Summary Class notes - Neurosystemen

Course
- Neurosystemen
- .
- 2019 - 2020
- Universiteit van Amsterdam
- Bèta-gamma
239 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Neurosystemen

  • 1572476400 Neuroanatomie

  • Wat houdt de breinhypothese in?
    Het brein is de oorsprong van het gedrag.
  • Wat is de neuronhypothese?
    Neuronen zijn de bouwstenen van het brein.
  • In de zaak van Phineas Gage blijken (achteraf) de ventromediale voorhersenen het meest beschadigd. Dit verklaart veel van de waargenomen persoonlijkheidsveranderingen, aangezien dit gebied bijdraagt aan persoonlijkheid, controle op gedrag, concentratievermogen, aandachtsprocessen, werkgeheugen en besluitvorming.
  • Welke twee tegenstrijdige theorieën postuleerden Golgi en Cajal? En wie had er gelijk?
    • Golgi: Reticular theory -alle neuronen staan in direct contact met elkaar
    •  Cajal: Neuron theory - autonomie van het neuron
    • Cajal had gelijk! (neuronen staan wel indirect in contact met elkaar (synapsen), maar dus niet direct --> autonoom)
  • Leg uit hoe in het ruggenmerg anatomie en functie samenhangen.
    • De grootte van de ventrale hoorn correspondeert met de hoeveelheid spieren die vanuit dit deel worden aangestuurd/aantal zenuwen/precisie van de motoriek
    • bijv thoracaal: kleine ventrale hoorn; weinig spieren om aan te sturen
    • lumbaal zie je een grote ventrale hoorn (benen, voeten)
    • gaat ook op voor grootte dorsale hoorn (mate van input, bijv groot cervicaal: denk aan input handen)
  • Leg uit wat bedoeld wordt met eerste en tweede pijn. Hoe is de thalamus betrokken?
    Eerste pijn:
    • laterale pad
    • Ad en C fibers
    • discriminerende pijn route
    • "functie"" : snel handelen, reflex
    Tweede pijn:
    • mediale pad
    • C fibers
    • brandende pijn route 
    • "functie": herinnering, voorkomen herhalen
    • cognitieve/emotionele component pijn
    • rostrale anterior cingulate cortex
    • rostrale insula


    De thalamus is betrokken bij beide pijn pathways. Placebo: anticipatie van pijn leidt tot onderdrukking van de pijn via de thalamus. 
  • Noem kort wat wel en niet door de BBB kan.
    • Wel: 
      • O2, CO2
      • vet-oplosbare stoffen
    • Via carriers:*
      • aminozuren
      • glucose
    • Niet:
      • geladen moleculen
      • grote moleculen


    * voorbeeld van een carrier is P-glycoproteïne: pomp met meerdere substraten zoals bijvoorbeeld synthesische steroïden. 
    ** voorbeeld PD: L-Dopa kan wel door BBB, dopamine zelf niet. 
  • Geef een korte beschrijving van het prototypische neuron. Geef ook een typische wijze van classificatie.
    • Axon
      • axon hillock (begin)
      • axon proper (middel)
      • axon terminal (einde)
    • Verschillen axon en soma:
      • ER bevindt zich niet in axon
      • unieke eiwitsamenstellingen
    • Classificatie gebaseerd op het aantal neurieten
      • unipolair (enkel neuriet) (alleen in ongewervelden)
      • bipolair
      • multipolair
  • Dendrieten hebben spines: bijv estradiol of vroege stress hebben enorm effect op hippocampale dendrieten.
  • Welke twee fenomenen dragen bij aan het concept van leren door doen/het plastische brein? (leren & geheugen)
    • Synaptische plasticiteit
      • verbeterde communicatie tussen neuronen (synapsen)
      • neurons that fire together, wire together
      • kwestie van ms tot sec
    • Neurogenese
      • groei van nieuwe neuronen en contacten (stamcellen)
      • kwestie van uren tot weken
  • Wat blijkt uit onderzoek waarbij muizen in een verrijkte omgeving leven (meer uitdaging)? (3)
    • Brein is groter en heeft meer connecties
    • Verbeterde cognitie en motor skills
    • Ook als de moeder een betere omgeving heeft dan heeft dat een positief effect op haar kinderen (epigenetica...)
  • Wat is bijzonder aan zilvernitraatkleuringen?
    Zilvernitraat kleurt slechts een deel van de cellen; de cellen die het aankleurt kleurt het dan ook volledig! Waarom wordt niet begrepen, wel levert het mooi beeld op (wegens volledigheid en; als je alles zou kleuren zie je alleen maar zwart).
  • Wat is het voordeel en prinicpe van juxtacellulaire biocytine kleuring?
    • Voordeel: neuron waarvan je activiteit hebt gemeten kun je kleuren (om morfologie te kunnen beoordelen)
    • tijdens acivatie: natriumkanalen open
    • waardoor kleurstof vanuit pipet cel in kan
  • Geef een korte beschrijving van de lagen van de striate cortex, en een voorbeeld van hoe anatomie en functie met elkaar samen hangen.
    • L2/L3: locale output
    • L5/L6: output naar verder en buiten de cortex
    • L4: input
    L4 laag is groot: logisch, want striate cortex = visueel gebied --> zeer viel input!
  • Leg de voornaamste functie van astrocyten uit.
    • Behouden van geschikte chemische omgeving (environment) voor neuronale signalering. 
      • vormen 20-50% van hersenvolume
      • vullen ruimte tussen neuronen
      • beïnvloeden groei van neurieten
      • reguleren chemische samenstelling van extracellulaire matrix
      • door het hebben van endfeets op bloedvaten. 

