Summary Class notes - over leren, onderwijs en instructie

Course
- over leren, onderwijs en instructie
- k
- 2015 - 2016
- Open Universiteit
- Onderwijswetenschappen
243 Flashcards & Notes
25 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - over leren, onderwijs en instructie

  • 1451257200 Studietaak 6

  • Welke opvattingen over hun beroep zijn van invloed op het leren van (beginnende) leraren?
    -Leraren hebben al een bak aan ervaring voordat zij beginnen met de opleiding tot leerkracht, aangezien zijn in hun hele leven al veel tijd hebben doorgebracht in de schoolbanken.
    -Het handelen van de ervaren professional lijkt “vanzelfsprekend” je ziet de opbouw niet meer van de les en daardoor lijkt het allemaal heel eenvoudig.
    -En je hebt verschillende manieren van leren: kennisgericht, persoonsgericht vaardigheidsgericht en praktijkgericht.
  • Wat kenmerkt situaties die het leren van leraren in de praktijk uitlokken?
    Er moet zich dan een situatie voordoen waaruit blijkt dat je het niet meer redt met je kennis die je al bezit. Het bestaande repertoire is niet meer toereikend om het probleem op te lossen. Hierbij moet de betrokkene dit zelf wel herkennen en erkennen. Dus je wanneer je situaties wilt creëren voor het leerproces moet je niet allen een situatie van “ontoereikendheid creëren, maar is ook het bewust worden hiervan belangrijk.
  • Welke verschuivingen hebben er plaatsgevonden in het denken over het opleiden van docenten en het type kennis dat daarbij relevant is?
    Eerst was het opleiden van docenten vooral gericht in de kennis op het opdoen van kennis hierbij werd de kennis extern geleerd en neergelegd bij de theorieën die werden aangereikt. Hierna werd de kennis vooral geleerd door praktijksituaties, op basis van interne en externe bronnen, en weer gefilterd door eigen ervaringen, werd dit zelf gegenereerde kennis van docenten.
  • Welke rol spelen efficiency, routine en innovatie in expertgedrag en het leren van leraren?
    Het opbouwen van routine is noodzakelijk wanneer je leraren tot expert wil laten groeien, maar het mag niet uitsluitend leiden tot routinematig gedrag. Doordat de routine zorgt dat men minder cognitief belast is moet men de overige energie steken in het verkennen van innovatieve trajecten en mogelijkheden. Dit betekend dat de expert geleerd moet hebben om dat niet bedreigend te vinden, en met name moet durven accepteren dat het experimenteren met nieuwe aanpakken een, tijdelijke, terugval in ‘efficiency’ te weeg zal brengen.
  • Wat is daarin het belang van de ‘optimal adaptability corridor’?
    Er moet sprake zijn van het tegelijk en in evenwicht ontwikkelen van routines en innovatieve aanpakken.
    Dit betekend dat voor aanstaande leerkrachten het zal betekenen dat vat er enerzijds vooral geïnvesteerd moet worden in het aanleren van beproefde routines en anderzijds op basis van de juiste inschatting van eigen mogelijkheden, aanmoediging tot het verkennen van nieuwe aanpakken moet plaatsvinden.
  • In welke rol kan een leidinggevende bijdragen aan de verbinding tussen formele scholing van leraren en de vertaling daarvan naar de praktijk?
    Doormiddel van een coachende rol, hierbij beïnvloed de manager het zelfvertrouwen en de taakuitoefening van de medewerker positief door het nemen van initiatief door de medewerker te waarderen en te stimuleren. (Initiatieven moeten systematisch worden beloond en gefaciliteerd. Met name als het initiatieven betreft die gericht zijn op de transfer naar de dagelijkse praktijk)
  • Hoe zijn recente ideeën over de aard van docentkennis van invloed op het belang dat gehecht wordt aan het leren in authentieke contexten?
    Docenten moeten wel de condities hebben om deze authentieke contexten toe te kunnen passen, maar wanneer er doormiddel van authentieke situaties wordt geleerd zijn aanstaande leraren wel beter in staat zich staande te houden in deze situaties en hierin te leren.
  • Welke factoren dragen bij aan het leren op de werkplek?

