Summary Class notes - Ontwikkelingspsychologie voor pedagogen

Course
- Ontwikkelingspsychologie voor pedagogen
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Pedagogische Wetenschappen
344 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Ontwikkelingspsychologie voor pedagogen

  • 1586988001 Prenatale ontwikkeling beschrijven

  • Welke periode is het eerste trimester van de zwangerschap?
    Week 1 tot 12
  • Noem de drie perioden in de prenatale ontwikkeling
    Zygote, embryo, foetus
  • Hoeveel weken duurt de periode van de zygote en wat zijn belangrijke gebeurtenissen die plaatsvinden?
    Duur: 2 weken.
    Gebeurtenissen: bevruchting, innesteling, aanleg placenta
  • Hoeveel weken duurt de periode van het embryo en wat zijn belangrijke gebeurtenissen?
    Duur: 6 weken.
    Gebeurtenissen: hart gaat kloppen, ontwikkeling van armen, benen, gezicht, organen, spieren
  • Wat is het amnion, welke één van de structuren is die het ontwikkelde mechanisme voeden en beschermen?
    Vruchtvlies. Omsluit het organisme in vruchtwater dat de temperatuur constant houdt en beschermd het organisme tegen schokken door beweging van vrouw
  • Wat is het chorion, welke één van de structuren is die het onwikkelde mechanisme voeden en beschermen? 
    Beschermende membraam om het amnion heen
  • Noem de drie lagen cellen die worden gevormd in de laatste helft van de eerste maand (periode van de embryo) en beschrijf deze
    Ectoderm: zenuwstelsel en huid
    Mesoderm: spieren, skelet, bloedsomloop en andere interne organen
    Endoderm: verteringssysteem, longen, blaas en klieren
  • Noem 4 diagnostische methoden die in de zwangerschap worden gebruikt
    - Echoscopie: na 5 keer risico
    - NIPT: bloedonderzoek op erfelijke afwijkingen. Geen risico
    - Combinatietest: bloedonderzoek en nekplooimeting
    - Vruchtwaterpunctie: risico miskraam
  • Wanneer is het tweede trimester van de zwangerschap?
    Week 13 tot 26
  • Wat doet de placenta, welke één van de structuren is die het ontwikkelde organisme beschermen en voeden?
    - De placenta laat voeding en zuurstof door naar het ontwikkelde organisme
    - zorgt dat afvalproducten afgevoerd kunnen worden
  • Wat gebeurt er in de eerste week van de zygote? Beschrijf week 1 en week 2:
    Week 1: eencellige zygote vermenigvuldigt zich tot blastocyst. De embroyonale schijf (binnenste) wordt het organisme. Trofoblast (buitenkant) bieden beschermende dekking.

    Week 2: Blastocyst graaft zich in baarmoederslijmvlies (innesteling).
    Structuren die het ontwikkelde mechanisme voeden en beschermen worden ook gevormd (amnion, chorion, placenta)
  • Noem vier kenmerken van het derde trimester:
    - Levensvatbaar rond 25 weken
    - Foetus lang wakker
    - Snelle hersenontwikkeling = sensorische en gedragscapaciteiten breiden zich uit
    - Persoonlijkheid wordt gevormd
  • Wat gebeurt er tijdens de periode van de foetus? Noem 3 kenmerken en benoem tevens hoe lang deze periode duurt
    Duur: 30 weken

    - Groei en afwerking vinden plaats.
    - Aan eind van tweede trimester neuronen op hun plaats
    - Week 11 = kan schoppen, armen buigen, handen en mond openen/sluiten en duimzuigen
  • Noem 5 kenmerken van het tweede trimester en beschrijf tevens van wanneer tot wanneer deze periode duurt:
    Duur: week 13 tot 26
    - Moeder kan bewegingen voelen
    - Vernix bedekt huid baby
    - neuronen brein aanwezig  
    - vanaf week 20 toename gliacellen (steuncellen hersenen
    - Kwetsbaar voor mogelijke schadelijke invloeden doordat hersenen nog 10x zo zwaar worden
  • 1587074401 Verandering in het gedrag, perceptuele, motorische en cognitieve vermogens baby's

