Summary Class notes - OWE II

Course
- OWE II
- ..
- 2016 - 2017
- Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen locatie Nijmegen, Nijmegen)
- Physician Assistant
424 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - OWE II

  • 1479164400 ZSO 1.1

  • 1. Wat wordt verstaan onder fractuur? Geef een overzicht van 3 groepen oorzaken van een fractuur en noem enkele voorbeelden.
    Fractuur betekent 'breuk'.

    Oorzaken:
    - inwerken van kracht (vallen)
    - spontane fractuur - zwakte van het bot (osteoporose - botontkalking) of gezwellen / uitzaaiingen botten
    - vermoiedheidsfractuur - overmatig sport beoefening
  • Opdrachten
    1.    Wat wordt verstaan onder een fractuur? Geef een overzicht van de drie groepen oorzaken van een fractuur en noem enkele voorbeelden.
    2.    Welke typen fracturen onderscheidt men?
    3.    Welke begeleidende letsels en/of vroege complicaties kunnen er optreden ten gevolge van een fractuur?
    4.    Beschrijf kort de vier stappen in het herstelproces van een fractuur.
    5.    Geef een overzicht van de verschillende behandelingsmogelijkheden bij een fractuur en noem enkele voorbeelden.
    6.    Bestudeer de anatomie van de heup. Welke spiergroepen zijn verantwoordelijk voor de beweging van de heup?
    7.    Teken de verschillende femur/collumfracturen.
  • Wat wordt verstaan onder een fractuur? Geef een overzicht van de drie groepen oorzaken   van een fractuur en noem enkele voorbeelden.
    fractuur betekend letterlijk breuk

    -trauma - inwerken van kracht (bv vallen)
    -spontane fractuur - osteoperose , botmeta
     - vermoiedheidsfractuur - overmatig sport beoefening
  • 2. Welke typen fracturen onderscheidt men?
    Onderscheiden in:
    • eenvoudige fracturen of fracturen met meerdere delen (communitieve fracturen);
    • gesloten fracturen met een intacte huid;
    • open fracturen waarbij een wond aanwezig is (gecompliceerde fracturen) en waarbij soms zelfs het bot door de huid steekt.
  • Welke typen fracturen onderscheidt men?
    gesloten of eenvoudig, open fractuur, kruislingse fractuur, greenstick, verbrijzeling
  • 1. Fractuur: een onderbreking van de normale samenhang van het botweefsel, een fractuur is dus een verwonding van het botweefsel.
    Oorzaken:
    • Traumatische fractuur: ontstaat door inwerking van een kracht van buitenaf. Ontstaan in de meeste gevallen door ongevallen in het verkeer of op het werk of tijdens sportbeoefening
    • Spontane fractuur: ontstaat door inwerking van een normale kracht op een door ziekte verzwakt bot. Bijv osteoporose en botmetastasen.
    • Vermoeidsheidfractuur: ontstaat wanneer het bot overbelast of verkeerd belast wordt. Treden meestal op bij overmatige sportbeoefening.
  • 3. Welke begeleidende letsels en/of vroege complicaties kunnen er optreden ten gevolge van een fractuur?
    Begeleidende symptomen bij fractuur:
    - hevige pijn
    - drukpijn op het (gebroken) bot
    - bewegingen zijn pijnlijk
    - deel is vaak gezwollen
    - meestal niet mogelijk om te belasten

    Bij een open fractuur is er meer risico op infectie en ongecontroleerde bloedingen.
  • Welke begeleidende letsels en/of vroege complicaties kunnen er optreden ten gevolge van een  fractuur?
    • huid, spieren en pezen scheuringen, beschadigingen

    pijn zwelling, drukpijnlijk, niet belastbaar
  • 2. Typen fracturen:
    • eenvoudige fracturen of fracturen met meerdere delen (communitieve fracturen);
    • gesloten fracturen met een intacte huid;
    • open fracturen waarbij een wond aanwezig is (gecompliceerde fracturen) en waarbij soms het bot door de huid steekt.
  • 4. Beschrijf kort de vier stappen in het herstelproces van een fractuur.