    Samenwerkingsverbanden, de leeractiviteiten dienen direct gericht te zijn op directe onderwijstaken, en de opbrengsten hiervan moeten direct toepasbaas zijn in de onderwijsvoorbereiding.
  • Welke kenmerken van ‘professional practice schools’ en ‘partnerscholen’ laten zien dat er sprake kan zijn van een authentieke leeromgeving voor (aanstaande) leraren? Welke kanttekeningen zijn er bij dergelijke initiatieven te plaatsen?
    In professional practice scholen worden de leraren ingeleid in de dagelijkse omgeving van de bevoegde docent. Er wordt tegelijkertijd gewerkt aan de opleiding van de docent en de innovatie van de school.

    Partnerscholen wordt gevraagd om zelf kenmerken voor de docenten aan te voeren. Hiermee kunnen ze de opleiding inrichten volgens de eigen behoeften. Omdat de wettelijke kaders erg algemeen zijn geformuleerd bieden die weinig houvast. Ook is het de vraag of de school wel echt de juiste complexe omgeving biedt met de focus op frontaal lesgeven en of video’s van casussen niet eenzelfde effect kunnen hebben. De docent in opleiding kan ondergesneeuwd raken onder de dagelijkse beslommeringen van de schoolomgeving waardoor de gewenste reflectie niet aan bod komt. Ook zou een lerarenopleiding geen maatwerk moeten leven naar één specifieke school, maar naar een onderwijstype.
  • Op welke wijze komt de theorie van Vygotsky tot uitdrukking in recente opvattingen over werkplekleren?
    Vygotsky verwijst naar het idee dat veel complexe cognities zich eerst manifesteren in interactie met anderen en pas daarna onderdeel gaan uitmaken van het ‘denkrepertoire’ van het individu.  Toegepast op een professie zou dit dan in feite opgevat kunnen worden als het deel gaan uitmaken van een bepaalde ‘discourse community’, het leren spreken van de taal van een bepaalde beroepsgroep en het daarmee verwerven van de manieren van denken die bij dat beroep horen.
  • Waarom zouden communities of practice bij uitstek geschikt zijn voor leren op de werkplek?
    Hierbij onderzoeken leraren dan gezamenlijk hun eigen praktijk en stellen bestaande praktijken ter discussie En proberen dan doormiddel van theoretisch geïnspireerd praktijkgericht onderzoek de praktijk te verbeteren.
  • Onder welke condities draagt een community of practice daadwerkelijk bij aan het leren op de werkplek? En wat zijn de risico’s als daar niet aan wordt voldaan?
    -Ieder in zijn of haar waarde laten; maar wel elkaar kritiek durven geven anders wordt het een vrijblijvende uitwisseling en zal het niet leiden tot een leerproces.
    -Het voorzien van inhoudelijke input in het leerproces; anders krijg je herhaling en wederzijds bevestigen van reeds bekende standpunten, zonder da die gerelativeerd, aangevuld of verrijkt worden met externe informatie uit theorievorming, onderzoek en dergelijke.
  • Hoe draagt zelfsturing van medewerkers bij aan het leren op de werkplek? En welke effecten worden daarmee geassocieerd?
    Door aandacht, in de vorm van coachende steun en feedback, in samenhang met het vergroten van het regelvermogen van medewerkers. De integratie van werken en leren, met nadruk op samenwerking.
    Dit leidt tot medewerkertevredenheid, productiviteit, klanttevredenheid en het innovatievermogen van een organisatie.
  • Wat is het belang van reflectie voor werkplekleren en welke condities moeten daarvoor zijn vervuld?
    Dit draagt bij tot het innovatieve vermogen van een instelling. Maar hiervoor moeten wel de volgende condities zijn vervuld: volwaardig participeren, kritisch reflectief werkgedrag, self-efficacy. Men heeft een veilige werkomgeving nodig, en een voorwaarde is dat de leiding duidelijkheid verschaft over doel en resultaat, en dat er waardering wordt getoond.
  • En op welke verschillende manieren kan het begrip ‘reflectie’ worden uitgewerkt?
    -In de fases: Het constateren van een onvolkomenheid in de lessituatie (is altijd wel zo), gevolgd door het bedenken en het uitproberen van een alternatief en evaluatie daarvan.
    -Het niveau van de reflectie
    ·Toenemende complexiteit en omvattendheid, bijvoorbeeld variërend van onsamenhangende of geheel aan het dagelijks spraakgebruik ontleende beschrijving van de eigen lessituatie tot het daarbij betrekken van theoretische, ethische en zelfs maatschappelijke overwegingen
    ·Het niet blijven steken bij betrekkelijke ‘oppervlakkige’ externe aspecten, maar het bij de reflectie betrekken van niveaus die dieper in de persoonlijkheid veranderd zijn, zoals de eigen identiteit en zingeving
  • Hoe zou het samenstellen van een portfolio bij kunnen dragen aan reflectie? Welke kanttekeningen zijn daarbij te plaatsen?
    Er worden dan voornemens gemaakt om iets te verbeteren (hoe vragen) maar de waarom vragen ontbreken veel.
    In welke mate wordt er tijdens het denkproces over het portfolio gebruik gemaakt van externe, theoretische informatie. Vaak blijft het namelijk bij het eigen beperkte particuliere denkkader, in plaats van de eigen praktijkervaringen te confronteren met bijvoorbeeld theoretische noties omtrent het fenomeen dat in het portfolio beschreven wordt.
  • Wat wordt verstaan onder competenties? Welke factoren hebben bijgedragen aan de opkomst van dit begrip?
    Betekenis: een geheel van kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd in bekwaamheid.

