Summary Class notes - Overdrachts-en Omzetblasting

Course
- Overdrachts-en Omzetblasting
- -
- 2017 - 2018
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- Notarieel Recht
207 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Overdrachts-en Omzetblasting

  • 1533160800 Overdrachts-en Omzetbelasting

  • Onder de naam 'overdrachtsbelasting' wordt ter zake waarvan belasting geheven?
    Onder de naam 'overdrachtsbelasting' wordt een belasting geheven ter zake van de verkrijging van in NL gelegen og zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen.
  • Wat wordt voor de toepassing van de WBR mede begrepen onder 'verkrijging'?
    De verkrijging van de economische eigendom.
  • Wat wordt er verstaan onder economische eigendom?
    Onder economische eigendom wordt verstaan een samenstel van rechten en verplichtingen mbt de in het eerste lid bedoelde onroerende zaken of rechten waaran deze zijn onderworpen, dat een belang bij die zaken of rechten vertegenwoordigt. Het belang omvat ten minste enig risico van waardeverandering en komt toe aan een ander dan de eigenaar of beperkt gerechtigde. Onder de verkrijging van de economische eigendom van onroerende zaken of van rechten waaraan deze onderworpen wordt mede verstaan de verkrijging van een samenstel van rechten en verplichtingen dat een belang als hiervoor bedoeld vertegenwoordigt bij een bestanddeel van een onroerende zaak dat zelfstandig aan een recht kan worden onderworpen, dan wel bij een recht waaraan een onroerende zaak kan worden onderworpen.
  • Wordt de verkrijging van uitsluitend het recht op levering als verkrijging van economische eigendom aangemerkt?
    Nee, dit wordt niet aangemerkt als verkrijging van economische eigendom!
  • Wat is een beperkt gerechtigde?
    Een beperkt gerechtigde is een gerechtigde met enig beperkt recht op een goed. Een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend Recht, hetwelk met het Beperkte recht is bezwaard. Voorbeelden: erfpachter, opstaller, vruchtgebruiker en hypotheekhouder.
  • Als verkrijging wordt niet aangemerkt; vul aan.
    Art. 3 WBR lid 1:
    A: boedelmenging, erfrecht of verjaring.
    B: verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap; waarin de verkrijger was gerechtigd als rechtverkrijgende onder algemene titel.
    C: natrekking van een zaak op het tijdstip waarop die zaak wordt aangebracht op, aan of in een onroerende zaak.
  • Als verkrijging als bedoeld in art. 3 lid 1 onder a of b WBR wordt niet aangemerkt:
    Hetgeen wordt verkregen krachtens de uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19, 20, 21 en 22 boek 4 BW (de wilsrechten).
  • Economisch eigendom: leg kort uit:
    Formeel ben je niet juridisch gerechtigd tot de zaak, maar het is economisch gezien wel hetzelfde.
  • De beperkingen in art. 3 lid 1 sub a-c. Wat is hier bijzonder aan?
    Dit zijn wel civielrechtelijke verkrijgingen, maar voor deze wet worden ze niet als verkrijgingen aangemerkt.
  • Art. 2 lid 1 WBR; ' of van rechten waaraan deze zijn onderworpen '. Wat wordt hieronder verstaan?
    Dit zijn beperkte gebruiks- en genotsrechten, bijv. Erfpacht en Opstal. Dit zijn niet zekerheidsrechten. Die zekerheidsrechten vallen niet onder deze belasting.
  • Wat is de essentie van art. 5 WBR?
    Zekerheidsrechten vallen niet onder deze belasting.
  • De vrijstellingen in art. 15 WBR; wat is de gedachtegang hierachter?
    Art. 3 WBR betekent dat die verkrijging nooit valt onder deze belasting, een vrijstelling uit art. 15 WBR betekent iets anders: in beginsel is de verkrijging belast op grond van art. 2 WBR, maar onder omstandigheden wordt het vrijgesteld, indien voldaan wordt aan de voorwaarden. De 'algemene maatregel van bestuur' in lid 1 is het uitvoeringsbesluit dat is opgenomen in de wettenbundel (na de WBR).
  • Waarover wordt er in de WBR geheven?
    Art. 9 lid 1 WBR: de maatstaf van heffing is de waarde van de onroerende zaak of het recht waaraan deze is onderworpen.  De waarde is tenminste gelijk aan de tegenprestatie. (Dit is de waarde in het economisch verkeer; art. 52 WBR),
  • Wat is het tarief dat in de WBR wordt gehandhaafd?
    Het tarief is op grond van art. 14 WBR 6 %, maar voor woningen (of rechten waaraan deze zijn onderworpen of aandelen die een woning vertegenwoordigen) 2 %.
  • Is de belasting in de WBR een directe of indirecte belasting?
    Het is een directe belasting, art. 16-17 WBR. De belasting wordt betaald door degene op wie de belasting feitelijk drukt. De verkrijger, de koper betaalt dus de belasting. Dit is anders bij de indirecte belasting, daarbij wordt er een onderscheid gemaakt op wie de belasting feitelijk drukt (de consument) en de belastingplichtige (de winkelier), bijv. Bij de BTW.
  • Herhaal de essentie van art. 2 WBR:
    Het moet gaan om de verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak en de beperkte rechten daarop, niet zijnde zekerheidsrechten (dus wel de gebruiks-en genotsrechten). Ook niet huur en pacht.
  • Waar vindt men verzachtingen ivm de heffing?
    In Art. 13 WBR: indien je binnen 6 maanden na de vorige verkrijging dezelfde goederen verkrijgt, dan hoef je geen belasting te betalen over het deel waarover de vorige verkrijger belasting heeft betaald. Het gaat dus om een aftrek van het meerdere. Van A-B ; 200, betalen over 200.
    Van B-C; 220, betalen over 220-200, als het binnen 6 maanden afspeelt.

