportclub
  • tekstdoel/schrijfdoel
    doel van de tekst, wat wil schrijver bereiken
  • tekstdoel informatie geven;
    iemand iets nieuws vertellen
  • tekstdoel overtuigen;
    redenen noemen waarom je gelijk hebt
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Nederlands

  • 1521759600 poëzie termen

  • aanspreking/allocutie
    stijlfiguur waarbij de verteller zich rechtstreeks tot iemad in of buiten de tekst richt,
  • Want aan u draag ik mijn boek op, Willem.
    aanspreking/allocutie
  • accent/klemtoon/nadruk
    Plaats in het woord die wordt benadrukt
  • acconsonantie/medeklinkerrijm
    Bij deze vorm berust de rijm op de slotmedeklinkers van lettergrepen
  • wand en hond
    acconsonantie/medeklinkerrijm
  • acrostichon
    een naamdicht, waarbij beginletters van de strofen of de versregels een woord, naam, zin, gedicht of het alfabet vormen.
  • telestichon
    een naamdicht, waarbij de eindletters van de strofen of de versregels een woord, naam, zin, gedicht of het alfabet vormen.
  • aforisme
    kernachtige, korte, pittige spreuk
  • geen woorden maar daden
    aforisme
  • allegorie
    in een allegorie worden allerlei eigenschappen en gebeurtenissen op symbolische wijze verbeeld. Daarbij word o.a. gebruikgemaakt van personificaties. symbolische betekenis is onderliggend. (aanspreking)
  • alliteratie/beginrijm/stafrijm
    gelijkheid van de medeklinkers aan et begin van de beklemtoonde lettergreep.
  • allusie
    zinnen, woordgroepen, namen in een tekst verwijzen naar bekende (passages uit) andere teksten of naar bekende figuren en/of gebeurtenissen. Indirecte toespeling
  • ambiguïteit
    wat op verschillende manieren te interpreteren is (poly-interpretabel/pluri-interpretabel)
  • Het drielandenpunt! 't is wel leuk dat er een plek is waar drie landden bij elkaar komen, maar om daar nou een punt van te maken
    ambiguïteit
  • a-metrisch
    tegen de maat in
  • antecedent
    woord of zin waarnaar een voornaamwoord verwijst
  • anti-metrie
    afwijking van de versmaat
  • anachronisme
    iets wat niet past bij de tijd van de context
  • een pc in de uitvoering van een toneelstuk uit 1900
    anachronisme
  • anagram
    woord dat je maakt van de letters van een ander word
  • annotatie
    verklarende aantekening. wat betekent een woord
  • annoteren
    voorzien van verklarende aantekeningen. betekenis geven aan een woord.
  • anthologie/verzamelwerk/bloemlezing
    selectie van teksten uit het werk van een of meer auteurs, bijeengebracht in een afzonderlijke uitgave.
  • anticlimax
    opeenvolging van steeds zwakkere woorden of uitdrukkingen
  • schreeuwen-roepen-zeggen-fluisteren
    anticlimax
  • antithese
    tegenstelling
  • archaïsme
    opzettelijk gebruik van een ouderwets woord wat niet meer gebruikt wordt.
  • assonantie/halfrijm
    de rijmvorm waarbij klinkers of tweeklanken worden herhaald
  • bomen en rozen
    assonantie/halfrijm
  • asyndeton
    opsomming van woorden, zinsdelen of zinnen zonder voegwoorden(of, en)
  • Avant-garde
    strekking die steeds vernieuwend, vooruitstrevend en experimenteel tracht te zijn. Voorlopers en trendsetters.
  • ballade
    1e strofe: 8 regels
    2e strofe: 8 regels
    3e strofe: 8 regels
    4e strofe: 4 regels   
    vaak een lied met een verhaaltje
  • beeldspraak
    taalgebruik waarbij je iets omschrijft door het te vergelijken met iets anders.
  • binnenrijm
    rijm binnen de versregel: zowel volrijm als halfrijm kunnen als binnenrijm optreden.
  • bladspiegel/lay-out
    manier waarop een bladzijde is ingedeeld
  • blanke verzen
    gedichten zonder rijm
  • chiasme/kruisstelling
    stijlfiguur: twee bij elkaar horende zinnen of zinsdelen vormen wat de woordvolgorde betreft elkaars spiegelbeeld.
  • damen en heren
    jongens en meisjes
    chiasme/kruisstelling
  • chute/volta/val/wending
    in een sonnet staan octaaf en sextet in een zekere verhouding tot elkaar. Er kan een contrast in deze verhouding zitten. Deze verandering heet de chute.
  • climax
    het stijlmiddel waarbij  er gebruik wordt gemaakt van een opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen.
  • fluisteren-zeggen-roepen-schreeuwen
    climax
  • cliché
    iets wat al zo vaak gezegd is dat het niet veel meer betekent
  • connontatie
    Zaken die voor de luisteraar mede begrepen worden bij het beluisteren van een woord, buiten hetgeen het volgens de definitie betekent. Het gevoel bij een woord.
  • consonant
    medeklinker (b,c,d)
  • couplet
    strofe, vers
  • distichon
    strofe van 2 regels
  • eindrijm
    rijm (volrijm of halfrijm) aan het eind van de versregels.
  • elegie
    weemoedig dichtstuk; treurlied
  • elisie
    uitstoting van een onbeklemtoonde lettergreep om het ritme te behouden
  • enjambement
    het verschijnsel bij stroferijm, waarbij een zin te lang is voor een versregel en daardoor doorloopt over de volgende regel(s)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

In de arm nemen
men bij iemand steun of hulp zoekt om iets gedaan te krijgen
In de waan
Voorhouden
Bedreven in
geoefend, ervaren
Expertise
Kennisgebied
Gereguleerd
regelen
Niet gediend zijn van
Geen zin hebben in
Competitief
Met strijd
Zich profileren
de aandacht vestigen op zichzelf of op een bepaald aspect van zichzelf
Geheid
Zonder twijfel
Zich bekommeren om
Zich bemoeien met