Summary Class notes - Neuropsychologie- & linguïstiek

Course
- Neuropsychologie & -linguïstiek
- Puck Goossens
- 2016 - 2017
- Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen locatie Nijmegen, Nijmegen)
- Opleiding voor Logopedie
279 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Neuropsychologie- & linguïstiek

  • 1486335600 Hoorcollege 1

  • Wat 'verbinden' de hersenen?
    Geestelijk & lichamelijk functioneren. 
    • Wil >>> zinvol handelen.
    • Prikkels >>> betekenisvolle taferelen. 
  • Waardoor verschillen de eigenschappen v/d hersenen per individu?
    1. Genetische diversiteit.
    2. Verschillen in leerervaringen. 
  • Wat zijn de verschillende indelingen van het zenuwstelsel?
    1. Anatomisch: centraal & perifeer.
    2. Functioneel: somatisch & autonomisch.
    3. Hiërarchisch: evolutionair (sommige wezens heel basaal zenuwstelsel, mens ver ontwikkeld). 
  • Welke 3 niveaus kent de hiërarchische indeling van het zenuwstelsel?
    1. Archi.
    2. Paleo.
    3. Neo. 
  • Welke structuren betreffen het archi niveau, binnen de hiërarchische indeling van het zenuwstelsel?
    Oudste deel >>> ruggenmerg & hersenstam, delen cerebellum.
  • Waar zorgt het archi niveau voor, binnen de hiërarchische indeling van het zenuwstelsel?
    Wakkerheid & reflexen.
  • Welke structuren betreffen het paleo niveau, binnen de hiërarchische indeling van het zenuwstelsel?
    Middelste deel >>> basale kernen & limbische systeem, hypothalamus.
  • Waar zorgt het paleo niveau voor, binnen de hiërarchische indeling van het zenuwstelsel?
    Emotioneel/automatisch functioneren: amygdala, delen cerebellum.
  • Welke structuren betreffen het neo niveau, binnen de hiërarchische indeling van het zenuwstelsel?
    Hoogste niveau >>> cortex, verbindingen.
  • Waar zorgt het neo niveau voor, binnen de hiërarchische indeling van het zenuwstelsel?
    Cognitieve functies (taal, begrijpen, sociale interacties). 
    Veel dieren ontwikkelen het niet zoals mensen.
  • Wat is een voorbeeld van een aangedaan paleo niveau?
    Parkinson >>> starre gezichtsuitdrukking. 
    Juist therapie op neo niveau!
  • Wat is een voorbeeld van een aangedaan neo niveau?
    CVA.
    Soms juist insteek paleo niveau >>> 'tanden laten zien' lukt niet, lachen wel!
  • Wat zijn minsymptomen?
    Dingen vallen weg (bijv. apathie).
  • Wat zijn plussymptomen?
    Dingen die je eigenlijk niet wil, die erbij komen (bijv. dwanglachen).
  • Waarvan is letsel afhankelijk?
    Plaats van laesie in het brein.
  • Wat gebeurt er in de primaire cortex?
    Versturen impulsen (primair motorisch, efferent) & ontvangen informatie zintuigen (primair sensorisch, afferent).
  • Wat gebeurt er in de secundaire cortex?
    Associatie, herkenning, praxis, gnosis.
  • Wat gebeurt er in de tertiaire cortex?
    Interpretatie, sensorische integratie, keuze handelingen (handrem vs. terugtraprem).
  • Geef een voorbeeld van een gevolg van een laesie in de primair motorische cortex?
    Verlamming (aansturen spieren).
  • Geef een voorbeeld van een gevolg van een laesie in de secundaire cortex?
    Een NPFS >>> bijv. Ideatorische apraxie: moeite met bewust handelen (volgorde).
  • Wanneer begon men met het lokaliseren van de psychische functies?
    Eind 19e eeuw, begin 20e eeuw.
  • Wat is psychometrie?
    Meten van psychische fenomenen.
  • Wat is neuropsychologie?
    De psychologie die zich bezighoudt met de functies van het brein en de relatie daarvan met het gedrag.
  • Wat doen neuropsychologen?
    Diagnostiek van patiënten met vermoedelijke/aangetoonde hersendysfuncties.
  • Noem de 7 neuropsychologische functiestoornissen?
    1. Amnesie.
    2. Agnosie.
    3. Inattentie (neglect).
    4. Afasie.
    5. Apraxie.
    6. Executieve functiestoornissen.
    7. Verandering van stemming, gedrag & persoonlijkheid. 
  • Wat is geheugen?
    Het vermogen om informatie te onthouden.
  • Wat zijn de 3 belangrijke aspecten van geheugen?
    • Vasthouden (encoding).
    • Opslaan (consolidation).
    • Oproepen (retrieval). 