    Competenties zouden een beter aangrijpingspunt vormen voor het ontwerpen van leertrajecten. Dit in tegenstelling tot het eerdere afzonderlijke leerstofdomeinen, disciplinegeoriënteerde schoolvakken en klassieke functiebeschrijvingen.
  • Welke risico’s zijn er verbonden aan het denken in termen van competenties?
    Dit vervalt vaak in een gefragmenteerde opsomming van gedragskenmerken, waaruit elke samenhang verdwenen is.
  • Welke ontwikkelingen heeft het opleidingskundig onderzoek in de laatste decennia doorgemaakt?
    -Er is veel meer aandacht ontstaan voor het leren leren, zelfsturing, kritische reflectie en samenwerkend leren. Dit met name in informele setting en in en om het werk.
    -Toegenomen aandacht voor leren op de werkplek
    -Onderzoek naar de aard en betekenis van competenties
    -Toegenomen aandacht voor het leerbeleid en opleidingsplannen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Over leren, onderwijs en instructie

  • 1535925600 Studietaak 1

  • Hoe wordt leren gedefinieerd door Driscoll?
    Learning is a persisting change in performance or performance potential from experience and interaction with the world
    Leren is een voortdurende verandering in prestatie of prestatie potentieel dat voorkomt uit ervaring en interactie met de wereld
  • Aan welke eisen moet een theorie volgens Driscoll voldoen om een leertheorie te mogen heten? (opsomming)

    Leertheorie is een set van constructen die linken:
    Invoer: bronnen en ervaringen die leren stimuleren
    Betekenissen: hypothese structuren en processen verantwoordelijk voor leren.
     Resultaten: veranderingen in prestatie
  • Aan welke eisen moet een theorie volgens Driscoll voldoen om een leertheorie te mogen heten? (definitie)
    A learning theory comprises a set of constructs linking observed changes in perfomance with what is thought to bring about those changes