    * idee in onderzoek (o.a. Freak experiment) : meer astrocyten --> verbeterde cognitie
  • Anatomical tracing: in welke twee categorieën kun je gebruikte stoffen indelen?
    • Anterograad: met transportrichting mee
      • inspuiten in cellichaam, kleuring = synapsen
      • = orthodroom
    • Retrograad: tegen transportrichting in
      • inspuiten in synaps, kleuring = cellichaam
      • = antidroom
  • Wat bekijk je met in situ hybridisatie?
    - mRNA, dus de mogelijkheid van de cel om een bepaald eiwit te maken
    - niet of het ook daadwerkelijk gemaakt wordt
    (antisense fluorescerend RNA)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de functie van het anterolaterale systeem? Hoe is het georganiseerd?
  • Pijn en temperatuurwaarneming 
  • dorsale hoorn
  • c fibers terminate in laag 1 en 2
  • Ad in laag 1 en 5
  • non nociceptive Ab in laag 5
  • convergentie van nociceptief en non nociceptief in laag 5 --> referred pain
  • laag 1 en 5 via anterolaterale tracts naar hogere systemen
Hoe wordt het viscerale motorsysteem centraal gecontroleerd?
Zie afbeelding
Welke 2 gebieden werken samen om oogbewegingent de controleren?
  • Superior colliculus
  • Frontal eye field (lesie --> geen saccades naar contralateraal)
Worden de saccade bewegingen bepaald door de initiele positie?
Nee: saccades worden geëncodeerd in beweginscoördinaten, niet in retinotopische coördinaten. Ook info van locatie ogen in oogkassen wordt gebruikt. Integratie sensorische modaliteiten. 

Superior colliculus heeft topografische kaart van oogbewegingsvectoren. Onafhankelijk van intiele positie. Ook topografische kaarten van auditieve ruimte (orienten tov geluidsbron) en van lichaamsoppervlak (orienten tov sensorische stimulus op lichaam)
Hoe worden de saccadische oogbewegingen neuraal gecontroleerd?
De amplitude van de beweging hangt samen met de duur van de activiteit van het neuron
Welke oogbewegingen dragen bij aan het stabiliseren van de blik?
  • Vestibulo-ocular movements
    • op basis van vestibulaire aanwijzingen
  • Optokinetic movements
    • op basis van visuele aanwijzingen
  • bewegen de ogen om blik te stabiliseren
  • andere tuning
  • complementaire acties
Wat houdt de zoeklicht metafoor in?
Aandacht is    als een zoeklicht dat ons in staat steltom onze aandacht te richten op specifieke delenvan de wereld om ons heen. –Michael Posner (1980) onderzocht dat verhoogde aandacht, detectie en verwerking zich afspeelt binnen het kader van het zoeklicht . 

remember the gorilla
Welke 3 typen oogbewegingen wordt gebruikt om de blik te verplaatsen?
  • Saccades
  • Smooth pursuit movements
    • small tracking movements
    • vrijwillig
  • Vergence movements
    • alignen de fovea van elk oog met targets die zich op verschillende afstanden bewegen
    • disconjugatie van oogbewegingen (anders per oog)
Hoe worden de oogspieren geïnnerveerd?
  • Cranial nerve 3, 4 en 6
  • Cranial 3 ook pupilconstrictie en ooglid omhoog 
Geef de 3 typen oogspieren.
Zie afbeelding.