Summary Class notes - pedagogiek

Course
- pedagogiek
- judith van vliet
- 2015 - 2016
- Inholland Den Haag
- Sociaal Pedagogische Hulpverlening
265 Flashcards & Notes
4 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - pedagogiek

  • 1444773600 pedagogiek

  • H1 Definitie pedagogiek        
    Opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij de ouder gericht een relatie met het kind aangaat. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven. 
  • H1 4 Basisdimensies                                        
    1. Ondersteuning bieden
    2. Instructie geven
    3. Controle uitoefenen
    4. Grenzen stellen.
  • H1 Kenmerken ondersteuning bieden        
    - Warmte en affectie bieden
    - Emotionele beschikbaarheid
    - Sensitiviteit een responsiviteit (zien en reageren)
    - Beloning en straf (en consequent zijn) 
    - Negeren 
    - Gedragsregulatie (helpen kalmeren)
    - Materiële en emotionele ondersteuning
    - Betrokkenheid
    - Aandacht
  • H1 Kenmerken instructie geven                   
    - Een kind duidelijk maken wat de bedoeling is en welk gedrag verwacht wordt.
    - Een kind krijgt zo voldoende ruimte om zelf problemen op te lossen en verantwoordelijkheid te dragen voor eigen beslissingen.
    - Stapsgewijs.
    - Het kind hulp bieden om zich te ontwikkelen.
  • H1 2 Soorten controle                                   
    - Autoritaire
    - Autoritatieve 
  • H1 Autoritaire controle                                
    De ouder oefent druk uit op het kind om correct gedrag te vertonen.
    Macht en gezag spelen een centrale rol.
    De eigen behoeften van het kind worden ondergeschikt gemaakt aan die van de ouder.
    De bewegingsvrijheid en autonomie wordt ondermijnd.
    Negatieve invloed voor de ontwikkeling.
    Strikte regels. 
  • H1 Autoritatieve controle                        
    Wordt omschreven als gedragingen van de ouder waarbij uitleg wordt gegeven aan het kind en eisen worden gesteld aan zijn zelfstandigheid.
    De ouder geeft het kind informatie, instructie, suggesties en aanwijzingen voor het gewenste gedrag. 
    De ouder hecht aan openheid en zal door uitleg en verklaringen te geven, proberen instemming verwerven voor zijn verwachtingen bij het kind. 
    Positief effect op het kind.
    Zelfstandig, straft alleen wanneer het nodig is.
    Stimuleren positief gedrag. 
  • H1 Kenmerken grenzen stellen         
    Heeft te maken met de wijze waarop de ouder het kind bestraft of beloond om gewenst gedrag aan te leren. 
    De ouder moet consequent zijn. 
    Een kind voelt de betrokkenheid van de ouder. 
    Een kind leert zo omgaan met wat anderen, of een situatie, van hem vraagt en daarin verantwoordelijkheid te nemen.
    Een kind leert zo dat anderen voorspelbaar zijn en wat hij kan verwachten.
    Respect voor autonomie kind.
    Zelfredzaamheid
  • H1 3 Opvoedingsdoelen                        
    1. zelfstandigheid
    2. zelfredzaamheid
    3. zelfvertrouwen
  • H1 Zelfstandigheid                                  
    Individu
    Kind is instaat om zelf keuzes te maken, daarbij hoort het recht op een eigen leven en uitvinden wat van belang is.
    De bedoeling is dat het kind zelf beslissingen leert nemen, een eigen leven leert leiden en eigen mogelijkheden leert ontdekken. 
  • H1 Zelfredzaamheid                               
    Samenleving
    Kind is instaat keuzes te maken en deze te verantwoorden, mondigheid en verantwoordelijkheid worden hier gestimuleerd.
    Het kind wordt geleerd om op een positieve manier vorm te geven aan zijn toekomstige rol in de samenleving.
  • H1 Zelfvertrouwen                                
    Toekomst
    Kind kan een bijdrage leveren in de toekomst en is instat om technische en praktische problemen op te lossen.
  • H1 Opvoeding als circulair proces    
    Opvoeding is een circulair proces, er is sprake van actie en reactie in de omgang tussen ouder en kind.
    De ouder biedt het kind liefde, aandacht, geborgenheid, veiligheid, ondersteuning, instructie, grenzen en controle. 
    Er is sprake van een oneindige reek interactie/wisselwerking tussen ouder en kind. 
  • H1 Materiële opvoeding                    
    Vervullen van lichamelijke behoeften die bestaan uit: 
    - voedsel, rust, aanraking,  bescherming en andere basale lichamelijke voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de groei van het kind. 
    (voeding, kleding, huisvesting, aandacht, veiligheid)
  • H1 Emotionele opvoeding                 
    Nadat is voldaan aan de primaire behoeften, komen de behoefte aan liefde, eigenwaarde en zelfverwerkelijking en de cognitieve behoeften aan de orde.
  • H2 Gehecht stijlen
    - Een veilig gehecht kind zoekt troost en hulp bij zijn ouders die een veilige basis vormen. 
    - Een onveilig kind heeft geleerd dat zijn ouders onvoorspelbaar reageren en stelt zich onafhankelijk op (vermijdend) of claimt overdreven de aandacht.
    - Wanneer de ouders een bron van angst zijn, ontwikkeld het kind geen vaste gehechtheidspatroon en raakt gedesoriënteerd gehecht. Dit is een bedreiging voor de verdere ontwikkeling. 
  • H2 Echtheid
    Open en oprecht reageren. 
    Alle emoties mogen er zijn en kunnen een plaats krijgen. 
    Ook conflicten, verdriet en pijn horen hierbij.
    Een kind leert langs deze weg omgaan met positieve en negatieve zaken die op zijn levenspad kunnen komen. 
  • H2 Pedagogisch besef
    De opvoedrelatie is in grote mate afhankelijk van het pedagogisch besef van de ouder, waarbij deze ook weet wat belangrijk is voor het kind en zij doelstelling in zijn opvoedend handelen tot uitdrukking kan brengen. 
    Daarbij is de ouder in staat om het eigen belang ondergeschikt te maken aan dat van het kind. 
  • H2 4 Oriëntatiesniveaus van pedagogisch besef
    1. De egocentrische oriëntatie
    2. De conventionele oriëntatie
    3. De subjectief-individualistische oriëntatie
    4. De interactieve oriëntatie 
  • H2 De egocentrische oriëntatie
    De ouder projecteert de eigen behoeften op het kind 
    De ouder voedt op vanuit zijn eigen wensen en behoeften. 
  • H2 De conventionele oriëntatie
    Het kind wordt begrepen vanuit de algemeenheden die bestaan rond kinderen; deze hebben betrekking op de cultuur waarin hij opgroeit.
  • H2 De subjectief-individualistische oriëntatie
    De ouder probeert de behoefte van het kind te bevredigen binnen de context waarin de opvoedrelatie zich afspeelt.
    De ouder heeft oog voor de uniciteit van het kind.
  • H2 De interactieve oriëntatie
    De ouder zoekt naar evenwicht tussen zijn eigen behoeften en die van het kind.
    De ouder is ervan op de hoogte dat het kind veranderingen doormaakt.
    Zowel de ouder als het kind groeien in hun rol.
  • H2 Ontwikkelingsfasen
    De stadia die het kind doorloopt in zijn leven. 