    Een leertheorie bevat een set van constructies die observaties in verandering van prestatie combineert met wat men bedacht heeft dat de verandering brengt.
  • Wat zegt het objectivisme over de aard van kennis?
    realisme
    Er bestaat een externe werkelijkheid en alle dingen uit die werkelijkheid zijn te kennen zoals zij zijn.
  • Wat zegt het objectivisme over de oorsprong van kennis?
    empiricisme
    Zintuigelijke waarneming is de enige manier om tot kennis te komen.
  • Wat zegt het interpretivisme over de aard van kennis?
    Idealisme
    Er bestaat geen werkelijkheid buiten onze interpretatie van wat we waarnemen.
  • Wat zegt het interpretivisme over de oorsprong van kennis?
    rationalisme
    Een idee over de werkelijkheid kan binnen individuen tot stand komen op basis van eerdere waarnemingen. Algemeen geaccepteerde kennis wordt binnen het idealisme gezien als een afspraak tussen mensen van wat waarheid is. Deze waarheid staat dus niet vast, maar is voor interpretatie vatbaar. 
  • Welke leertheorieën passen bij de ideeën van het objectivisme?
    Behaviorisme en cognitivisme
  • Hoe staat het objectivisme ook wel bekend?
    realisme en empiricisme
  • Welke stromingen zijn kenmerkend voor het interpretivisme?
    Rationalisme en idealisme
  • Hoe wordt het interpretavisme in de literatuur ook wel genoemd?
    constructivisme
  • Waar houdt de epistemologie zich mee bezig?
    Is de filosofische leer die zich bezichoud met de aard en oorsprong van kennis. 
    episteme (kennis)
    logos (leer)
  • Hoe richten docenten onderwijs in die een objectivistische overtuiging hebben over kennis?
    • overbrengen van kennis
    • studenten/lerenden nemen passief kennis op
    • leggen sterke nadruk op goede antwoorden
  • Hoe richten docenten onderwijs in die een interpretivistische overtuiging hebben over kennis?
    • betrekken studenten actief in het verzamelen en samenbrengen van informatie
    • werken aan vaardigheden als kritisch denken en probleemoplossend denken. 
    • Leggen nadruk op stellen van nieuwe vragen
    • leggen meer nadruk op het leren van fouten dan op het geven van goede antwoorden.
  • 1541977200 Studietaak 4 constructivisme

