Summary Class notes - Ontwikkelingsgerontologie

Course
- Ontwikkelingsgerontologie
- geen
- 2015 - 2016
- NTI
- Maatschappelijk Werk en Dienstverlening
207 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Ontwikkelingsgerontologie

  • 1451602800 Kaart 1-50

  • gerontologie
    de wetenschap die als object van onderzoek de veroudering van mens, dier en plant heeft
  • chronologische leeftijd
    biologische leeftijd
  • sociale leeftijd
    veranderingen in sociale status vormen het criterium voor de indeling
  • drempelleeftijd
    chronologische leeftijdsmomenten waarop duidelijke fysieke en psychologische veranderingen hoorbaar of zichtbaar zullen worden
  • primaire veroudering
    lichamelijke veranderingen ten gevolge van het ouder worden, zoals rimpels (ook wel universele veroudering genoemd)
  • universele veroudering
    lichamelijke veranderingen ten gevolge van het ouder worden, zoals rimpels (ook wel primaire veroudering genoemd)
  • secundaire veroudering
    veranderingen die vaker voorkomen bij ouderen dan bij jongeren, zoals slijtage van de gewrichten (ook wel probabilistische veroudering genoemd)
  • probabilistische veroudering
    veranderingen die vaker voorkomen bij ouderen dan bij jongeren, zoals slijtage van de gewrichten (ook wel secundaire veroudering genoemd)
  • tertiaire veroudering
    een opvallend snelle fysieke aftakeling die aan sterven vooraf gaat
  • distale verouderingseffecten
    verouderingseffecten met een oorzaak in het verre verleden (denk aan een kinderziekte of zo iets dergelijks)
  • hoe is de ICF opgebouwd?
    fase 1: functioneren en functioneringsproblemen, toegespitst in functies en anatomische eigenschappen (a) en activiteiten en participatie (b)
    fase 2: sociaal en maatschappelijk functioneren, toegespitst in externe factoren (c) en persoonlijke factoren (d)
  • noem de vier persoonlijkheidstypen van Neugarten
    1. het desorganiseerde type
    2. het passief-afhankelijke type
    3. het afwerende type
    4. het geïntegreerde type
  • noem drie denkmodellen rond het ouder worden
    1. het deficietmodel
    2. het rust-roestmodel
    3. het competentiemodel
  • proximale verouderingseffecten
    verouderingseffecten met een oorzaak in het recente verleden (zoals een recente botbreuk)
  • biologische gerontologie
    wetenschap die de normale verschijnselen onderzoekt die zich in een organisme voordoen op het gebied van cellen met het verstrijken der jaren
  • medische gerontologie
    wetenschap die pathologische ziekteleerverschijnselen tijdens het ouder worden onderzoekt
  • sociale gerontologie
    wetenschap die de ontwikkelingen met betrekking tot culturen en godsdiensten onderzoekt
  • psychologische gerontologie
    wetenschap die onderzoek doet naar onder andere mentale mogelijkheden, zingeving en zelfbeschikking
  • flourishing
    optimale geestelijke gezondheid, richtinggevend voor de wijze waarop mensen zich optimaal kunnen ontwikkelen
  • languishing
    stagnatie en blijven steken in de psychosociale ontwikkeling
  • ontwikkelingsregulatie
    het bijstellen van doelen om zichzelf en het leven te beoordelen en daarbij het in stand houden van je zelfwaardering of het opheffen van de discrepantie tussen de eigen doelen en de werkelijkheid met behulp van assimilatie en accommodatie
  • selectieve optimalisatie
    een proces waarbij je zoveel mogelijk gebruik maakt van de mogelijkheden tot ontwikkeling en levensvreugde en zo min mogelijk last hebt van de biologische beperkingen
  • assimilatie
    het betekenis geven aan de werkelijkheid door haar in te passen in de eigen denkschema's of cognitieve structuren
  • accommodatie
    het aanpassen van denkschema's of cognitieve structuren aan een veranderende werkelijkheid
  • het gedesorganiseerde persoonlijkheidstype
    iemand die zich focust op verval en achteruitgang, die geen mogelijke ontwikkelingskansen ziet en die wanhopig is
  • het passief-afhankelijke persoonlijkheidstype
    iemand die angst heeft voor de toekomst en ziektes en die weinig risico's durft te nemen
  • het afwerende persoonlijkheidstype
    iemand die ontkent ouder te worden en de waarde daarvan niet inziet, die fanatiek sport en veel activiteiten onderneemt
  • het geïntegreerde persoonlijkheidstype
    iemand die het ouder worden accepteert en het gevoel voor eigenwaarde weet te behouden
  • het deficiet model
    ouder worden is je gezondheid en uiteindelijk je leven verliezen
  • het rust-roestmodel
    actief blijven en niet toegeven aan verlieservaringen
  • het competentiemodel
    ouder worden is wel degelijk verliezen, maar door op allerlei domeinen actief te blijven kan men in nieuwe rollen groeien
  • flow
    een subjectieve toestand waarbij iemand alles om zich heen vergeet, inclusief de tijd en gevoelens van vermoeidheid
  • DSM
    Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
  • ICF
    International Classification of Functioning, Disability and Health
  • klinisch redeneren
    het proces waarin de therapeut in communicatie over en weer met de patiënt, zijn of haar familie/omgeving en/of andere behandelaars de patiënt helpt bij het aanbrengen van structuur, het stellen van doelen, betekenisgeving, gezondheidsrisico's en strategieën op grond van klinische data, keuzes van de patiënt zelf en de professionele mening van de behandelaar
  • cocreatie
    aanleg (nature) beïnvloedt de omgeving (nurture) en vice versa
  • epigenesie
    visie die uitgaat van cocreatie
  • preformatie
    visie die ervan uitgaat dat het actuele leven als potentie op de levensrol ligt en dat ervaring en leren slechts nodig zijn om inherente mogelijkheden tot volle wasdom te brengen (gedetermineerde visie)
  • humane senescentie
    veroudering op cellulair niveau, oftewel het verminderde vermogen en uiteindelijke verlies van het vermogen tot deling van de cellen
  • Hayflick-fenomeen
    humane senescentie door het korter worden van de telomeren, totdat verdere deling niet meer mogelijk is
  • telomeren
    uiteinden van chromosomen
  • apoptose
    geprogrammeerde celdood, zelfafbraak van beschadigde cellen in het belang van het organisme
  • cascade breakdown-effect
    een soort kettingreactie waarbij stoornissen in het ene systeem leiden tot stoornissen in het andere systeem
  • verstening
    niet langer in staat zijn zich aan te passen aan nieuwe dingen of functionaliteiten
  • plasticiteit
    levenslange aanpassingsmogelijkheden van de hersenen die ons in staat stellen te blijven functioneren in telkens veranderende contexten
  • theorie van de dynamische systemen
    onder bepaalde omstandigheden zullen kleinschalige, min of meer autonome processen stabiliseren in grootschalige patronen; op grond van een continue invoer is sprake van een discontinue verandering op het grootschalige niveau (zandloper - het zand stapelt totdat het opeens de zijkanten gaat vullen voor het weer gaat stapelen) - ook wel chaostheorie genoemd
  • chaostheorie
    onder bepaalde omstandigheden zullen kleinschalige, min of meer autonome processen stabiliseren in grootschalige patronen; op grond van een continue invoer is sprake van een discontinue verandering op het grootschalige niveau (zandloper - het zand stapelt totdat het opeens de zijkanten gaat vullen voor het weer gaat stapelen) - ook wel de theorie van de dynamische systemen genoemd
  • Kennard principe
    des te jonger iemand is als hij hersenschade oploopt, des te gemakkelijker de verschillende mechanismen van breinplasticiteit een effectieve reorganisatie kunnen realiseren
  • growing into deficit
    de invloed van vroege hersenschade wordt pas duidelijk op latere leeftijd als bepaalde ontwikkelingsstappen niet of onvoldoende gemaakt kunnen worden omdat de hersenen hiertoe onvoldoende zijn uitgerust
  • shifting identity
    situatie waarin sprake is van een kwalitatieve verandering van de identiteit
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