    1. Hematoomvorming (1-3 dagen): na een fractuur zijn de regionale bloedvaten in het bot beschadigd; er ontsaat een hematoom oftewel een bloeduitstorting
    2. Ontstaan van zachte callus (3 weken): het hematoom wordt door het lichaam opgeruimd en er ontstaat spongieus botweefsel dat nog zacht is. Dit wordt zacht callus genoemd.
    3. Ontstaan van harde callus (2-4 maanden): deling van botcellen op de plaats van de fractuur zorgt voor overmatige harde callus vorming. Indien geen beweging meer mogelijk is tussen de fractuurdelen, is de fractuur klinisch geconsolideerd. De botdelen zitten weer aan elkaar en het skelet is oefenstabiel genoeg.
    4.Remodullering van het callus: overtollig callus wordt afgebroken en het bot neemt zijn oorspronkelijke vorm weer aan. Dit proces duurt maanden tot jaren afhankelijk van het type breuk. Na ongeveer een jaar is het aangemaakte botweefsel volledig uitgehard.  
  • Beschrijf kort de vier stappen in het herstelproces van een fractuur.
    Primaire fractuur genezingPrimaire fractuur genezing treedt op indien de fractuur is gefixeerd met osteosynthese materiaal (zoals: platen, schroeven of mergpen). De fractuurfragmenten liggen perfect gereponeerd tegen elkaar aan en er is geen sprake van callus vorming. Er ontstaat direct een goede verbinding tussen de fragmenten door de uitgroei van Havers-kanalen van het ene fragment naar het andere.
    Deze vorm van fractuur genezing wordt altijd toegepast bij gecompliceerde fracturen. Er is geen zichtbare spleet tussen de fractuur fragmenten waardoor de fractuur niet zichtbaar is op een röntgenfoto. Primaire fractuur genezing is niet sneller dan secundaire genezing.

    Secundaire fractuur genezingSecundaire fractuur genezing verloopt op dezelfde manier als wondgenezing. Het genezingsproces verloopt in stappen die elkaar opvolgen. Direct na het onstaan van de fractuur vormt zich een groot hematoom. Na een paar dagen ontstaat zacht granulatieweefsel ofwel zacht callus in het wondgebied. Na een week verandert het zachte callus langzaam in benig callus en vindt er botremodellering plaats.
  • 3. Fractuur complicaties; korte termijn
    Direct na het ontstaan v/d fractuur of kort na de fractuurbehandeling:
    • Bloeding
    • Shock
    • Vetembolie
    • Infectie
    • Secundair letsel veroorzaakt door scherpe fractuurranden
    • Compartimentsyndroom
    • Trombose
    Fractuur complicaties; lange termijnWanneer  het genezingsproces niet binnen de te verwachten termijn vordert en/of de functie van het aangedane lichaamsdeel niet herstelt:
    • Pseudoartrose
    • Malunion
    • Functiebeperking
    • Avasculaire necrose
    • Posttraumatische – of Sudeck dystrofie
  • 5. Geef een overzicht van de verschillende behandelingsmogelijkheden bij een fractuur en noem enkele voorbeelden.
    (gesloten) fracturen --> rontgen -> of repositie van de botdelen noodzakelijk is.
    Dit kan plaatsvinden door tractie, een spalk (gips, sling, externe fixateur) en interne fixaties. De interne fixatie zal altijd middels een operatie moeten worden aangebracht. Spalken met gips is de meest voorkomende vorm van fractuurfixatie.