    Elk kind ontwikkeld op zijn eigen tempo maar er is wel een richtlijn.
  • H2 Ontwikkelingstaken
    Voor iedere ontwikkelingsfase zijn er een aantal vaardigheden uitgestippeld die het kind in die periode zou moeten beheersen. Dit zijn de ontwikkelingstaken.
  • H2 Opvoedingsopgaven
    De hulp die de ouder het kind zou moeten bieden om de ontwikkelingstaken goed te volbrengen. 
  • H2 Ontwikkelingsfase en -taken baby/peuter
    - Fysiologische zelfregulatie; veilige hechting; motorische ontwikkeling.
    - Exploratie; autonomie en individuatie.
  • H2 Opvoedingsopgave baby/peuter
    - Soepel lopende verzorgingsrituelen en sensitieve en responsieve interactie aanbieden.
    - 'Beschikbaar' zijn voor het kind en 'ruimte' maar ook steun bieden. 
  • H2 Ontwikkelingsfase en -taken peuter/kleuter
    - Representatieve vaardigheden.
    - Constructief omgaan met leeftijdsgenoten.
    - Internalisering van maatschappelijke eisen.
    - Sekserol-identificatie.
  • H2 Opvoedingsopgave peuter/kleuter
    - Sensitief zijn t.a.v. het cognitieve niveau van het kind.
    - Positief en bevestigend omgaan met het kind.
    - Soepel omgaan met tegenwerking van het kind.
    - Sekse specifieke benadering. 
  • H2 Ontwikkelingsfase en -taken basisschoolperiode
    - Lezen; schijven; rekenen.
    - Zelfstandigheid; ijver.
    - Decentratie.
  • H2 Opvoedingsopgave basisschoolperiode
    - Gelegenheid geven voor omgang met leeftijdsgenoten.
    - Interesse tonen; aanmoedigen; gedragsregulatie.
    - Democratische en warme opvoedingsstijl.
  • H2 Ontwikkelingsfase en -taken adolescentie periode 
    - Omgaan met andere sekse; ontwikkelen van een eigen waardesysteem; ontwikkelen van de persoonlijke identiteit.
    - Ontwikkelen van een visie op de schoolkeuze, het beroep en de samenleving.
    - Zelfstandigheid. 
  • H2 Opvoedingsopgave adolescentie periode
    - Emotionele steun bieden; tolerantie voor experimenten; leeftijd adequate grenzen stellen; voorbeeldfunctie vervullen; symmetrische relatie met het kind aangaan. 
    - Ondersteuning op het gebied van school, beroep en relaties.
    - Verantwoordelijkheid overdragen en keuzes accepteren. 
  • H2 Seksualiteit baby 
    - Knuffelen
  • H2 Seksualiteit peuter/kleuter
    -Zijn eigen identiteit te ontwikkelen en eigen persoonlijkheid ontdekken.
    - Meer interesse in andere sekse.
    - Leren dat meisjes een vagina hebben en jongens een piemel.
    - Begint eigen lichaam en dat van anderen te ontdekken d.m.v.
    - Vadertje, moedertje, doktertje. 
  • H2 Seksualiteit basisschoolperiode 
    - Sterker gericht op leeftijdsgenoten.
    - Leert gedragsregels ten aanzien van aanraken geslachtsdelen.
    - Steeds meer spannende gevoelens bij vadertje moedertje.
    - Vriendschapsrelatie gepaard met heftige emoties.
    - Pre-puberteit, bij meisjes vanaf 8 en bij jongens vanaf 12.
    - Meisjes: lengte, ontwikkeling van de borsten, oksel en schaamhaar eindigend met ongesteld.
    - Jongens: groei van ballen en de penis, lichte borstgroei, oksel en schaamhaar, lengte en eindigend met zaadlozing.
    - Groeispurt.
    - Zijn instaat zich voort te planten.
    - Verliefdheid.
  • H2 Seksualiteit adolescentie 
    - Seksuele rijpheid.
    - Bij meisjes 15 en bij jongens tussen de 15 en 16.
    - De seksuele 'carrière' van de adolescent verloopt in meerdere fasen: 
    • 1e fase: begint met experimenteren met tongzoenen.
    • 2e fase: gaat verder met strelen onder de kleren.
    • 3e fase: wordt het lichaam van de ander verder geëxplodeerd, ook de geslachtsdelen.
    • 4e fase: vind de eerste geslachtsgemeenschap plaats. 
    - Hoeveel tijd er tussen zit is niet te zeggen.
  • H2 Bevelshuishouden
    - Duidelijke gezagsverhoudingen en rolpatronen.
    - Mening van het kind is ondergeschikt, geen waarde eraan.
    - Machtspositie.
    - Wil controle uitoefenen op het doen en laten van het kind.
    - Meisje wordt korter gehouden dan jongen.
    - Kind heeft later vaak moeite met eigen mening geven, kan niet omgaan met kritiek of negatieve feedback van anderen. 
    - Ook met positieve feedback niet. 
  • H2 Onderhandelingshuishouden
    - Wordt gevraagd of kind eigen beslissingen wil nemen.
    - Kind mag menig kenbaar maken.
    - Sprake van gelijkwaardigheid tussen ouder en kind.
    - Vervaging van grenzen en regels.
    - Ruimte voor hoor en wederhoor.
    - Kind leert omgaan met positieve en negatieve situaties. 
  • H2 Persoonlijkheid ouder
    - Karakter eigenschappen en het psychisch welbevinden beïnvloedt handelen.
    - Persoonlijkheidskenmerken beïnvloeden de mate van sensitief en responsief zijn.
    - Positieve zelfwaardering van de ouder levert meer vertrouwen en positieve oordelen t.o.v. het kind.
    - Een interne locus of control geeft de ouder het gevoel dat zijn opvoeders handelen effect heeft.
    - Levensgebeurtenissen kunnen invloed hebben op bovenstaande kenmerken.
  • H2 Draagkracht en draaglast
    Er moet een balans zijn ertussen. 
    De factoren die de ouder ter bescherming heeft, vormen de draagkracht 
    De risicofactoren vormen de draaglast. 
  • H2 Micro niveau 
    Kan onverdeeld worden in kind-, ouder- en gezinsfactoren. 
    De eigenschappen van de ouder, het kind en het gezinssysteem (opvoeding en gezinsinteracties) spelen een centrale rol.
  • H2 Meso niveau
    Beslaat de risicovolle en beschermende kenmerken van de gezinsomgeving en buurtfactoren. 
  • H2 Macro niveau
    De maatschappelijke achtergrond factoren; de culturele achtergrond van het gezin en de sociaal economische positie (werk, inkomen, opleiding) spelen hier een rol. 
    Het gaat hier dus om maatschappelijke en culturele condities die het gezinsleven bepalen.
  • H3 Het socialisatieproces
    Is het proces waarbij een individu vaardigheden en gedrag leert waarmee hij binnen de maatschappij kan functioneren. 
    Is een proces dat een leven lang duurt.
  • H3 Identificatiefiguur
    Iemand waarmee je je identificeert. 
  • H3 De 3 opvoedmilieus
    1. Het gezin
    2. De school
    3. De maatschappij
  • H3 Het gezin
    - Belangrijkste milieu, belangrijkste socialisatie-instituut.
    - Worden de normen en waarden van ouders overgedragen.
    - Wederzijds respect voor elkaars wensen en verlangens.
    - Belangrijkste functies zijn het bieden van intimiteit en veiligheid.
    - Kind leert omgaan met rolpatronen.
  • H3 De school
    - Kennis overdracht.
    - Persoonlijke ontwikkeling stimuleren.
    - Emancipatieproces van het kind (losmaking van het gezin en zelfstandig in de buitenwereld functioneren).
    - Verdere ondersteuning aan gezinnen: communicatie met de ouder over het kind, voor- en naschoolse opvang, thema-avonden, school maatschappelijk werk.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Pedagogiek