  • Welke aannames doen constructivisten over leren?
    Constructivistische theorie berust op de veronderstelling dat kennis wordt opgebouwd door lerenden terwijl ze proberen hun ervaring te begrijpen. Lerenden zijn geen lege vaten die wachten om gevuld te worden, maar actieve organismen die betekenis zoeken. Ongeacht wat er geleerd wordt, constructive processen vinden plaatsen en lerenden vormen, elimineren en testen potentiele mentale structuren tot een bevredigende structuur is gevonden.
  • Hoe denken constructivisten over kennis?
    Waar objectivisten ervan uitgaan dat leren alleen kan plaatsvinden door het kennen van de externe wereld, betwijfelen constructivisten dit. Kennis constructies hoeven van constructivisten niet per se van de externe werkelijkheid te komen. Dit hebben zij gemeen met de idealisten of de interpretismeepistemologie.
    Lerenden testen het eigen begrip in vergelijking met anderen. Voornamelijk leraren en vergevorderde mede lerenden.
  • Hoe denken constructivisten over het geheugen?
    Constructivisten zijn niet heel duidelijk over hoe zij over het geheugen denken. Cunningham kwam met de wortelstok vergelijking. Het is een wirwar van knollen zonder duidelijk eind of begin. Daar waar de verbinding wordt onderbroken, wordt gemakkelijk een andere verbinding gemaakt. Het heeft een onuitputtelijk potentieel voor kennis constructen. Er zijn geen vaste punten of een vaste organisatie. Alles staat naast elkaar in verbinding.
    Dit geheugenconstruct verklaard kennis oen de manier waarop we dingen beschrijven niet stabiel zijn. Het verklaard de mogelijkheid van verschillende meningen, verschillende waarheden en verschillende werelden.
  • Waarin verschilt constructivisme van behaviorisme en cognitivisme?
    Binnen het constructivisme gaat het om nuttige dingen leren binnen een betekenisvolle context. Het gaat om begrip en relevantie van kennis. De mogelijkheid om kennis te identificeren en op verschillende manieren te gebruiken om doelen te halen. Constructivisten willen naast de doelen die ze zelf hebben vastgesteld, ook dat leerlingen zich ontwikkelen in waar zij in geïnteresseerd zijn. Constructivisten houden zich niet bezig met de basiskennis die nodig is om iets nieuws te leren. De taak van docenten is het coachen van leerlingen met een gebrek aan voorkennis. Zodat zij de voorkennis inhalen, maar hierbij letten zij op dat ze niet te veel coachen. Hoe dit coachen eruit zietis een open vraag.
  • Welke vijf condities gelden er volgens constructivisten voor leren?
    - complexe en relevante leeromgevingen
    - sociale onderhandeling
    - meervoudig perspectief en meerdere wijzen van leren
    - eigenaarschap van leren
    - zelfbewustzijn van kennisconstructie
  • Wat is complexe en relevante leeromgevingen?
    Je kan niet van lerende verwachten dat ze kunnen dealen met comlexe vraagstukken totdat ze de kans krijgen om hier mee te dealen. Een omgeving waar het probleem oplossend vermogen maximaal getraind wordt.
  • Wat is sociale onderhandeling?
    Leren is in de meeste gevallen een gemeenschappelijke activiteit waarbij de cultuur gedeeld wordt. Volgens Vygotsky worden hogere mentale processen n mensen ontwikkelt doo sociale interacite. Door de synergie van samenwerken kunnen antwoorden gevormd worden die individuele groepsleden niet hadden kunnen bedenken. Daarnaast leren de groepsleden de betekennis van de standpunten van andere groepsleden.
  • Wat is meervoudig perspectief en meerder wijzen van leren?
    Het aanleren van meerder perspectieven en meerder wijzen van leren, zodat een situatie vanuit meerdere kanten bekeken wordt. Hierdoor is de kans op een juiste strategie om het probleem op te lossen het grootst. Een enkelvoudige strategie laat een deel van de oplossing niet zien en daarom is het nodig om meerdere perspectieven te bekijken.
  • Wat is eigenaarschap in leren?
    De leerling is hoofdarbiter bij het beoordelen van wat, wanneer en hoe het leren zal plaatsvinden.
  • Wat is zelfbewustzijn van kennisconstructie?
    Het vermogen van lerenden om zich bewust te zijn van hun eigen rol in het kennisconstructieproces. Het verschil met metacognitie uit de cognitieve informatie proces theorie is dat constructivisten hier meer mee bedoelen. Als leerlinen zzich gaan realiseren hoe een willekeurig zet van aannames of wereldbeelden hun kennis vormen. Zijn ze vrij om te onderzoeken wat een alternatieve set van van aanames of wereldbeeld doen met de kennis.
  • Hoe komt constructivisme terug in de onderwijspraktijk? (4 punten)
    -  Microworlds and hypermedia designs
    -  Collaboration learning end problem scaffolding
    - Goal-based scenarios and Problem bases learning
    - Software Shells and Course managament tools
  • Wat zijn microworlds an hypermedia desigs?
    Microworlds and hypermedia designs: Microworlds zijn kleine maar complete subsets van echte omgevingen die ontdekking en exploratie bevorderen.
    Hypermedia designs: Ontwerp strategieën omvatten het weergeven van een grote hoeveelheid informatie over het onderwerp van interesse, inclusief dergelijke soorten informatie zoals autobiografische gegevens, beschrijvingen, definities, foto’s of grafische ontwerpen, interviews of andere monsters van onderzoeksgegevens.