    Na een immobilisatiefase van gemiddeld 6 weken zal begonnen kunnen worden met het terugwinnen van de mobiliteit van gewrichten en later ook de opbouw van spierkracht. Afhankelijk van de leeftijd, aard van de fractuur en locatie zal de revalidatiefase een tijd kunnen duren. Veelal zal door de immobilisatie in de eerste zes weken van het botherstel, bewegingsbeperkingen optreden van gewrichten en spieren rondom het fractuurgebied. Door fysiotherapie is de volledige mobiliteit en spierkracht meestal weer terug te winnen.
  • Geef een overzicht van de verschillende behandelingsmogelijkheden bij een fractuur en noem enkele voorbeelden.
    • Conservatief met gips, spalk, brace of soms een gewoon verband;
    • Operatief met platen, schroeven, pennen of draden
    • Operatief met platen, schroeven, pennen of draden.
    • Nadeel van gipsbehandeling is dat de aan de breuk grenzende gewrichten ook mee in het gips moeten, hetgeen stijfheid kan veroorzaken. Verder zien we ook vaak een forse vermindering van de spiermassa. Ook mag men vaak niet direct belasten. Bij operatieve behandeling is een van de grootste nadelen de kans op een botinfectie. Voordelen zijn dat vaak geen of slechts kortdurend gips nodig is, de breuk meestal naadloos op elkaar kan owrden gezet en er al vaak sneller belast mag worden. Soms moeten de gebruikte platen en pennen nog met een tweede operatie worden verwijderd. 
  • 4. Herstelproces fractuur:
    • Direct na het onstaan van de fractuur vormt zich een groot hematoom. 
    • Na een paar dagen ontstaat zacht granulatieweefsel ofwel zacht callus in het wondgebied. 
    • Na een week verandert het zachte callus langzaam in benig callus
    • en vindt er botremodellering plaats.
  • 6. Bestudeer de anatomie van de heup. Welke spiergroepen zijn verantwoordelijk voor de beweging van de heup?
    Heupbeen bestaat uit drie tot één botstuk samengegroeide benen: het darmbeen (os ilium), het zitbeen (os ischiï) en het schaambeen (os pubis). Deze drie botstukken vormen op de plaats waar ze aan elkaar grenzen de kom van het heupgewricht. De gewrichtskom vormt samen met de kop van het dijbeen het heupgewricht. 

    Het dijbeen bestaat uit een schacht (bovenbeen), een nek en de bovenbeenkop (femurkop).    

    Het gewrichtskapsel wordt verstevigd met drie gewrichtsbanden (gewrichtsband= ligamentum) De banden bestaan uit lagen sterk bindweefsel.   

    SpierenDe spieren die voor het bewegen van het heupgewricht zorgen kunnen onderverdeeld worden in 2 groepen: spieren die aan de voorzijde en spieren die aan de achterzijde van het heupgewricht liggen.


    De spieren die aan de voorzijde van het heupgewricht liggen, buigen het heupgewricht. De zogenaamde musculus iliopsoas is hiervan de belangrijkste.
    De spieren die aan de achterzijde van het heupgewricht liggen kunnen worden onderscheiden in: De oppervlakkige spieren, de zogenaamde bilspieren, die het heupgewricht strekken, afvoeren en naar binnen draaien en de diepe spieren welke behoren tot de zogenaamde korte exorotatoren, die het heupgewricht naar buiten draaien.
    Daarnaast zijn er nog spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen, de zogenaamde adductoren die het heupgewricht aanvoeren.   
  • Bestudeer de anatomie van de heup. Welke spiergroepen zijn verantwoordelijk voor de beweging van de heup?
    Banden, zowel voor al achteraan zijn er stevige gewrichtsbanden die de heup een stabiel en bewegelijk gewricht maken

    Spieren
    Stevige spieren rond de heup zijn noodzakelijk want de heup staat voor een deel in voor de stabiliteit bij het rechtstaan en de functie van de heup bij het normaal stappen is evident.
    De heup is voorzien van een tweetal spiergroepen:
    • De dorsale heupspieren (spieren die aan de achterkant lopen en stabiliteit geven aan het heupgewricht tijdens bewegingen naar achteren)
    • De ventrale heupspieren (spieren die aan de voorkant lopen en stabiliteit geven aan het heupgewricht tijdens bewegingen naar voren)
    De dorsale heupspieren zijn onderverdeeld in:
    • Musculus iliacus
    • musculus psoas major
    • M. tensor fasciae latae
    • M. gluteus maximus
    • M. gluteus medius (kleine bilspier)
    • M. gluteus minimus (grote bilspier)
    • M. Piriformis