  • 1522533600 Hoorcollege 1 periode 3

  • Opvoedingsdoel van Kroon
    Aanvoelen/inleven
    Zelfstandig argumenteren (inzich in goed/kwaad)
    Verlangens/streven om waarden te verwerkelijken (= deugden)
  • Wat is moraal volgens Kroon?

    •Moraal duidt het onderscheid tussen goed en kwaad, gewenst of ongewenst aan.
    •Moraal wordt aangetroffen in manieren van doen, gewoonten en omgangsvormen
    •Moraal stuurt gedrag.
    •Kan zowel voor een individu als voor een groep. 
  • Wat is morele opvoeding volgens Kroon?

    •Levensbeschouwing: ideeën over een zinvol, waardig en vervuld leven.
    •Denkbeelden over een respectvolle omgang met anderen. 
  • Wat zijn de drie leerstappen van Kroon?

    1.Eerste stap is het leren dat er waarden zijn.
    2.In de tweede stap leren de kinderen op het hoe.
    •Ze kunnen eenvoudige betekenissen uitwisselen en handelen is gepast in de situatie. In de praktijk brengen
    3.De laatste stap is het kennen van het waarom.
    •Kinderen leren onder woorden brengen en redenen geven waarom handelen zo worden gedaan.  
  • Wat is waardenopvoeding volgens Lodewijks - Frencken?

    •Aansluiten bij de leefwereld en belevingswereld van het kind
    •Waarden zijn cultureel geladen
    •Waardenopvoeding vindt altijd plaats in een persoonlijke pedagogische relatie tussen kind en volwassene.
  • Wat is expliciete waardenoverdracht volgens Lodewijks - Frencken?

    •Expliciete waardenoverdracht:
    –Bewust doorgeven van waarden.
    –De desbetreffende waarden wordt daarmee een opvoedingsdoel.
  • Wat is impliciete waardenoverdracht volgens Lodewijks - Frencken?

    –Het onmerkbaar/stiekem doorgeven van waarden.

    –Verborgen leerplan.
  • Waardenopvoeding volgens lodewijks - frencken?

    •Drie elementen voor waardenopvoeding
    –Voorwaardenscheppend
    –Gemeenschapselement
    –Dialogisch element
  • Wat is voorwaardenscheppend
    –Volwassenen scheppen in hun eigen leven voorwaarden om kinderen goed te laten opgroeien.
    –Geven volwassenen het goede voorbeeld? Zijn deze mensen respectvol?
    –Volwassenen moeten als het waren voorleven. Laten zien hoe het moet. 
  • Wat is het gemeenschapselement?
    •gemeenschap moet de voorwaarden scheppen waarin opvoeders hun taak moeten vervullen.
    –Opvoeding wordt gezien als een taak voor de gehele gemeenschap. De
    –Samenwerking tussen school, thuis, buurthuis en kinderopvang. Kijk maar naar bijvoorbeeld coördineren en afstemming. Je kunt namelijk als individu veel willen met een kind, maar je moet het samenzijn
    –Er moet één lijn zijn à  niet discrimineren, respect hebben voor elkaar. dus: waarden en normen op elkaar afstemmen.
  • Wat is het dialogisch element?
    –De persoonlijke opvoedende relatie tussen volwassene en kind waarin beiden in dialoog treden en elkaar ontmoeten. Er vindt expliciete overdracht van waarden en normen plaats.
    –Ontmoeten
    Rekening houden met de behoefte van het kind à houvast/acceptatie/steun
    rekening houden met de belevingswereld van het kind à ontwikkelingsniveau
    –Dialoog (expliciet waardengesprek)
  • 1522620000 Hoorcollege 2 periode 3

  • Wat is voorwaardenscheppend (Lodewijks - Frencken)

    –Volwassenen scheppen in hun eigen leven voorwaarden om kinderen goed te laten opgroeien.
  • Gemeenschapselement (lodewijks - frencken)
    Opvoeding wordt gezien als een taak voor de gehele gemeenschap. De gemeenschap moet de voorwaarden scheppen waarin opvoeders hun taak moeten vervullen
  • Dialogisch element (Lodewijks - Frencken)

    –De persoonlijke opvoedende relatie tussen volwassene en kind waarin beiden in dialoog treden en elkaar ontmoeten. Er vindt expliciete overdracht van waarden en normen plaats.
  • Pre - conventioneel (kohlberg)

    –Slaat op het denken die aan het niveau van de gewoonte vooraf gaat. Moreel denken is alleen gericht op persoonlijk welbevinden. 
  • Conventioneel niveau (kohlberg)

    –Gaat over wat op de gewoonte of overeenkomst berust. Moreel denken is gericht op het instant houden van de sociale orde
  • post - conventioneel (kohlberg)

    –Dat wil zeggen dat het dat de gewoonte of traditie een ondergeschikte rol speelt in het denken. Op dit niveau worden afspraken, morele codes en tradities kritisch getoetst. 