    Art. 9 lid 4 WBR: Als de verkrijging van juridische eigendom wordt gevolgd door verkrijging van economische eigendom (of andersom). Bij de tweede verkrijging mag je de waarde van de eerste verkrijging ervan aftrekken. Dan betaal je dus over het meerdere. Dit is zonder termijn. Als de onroerende zaak in waarde is veminderd, dan krijg je niet de belasting terug. Je betaalt dan over nihil.
  • Wat houdt de 'sleutelverklaring' in?
    De verklaring dat je de sleutel ontvangt om iets te doen in de woning die nog niet van jouw is. Dit zit in de fase voor de levering. Enkel de sleutel lenen om de woning aan de familie te laten zien, is niet voldoende. Dit wordt niet aangemerkt als genot. De sleutel lenen om alvast de woning te verbouwen is anders, dit zou economisch eigendom kunnen zijn. Dit kan worden voorkomen door te overleggen met de inspecteur, of het economisch eigendom is. Hierbij is van belang: 'je als eigenaar gedragen'.
  • Wat houdt huurkoop in?
    Bezit wordt verschaft, voordat je daadwerkelijk eigenaar bent. Een soort financial lease. Je betaalt huurpenningen, als je alles hebt betaald wordt je eigenaar.
  • Bij een executieveiling, wanneer iemand met de hoogste bieding het wordt gegund. Is dan al de economische eigendom tot stand gekomen?
    Nee.
  • Bij een finaal verrekenbeding. Is dan al de economische eigendom tot stand gekomen?
    Nee, art. 3 WBR: verdeling van een huwelijksgemeenschap wordt niet aangemerkt als verkrijging. En het is een onvoltooide waardeverschuiving.
  • Economische eigendom: onderscheid tussen macht en belang. Leg uit:
    Macht heeft betrekking op de juridische kant, en belang op de economische kant (bijvoorbeeld waardeontwikkeling van het goed).
  • Voorbeeld bij art. 3 WBR lid 1 onder a; erfrecht;
    In het geval dat er een onroerende zaak in de nlp zit. De langstlevende verkrijgt de helft van het huis krachtens huwelijksvermogensrecht, de andere helft zit in de nlp. De langstlevende en de andere erfgenaam (bijv. kinderen) verkrijgen ieder een onverdeeld aandeel in dat huis. Deze verkrijging wordt op basis van dit artikel niet aangemerkt als een verkrijging, omdat het reeds is belast met erfbelasting.
  • Voorbeeld; een ouder overlijdt, er is sprake van een wettelijke verdeling. Als de langstlevende hertrouwt, dan hebben de kinderen een wilsrecht (art. 4:19 BW).
     Het kind kan zijn erfdeel opeisen. Indien het kind de onroerende zaak opeist (eventueel met een tegenprestatie, omdat de waarde van de onroerende zaak meer kan zijn dan de grootte van het erfdeel). Het verkrijgen van het huis is een erfrechtelijke verkrijging, maar omdat die verkrijging veel meer kan zijn dan het erfdeel, is dit niet wenselijk (er hoeft dan geen belasting te worden betaald over die verkrijging, terwijl de verkrijging veel meer is dan het erfdeel). Dit moet wel in combinatie met art 15 lid 1 onder X WBR worden gelezen, alleen over het meerdere (dus de waarde onroerende zaak - erfdeel) is belast. Om maatwerk te kunnen leveren, wordt dit dus deels geregeld door een vrijstelling. Dit om te voorkomen dat er een verkapte onbelaste koop plaatsvindt.