    De ventrale heupspieren zijn onderverdeeld in:
    • Triceps coxae
    • M. quadratus femoris (grote bovenbeenspieren)
    • M. obturatorius externus 
  • 5. Factoren voor de behandelkeuze van een fractuur:
    • Mate van verplaatsing van de fractuurfragmenten.
    • Fractuurlocatie, bijv is de fractuur in of in de nabijheid van een gewricht.
    • Is er sprake van begeleidend letsel (huid, spieren en pezen).
    • Algehele conditie van de patiënt.
    Soms is een conservatieve fractuurbehandeling voldoende en kan men volstaan met het aanleggen van een gipsverband. In andere gevallen is een operatieve behandeling noodzakelijk waarbij de fractuurfragmenten zoveel mogelijk in de anatomische positie worden teruggeplaatst en vervolgens gefixeerd met behulp van osteosynthese materiaal (plaat en schroeven, pennen enz.).
  • 7. Teken verschillende femur/collumfracturen
    Classificatie femurhals fracturen volgens Pauwels.
  • verschillende femur/collumfracturen
    a
  • 5. De fractuur behandeling bestaat meestal uit de volgende onderdelen:
    • Repositie
    • Fixatie
    • Immobilisatie
    • Revalidatie
  • femurfracturen
    femur fracturen
  • fracturen
    a
  • 5. Conservatieve behandeling of operatieve behandeling
    • Repositie en fixatie/immobilisatie kan op twee manieren worden toegepast: Conservatief met behulp van een gipsverband, spalk, brace of soms een gewoon drukverband.
    • Operatief: o.a. met osteosynthese (plaat, schroef, mergpen, externe fixatuur)
  • 6. Spiergroepen heup beweging
  • 7. Femur/collum fracturen
  • Femur fracturen
  • HC aantekeningen
    Cachectisch: matig doorvoedt
    Na OK, liefst volgende dag weer ter been > mobiliseren
  • osteosynthese: kopsparende behandeling <65jr
    kophalsprothese: kopvervangend >65jr
  • mono of bipolaire kop
    bipolair is voor meer vitale/mobiele patient, kan wel meer complicaties geven zoals luxatie
  • Bij TH wordt naast kop ook acetabulum ook vervangen
  • Sepsis= SIRS + infectie

    SIRS: gegeneraliseerde ontstekingsreactie door trauma, verbranding, pancreatitis of infectie voldoet aan 2 of meer kenmerken lichaamstemperatuur, hartfrequentie, ademhalingsfrequentie, leukocyten. 

    Septische shock: ernsitge sepsis met blijvend lage bloeddruk, ondanks hart- en vaat ondersteunende maatregelen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

3. Objectieve manier van pijn in kaart brengen
Pijnscore meting   - schaal 1 - 10
Een goede analyse door middel van het meten van pijn, is van belang voor een adequate behandeling van pijn. De literatuur beschrijft dat gestandaardiseerde pijnmetingen leiden tot meer inzicht in pijnervaringen van patiënten en daardoor tot een effectieve pijnbestrijding. Het structureel meten van de pijnintensiteit draagt dan ook bij aan de effectiviteit van de pijnbehandeling. Zowel artsen als verpleegkundigen zijn verantwoordelijk voor pijn.  

Indeling pijncijfers • Milde pijn  0 - 3 • Matige pijn 4 - 6 • Ernstige pijn 7- 10
 
• Leg aan de patiënt uit dat een NRS score < 4 beschouwd wordt als adequaat behandelde pijn. Dit wil i.p. zeggen dat de patiënt geen extra medicatie of interventie nodig heeft om zijn pijn te verminderen. • Bij een NRS score ≥ 4 dient de pijn behandeld te worden, tenzij de patiënt aangeeft geen pijnstilling te willen ontvangen.  