  • •Ik mag niet stelen omdat ik anders in de gevangenis kom.  is een voorbeeld van stadium
    1

  • •Ik mag niet stelen van Leonie omdat zij dat ook niet bij mij doet. 
    Stadium 2

  • •Ik mag niet stelen omdat ik dan niet aardig gevonden word. 
    stadium 3

  • •Ik mag niet stelen omdat ik mezelf en de groep waartoe ik behoor vinden dat dit niet mag. 
    stadium 4

  • •Ik mag niet stelen omdat ik op wat van een ander is geen recht heb. 
    stadium 5
  • In dit geval is stelen bij hoge uitzondering toegestaan omdat het leven voorrang heeft op het recht van eigendom. 
    Stadium 6

  • •Kinderen doen in stadium ... wat hun gezegd wordt. Ze accepteren regels en straf. 
    1

  • •Kinderen in stadium ... vragen zich af wat ze eraan overhouden. 
    2
  • Kinderen in stadium .. zijn zeer afhankelijk van de groep waartoe zij zich rekenen of willen behoren
    stadium 3

  • •In stadium .. staat de vraag centraal of kinderen een goed lid zijn van de gemeenschap (bv. school, sportclub, muziekvereniging). 
    stadium 4
  • Commentaar theorie Kohlberg

    1.Kohlberg spreekt nooit over morele opvoeding. Daarmee zet hij opvoeding buitenspel.
    2.Vaak weten we heel goed wat moreel juist is, maar wordt er niet gedaan wat het verstand zegt.
    3.Aantasten vanzelfsprekendheid en gewoonten. 
  • Aanpak opvoeding bayby
    verleidin
  • aanpak opvoeding peuter
    confronteren
  • aanpak opvoeding kleuter
    inwijden
  • aanpak opvoeiding schoolkind
    verankeren
  • aanpak opvoeding puber
    herscheppen
  • Pre - conventionele niveau Kohlberg
    waarde ligt in externe lichamelijke behoeften, eerder dan in personen
  • conventionele niveau kohlberg
    waarde ligt in het vervullen van de goede rol
  • post conventioneel niveau kohlberg
    waarde ligt in het zelfstandig aansluiten bij rechten en plichten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Pedagogiek

  • 1425423600 Samenvattingen Pedagogiek

  • Wat is Pedagogiek
    Het vak gaat over opvoeden van kinderen
    Denk hierbij aan opvoedkunde, opvoedleer, opvoedwetenschap
  • opvoedkunde richt zich op :
    vaardigheden van de opvoeder
  • opvoedleer richt zich op:
    Kennis van de ouders en andere opvoeders
  • opvoedwetenschap richt zich op:
    Theorieën en methodes over opvoeden
  • Welke hulp wetenschappen werken samen of lijken op Pedagogiek.
    Psychologie
    Filosofie
    Anadragogie
  • Wat is opvoeden?
    Een natuurlijke handeling tussen ouder en kind
  • Noem Hieronder de 4 Demensies van opvoeden
    ondersteuning
    instructie
    controle
    grenzen

    Deze 4 basis vaardigheden slepen het kind door zijn ontwikkelingsfases heen.
  • Defenitie van opvoeden:
    Een goede band tussen ouder en kind
    ondersteuning bieden / en veiligheid
    structuur bieden
    intimiteit bieden
  • Doel van opvoeden:
    Een kind zorgzaam, gastvrij, eerlijk en onafhankelijk maken
  • Wat betekend de pedagogische term : Responsiviteit:
    Adequaat reageren op je kind 
  • Wat betekend de pedagogische term : Sensiviteit:
    de signalen van je kind juist intepeteren
  • Maatschappelijke veranderingen
    Sleutel kinderen
    luien ouders
    Hyperparentting
  • Conclusie van opvoeden
    Overdragen Normen en waarden
    natuurlijk handelen
    interactie tussen ouders en kind
    emotionele materielle opvoeding
  • Ouder en kind: ontwikkelingstaken:
    Lopen/praten
    Lezen/schrijven
    Ouders zijn nodig op deze ontwikkelingstaken uit te kunnen voeren 
  • Ouder en kind: ontwikkelingsfase's:
    Ieder kind doorloopt dezelfde ontwikkelingsfases
    van baby , kleuter, schoolkind etc.
  • Ouder en kind: de baby tijd
    Baby heeft behoefte aan
    intimiteit
    hechtingsfiguur
    veilige hechting
  • ouder en kind: wat vindt onderzoeker traas van de opvoeding tussen ouder en kind
    er moet:
    wisselwerking zijn
    wederzijds respect
    gelijkwaardigheid
  • ouder en kind: opvoedrelatie:
    in een opvoed relatie is er spraken van intimiteit
    liefde, structuur en echtheid
  • ouder en kind: wat zijn kindergerichte autoritatieve ouders?
    Zei geven het kind de ruimte om te leven en te groeien en te ontwikkelen
  • ouder en kind: wat zijn oudergerichte autoritatieve ouders?
    zij houden het kind heel kort en geven het geen ruimte om te groeien en te ontwikkelen
  • ouder en kind: Kleuters; wat hebben kinderen nodig tijdens de cognitieve ontwikkeling volgens vygotsky
    Sensitief : Openheid van de ouder
    kindgecentreerd : duidelijke regels
  • ouder en kind kleuters; Hoe leren kinderen volgens Piaget
    spelenderwijs
    accommodatie en assimilatie
  • ouder en kind: baby en peuters; het gedrag van baby en peuters
    fysioslogische zelf regulatie
    discriminatie
    zelfzefldoennn
    driftbuienen
  • Ouder en kind: basisschooltijd
    groepsdruk
    verliefdheid
    decentratie's
    Pre adolecententie fase



    Democratische opvoedstijl:
    warme opvoedstijl
    inzicht ingedrag
    aanmoediging
  • ouder en kind: adolecentie
    wat doen pubers in de adolecentiefase

    conflicten met ouders
    afzetten tegen ouders
    immitatie van gedrag
    innerlijke confict
    emotionele zelfstandigheid
    expirimenteren


    Bakker
    draagkracht/ draaglast
    (liefde / levenstaken)