    Van eerder verwerkte informatie. 
  • Wat doet de thalamus binnen het zenuwstelsel?
    Selecteren van info >>> beschermt brein tegen nutteloze overdaad aan prikkels.
  • Welke 3 soorten geheugen heb je?
    • Sensorisch.
    • Korte termijn.
    • Lange termijn. 
  • Wat houdt het sensorisch geheugen in?
    • Kortdurende opslag sensorische informatie (wachtstand).
    • Zintuiglijke waarneming.
    • Filter >>> bescherming. 
  • Wat zijn de voorwaarden voor onthouden (van sensorisch naar korte termijn geheugen)?
    • Arousal: wakkerheid.
    • Selectieve aandacht: waar let je op?
    • Emotie: wat doet info met je?
    • Cognitie: begrijpen van info. 
  • Wat houdt het korte termijn geheugen in?
    • Werkgeheugen.
    • Onthouden dingen die nodig zijn om de activiteit tot een goed einde te brengen.
    • Toegang tot bewustzijn. 
    • Minder modaliteitsgebonden. 
    • Beperkte capaciteit. 
  • Wat is chunking?
    Stukjes info worden georganiseerd tot een kleiner aantal betekenisvolle eenheden (chunks). 

    Weetje: mensen kunnen gemiddeld 5-9 items onthouden in KTG (letters, woorden etc.).
  • Veel info in het korte termijn geheugen gaat verloren, waar is dat van afhankelijk?
    • Lengte aanbieden.
    • Interval aanbieden - oproepen.
    • Interfererende items. 
  • Hoe kun je iets van het korte termijn geheugen naar het lange termijn geheugen krijgen?
    • Oefenen & herhalen.
    • Interval verkleinen. 
    • Externe & interne interferenties uitschakelen. 
    • Organisatie, ordening, strategie. 
  • Welke 2 vormen van geheugen worden door Mayer onderscheiden?
    • Declaratief (expliciet).
    • Procedureel (impliciet). 
  • Wat valt onder het declaratief geheugen?
    • Semantisch (feitenkennis, voorwerp/begrip). 
    • Episodisch (ervaringskennis). 
    • Bewust. 
  • Wat valt onder het procedureel geheugen?
    • Skills (cognitief, motorisch, perceptueel).
    • Priming (oproepen via cues).
    • Conditionering (klassiek vs. operant). 
    • Onbewust. 
  • Waar is het sensorisch geheugen gelokaliseerd in het brein?
    • Sensorische cortexgebieden.
    • Akoestisch (temporaal) >>> gnosis: reuk.
    • Visueel (occipitaal). 
    • Tactiel (pariëtaal) >>> gnosis: smaak.
  • Waar is het korte termijn geheugen gelokaliseerd in het brein?
    - Prefrontale cortex (frontaalkwab!) >>> strategie/organisatie werkgeheugen.
    - Basale kernen.
    - Limbische systeem:
    • Hippocampus: episodisch & semantisch geheugen (declaratief)
    • Amygdala: emotioneel geheugen.
    • Consolidation & retrieval. 
  • Waar is het langetermijngeheugen gelokaliseerd in het brein?
    Diffuus verdeeld over o.a. de temporaalkwab & neocortex.
  • Waar is het motorisch (procedureel) geheugen gelokaliseerd in het brein?
    o.a. cerebellum & basale kernen.
  • Wat verzorgt het cerebellum binnen het motorisch (procedureel) geheugen?
    Automatische handelingen.