  • BNB 1993/ 201/ 202. Wat was hier het geval?
    Gedurende het huwelijk was er geen sprake van een gemeenschap, ieder had dus zijn eigen goederen. In het zicht van de echtscheiding kwam men huwelijkse voorwaarden overeen, met daarin een beperkte gemeenschap van een onroerende zaak (met hypotheek en levensverzekeringen). Het huis zat aanvankelijk bij A. Het huis wordt na de echtscheiding toebedeeld aan B. Er vindt dus eerst boedelmenging plaats (onbelast ogv onderdeel a), daarna verdeling (onbelast ogv onderdeel b). Als A naar B had overgedragen staande huwelijk, dan was het wel een belaste overdracht geweest. De Hoge Raad heeft bepaald dat dit geen fraus legis was, dit mocht binnen de grenzen van de wet.
  • Arrest GP voor 1 dag. Wat was hier het geval?
    Partners gaan een GP aan voor een dag en doen een beroep op Art. 3 lid 1 onderdeel b WBR. Gelet op de korte duur van het GP, hebben partijen niet de bedoeling gehad om de rechten en verplichtingen van het GP op zich te nemen. Het aangegane GP heeft geen reeel en praktische betekenis. HR beoordeelt dat de partijen het GP niet hebben gewild, ze hebben het uitsluitend gebruikt om geen belasting te hoeven betalen. Dit is ander dan de situatie uit 1993, waarbij de partijen al gehuwd waren. Dit brengt met zich mee dat het GP buiten aanmerking moet worden gelaten bij de heffing van onverdrachtsbelasting, art. 3 lid 1 onderdeel b WBR is daarom nvt. Dit wordt wel aangemerkt als fraus legis.
  • Het verschil tussen de scheiding van toen en de verdeling van nu is?
    Scheiding;. De overeenkomst heeft een goederenrechtelijke werking. De verdeling van nu heeft dat niet, je moet na de overeenkomst nog leveren. De inhoud van het begrip scheiding en het begrip verdeling is hetzelfde gebleven.
  • Art. 3:182 BW:

    Artikel 182:  Als een verdeling wordt aangemerkt iedere rechtshandeling waartoe alle deelgenoten, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd, medewerken en krachtens welke een of meer van hen een of meer goederen der gemeenschap met uitsluiting van de overige deelgenoten verkrijgen. De handeling is niet een verdeling, indien zij strekt tot nakoming van een voor rekening van de gemeenschap komende schuld aan een of meer deelgenoten, die niet voortspruit uit een rechtshandeling als bedoeld in de vorige zin.
  • Wat is de maatstaf voor verdeling?
    De maatstaf voor verdeling is dat er een verminderde mate van onverdeeldheid ontstaat. Je kan eindigen met onverdeeldheid, mits dit verminderd is. Dit betekent dat er een of meer deelgenoten ophouden met deelgenoot te zijn.
  • Wat is het rechtsgevolg van art. 3:182 BW?
    Het vereiste: er zijn twee soorten deelgenoten, de verkrijgende deelgenoten en de niet-verkrijgende deelgenoten. 
    Verkrijgen is iets verkrijgen wat je nog niet hebt. 
    Aanwas is geen verdeling!
    Verkrijgen is uit het oogpunt van het object van verdeling het hele goed, dus ook wat je al had. Je krijgt krachtens verdeling, hetgeen dat je na de verdleing aan gerechitgdheid in totaliteit hebt. Dus ook wat je voor de verdeling al had. Aanwas is een ondeugdelijk criterium. 
  • Alleen een verdeling overeenkomen is niet voldoende. Wat dient er nog meer te gebeuren?

    Art. 3:186 BW: het leveringsvoorschrift. Alleen een verdeling overeenkomen is niet voldoende, er dient nog geleverd te worden. Op grond van art 3:186 BW is voor de overgang nodig een levering zoals deze voor de overdracht is voorgeschreven. Dus was nodig is bij koop, is ook nodig bij overgang bij een verdeling.

    Art. 3:186 BW:

    1.Voor de overgang van het aan ieder der deelgenoten toegedeelde is een levering vereist op dezelfde wijze als voor overdracht is voorgeschreven.
    2.Hetgeen een deelgenoot verkrijgt, houdt hij onder dezelfde titel als waaronder de deelgenoten dit tezamen vóór de verdeling hielden.
  • Onthoud bij de verdeling:
    Het gehele goed moet worden geleverd, dus ook wat je al hebt. Dat is anders bij koop, daar lever je niet wat je al hebt. Dit levert geen titelproblemen op. Hierin voorziet art. 3:186 lid 2 BW: hetgeen een deelgenoot verkrijgt, houdt hij onder dezelfde titel als waaronder de deelgenoten dit tezamen voor de verdeling hielden.
  • Stel: erflater heeft een onroerende zaak ten titel van schenking verkregen. Als hij komt te overlijden, laat hij de onroerende zaak na aan zijn erfgenomen A, B en C. De onroerende zaak wordt verdeeld, A krijgt geen aandeel (maar geld), B 1/3e rn C 2/3e van de woning. Krachtens welke titel krijgen B en C en krachtens welke titel houden zij?
    A en B verkrijgen krachtens erfrecht 1/3e en 2/3e, maar zij houden onder de titel waaronder de erflater destijds verkreeg, in dit geval dus schenking. Waarom is dit zo? Dit heeft te maken met de positie van derden. B en C treden in de voetsporen van de erflater. Zij moeten dus ook een vergelijkbare positie als E hebben. Verkrijgen en houden dient dus van elkaar te worden onderscheiden.
  • Als je een koopovk hebt en deze niet is uitgevoerd en je wilt gebruik maken van een verdeling. Wat kan je dan het beste doen?
    In zo een situatie kan je het beste de koopovereenkomst laten verdwijnen. 
    -Je kan de koopovereenkomst ontbinden en vervolgens gaan verdelen;
    -Novatie, afstand doen van de koop. Je krijgt daarna het recht om in aanspraak met de andere erfgenaam het toegedeelde te krijgen. 
  • Verdelen ter uitvoering van een koopovk...
    Verdelen ter uitvoering van een koopovereenkomst, wordt gezien als het uitvoeren van een koopovereenkomst, waardoor je belasting moet betalen.
  • Als je als legataris verkrijgt, verkrijg je dan het geheel krachtens legataris?
    JA!
  • Wat is van belang bij een opstalrecht?
    Het opstalrecht schort een natrekking op, tot het moment dat het opstalrecht ophoudt. Bij opstalrecht is er een horizontale splitsing en dus geen natrekking.
  • Op het moment dat  een beperkt gebruiks-of genotsrecht wordt gevestigd, en dat loop af door enkel verloop van tijd. Leidt dit dan tot verkrijging?
    Nee, het eindigen van een beperkt gebruiks- of genotsrecht door het enkele verloop van tijd leidt niet tot heffing.
  • Art. 6 WBR; opmerking.
    Lid 1: opzegging kan eenzijdig en vomvrij plaatsvinden. Opzegging doet een beperkt recht teniet gaan, art. 3:81 BW. Opzegging en afstand zijn twee verschillende dingen, afstand is doorgaans tweezijdig. Ook bij afstand gaat een beperkt recht teniet, art. 3:82 BW. Lid 1 spreekt alleen van opzegging, afstand is namelijk al een wijze van eigendomsverkrijging (en dit hoeft dus niet door een fictiebepaling te worden geregeld).
  • Wat als je aandelene verkrijgt in een rechtspersoon en er op de balans van deze rechtspersoon onroerende zaken (NL) staan?
    Als een rechtspersoon een onroerende zaak (NL) verkrijgt en de natuurlijk persoon verkrijgt de aandelen van deze rechtspersoon. Dan heb je niet direct recht op de woning, maar wel een belang ervan. Dit wordt dan aangeduid als een fictief onroerende zaak. De wetgever wil dit belasten.
  • Welke vereisten stelt art. 4 WBR bij de verkrijging van fictief onroerende zaken?
    Er zijn een aantal vereisten:
    -1 Rechtspersoon, indien het geen rechtspersoon is, dan niet bij art. 4 WBR zijn;
    -2 Bezitseis van de rechtspersoon; grotendeels; meer dan 50%.
    -3 In NL gelegen og zaken; 30 % of meer van de bezittingen bestaat of heeft bestaan uit in NL gelegen OG -zaken;
    -4 Exploitaitie-eis; de onroerende zaken als geheel genomen, op dat tijdstip geheel of hoofdzakelijk (70% of meer) dienstbaar zijn of waren aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van  die onroerende zaken.
    -5 Substantieel belang-eis; 4 lid 3 WBR;
    NP: ten minste een derde gedeelte belang, plus al dan niet tezamen met zijn echtgenoot, meer dan 7% belang in de rechtspersoon heeft.
    RP: ten minste een derde gedeelte belang.
  • Wat voor soort rechtspersonen vallen onder art. 4 WBR?
    Art. 4 lid 10 WBR verwijst naar art. 2 lid 7 WBR. Dit is van overeenkomstige toepassing, dus alleen voorzover er sprake is van een rechtspersoon! Art. 2 lid 7 WBR is uitgebreider. Worden hieronder ook buitenalndse rechtpersonen verstaan? Ja, aandelen verwerven in buitenlandse rechtspersonen, die Nederlandse onroerende zaken op de balans hebben staan, is dus onderhevig aan heffing (volgens deze wet, dus alleen overdrachtsbelasting!).
  • Van welke waarden wordt uitgegaan op de balans?
    Op de balans staan vaak boekwaarden, maar voor deze wet moet worden uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer (art. 52 WBR). Voor de toetsing van art. 4 WBR is alleen de linkerzijde van de balans relevant (dus de bezittingen).
  • Balansen bekijken:
    Je moet kijken naar de balans op het moment van de verkrijging en naar de balans 'in het daaraan voorafgaande jaar', de referentieperiode genoemd.
  • Aandelen:
    Als je aandelen wilt kopen, dan betaal je maximaal bezittingen - schulden. De prijs die je betaalt voor aandelen, moet je onderscheiden van de waarde van de onroerende zaken die door de aandelen worden vertegenwoordigd. Art. 10 WBR zegt dan ook dat de waarde van de onroerende zaken als maatstaf van heffing wordt genomen, niet de waarde van de aandelen an sich.
  • Art. 4 lid 1 a WBR: de exploitatie-eis van de rechtspersoon. Wat wordt verstaan onder het begrip 'dienstbaar' zijn?
    Dienstbaar zijn is bijvoorbeeld langdurige verhuur, maar dus ook verkrijgen, vervreemden of exploiteren. 
    Als een onroerende zaak in een bedrijf zelf wordt gebruikt. Wordt dat dan gezien als exploiteren in de zin van de wet? Dus een limonadefabriek die een eigen bedrijfspand heeft en deze gebruikt voor het maken van limonade/administratie etc. Nee, dit val niet onder exploitaite. Kortdurende verhuur, bijv. Hotels en campings, vallen ook niet onder exploitatie.
  • Art. 4 lid 3 WBR: bloed-en aanverwanten in de rechte liniie en in de tweede graad van de zijlinie. Wat houdt dit in?
    Bloedverwanten kunnen via de rechte lijn of via een zijlijn aan elkaar verwant zijn. Ze zijn via de rechte lijn verwant als ze van elkaar afstammen. Dit geldt voor ouders, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, enzovoort. 