3 maal daagse meten
3. vervolg
Conservatieve behandeling
Indicaties:
- In principe geen plaats voor conservatieve behandeling
- Optioneel ASA 1-2 mobiele patiente met Garden 1 fractuur
- Niet operabele patiënten

(Na-)behandeling: 8 weken partieel belasten, waarna volledig belasten

Follow-up:
- Poliklinische controle 1 week met X-bekken en X-heup lateraal
- Poliklinische controle 4 weken met X-bekken en X-heup lateraal
- Poliklinische controle 3 maanden met X-bekken en X-heup lateraal
 
Operatieve behandeling
Indicaties: vrijwel all fracturen van het collum femoris

(Na-)behandeling:- Garden 1+2: 3 gecannuleerde schroeven of Dynamic Hip Screw (DHS)
- Garden 3+4 bij jonge patiënten: kopsparend, (DHS)of 3 gecanuleerde schroeven
- Garden 3+4 bij oudere patiënten >70 jaar en/of ASA 3-5: Kop Hals Prothese (KHP)
- Pathologische fractuur: KHP
- Fractuur met gevorderde artrose: THP
- Fractuur met reumatoïde artrose: THP
- Belast mobiliseren
- Indien niet optimale osteosynthese zo nodig partieel belasten
- X-heup AP en lateraal 1 dag post-operatief

Follow-up:
- Poliklinische controle 6 weken met X-heup AP en lateraal
- Poliklinische controle 3 maanden met X-heup AP en lateraal en functiecontrole
- Geen X-controle nodig bij KHP (kop-halsprothese)

Complicaties
- Mortaliteit: 12-37%
- Secundaire dislocatie bij conservatieve behandeling
- Kopnecrose
- Non-union of malunion
- Pseudoartrose
- Cut-out
- Infectie osteosynthese materiaal
- Luxatie bij KHP
- Decubitus
- Nabloeding
- Trombose
- Pneumonie
- Wondinfectie
3. Breng de totale chirurgische behandeling en zorg rond de femur-/collumfractuur in kaart (in trefwoorden
Oorzaak
- Val op heup bij ouderen
- Hoog energetisch trauma bij jongeren
- Mate van pre‐existente klachten van de heup (coxarthrose)
- Woonsituatie (zelfstandig, verzorgingshuis, verpleeghuis)
- Preoperatieve mobiliteit en activiteitenniveau en gebruik van een hulpmiddel bij lopen
 
LO
- Pijn en drukpijn in de heup/lies
- Verkorting, exorotatie en abductie bij dislocatie
- Niet belastbaar, functio laesa
- Kloptest
 
Diagnostiek
Röntgenopnames: X-bekken AP, X-heup lateraal
 
Optioneel
- Bij klinische verdenking zonder zichtbare fractuur: CT-scan, eventueel MRI
 
Classificatie
Onderscheid maken in: gedisloceerd versus geïnclaveerd / niet-gedisloceerd
valt de keuze op een osteosynthese, dan verdient het aanbeveling na repositie van de fractuur onder doorlichting de fractuursteilte te bepalen met indeling naar Pauwels.
Behandeling bovenste extremiteiten
radiuskop # (elleboogletsel is 20% radiuskop#, meestal val). Classificaties:
-  type 1 niet of minimaal gedisloceerde (<2mm) # pro en supponatie alleen door pijn beperkt -> conservatieve behandeling -> oefenen heel belangrijk!
Type 2 meer dan een klein randfragment, fractuur dislocatie > 2mm, mogelijk mechanische blokkade gewricht -> geen consensus over behandeling -> bij blokkade gewricht operatieve behandeling ? (fixatie).
-  Type 3 -> operatieve behandeling (repositie en interne fixatie) -> vaak geen reële optie, technisch onmogelijk -> in vroeg stadium radiuskopresectie -> geen fragmenten in weke delen achterlaten. Of plaatsen radiuskopprothese -> voordelen zijn nog niet aangetoond tov resectie. Type 3 als onderdeel van complex elleboogletsel (elleboogluxatie, # processus coronoideus, ruptuur mediale collaterale ligament, verscheuring membrana interossa) -> belangrijk dat radiuskop (voor stabiliteit) behouden blijft. Indien niet mogelijk -> radiuskopprothese.

onderarm # -> operatieve behandeling (anatomische reconstructie) -> om pro- en supinatie beperkingen te voorkomen (met behulp van osteosyntheseplaten en intramedullaire pennen). Geïsoleerde # ulna -> conservatieve behandeling

monteggia # combinatie ulna# en luxatie radiuskop -> operatieve behandeling (interne fixatie - plaat), meestal reponeert hierdoor radiuskop.

