Summary Class notes - Organiseren

Course
- Organiseren
- Profi-leren
- 2018 - 2019
- NTI
- Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker 4 Kinderopvang
199 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Organiseren

  • 1530136800 1.3 Ontwikkelingen in de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk

  • Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot: de buitenschoolse opvang en de kwaliteit van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk?
    Buitenschoolse opvang: kwaliteit is geregeld in Wet kinderopvang, aanvullende eisen die door de sector zelf gemaakt zijn en in de CAO. Er is een capaciteitstekort op maandag, dinsdag en donderdag. Op woensdag en vrijdag is er een capaciteitsoverschot.

    Kwaliteit van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk:
    • kwaliteit daalt nog steeds, waarschijnlijk door de snelle uitbreiding. Toezicht is verscherpt. 
    • Organisaties kunnen zich certificeren. 
    • BOinK heeft kwaliteitskaart ontwikkeld. 
    • Ouders kunnen Nationale Crèche Test invullen op internet. 
    • Kwaliteitseisen in wet zijn nader uitgewerkt in beleidsregels. Uitwerking is gebaseerd op door aanbieders en afnemers opgestelde convenant ‘Verantwoorde kinderopvang: verdere stappen naar de toekomst’. 
    • Kwaliteit voor gastouderbureaus en gastouders is in apart convenant geregeld tussen werkgeversverenigingen en BOinK.
    • Nieuw Expertisecentrum voor Ontwikkeling, 
    • Opvang en Onderwijs van 0 -12 jarigen. 
    • Kwaliteit speelzalen is geregeld in gemeentelijke verordeningen, GGD controleert. 
    • Spectrum heeft een klanttevredenheidsmeter voor peuterspeelzalen ontwikkeld. 
  • Wat is een brede school?
    Een brede school is een samenwerkingsverband op één locatie tussen een school en andere voorzieningen zoals zorginstellingen, cultuur, sport, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk.
  • Wat is het doel van een brede school?
    • de actieve deelname van kinderen aan de samenleving bevorderen
    • een goede dagindeling bieden
    • mogelijke achterstanden van kinderen wegnemen en voorkomen
    • de sociale competentie vergroten
    • Oplossen van het probleem dat ouders hebben met de scheiding tussen onderwijs, opvang en vrijetijdsbesteding. Dagarrangementen aanbieden van 7.30 – 18.00 uur. 
    • Er zijn in de praktijk meerdere doelen, zoals voorkomen achterstanden, verbeteren sociale cohesie in de buurt, integrale aanpak jeugdproblematiek, multifunctioneel bouwen. 
  • Wat zijn combinatiefuncties?
    Combinatiefuncties zijn functies waarbij werk dat onder twee verschillende werkgevers wordt verricht tot één functie wordt gecombineerd, bijvoorbeeld pedagogisch werker buitenschoolse opvang en peuterspeelzaalwerk, overblijfkracht en begeleider naschoolse opvangactiviteiten
  • Waarom zijn combinatiefuncties belangrijk?
    • Om versnipperde banen te voorkomen 
    • Om de doorgaande lijn tussen organisaties te ontwikkelen waardoor kinderen naar andere organisaties toegeleid kunnen worden. 
    • Kinderen kunnen beter gevolgd worden zodat uitval in het onderwijs en overlast op straat voorkomen kunnen worden
  • Wat is het doel van de harmonisatie van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk?
    • Eén wettelijk kader en één kwaliteitskader, 
    • één financieringssystematiek, 
    • een kwalitatief goed stelsel van voorschoolse voorzieningen dat toegankelijk is voor alle kinderen, 
    • voorschoolse educatie aanbieden aan kinderen die dat nodig hebben.
  • Waar is voorschoolse en vroegschoolse educatie goed voor en waar richt die educatie zich op?
    Achterstanden worden voorkomen of weggewerkt voordat de kinderen naar de basisschool gaan. De educatie is vooral gericht op taalachterstanden, maar ook op sociaal-emotionele ontwikkelingen.
  • Wat is de achtergrond van het opzetten van de Centra voor Jeugd en Gezin?
    Verschillende instanties werken vaak met dezelfde kinderen terwijl zij dat niet van elkaar weten. Daardoor werken zij langs elkaar heen en gaat er veel mis in de hulpverlening aan kinderen en ouders.
  • Wat is het elektronisch kinddossier?
    Het elektronisch kinddossier (EKD) is een elektronisch dossier waarin gegevens over kinderen digitaal worden bijgehouden zodat deze uitwisselbaar zijn met andere instanties.
  • Wat is de verwijsindex?
    De verwijsindex is een globaal overzicht van contacten die een jeugdige heeft gehad met verschillende instanties of organisaties.
  • Wat is het verschil tussen een kinddossier en een verwijsindex?
    In het kinddossier staat inhoudelijke informatie over de hulpverlening aan het kind en het gezin. In de verwijsindex is alleen opgenomen bij welke instellingen of organisaties een kind geweest is.
  • 1530223200 1.4 De plaats van de kinderopvang in de samenleving