  • Wat zijn reflexen?
    Aangeboren, automatische reactie op een bepaalde stimuli (oogknipperen, terugtrekken, rooting)
  • Wat zijn de doelen van reflexen, wat de best georganiseerde gedragspatronen van een baby? Noem er 3
    - Sommige reflexen hebben een overlevingswaarde
    - Helpen ouders en baby's om een interactie tot stand te brengen (baby troosten)
    - Bieden basis voor de motoriek
  • Wat is de afkorting van NBAS, wat houdt dit middel in en wanneer wordt dit middel voornamelijk gebruikt?
    - Neonantal Behavioural Assessment Scale
    - Instrument dat de spierspanning, veranderingen in toestand, het reactievermogen op fysieke en sociale stimuli en andere reacties meet
    - Gebruikt bij baby's die meer kans lopen op ontwikkelingsproblemen
  • Waarom is het van belang dat de reflexen van een baby beoordeeld worden?
    Als reflexen te lang aanhouden of te zwak zijn duidt dit op schade aan de cerebrale cortex
  • Wat zijn de states of arousal die een baby heeft? Noem ze alle 5
    - Regelmatige of non-REM slaap
    - Onregelmatige of REM slaap
    - Slaperigheid/drowsiness
    - Stille alertheid
    - Wakker worden en huilen
  • Hoe komt het dat arousal patronen veranderen bij baby's naar verloop van de tijd? Noem 2 mogelijkheden
    - Hersenontwikkeling
    - Sociale omgeving
  • Hoe beïnvloed de hoeveelheid slaap en huilen het gedrag van de ouders?
    De hoeveelheid die baby's slapen en huilen kunnen het gevoel van competentie van de ouders beïnvloeden en daarmee wordt ook de sensitiviteit van de ouders naar de baby toe beïnvloed
  • Wat is een gevolg van de patronen van arousal? En wat is de invloed als kinderen langere tijd in een fase van rustig en alert zitten?
    Patronen van arousal hebben gevolgen voor vroege cognitieve vooruitgang. Baby's die langere tijd in een fase van 'rustig en alert' zitten per dag, hebben meer kans om sociale stimulatie te ontvangen en te ontdekken, met voorsprong in de mentale ontwikkeling tot gevolg.
  • Waar heeft de motorische ontwikkeling mee te maken?
    De motorische ontwikkeling heeft te maken met culturele aspecten, onder anderen wat belangrijke gedragingen in de omgeving zijn
  • Waar verwijst de grove motorische ontwikkeling naar?
    De grove motorische ontwikkeling verwijst naar controle over acties die baby's helpen zich in de omgeving te verplaatsen, zoals kruipen, staan en lopen
  • Waar verwijst de fijne motorische ontwikkeling naar?
    De fijne motorische ontwikkeling heeft te maken met kleinere bewegingen, zoals reiken en grijpen
  • Wat  houdt de dynamische systeem theorie in?
    De dynamische systeem theorie heeft een bepaalde kijk op de ontwikkeling, waarbij kinderen nieuwe motorische vaardigheden verwerven door bestaande vaardigheden te combineren met steeds complexere systemen.
  • Waar is de REM-slaap voor van belang?
    De REM slaap is van belang voor de groei van het centrale zenuwstelsel
  • In welke fase van de slaap bevinden baby's zich het meest?
    REM-fase
  • Bij de dynamische systeem theorie is elke nieuwe vaardigheid een gezamenlijk product van 4 dingen, noem deze:
    - De ontwikkeling centrale zenuwstelsel
    - De bewegingsmogelijkheden van het lichaam
    - De doelen van het kind
    - De ondersteuning van de omgeving voor deze vaardigheid
    Voorbeeld: kruipen, staan en stappen komen samen in wandelen
  • Wat zijn 2 factoren die de grove- en fijne motoriek tijdens de eerste twee jaar beinvloeden?
    - Bewegingsmogelijkheden en stimulerende omgeving
    - Culturele waarden en opvoedingspatronen
  • Welke motorische vaardigheid heeft de grootste rol bij de cognitieve ontwikkeling van kinderen?
    Reiken
  • Wat zijn twee functies van huilen?
    - Ouders kunnen hiermee de reden van gedrag achterhalen
    - Ouders kunnen hiermee hun kind herkennen
  • Wat houdt pre-teaching in?
    Pasgeborenen maken hierbij slecht gecoördineerde bewegingen naar een object voor hen, maar vanwege de slechte controle over armen en handen komen ze zelden in contact met het object
  • Tijdens het eerste jaar leren baby's het pakken en grijpen te beheersen. Je hebt twee soorten grepen. Welke twee grepen zijn dit en wat houdt het in?
    - Ulinaire greep = onhandige beweging waarbij de vinger van de baby tegen de handpalm sluit
    - Gecoordineerde tanggreep = beweging waarbij baby's de vorm van een tang maken om bijvoorbeeld rozijntjes in hun mond stoppen
  • Wat is het minst ontwikkelde zintuig tijdens de geboorte van een baby?
    Zicht
  • Wat is het belang ervan dat baby's diepte kunnen zien? En wat de eerste vorm van diepte waar kinderen sensitief voor zijn?
    - Het is belangrijk voor het begrijpen van de omgeving en voor het begeleiden van de motorische activiteit.
    - Beweging is de eerste vorm van diepte waar kinderen sensitief voor zijn
  • Wat zijn de 3 fases waarin diepte, wat een onderdeel is van het zicht van een baby, zich ontwikkeld?
    1) Kinetische fase: beweging. Het is het eerste signaal dat zich ontwikkelt waarbij baby's gevoelig worden voor diepte. -> 1 maand