  • Waar zit het probleem bij een retrograde/anterograde amnesie?
    In het expliciet (declaratief) geheugen.
  • Wat houdt een retrograde amnesie in?
    Retrieval probleem >>> moeite met ophalen gebeurtenissen uit het verleden.
  • Wat houdt een anterograde amnesie in?
    Posttraumatische amnesie - lopende & komende gebeurtenissen. Onvermogen om nieuwe inhoud in expliciete (declaratieve) geheugen op te slaan.
  • Wat zijn confabulaties?
    Het onbewust opvullen van gaten in het geheugen.
  • Waar is retrograde amnesie gelokaliseerd in het brein?
    • Defecte opslagplaats (neocortex). 
    • Defecte synaptische interactie tussen neuronen.
    • Laesies temporaalkwab. 
  • Waar is anterograde amnesie gelokaliseerd in het brein?
    • Hippocampus - amygdala - complex. 
    • Mediale temporale structuren (links: verbaal, rechts: non-verbaal). 
  • Wat is de functie van de hippocampus?
    Encodeert & consolideert nieuwe info en helpt bij het oproepen van info (retrieval).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat houdt een cognitieve cyclus in?
De persoon leert om zichzelf een doel te stellen, in te schatten hoe het zal lukken, een plan te maken, dat uit te voeren, (in relatie tot het doel) te evalueren & opnieuw een doel te stellen (metacognitief zelfmanagement). 
  • Stap voor stap oplossingssysteem. 
  • Ondersteunen communicatie m.b.v. gespreksboek.

NB. vergt veel van executieve functies!
Noem een strategie voor RH communicatieproblemen?
Leren kijken naar mimiek, leren luisteren naar hoe een stem klinkt... (emoties...).
Noem een strategie voor woordvinding?
Leren omschrijven.
Noem een strategie voor neglect?
Eerst aan een bepaalde kant zoeken.
Wat houdt strategietraining in?
De persoon leert om flexibel strategieën te gebruiken om problemen in verschillende situaties op te lossen.
Wat houdt vaardigheidstraining in?Noem 2 voorbeelden?
Het verbeteren van een specifieke vaardigheid door de combinatie van educatie en zeer veel herhaling. 
  • Aandachtstraining. 
  • Aanleren dat een verhaal een begin/midden/eind heeft. 
  • Alternatief communicatiemiddel leren gebruiken.  
Wat houdt gedragsmodificatie in? Noem 2 voorbeelden?
Positief gedrag stimuleren door er aangename gevolgen aan te verbinden, negatief gedrag afremmen door er negatieve gevolgen aan te verbinden. 
  • Intensieve positieve bekrachtiging. 
  • Sociaal onaangepast gedrag negatief bekrachtigen.  
Wat houdt omgevingsmodificatie in?Noem 2 voorbeelden?
Veranderen omgeving met als doel gedrag te stimuleren/faciliteren en barrières/problemen te beperken. 
  • Verwijderen afleider, cuen. 
  • Trager spreken, inhoudswoorden beklemtonen.  
Noem de interventiemodellen voor behandeling (van een RH laesie)?
  • Omgevingsmodificatie. 
  • Gedragsmodificatie.
  • Vaardigheidstraining. 
  • Strategietraining. 
  • Cognitieve cyclus. 
Noem een behandelingsmogelijkheid voor linguïstische prosodie?
Nadruk leren leggen op lettergrepen.