  • Geef 3 voorbeelden van manieren waarop een pedagogisch werker vraaggericht kan werken.
    • Ingaan op de wensen van ouders ten aanzien van de verzorging, bijvoorbeeld aantal keren verschonen.
    • Luisteren naar de behoeften van ouders: wil een aantal ouders graag meer contact met elkaar, dan meer ouderbijeenkomsten organiseren of meer aandacht voor de haal- en brengcontacten. 
    • Afchecken of ouders wel behoefte hebben aan ouderbijeenkomsten en welke onderwerpen zij zouden willen behandelen. 
  • Klanten letten vooral op betrouwbaarheid, communicatie, uiterlijk, veiligheid, competentie, begrip en toegankelijkheid. Geef drie, in jouw ogen belangrijke, voorbeelden van wat dit voor de professionele beroepshouding van een pedagogisch werker betekent.
    • Goede uiterlijke verzorging en presentatie, 
    • openstaan voor ouders en kinderen en aandachtig zijn, 
    • vriendelijk en meelevend zijn, meedenken. 
    • Betrouwbaar, met vertrouwen en deskundig overkomen. 
    • Dit ook checken middels klanttevredenheidsonderzoeken, 
    • vragen en geven van persoonlijke feedback aan collega’s. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Beschrijf aan de hand van het motivatieproces (behoefte-wens of doel-verwachting-prikkel tot handelen-handelen-terugkijken op het handelen en beoordelen van het effect) hoe de motivatie voor functiedifferentiatie in dit veranderingstraject zich kan ontwikkelen.Veranderingstraject:1.In stichting Hecht is een veranderingsproces aan de gang.2.De directeur heeft helder aangegeven waarom de veranderingen noodzakelijk zijn en wat van de medewerkers verwacht wordt. Zij is blij met de open en coöperatieve sfeer onder het personeel.3.Desondanks vragen de medewerkers zich af wat deze veranderingen voor henbetekenen en of het er beter op zal worden. 4.De directeur stelt hen zoveel mogelijk gerust: de werkgelegenheid staat niet op hetspel en hij heeft vertrouwen in alle medewerkers. 5.Hij licht vast een tipje van de sluier op: er zal functiedifferentiatie komen en medewerkers zullen meer dan voorheen de mogelijkheid krijgen zelfstandig te werken. Daarvoor zal hun deskundigheid vergroot worden en zullen zij duidelijkerichtlijnen krijgen.

Behoefte: medewerkers gaan nadenken over de mogelijkheden voor hen persoonlijk in het kader van functiedifferentiatie.
Wens of doel: zo kan de wens en het doel ontstaan om een behoefte van hen om door te groeien of een andere baan te nemen, te vervullen.
Verwachting: zij gaan verwachten dat deze ook vervuld gaat worden.
Prikkel tot handelen: dit stimuleert hen zich in te zetten voor de verandering.
Handelen: zij dragen daadwerkelijk bij door in werkgroepen te gaan zitten die onderdelen van het veranderingsproces vormgeven en uiteindelijk zullen zij daadwerkelijk op een andere functie solliciteren.
Terugkijken en beoordelen: achteraf voelen zij zich tevreden over hun opstelling en over de veranderingen.
Lees onderstaande situatie en geef per zin(nen) de eventuele motiverende en/of demotiverende factoren aan. Leg deze eventueel uit.Situatie:De directeur stelt hen zoveel mogelijk gerust: de werkgelegenheid staat niet op het spel en hij heeft vertrouwen in alle medewerkers.
Motiverende factoren: goede werksfeer, een leidinggevende die stimuleert en communiceert.
Lees onderstaande situatie en geef per zin(nen) de eventuele motiverende en/of demotiverende factoren aan. Leg deze eventueel uit.Situatie:Desondanks vragen de medewerkers zich af wat deze veranderingen voor hen betekenen en of het er beter op zal worden.
Demotiverende factoren: onduidelijk beleid.
Lees onderstaande situatie en geef per zin(nen) de eventuele motiverende en/of demotiverende factoren aan. Leg deze eventueel uit.Situatie:In stichting Hecht is een veranderingsproces aan de gang.
Een veranderingsproces kan zowel motiverend (ontwikkelingsmogelijkheden hebben, een leidinggevende hebben die stimuleert en communiceert, duidelijke instructies), als demotiverend zijn (onduidelijkheid over structuur, eventueel over werkgelegenheid en leidinggeven), afhankelijk van de veranderingen en de acceptatie daarvan. Vaak zijn medewerkers eerst gedemotiveerd. Als ze de veranderingen geaccepteerd hebben en er de positieve factoren van zien en voelen, raken zij gemotiveerd.
Welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft de oudercommissie?
  • Reguleren van de inspraak. 
  • Eigen werkwijze bepalen.
  • Beslissen bij meerderheid van stemmen. 
  • Gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot:

a. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 50 dan wel aan artikel 56;
b. voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid;
c. openingstijden;
d. het beleid met betrekking tot spel- en ontwikkelingsactiviteiten ten behoeve van de kinderen;
e. de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten;
f. wijziging van de prijs van kinderopvang.
  • Meedenken en meepraten over alles wat in de wet staat, zoals pedagogisch beleidsplan, veiligheid, zorg en kwaliteit van de opvoeding.
Lees de volgende situatie. Geef aan om welke vorm van agressie het gaat en hoe je reageert.Situatie Ineens staat er een man voor je neus die dreigend op je afkomt: ‘Nou wil ik eindelijk van je horen dat ons kind geplaatst wordt. Je laat iedere keer andere kinderen voor gaan. Dat moet afgelopen zijn. Ik ga niet weg vóór ik een toezegging heb.’ Hij staat bijna tegen je aan, torent hoog boven je uit en is ziedend.
Frustratieagressie in combinatie met doelgerichte of instrumentele agressie. De man is gefrustreerd omdat zijn kind voor zijn gevoel onterecht nog geen plaats heeft. Hij vertoont doelgerichte of instrumentele agressie omdat hij er duidelijk op uit is je angst in te boezemen. Je kunt als volgt reageren: ‘Je toont begrip maar stelt direct ook duidelijk een grens: ‘Ik zie dat u het er niet mee eens bent en dat u boos bent. Maar ik praat niet met u
als u mij bedreigt. Ik stel voor dat u op die stoel gaat zitten en eerst kalmeert. Dan haal ik even een kop koffie voor u.’ Vraag aan een andere volwassene om de situatie mee in de gaten te houden en de politie te bellen als de situatie onverhoopt uit de hand loopt. Ga terug, biedt de koffie aan en peil of de man gekalmeerd is. Als dat niet het geval is, kun je zeggen: ’U bent niet kalm en dan heeft het geen zin om te praten. Ik stel voor dat we een afspraak maken om hierover te praten. U kunt nu beter naar huis gaan.’ Gaat de man weer dreigen dan bel je zelf de politie of laat je de politie bellen. Is de man wel gekalmeerd dan praat je er kort over. Als er meer tijd nodig is, maak je een afspraak.
Lees de volgende situatie. Geef aan om welke vorm van agressie het gaat en hoe je reageert.Situatie Elise komt huilend naar je toe:’Ik ben het zat. Ik ga echt weg hoor, als dit zo door gaat.’
Emotionele chantage. Je kunt zeggen: ‘Ik zie dat je ontdaan bent en ik vind het ook heel goed dat je naar me toekomt. Maar ik vind het niet prettig als je meteen het mes op tafel legt door te dreigen met weggaan. Als je nu even gaat zitten, dan haal ik een glas water voor je. Dan kunnen we even rustig over je probleem praten en een oplossing zoeken.’
Waarom moet je ook aan de kinderen in de groep aandacht besteden bij het verwerken van verlies van één kind?
Omdat zij daar ook over nadenken en van alles voelen. Ze willen begrijpen wat er gebeurt.
Wat doet de assistent-leidinggevende in onderstaande situatie met betrekking tot het delegeren goed of fout? Leg uit waarom.Situatie Op een ander moment zegt Najma tegen Mariëtte: ‘Hé, Mariëtte, waar blijft die vakantieplanning?’ Mariëtte antwoordt: ’Uhh, ik wist niet dat je die nu al moest hebben.’
Najma heeft geen goede afspraak gemaakt over het resultaat (tijdstip waarop de planning klaar moest zijn) en heeft niet samen met Mariëtte de planning gemaakt.
Wat doet de assistent-leidinggevende in onderstaande situatie met betrekking tot het delegeren goed of fout? Leg uit waarom.SituatieMariëtte maakt de vakantieplanning voor de pedagogisch medewerkers. De taak is door Najma, de assistent-leidinggevende, naar haar gedelegeerd omdat Mariëtte graag wil oefenen in het kader van haar opleiding. Op een gegeven moment vraagt zij aan Najma: ‘Helga wil per se in juli op vakantie, maar dat komt heel slecht uit voor de anderen. Kun jij niet eens met haar gaan praten?’ Najma antwoordt: ‘Laten we eerst eens kijken welke oplossingen je al had bedacht en dan kijken we wat je het beste kunt doen.’
Najma reageert goed. Ze neemt de verantwoordelijkheid niet over en stelt zich terughoudend op in het vinden van oplossingen, maar ondersteunt daar wel bij.