    Tweede graad in de zijlinie: bloedverwanten zijn via een zijlijn aan elkaar verwant, als ze niet van elkaar afstammen, maar wel een gemeenschappelijke voorouder hebben. Dit geldt bijvoorbeeld voor broers en zussen en neven en nichten.
  • Wat wordt nog meer tot de woningen gerekend?
    Onder woningen worden mede begrepen aanhorigheden die tot woningen behoren of gaan behoren. Dit valt dus ook onder het lage tarief van art. 14 lid 2 WBR.
  • Als je aandelen verkrijgt in een RP en deze heeft OG op de balans staan, deze aandelen zijn dus fictief onroerende zaken. En deze onroerende zaken zijn woningen. Welk tarief geldt dan?
    Als deze aandelen middelijk of onmiddelijk woningen vertegenwoordigen dan geldt het lage tarief van 2% als bedoeld in art. 14 lid 2 WBR.
  • In art. 4 lid 4 sub a staat 'geheel' of 'nagenoeg geheel belang'. Wat wordt hieronder verstaan?
    Geheel of nagenoeg geheel belang = 90% of meer.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Overdrachtsbelasting;
WEV; 400000
Tegenprestatie is; 5250000

Art. 9 lid 1 WBR ; ten minste de tegenprestatie.
Bij misbruik recht ga je de...
...Transactie wegdenken
Overdrachtsbelasting; hier ga je wel uit van de wev;
Stel WEV = 400000. Vriendenprijs; vergoeding;  200000. Je gaat uit van wev = 400000. Art. 9 OVB jo 52 OVB
Omzetbelasting; de vergoeding; art. 8 lid 1 en 2 is van belang en niet de wev.
Bijv. Pand verkoop; vergoeding is 300000, maar wv is 400000. Dan ga je uit van de vergoeding voor de omzetbelasting; 300000.
HVJ EU; VINI H
Je bent ondernemer tot je laatste liquidatiehandeling.
HVJ EU; Bakkerspleintje
Vervaardiging; in wezen nieuwbouw
Art. 37d OB: bijv; levering bedrijfsverzamelgebouw in verhuurde staat; levering inclusief huurcontracten van dit gebouw valt onder art. 37d OB.
Dit voortzettingsvereiste houdt niet in dat je precies hetzelfde hoeft te gaan doen/voort te zetten.

37d OB houdt een fictiebepaling in; en er wordt geacht dat er helemaal geen dienst of levering heeft plaatsgevonden.
HVJ EU: Kinderdagverblijf
In wezen nieuwbouw.
Strafheffing: Achtergrond:
De strafheffing voorkomt dat er btw-constructies worden gemaakt. De BTW heffing wordt ontgaan vanwege de lage vergoeding, wordt deels goedgemaakt door de heffing van OVB.
Let op bij strafheffing: de maatstaf van heffing wordt:
Art..9 lid 1 en lid 6 WBR.