    Doef
    Kinderen hebben seksuele voorlichting nodig
  • Opvoedproces: Macrosysteem (maatschapij)
    Kinderwetten
    kinderbescherming
    kinderopvang
    buurthuizen
  • Opvoedproces: Microsysteem (het gezin)
    intimiteit en veiligheid
    wederzijdsrespect
    Het gezin is het belangrijkste gebeid van opvoeding volgens Agent
  • Opvoedproces: Mesiosysteem (de school)
    persoonlijke ontwikkeling
    school
    zelgstandigheid/emancipatie proces
    voorlichtingsavonden
     vso bso
  • opvoedproces: Technologie
    Internet
    telefoons
    expirimeten
  • opvoedproces:
    Socialicatie proces
    Ouders zijn hierbij een voorbeeld funtie
    Invloed van de ouders
    Indentificatiefiguur
  • opvoedproces:
    Verinnerlijking van internalisatie
    eigengedrag ontwikkelen
    eigenopvattingen maken
    gewenst gedrag  door de ouders
  • Gezinnen: pleegouders
    Homo's
    kunstmatige inseminatie
    Lesbi
  • Gezinnen: loszandgezin
    Levenlangs elkaar
    Kind is heel zelfstandig
  • Gezinnen: kluwengezin
    Heel echt
    Alles samen doen
    Geen ruimte voor ontwikkeling
  • Gezinnen: Disharmonie
    Gezinsleden kunnen het niet vinden
  • gezinnen:Half open half gesloten gezin
    Hechte band
    duidelijke regels
    ouders zijn het voorbeeld
    ruimte voor ontwikkeling
  • gezinnen: nieuwsamengestelde gezinnen
    Overlijden
    2e huwelijk
    nieuwegezinnen
  • Gezinnen 3 reden van Agent die zegt dat kinderen naar mama gaan
    Vaders overlijden eerder
    ongehuwt
    na scheiding
  • Gezinnen: vroeg verder gezien als
    Fundament van de samenleving
    hechte gezinnen

    tegenwooordig zijn gezinnen vaak samengesteld
  • Opvoedstijlen: verwaarlozend
     geen liefde
    geen aandacht
    psychische mishandeling
    depresieve ouders
  • opvoedstijlen: autoritatieve / democratische
    veel respons
    regels zijn duidelijk
    onderhandelen kan
  • opvoedstijl : pemisssief
    toegevelijk
    anti- autoritatief
    laissez - faire
    zeer toegevelijk
  • opvoedstijl:
     Autoritaire
    ouders wil is wet
    veel regels
    over bezorgd
  • opvoedstijlen: ouderlijke macht
    misbruik
    bij niet luisteren
  • opvoedstijl: ouderlijk gezag
    verantwoordelijke
  • Problemen met opvoeden: Wat is POS leg uit
    Probleematisch Opvoed Situatie

    Komt veel voor bij pubers


    Komt ook vaak voor bij ingrijpende situaties
  • Problemen met opvoeden: Invloed van de scheiding
    Kind heeft last van loyaliteits conflicten
    en heeft last van parentificatie
  • Problemen met opvoeden: Een rouw proces bij kinderen bestaat uit 4 stappen
    looching
    opstand
    verwarring
    leren verliezen
    vervaging
  • problemen met opvoeden: Munchen Proxy Syndroom
    De ouder brengt bewust schade aan het kind om zelf in de aandacht te komen
  • Problemen met opvoeden: Wiplash shaken
    Kindermishandeling bij baby's
    kind door elkaar schudden te hart dat het hersenbeschadigingen oploopt
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Pedagogiek