    2) Binoculaire cues: het brein combineert het beeld van de twee ogen tot 1 beeld -> 3 maanden

    3) Pictorale cues: perspectief: perspectief overlappende lijnen, tectuur en helderheid van kleuren en plaatjes. -> 4 maanden
  • Om diepte te onderzoeken is het ''Experiment van de visuele klif' gedaan. Wat hield dit experiment in?
    Bij dit experiment was een veld dat lijkt op een schaakbord en een glasplaat. Er werd gekeken of het kind stopt bij de rand van de glasplaat (= diepte zien).
  • Wat houdt ''contrast'' in, een vaardigheid die baby's kunnen hebben? En geven ze voorkeur aan patronen met meer of minder contrast als zij gevoelig zijn voor contrast?
    - Contrast is het verschil van licht en donker in een patroon.
    - Meer contrast
  • Naar wat voor geluid luisteren pasgeborenen het liefst? Noem 3 dingen
    - Trage, heldere en hoge stemming
    - Stem van moeder
    - Spraak in moedertaal
  • Hoe kunnen baby's spraakpatronen ontdekken die van belang zijn bij het horen?
    Door middel van statistisch leervermogen
  • Baby's hebben een voorkeur voor smaak en geur. Wat voor smaak en geur zijn dit? Noem 2 punten en leg uit waar dit toe leidt
    - Zoete smaken
    - Geur van vruchtwater en van hun eigen moeder die borstvoeding geven
    --> zijn reacties die helpen hun verzorger te identificeren en de voedselbron te vinden
  • Intermodale perceptie is een onderdeel van de zintuigen. Wat houdt intermodale perceptie in?
    Perceptie die van verschillende manieren van waarneming gebruik maken = het koppelen van verschillende zintuigen tot een geintegreerd geheel.