    Microworlds en hypermedia bieden rijke, studentgerichte leeromgevingen waarin authentieke activiteit wordt benadrukt. Afhankelijk van het gebruik en de instructie kunnen ze ook sociale onderhandeling en reflexiviteit ondersteunen.
  • Wt is collaboration learning and problem scaffolding?
    Door samenwerkend leren en probleem steigers. Door samenwerkende online techniek kunnen lerende connecties maken buiten het lokaal. Ook zijn er geavanceerde programma’s die denken zichtbaar maken, denk aan leerdoelen, gedragsonderzoek en bijhouden van progressie.
  • Wat is Goal-Based Scenarios and Problem-Based Learning?
    Goal-based scenarios zijn anders dan samenwerkend leren op de pc doordat ze een duidelijk en concreet doel hebben wat gehaald moet worden. Het biedt een taakomgeving waarin leerlingen vaardigheden leren en oefenen. (GBS)

    Problem based learning: de lerenden werken in groepen en werken aan echte problemen. De lerenden maken gebruik van een variatie aan bronnen, technologie en daarbuiten. De nadruk ligt in PBL in het bieden van een probleemoplossend proces dat studenten systematisch kunnen gebruiken om de aard van het probleem te identificeren, taak te voltooien, redeneren door het probleem terwijl gegegevensbronnen worden verzameld en geraadpleegd, tot een oplossing komen en vervolgens de geschiktheid van de oplossing te beoordelen. Na afloop van het proces reflecteren de lerenden op alles wat voorbij is gekomen.
  • Wat is Software Shells and Course Managemant Tools?
    Softwareshalen bevatten grotendeels geen inhoud, maar bieden functies die geamkkelijk kunnen worden aangepast aan de door de gebruiker beoogde toepassing.
    course management tools is een software shell waar de constructivistische principes al zijn ingebouwd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Van Nuland geeft een overzicht van de literatuur over motivatie zodat lezers hun eigen definitie van motivatie kunnen opstellen. Geef een definitie van motivatie op basis van de tot nu toe gelezen leerstof.
Motivatie komt van het Latijnse werkwoord 'movere' en dat betekent zin om te bewegen. In het woordenboek wordt motivatie als volgt gedefinieerd: als jij of jouw acties zijn ingegeven door iets, vooral een emotie, maakt dat jij je gedraagt op een bepaalde manier of biedt dat de reden voor je gedrag.
Motivatie kan best beschouwd worden als een bron van de innerlijke energie die mensen richting geeft om wenselijke resultaten te behalen en weghoudt van ongewenste resultaten. Dus motivatie gaat samen met de vervulling van behoeften, verwachtingen, doelen, wensen en ambities.
Ook bevatten meerdere motivatietheorieën aspecten van intrinsieke motivatie. Hoe komt intrinsieke motivatie terug in self-determination theory, expectancy value theory en achievement goal theory?
  • Self-determination theory
De intrinsieke motivatie wordt aangesproken als er wordt voldaan aan de drie psychologische behoeften, te weten competentie, sociale verbondenheid en autonomie. Wanneer een taak uitdagend is, ruimte laat voor eigen invulling en wordt uitgevoerd in relatie met anderen waar het individu zich graag mee verbindt, dan zal die taak als motiverend worden ervaren. 

  • Expectancy value theory
De waarde van de taak bestaat uit bekwaamheid, het nut (doel), het belang (wens) en de kosten van de activiteit. Motivatie neemt toe als de waarde toeneemt.