  • 1422226800 pedagogiek

  • Remediëren?
    Herstellen, beter maken.
  • Je kan een groeps of individuele remediering doen, waar hangt dat vanaf?
    §Je doel
    §De aard van het probleem
    §Organisatorische redenen 
  • Kenmerken van een individuele remediërende uitvoering zijn.
    §Dagelijks korte tijd even oefenen
    §Direct feedback geven
    §De beste gerichte vragen stellen 
  • Kenmerken van een groep remediërende uitvoering zijn.
    §De interactie tussen leerlingen gebruiken als ondersteunende factor
    §De voorbeeldfunctie van de groepsleden aanwenden
    §De aanwezigheid van de anderen gebruiken in je pedagogische benadering 
  • Wat is het verschil van een SO-handelingsplan dan met een reguliere?
    §Bestrijkt langere tijd
    §Beschrijft al het onderwijs dat afwijkt van de leerlijn van de school
    §Heeft niet als doel een probleem op te lossen
  • Handelingsplan voor een leerling in het regulier onderwijs?
    §Bestrijkt een bepaalde tijdsperiode
    §Beschrijft het deelgebied waarop de leerling uitvalt
    §Heeft wel als doel een probleem op te lossen 
  • Wat kan je doen als een leerling vervelend gedrag vertoont?
    Je kan het gedrag ombuigen.
  • Hoe pak je problematisch gedrag aan?
    §Accepteer het gedrag als een feit
    §Bouw een vertrouwensrelatie op
    §Negeer negatief gedrag
    §Beloon positief gedrag
    §Geef inspraak en medeverantwoordelijkheid
    §Geef korte overzichtelijke opdrachten
    §Pas opdrachten aan spanningsboog aan
    §Reduceer vrije situaties
    §Stimuleer het spel
  • Welke methode kan je gebruiken om gedrag om te buigen?
    Taakspel.
  • Waarvoor is taakspel ontwikkeld? 
    De methode is ontwikkeld om leerlingen te helpen om hun eigen gedrag tijdens de les om te buigen. 
  • Wat is het taakspel?
    Positieve regels
    De hele groep doet mee
    Het is geen aparte activiteit
    De regels worden aangepast aan de probleemleerling
  • Hoe werkt het taakspel?
    Tijdens de les vormen leerlinge groepjes. De groepjes krijgen allemaal een aantal kaarten. De groepjes hebben hun regels vastgesteld. Als een leerling een regel overtreedt, haalt de leraar een kaart weg. Er is geen aandacht voor het negatieve. De groep die de meeste kaarten overhoudt, heeft gewonnen. De gewonnen groep vult een kaart in dat op de muur hangt. Zo kunnen ze sparen voor iets. 
  • Welke gedragsproblemen heb je?
    §Teruggetrokken gedrag
    §Angstig gedrag
    §Faalangstig gedrag
    §Regressief gedrag
    §Onverschillig gedrag
    §Oneerlijk gedrag 
  • Voor je teruggetrokken gedrag problematisch noemt, onderzoek je of het: 
    §Structureel optreedt
    oEen week teruggetrokken zijn, is geen structureel gedrag.
    §Algemeen is of situatiegebonden
    oDe situatie waarin het gedrag optreedt, kan veel vertellen over de ernst van het gedrag.
    §Een bedreiging vormt voor de ontwikkeling
    oMeer informatie kan je helpen helder te krijgen of het gedrag bedreigend is voor de ontwikkeling van de leerling.
  • Hoe ga je met teruggetrokken leerlingen om? 
    §Geduld is nodig
    §Vertrouwen winnen
    §Contact tussen de leerling en medeleerlingen stimuleert.
    §Geef positieve aandacht
    §Erg teruggetrokken leerlingen gesloten vragen stellen, daarna meer open vragen.
    §Stimuleer het zelfvertrouwen
  • Welke angst hangt samen met elke leeftijd?
    §Een zuigeling heeft schrikreflex.
    §6 maanden tot 2 jaar gaat het bij angst om verlatingsangst
    §2 tot 3,5 jaar bang bij de gedachte dat mama en papa hem niet meer lief vinden (heel  knuffelig).
    §3,5 tot 6 jaar is een kind bang als zijn lichamelijke integriteit gevaar loopt.
    §Basisschoolleeftijd ontwikkelen faalangst.
    §Pubers en adolescenten andere angsten zoals, heftige gevoelens van verlangen.
  • Wat zijn veel voorkomende angstverschijnselen?
    Hangt samen met leeftijd.
    Is vaak gericht op bepaalde dingen of situaties.
    Heeft soms wel en soms niet een duidelijke oorzaak.
  • Voorbeeld van angst dat gericht is op bepaalde dingen of situaties?
    §Angst is vaak gericht op dezelfde dingen, bijv: angst voor de tandarts, angst voor monsters, angst voor afwijzing. 
  • Voorbeelden van angst met een duidelijke oorzaak?
    §Soms is angst zo overheersend dat het het leven en de ontwikkeling van de leerling beïnvloedt. Dan spreek je van afwijkende angst en daar moet je wat mee.
    §Een kind dat iets vreselijks heeft meegemaakt, kan angsten ontwikkelen. De leerling kan bang zijn voor herhaling van de gebeurtenis.
    §Wanneer er iets heel ergs gebeurt is, kan er spraken zijn van een trauma. 
  • Wat is faalangst?
    Faalangst is een zo sterke onzekerheid bij het leveren presentaties. Een faalangstige leerling denkt dat hij de prestatie niet kan leveren. Dat kan zowel bij de slimme leerlingen als de wat minder slimme leerlingen.
  • Wat is attributie?
    Als er iets mislukt, ligt het aan henzelf en als iets lukt, was het een makkelijke opgave. Dat noem je attributie. Attributeren betekend toeschrijven aan. 
  • Wanneer kan een kind faalangst oplopen?
    Een leerling loopt het risico om faalangst te ontwikkelen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar. 
  • Hoe worden perfectionisten ook wel eens genoemd, en wat is het tegengestelde van dat?
    Perfectionisten worden ook wel actieve vermijders genoemd. Zij stellen hun doel te hoog.
    Passieve vermijders stellen hun doel juist te laag. 
  • Is faalangst aangeboren of aangelegd?
    Faalervaringen kunnen leiden tot faalangst. Je wordt er niet mee geboren, maar kan er wel aanleg voor hebben. 
  • Wat zijn de uitingsvormen van faalangst?
    §In paniek raken
    §Tijdens groepsgesprekken niks zeggen
    §Geen vragen durven stellen
    §Gemakkelijk te beïnvloeden 
  • Onwillekeurige verschijnselen van faalangst?
    §Droge mond
    §Gauw blozen
    §Buikpijn
    §Stijf lopen
  • Hoe ga je met faalangstleerlingen om?
    §Daar ga je behoedzaam en rustig mee om.
    §Bouw een vertrouwensrelatie.
    §Maak regelmatig een vriendelijke opmerking , de leerling hoeft hierop niet te reageren.
    §Verwacht voorlopig geen actieve bijdrage in het contact, maar werk zelf consequent door.
    §Checken of de leerling extra uitleg nodig heeft.
    §Je geeft korte taken en controleert regelmatig hoe het werk verloopt.
    §De leerling met zichzelf vergelijken is krachtig. 
  • Wat is regressief gedrag?
    Regressief gedrag is het terugvallen naar gedrag dat hoort bij een vroegere ontwikkelingsfase.
  • Wat voor oorzaken heeft regressief gedrag?
    §Concrete angst
    §Ziekte
    §Een verlieservaring 
  • Wat zijn mogelijke vormen van regressief gedrag?
    §Duimzuigen
    §Onzindelijkheid
    §Terugvallende leerprestaties
    §Terugvallende sociale vaardigheden 
  • Hoe ga je om met leerlingen die regressief gedrag vertonen?
    §Geef de leerlingen troost
    §Eis minder van de leerprestaties, maar eis wel iets.
    §Geef de leerling de ruimte te vertellen wat het met hem doet.
    §Bespreek het in de groep 
  • Wat gebeurd er bij onverschillig gedrag?
    Dan kun je niet zien wat de gebeurtenissen met hem doen. 
  • Kenmerken van een onverschillig gedrag?
    Onverschillig gedrag is meestal een houding.
    Kan reëel of irreëel zijn.
    Kan verzet zijn, zoals 
    ·Vaak te laat komen
    ·Steeds brutaler gedrag
    ·Geen correcties accepteren
  • Hoe kun je omgaan met leerlingen die een onverschillige houding hebben?
    §Onverschillig gedrag is eigenlijk een signaal, een vorm van communicatie.
    §Blijf in gesprek met de leerling
    §Betrek hem bij het groepsproces en benader individueel
    §Geef kleine verantwoordelijkheden
    §Benoem positieve leerresultaten
    §Maak gewoonte van korte positieve start van de dag. 
  • Wat is oneerlijk gedrag?
    §Fantasie als werkelijkheid.
    §Onbetrouwbaar gedrag met als doel een ander schaden.
  • Wat houdt in als je oneerlijk gedrag vertoont in de vorm van fantasie als werkelijkheid?
    De fantasie kan zulke vormen aannemen dat de werkelijkheid wordt verdrongen. Dit kan leiden tot grote problemen, zoals aan gezichtsverlies leiden. Het schaadt geen anderen , alleen zichzelf. 
  • Voorbeelden van oneerlijk gedrag in de vorm om andere opzettelijk schade aan te brengen?
    §Verkeerde informatie geven.
    §Onvolledige informatie geven.
    §Gemene vragen stellen.
    §Afspraken niet nakomen.
    §Leerling afbreken of in de reden vallen als ze iets goed kunnen.
    §  Druk uitoefenen door te dreigen.  
  • Hoe pak je het aan om oneerlijk gedrag te verhelpen?
    §Beperkte aandacht voor het oneerlijk gedrag.
    §Je stelt tassen veilig en sluit kasten af.
    §Je bespreekt individueel en af en toe groepsgewijs het belang van betrouwbaarheid. Geen groep en geen samenleving kan bestaan als je elkaar niet kunt vertrouwen.
    §Je bespreekt met de leraar of er contact met de ouders komt en wat daarin besproken zal worden. 
  • Welke vragen stel je jezelf bij oneerlijk gedrag?
    §Kun je met wat je gezien hebt, beoordelen of dit gedrag een probleem is?
    §Zo nee, wat heb je voor verdere informatie nodig?
  • Wanneer spreken we van verwaarlozing of mishandeling?
    We spreken van verwaarlozing of mishandeling als de ouders of verzorgers niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen die gesteld worden aan de opvoeding. 
  • Wat zijn de wettelijke verplichtingen?
    §Levensonderhoud
    ·Voldoende voeding
    ·Lichamelijke verzorging 
    §Opvoeding
    ·Affectieve opvoeding: opvoeding in liefde en genegenheid.
    ·Cognitieve opvoeding: opvoeding dat de ouders de cognitieve ontwikkeling stimuleert. 
    §Ouderlijk gezag
    ·Gezag kan er verschillend uitzien.
    ·Ouders zijn verplicht gezag uit te oefenen 
  • Wanneer spreken we van mishandeling?
    De wettelijke verplichtingen voor ouders vertellen wat ze moeten doen. Er zijn verboden op:
    §Lichamelijke mishandeling
    ·Schoppen
    ·Slaan
    ·Knijpen
    ·Stompen
    §Geestelijke mishandeling
    ·Kleineren
    ·Uitschelden
    ·Vernederen
    §Seksueel misbruik 
    ·Tegen de zin in betasten van het lichaam
    ·‘’  ‘’  hebben van seksuele gemeenschap
    ·Dwingen tot seksuele handelingen 
  • Waarom is kindermishandeling of verwaarlozing zo schadelijk?
    Kinderen die mishandeld of verwaarloosd worden, lijden schade op twee gebieden:
    §Psychologische schade
    §Neurobiologische schade (Lichamelijk)
  • De psychologische schade houdt in:
    De eerste drie jaar van de ontwikkeling bepalen de latere ontwikkeling.
    Een slecht behandeld kind in vroege jaren leidt tot tegenstrijdige gedrags- en gevoelspatronen waar het kind vrijwel zelf niets aan kan veranderen.
    Hier staan vier stappen hoe schade kan ontstaan:
    §Het kind vergeet de slechte ervaringen
    §Die worden onbewust
    §Het onbewuste heeft wel invloed
    §Het opgroeiende kind gaat zelf hetzelfde doen
  • Neurobiologische schade houdt in:
    Er wordt schade aangericht in de hersenen. Dat noemen we neurobiologische schade.
    De drie stappen hoe die schade ontstaat:
    §De hersenen zijn bij de geboorte nog niet volgroeid
    §Stresshormonen veroorzaken onevenwichtige hersenontwikkeling.
    §Gevolg: verlies van hersencellen en verstoring hormoonproductie. 
  • Wat is het belang van deze informatie voor mij als een kind mishandeld is?
    Mishandelde kinderen zijn loyaal aan hun ouders, het is van belang dat je die loyaliteit in stand houdt en bevestigt.
    Mishandelde leerlingen vertonen vaak probleemgedrag. Je hebt inzicht nodig hoe diep de oorzaak van probleemgedrag kan liggen.
    Mishandelde leerlingen ontwikkelen vaak leerproblemen. Je hebt inzicht nodig in het feit at de oorzak bij deze leerling dieper ligt dan bij andere leerlingen met leerproblemen. 
  • Wanneer komen de signalen het meest aan orde, bij mishandeling?
    Bij de kleuters.
  • Wat is het doel van het onderwijs?
    Het doel van het onderwijs is, zoals in de kerndoelen staat, een brede en ononderbroken ontwikkeling te geven op cognitief, emotioneel en sociaal gebied. 
  • Welke signalen kan je oppikken bij mishandelde of verwaarloosde kinderen?
    Mogelijke signalen van lichamelijke mishandeling, verwaarlozing, of seksueel misbruik:
    §Regelmatig verwondingen
    §Vage verklaringen voor verwondingen
    §Slecht verzorgd
    In het voortgezet onderwijs:
    §Seksueel overdraagbare ziekten
    §Moeilijk (stijf) lopen of zitten
    §Afwijkende spierspanning, vooral onderlichaam
    Mogelijke signalen van geestelijke mishandeling of verwaarlozing:
    §Allemansvriend
    §Geen echte relatie durven aangaan
    §Opschepperig of juist tegendeel
  • Wat doe je als je de signalen hebt opgepikt van een mishandeld kind?
    §Je meldt signalen allereerst bij de leraar.
    §Vertel precies wat je hebt gezien zonder je emoties.
    §Dan je eigen gevoelens erbij, vertel die achteraf ook.
    §De scholen zijn verantwoordelijk voor dat ze goed opletten en zorgvuldig melden. Ze zijn nooit verantwoordelijk voor het verloop van het traject en de interventie. Een school is geen therapeutisch instituut. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Pedagogiek