    Bijvoorbeeld: fopspeen met rare uitsteeksel in mond. Vervolgens laat je de rare fopspeen en een normale fopspeen zien aan de baby en ga je kijken naar welke de voorkeur uitgaat. Als baby's de gekke fopspeen hadden gekregen vinden ze deze waarschijnlijk interessant omdat verschillende manieren van waarnemen met elkaar verbonden worden (zien en voelen)
  • Uit onderzoek naar Roemeense weeskinderen die werden geadopteerd in Grot Brittanie konden meerdere conclusies getrokken worden met betrekking tot de babyfase als sensitieve periode. Noem er 4:
    - Kinderen hebben vaak blijvende achterstanden en inhaalacties
    - Achterstand hangt af van de leeftijd: baby's die op jonge leeftijd (<6 maanden) werden geadopteerd haalde achterstand in. Ouder dan 6 maanden niet
    - Langdurige emotionele deprivatie kan hersengroei verstoren en leiden tot aanhoudende beperking, geestelijke0, emotionele e gedragsproblemen. Dit komt door weinig activiteit van de pre-frontale cortex
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Er zijn twee determinanten voor populaire kinderen als het gaat om acceptatie door leeftijdsgenoten. Beschrijf deze 2 determinanten

Populaire-prosociale kinderen = die academische en sociale competentie combineren. Ze presteren goed op school, communiceren op een vriendelijke en coöperatieve manier met leeftijdsgenoten en lossen constructief sociale problemen op —> komt het meest voor.

Populaire-antisociale
kinderen = dit duikt op in de latere kinderjaren en vroege adolescentie. Deze kinderen zijn agressief, maar worden door leeftijdsgenoten bewonderd  om hun geavanceerde sociale vaardigheden.
Om acceptatie door leeftijdsgenoten te meten, maken onderzoekers vaak gebruik van zelfrapportage die sociale voorkeuren meten. Zelfrapportage door kinderen leveren vier algemene sociometrische-status-categorieën van acceptatie door leeftijdsgenoten op. Beschrijf deze 4




- Populaire kinderen = kinderen krijgen veel positieve en weinig of geen negatieve nominaties (ze zijn geliefd);

- Afgewezen/verworpen kinderen = kinderen krijgen veel negatieve en weinig of geen positieve nominaties (ze worden niet leuk gevonden);

- Controversiële kinderen = kinderen krijgen zowel positieve als negatieve nominaties (ze worden zowel leuk als niet leuk gevonden);
- Verwaarloosde/genegeerde kinderen = kinderen krijgen heel weinig nominaties, geen  negatieve en geen positieve.
Sommige vriendschappen verstoren het welzijn. Beschrijf waar conflicteren geteisterde interacties met vrienden toe leiden, wat voor gedrag zij vertonen en wat de invloed is van geen vrienden hebben
- Door conflicten geteisterde interacties tussen fysieke, verbale en relationeel agressieve vrienden worden geassocieerd met een slechte aanpassing en meer antisociaal gedrag
- Kinderen die geen vrienden hebben, hebben meestal ongewenste persoonlijkheden: ze kunnen gemakkelijk boos worden, verlegen, angstig of egocentrisch (minder zorgzaam en eerlijk). Zonder ondersteunende vriendschap blijven de onaangepaste gedragingen van deze kinderen aanhouden.
Er bestaan verschillende theorieen over moraliteit. Wat zegt de sociaal leren theorie over moraliteit? Waar ontstaat het uit?




De sociaal leren theorie = richt zich op hoe moreel gedrag wordt geleerd door middel van bekrachtiging en modelling (observeren/imiteren) De sociaal leren theorie ziet morele ontwikkeling als de mate waarin kinderen dingen als goed of slecht zien. Het ontstaat vanuit intrinsieke motivatie
Wat houdt de functionele benadering van emoties in, wat doet het en wat is het doel?

= deze benadering benadrukt dat emoties een brede functie hebben, het doet iets namelijk: gedrag stimuleren om persoonlijke doelen te bereiken.
Doel: Snelle inschatting (‘appraisal’) van persoonlijke betekenis van gebeurtenissen.
Wat zijn zelfreflectieve emoties? Wanneer ontwikkelen ze dit? Noem tevens 3 voorbeelden van zelfreflectieve emoties.
= een tweede, hogere orde van gevoelens naast de basisemoties. Het is zich bewust worden van zichzelf (1 à 2 jaar) —> appraisals gericht op zelf —> zelfreflectieve emoties.