  • Achievement goal theory
Individuen die gericht zijn op mastery goals zijn intrinsiek gemotiveerd. Zij willen competentie, vaardigheden en kennis vergroten. Indivduen die gericht zijn op performance goals zijn extrinsiek gemotiveerd. Zij zijn taakgericht en willen tonen wat zij kunnen.
Leg uit wat expectancy-value theory betekent en beschrijf de relatie met motivatie en prestatie.
In deze theorie (Atkkinson) staat de relatie centraal tussen enerzijds motivatie en anderzijds de verwachtingen die studenten hebben over eigen kunnen en de waarde van het te bereiken resultaat. De culturele en sociale omgeving van de student beïnvloedt de inschatting van de eigen bekwaamheid en de waarde die aan het resultaat wordt toegekend.
Wat betreft de waarde die aan resultaat wordt toegekend wordt een onderscheid gemaakt tussen waarde voor het eigen zelfbeeld, waarde voor het bereiken van vervolgdoelen (loopbaan), de “kosten” die aan een taak verbonden zijn, en de intrinsieke waarde (plezier tijdens werken aan een taak).
Kortom, motivatie wordt gedefinieerd als het product van de verwachting van succes en waarde van succes.
Leg uit wat self-efficacy betekent en beschrijf de relatie met motivatie en prestatie.
In deze theorie (Bandura) is zelfeffectiviteit een belangrijk element voor motivatie. Zelfeffectiviteit is het vertrouwen van een persoon in de eigen bekwaamheid om met succes invloed uit te oefenen op de omgeving, bijvoorbeeld door een bepaalde taak te volbrengen of probleem op te lossen. Personen zijn sneller gemotiveerd voor een bepaalde handeling als zij het idee hebben dat zij bekwaam zijn om deze met succes te verrichten. Zij zullen het gedrag sneller ontplooien en doorzetten.
Leg uit wat intrinsieke motivatie betekent en beschrijf de relatie met motivatie en prestatie.
Aanhangers van intrinsieke motivatie zijn van mening dat studenten die intrinsiek gemotiveerd zijn, vrij voor een taak kiezen omdat ze plezier krijgen bij het doen van de taak. Er wordt waarde gehecht aan positieve gevoelens, vreugde en tevredenheid. Tijdens het uitvoeren van de taak voelen ze zich autonoom om te besluiten of ze doorgaan of stoppen met de taak.
Leg uit wat self-determination theory betekent en beschrijf de relatie met motivatie en prestatie.
Deze theorie (Deci) gaat in op drie psychologische behoeften die van invloed zijn op motivatie, namelijk competentie, sociale verbondenheid, autonomie. Wanneer er aan deze drie psychologische behoeften is voldaan, beschouwen studenten studenten de leeromgeving als optimaal. Dit is positief van invloed op motivatie en prestatie.
Leg uit wat mastery goals betekent en beschrijf de relatie met motivatie en prestatie.
Een oriëntatie op mastery goal betekent betrokkenheid bij het doel om iemands competentie, kennis en vaardigheden te vergroten. Dit is intrinsieke motivatie (ego betrokken doelen).
Leg uit wat performance goals betekent en beschrijf de relatie met motivatie en prestatie.
Een oriëntatie op performance goal verwijst naar betrokkenheid bij een leeropdracht met als doel iemands vermogen te demonsteren. Dit is extrinsieke motivatie (taak betrokken doelen).
In meerdere motivatietheorieën speelt geloof in eigen kunnen (belief in competence) een rol. Hoe komt geloof in eigen kunnen terug in expectancy value theory, self-efficacy theory en self-determination theory?
  • Expectancy value theory
Geloof in eigen kunnen wordt beschouwd als een onderdeel van de totale energiebron die bepaalt of een persoon een bepaalde activiteit zal starten.

  • Self-efficacy theory
Geloof in eigen kunnen is een belangrijk mechanisme dat het menselijk handelen drijft.

  • Self-determination theory
Geloof in eigen kunnen is een van de drie psychologische behoeftes die voorwaardelijk zijn voor motivatie.
Waarom is motivatie volgens Van Nuland belangrijk voor onderwijs?
Motivatie is essentieel voor het onderwijs, omdat het voorziet in de energie en de richting die studenten nodig hebben om succesvol te zijn op school.
Studenten moeten veel taken doen die ze niet leuk vinden, waar ze geen interesse voor hebben, ze zich niet competent genoeg voor voelen of het nut er niet van in zien. Daarom is het belangrijk dat leraren zich bewust zijn van hoe zij het curriculum en de instructies dusdanig kunnen aanpassen dat studenten in staat zijn om de taken uit te voeren en zinvol, interessant en nuttig te vinden. Aan de andere kant moeten studenten zelf begrijpen hoe hun leer- en motivatiesystemen werken en hoe ze zichzelf kunnen beïnvloeden, controleren en managen in hun eigen natuurlijke motivatie.