  • 1421276400 Hoofdstuk 1

  • Wat is de orthopedagogische vraagstelling van Kok?
    Kind stelt met zijn gedrag de juiste vraag om aangepast opvoeden, de opvoeder moet leren deze vraag correct te lezen/verstaan
  • Wat is pedagogiek?
    Wetenschap waarin opvoeden centraal staat, richt zich op normale opvoeding
  • Wat is het doel van pedagogiek?
    Zelfredzaamheid en handhaving in de maatschappij. met korte (zindelijkheid) en langetermijndoelen (zelfstandigheid)
  • Wat is orthopedagogiek?
    Gaat over het onderzoeken welke factoren in het opvoedingsproces verstoord zijn, hoe dat komt, welke invloeden van de omgeving uitgaat en te onderzoeken welke mogelijke oplossingen er voorhanden zijn
  • Wat zijn de opvoedingsvoorwaarden?
    Opvoedingsrelatie
    Veiligheid
    Uitdaging
    Echtheid/authenticiteit
  • Hoe ontstaan opvoedingsdoelen?
    Hoe ouders zijn opgevoed
    Persoonlijkheidsontwikkeling van ouders
    Sociale netwerk van ouders
    Maatschappelijk-culturele omgeving
  • Wat is opvoeden?
    leren van gewoonten, manieren, regels die moeten leiden tot zelfstandigheid. Dat je moet leren hoe je te gedragen, wat wel en niet mag
  • Wat is een unieke omgang?
    De omgang tussen opvoeder en kind waarin in de regel een wederzijdse betrokkenheid valt waar te nemen
  • Wat is een voorlopig doel?
    Kleinere doelen die je brengt naar een groter doel zoals zindelijk worden naar zelfstandigheid
  • Wat zijn zintuigelijke functioneringsproblemen?
    doof/slechthorend of blind/slechtziend
  • Wat zijn motorische functioneringsproblemen
    Mensen die in hun beweging (motoriek) belemmerd worden
  • Wat zijn cognitieve functioneringsproblemen?
    hierbij kan het gaat om personen die in hun intellectuele ontwikkeling bijvoorbeeld zo ernstig belemmerd zijn dat zij niet in staat zijn om onderwijs te volgen
  • Wat zijn emotionele functioneringsproblemen?
    Dit is de categorie personen die door allerlei factoren in conflict is met zichzelf en/of hun omgeving
  • Wat zijn meervoudige functioneringsproblemen?
    een combinatie van beperkingen
  • 1421362800 Hoofdstuk 2