galeazzi # (radius # met luxatie distale radio-ulnaire gewricht) ->operatieve behandeling (conservatief heeft slecht functionerende resultaten)

distale radius # (pols bestaat uit 2 gewrichten - os scaphoideum, os lunatum) Distale radio-ulnaire gewricht zorgt voor pro- en supinatie. -> conservatieve behandeling -> gesloten repositie en immobilisatie dmv onderarmgips. -> operatieve behandeling -> gesloten of open kirschner-draden, schroeven, platen en fixateur externe. Discussie welke behandeling het beste is. Mogelijke complicaties -> complex regionaal pijnsyndroom (CRPS), combinatie van pijn, functieverlies en vegetatieve stoornissen van de hand.

Scafoïd# (8 carpalia vormen mozaïekachtige verbinding tussen onderarm en middenhand) -> niet-gedisloceerde # -> conservatief (met gips 6-12 wkn) -> operatie indicaties zijn dislocatie en diastase van # en begeleidende perilunaire luxatie.

metacarpale # niet te reponeren en instabiele # -> operatieve behandeling (mede ook vanwege belangrijke functie duim).
falanx # dislocatie en instabiliteit -> operatieve behandeling
Behandeling bovenste extremiteiten
clavicula# conservatieve behandeling (mitella), floating shoulder -> operatief -> clavicula en scapulahals# waardoor arm volledig los is van de romp.

scapula#
(zeldzaam) meestal conservatieve behandeling, gedisloceerde intra-articulaire glenoïd# -> operatief -> gereponeerd en fixatie met schroeven.

proximale humerus# er kunnen 4 hoofdfragmenten ontstaan (humeruskop, tuberculum majus, tuberculum minus en humerusschacht) -> 2-3-4fragmenten#.

Niet-gedisloceerde # conservatieve behandeling (1-2 rust, mitella, slingeroefeningen, fysio). Dislocatie tuberculae tov humeruskop -> operatieve behandeling overwegen. # 3-4 fragmenten bij oudere patient met osteoporose -> overwegen schouderprothese. Herstel duurt ongeacht behandeling lang, maanden.

humerusschat# meestal conservatieve behandeling (brace, waardoor circulair gelijkmatige druk op de spierkoker van de bovenarm wordt uitgeoefend-> immobilisatie #). Volledig anatomische repositie wordt niet nagestreefd. -> Operatieve stabilisatie bij arterieel vaatletsel, open #, polytrauma, bilateraal armletsel, floating elbow (combinatie van boven en onderarm#), secundaire uitval van de nervus radialis. Tegenwoordig veel vaker indicatie tot operatieve behandeling -> voordeel operatieve behandeling is het al vroeg kunnen oefenen met schouder en ellebooggewricht.

distale humerus# (zowel ulna als radius) vrijwel altijd operatie indicatie! -> anatomische reconstructie en stabiele fixatie van het gewrichtsoppervlak. -> vroeg oefenen van de elleboog. Immobilisatie is funest voor het ellebooggewricht!

olecranon# (meest voorkomend # elleboog, meestal door val) vaak met opgeheven strekfunctie onderarm. Niet of nauwelijks gedisloceerde # met intakte strekfunctie -> conservatieve behandeling. Overige # -> operatieve behandeling (met kirschner draden en cerlage of met een plaat gestabiliseerd). -> fixatie waardoor postoperatief oefenen mogelijk is.
stroomdiagram appendicitis  toelichting
.
Ziekte van Paget
een zeldzame vorm van borstkanker, waarbij de tepel en de tepelhof is aangedaan. De klachten lijken op eczeem van de tepel.
2.    Geef een overzicht van de afwijkingen die zich in de verschillende kwadranten van de buik kunnen voordoen, bij een patiënt met buikpijn. Maak een onderscheid in acute en niet acute aandoeningen.
Zie afbeeldingen 2.2.
behandeling appendicitis  toelichting
a
behandeling appendicitis 
a