VB: Schuldgevoel, schaamte, trots --> Culturele standaarden bepalen mee welke gedragingen/ eigenschappen trots of schaamte oproepen.
1. Wat houdt het goodness-to-fit model in? 2. Hoe kan hierbij een adaptiever functioneren bereikt worden? 3. Waar helpt het bij?

1). Het beschrijft hoe het temperament en de omgeving van een kind
samenwerken om de latere ontwikkeling positief te beïnvloeden.

2) Opvoedingspraktijken die goed passen bij het temperament van het kind helpen kinderen om een adaptiever functioneren te bereiken.

3)
- Het helpt bij het verklaren waarom moeilijke kinderen (die zich terugtrekken uit nieuwe ervaringen en negatief en intens reageren) een groot risico lopen voor latere aanpassings- problemen. Deze kinderen ervaren vaan opvoeding die slecht aansluit bij hun aanleg.
- Het herinnert ons eraan dat baby’s unieke eigenschappen hebben die volwassenen moeten accepteren. Bijvoorbeeld: omgaan met verlegenheid.
Wat is de invloed van als kinderen afgewezen worden? Leg uit en licht toe hoeveel procent zich afgewezen voelt. Er zijn twee subtypen van afgewezen kinderen. Beschrijf tevens deze subtypen en geef
=  deze kinderen hebben vaak blijvende aanpassingsproblemen. 10-15% van de kinderen op de basisschool. Afwijzing zorgt voor gedrags- en emotionele problemen.

Twee subtypen:
- Afgewezen-agressieve kinderen = dit is het grootste subtype, ze vertonen ernstige gedragsproblemen, een hoge mate van conflict, fysieke en relationele agressie en hyperactief, onoplettend en impulsief gedrag. Het zijn meestal gebrekkige perspectiefnemers, die het onschuldige gedrag van leeftijds- genoten als vijandig interpreteren, anderen de schuld geven van hun sociale problemen en handelen naar hun boze gevoelens.
- Afgewezen-teruggetrokken kinderen = deze kinderen zijn vaak passief en sociaal onhandig. Verlegen kinderen die overweldigd worden door sociale angst.
Taalontwikkeling is het beheersen van elk van de componenten en ze combineren in een flexibel communicatiesysteem. Er zijn vier componenten: fonologie, semantiek, grammatica en pragmatiek. Leg uit wat deze 4 inhouden
- Fonologie = verwijst naar de regels voor de structuur en volgorde van spraakgeluiden.
- Semantiek = omvat vocabulaire, de manier waarop onderliggende concepten worden uitgedrukt in woorden en woordcombinaties.
- Grammatica  = bestaat uit twee hoofdonderdelen: syntax (= de regels waarmee woorden in zinnen worden gerangschikt), en morfologie (= markeringen die de betekenis van het woord kunnen veranderen).
- Pragmatiek = verwijst naar de regels voor het aangaan van passende en effectieve communicatie.
Een vorm van aandacht is volgehouden aandacht. Wat houdt dit in?Wanneer groeit deze aanhoudt het sterkst?Waar is het belangrijk voor?Waar komt de ontwikkeling van aanhoudende aandacht door? Noem 3 punten
= je kunt voor langere tijd bezig zijn met een taak en je daarop concentreren.

- Dit groeit sterk tussen 2 en 3,5 jaar, maar nog verder tot een jaar of 10.
- Het is belangrijk voor: dingen ontdekken, problemen oplossen, schools leren, sociale interacties en samenwerken.

Ontwikkeling van aanhoudende aandacht komt door:
- Snelle groei van de prefrontale cortex
- Het vermogen om steeds complexere speldoelen te genereren (kinderen moeten zich concentreren om de doelen te bereiken)
- Ondersteuning/stimulering van volwassenen (= scaffolding).