  • Wat zijn opvoedingsmiddelen?
    Bewuste handelingen, activiteiten en situaties die in de opvoeding gebruikt kunnen worden om bepaalde doelen te bereiken
  • Wat houdt bewuste doelgerichte aanpak in?
    - Voor wie?
    - Welk doel?
    - Welk middel?
    - Welk effect?
  • Wat zijn de fases van projectopzet?
    Initatieffase
    ontwikkelfase
    voorbereidingsfase
    Uitvoeringsfase
    Evaluatiefase
  • Wat is de initiatiefase?
    De aanleiding, welke doelgroep, keuze thema
  • Wat is de ontwikkelfase?
    Uitwerking van thematische opzet
  • Wat is de voorbereidingsfase?
    afspraken maken en andere voorbereidingen treffen
  • Wat is de uitvoeringsfase?
    Activiteiten en zo nodig bijstelling van gekozen opzet
  • Wat is de evaluatiefase?
    evalueren en vastleggen
  • Wat zijn de stadia van separatie tot inclusie?
    separatie
    normalisatie
    integratie
    omgekeerde integratie
    inclusie
  • Wat is normalisatie?
    betekent dat consequent geprobeerd moet worden om datgene wat in onze samenleving als gebruikelijk en als 'normaal' wordt beschouwd, als richtlijn te aanvaarden voor omgang met mensen met een beperking
  • wat is separatie?
    scheiden, afscheiden of afzonderen
  • wat is fysieke integratie?
    op dit niveau bevindt de persoon zich actief/passief te midden van anderen in normale maatschappij
  • wat is de functionele betrokkenheid?
    hier maakt de persoon (min of meer) gebruik van de mogelijkheden in de normale maatschappij
  • wat is sociale deelname?
    er is sprake van acceptatie door en respect van de maatschappij
  • Wat is integratie?
    gaat in eerste instandtie om de aanpassing van iemand met een beperking aan zijn omgeving of samenleving 
  • wat is inclusie?
    staat voor de insluiting van mensen met een beperking op basis van gelijkwaardige rechten en plichten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Interactiepatronen
- Symmetrische en complementaire interactie.  

Parallelle interactie:
- Afhankelijk van situatie kiezen voor interactiepatroon.     

Symmetrische relatie:
- Als het gedrag van de ene persoon gevolgd wordt door hetzelfde soort gedrag van de ander.
Betrekkingsniveau
Heeft te maken met non-verbale communicatie: intonatie of houding. 
Hoe het opgevat moet worden.
Inhoudsniveau
Datgene wat letterlijk wordt gezegd.
Letterlijke inhoud.
Communicatiegerichte systeembenadering
- Palo Alto groep: Watzlawick, Beavin, Jackson.
- Communicatie=interactie=gedrag=beïnvloeding.
- Communicatiesysteem: je moet communicatie bestuderen in context waarin het gedrag plaatsvindt en gevormd is.
- Zender/ontvanger.
- Inhoudsniveau en betrekkingsniveau.
- Voorkomen ruis/incongruentie.
- Gezinsbehandeling: confrontatie met ontstane interactiepatronen in gezin.
Structuurgerichte systeembenadering
- Minuchin.
- Structuur: bestaat uit verdeling macht en betrokkenheid op elkaar, en bepaalt getoonde kwetsbaarheid.
- 'Gezond' systeem: ruimte voor uniciteit en intimiteit en heldere hiërarchie.
- Zondebok: negatieve gevoelens in een systeem worden allemaal op 1 iemand gericht. (bv. relatieproblemen met ouders).
- Coalitievorming: verbond om machtiger te staan tegen andere partij.
- Perverse triade: kind wordt betrokken in coalitie tegen andere ouder.
Systeemgericht werken
Analyse, dmv. observatie van patroon van wederzijdse beïnvloeding, wordt gebruikt bij vaststellen klachten, opstellen doelen en werken aan verandering. 
Componenten in deze analyse:
- Homeostase: elk systeem zoekt naar evenwicht.   
- Geïdentificeerde cliënt: probleemdrager.
- Systemen en subsystemen: kerk, vrienden, buren.
- Hiërarchisch systeem: gezag en verantwoordelijkheid.
Circulaire causaliteit
Circulair > een rondje
Van oorzaak naar gevold.

Lineaire > een pijl/streep
Een kant op

Herhalend patroon

interpunctie > om iets in te delen.
Systeemtheorie
- Uitgangspunt: 'men kan de mens pas werkelijk begrijpen in de context van zijn relaties'
- Meta theorie die geïnspireerd is door ontwikkelingen informatica (cybernetica)
- Systeem: 2 of meer leden met onderlinge relatie waarin veranderingen in het ene deel tot verandering in ander deel leidt, etc.   
- Belangrijk om omgeving ook bij behandeling van individu te betrekken.

4 kenmerken:
1. Men bestudeert gedrag van personen door het getoonde gedrag in een breder kader en in zijn context te plaatsen.
2. Men kijkt naar het gedrag via het omvattende geheel, dus vanuit alle perspectieven.
3. Men krijgt een beter begrip van de sociale werkelijkheid van de leden als men 'de brede klik' hanteert, en in staat is de dingen breder en omvattend te bezien.
4. Men bekijkt de delen vanuit het geheel en begrijpt zodoende meer van de ander; men benadert zaken synthetisch. 'Synthetisch' betekent met oog voor de samenhang van alle elementen die van belang zijn in een systeem; 'synthetisch' vormt een tegenstelling met 'analytisch'.

- Synthetisch-analytisch (focus op samenhang-onderscheiden).
Culture beleving van de opvoeding
- Cultuur speelt rol in socialisatieproces.
- Cultuur: 'geheel der voorstellingen, opvattingen, kennis, waarden en normen dat mensen als lid van een samenleving overdragen en verwerven door middel van leerprocessen.
- Subcultuur: kleine culturen in een grote cultuur, specifieke > gezin.
- Individualistische culturen: autonomie, zelf verantwoordelijkheid gedragen, opkomen voor jezelf.
- Collectivisme culturen: sociale cohesie en eer, loyaal aan familie, gehoorzaamheid en respect richting opvoeders.
- Uitdaging (en soms conflict) om eigen cultuur te verenigen met de heersende cultuur.
Socialisatie buiten het gezin
- Ook scholen beïnvloeden socialisatie.
- Brede scholen: onderwijs, opvang en activiteiten. (alle zorg bij elkaar: onderwijs, zorg, hobbys)
- Integraal jeugdbeleid:
1. Kind centraal.
2. Integraal afstemming 3 milieus (school, gezin, vrije tijd).
3. 'Zo-zo-zo'- beleid: zo vroeg, zo licht en zo dichtbij het gezin mogelijk. ingrijpen.
4. Zorgladder: kind niet tussen wal en schip.
5. Professionele methodes.
- Centra voor jeugd en gezin: informatie en voorlichting, lichte opvoedhulp en -ondersteuning en coördinatie (nu ook jeugd en gezinsteams).