re-story
vroegere, onvervulde wensen boven halen en experimenteren met alternatieve verhalen om mensen bewust te maken van hun mogelijkheden
bitterness revival
een vorm van reminiscentie die tot angst of depressie kan leiden
vermijdende reminiscentie
verheerlijking van het verleden; het niet onder ogen willen zien van het heden
obsessieve reminiscentie
actief herinneringen ophalen aan negatieve gebeurtenissen inclusief schaamte- en schuldgevoelens
instrumentele reminiscentie
actief herinneringen ophalen over hoe je in het verleden bent omgegaan met moeilijke omstandigheden en gebeurtenissen en daarbij je eigen competenties en overlevingsstrategieën
reminiscentie
een proces waarbij mensen actief herinneringen ophalen aan hun leven
life-review
een laagdrempelige interventie waarbij met behulp van herinneringen een gestructureerde evaluatie van het leven plaatsvindt
noem vijf functies van een narratief
1. communicatie
2. betekenisgeving
3. identiteit en authenticiteit
4. ordening en continuïteit
5. motivatie
noem vier vormen narratief
1. structurele vorm (begin-midden-eind)
2. onderwijs Laboviaanse vorm (oriëntatie-samenvatting-gecompliceerde handeling-oplossing-evaluatie-nawoord)
3. vijfhoek van Burke (analyse van wie-wat-waar-waartoe-waarmee)
4. onderzoekende vorm (betekenisverlening)
gecompliceerde rouw
rouw waarbij vermijdingsgedrag optreedt