Summary Class notes - PLO-MT

Course
- PLO-MT
- -
- 2015 - 2016
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
220 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - PLO-MT

  • 1456786800 Casus 1

  • Neurologisch onderzoek
    NI - olfactorius - reuk 
    NIII, NIV, NVI - occulomotorius, trochlearis, abducens --> oogvolg, pupil --> niet de inspectie vergeten!!!!
    NV- trigeminus : sens gelaat + kauwspier
    NVII- Facialis : mimiek fronzen etc 
    NXI assosorius: sternocleidomastoideus, trapezius 
    NXII : hypoglossus: tong uitsteken + lalala 
  • 1456873200 Casus 2

  • Volgorde Onderzoek gaan en staan
    • eerst gewoon lopen: beoordelen gangspoorbreedte, paslengte aanwezigheid van parkinsonisme, klapvoet, hanetred, hemiparese, ataxie
    • koordansersgang 
    • hakken lopen : benoemen : n.peroneus 
    • tenen lopen: benoemen strekkers


    dan coördinatie:
    • proef van romberg: voeten tegen elkaar aan ogen dicht niet vallen 
    • vinger-top neus 
    • diadochokinese 
    • knie hak proef links/rechts vergelijken 


    dan menigmaal prikkeling:
    • op onderzoeksbank plat 
    • hand onder hoofd en schok geven = brudzinsky I 
    • been omhoog letten op andere knie  brudzinsky II
    • been omhoog en letten op knie zelfde zijde = kering 

    --> pijn in hoofd/nek?

    dan wortelprikkelingen 
    • been omhoog vragen naar pijn en hoek noteren = lasegue 
    • iets onder hoek pijn + voet naar neus bewegen = bragard 
    • gekruiste lasegue = ANDERE been optillen en dan pijn voelen in aangedane been 
    • omgekeerde lasegue: patient ligt op buik aangedane been op tillen en dan voorkant pijn ook met gebogen been. 
  • 1459461600 1. LO: bloeddruk meten

  • Waarop moet je letten bij bloeddruk meten?
    dat je het pijltje van de manchet bij je proefpersoon ter hoogte van de arteria brachialis in de bovenarm doet, ruim boven de elleboogsplooi. de stethoscoop mag de band niet raken en je moet luisteren via het membraan van de stethoscoop
  • uit welke substappen bestaat het bloeddruk meten?
    • voorbereiding
    • palpatoire meting systolische bloeddruk
    • ausculatatoire meting bloeddruk
    • verslaglegging
  • wat is de voorbereiding bij bloeddruk meten?

    ALTIJD EERST HANDEN WASSEN EN STETHOSCOOP DESINFECTEREN
    • arm ontbloten; let op kleding
    • patient zit met rug en arm gesteund, benen naast elkaar
    • manchet 3 cm proximaal van de elleboogsplooi brengen, kijken of het midden van de cuff boven de a.brachialis is gelokaliseerd (pijltje)
    • controleer of de manchet goed aansluit (max 1 vinger)
    • controleer of stethoscoop op membraa nstaat
  • vervolgens ga je over op de palpatoire meting systolische bloeddruk. wat doe je?
    • palpeer de a.radialis terwijl je de manchet oppompt
    • pomp de manchet op tot je de pulsaties van de a. radialis niet meer voelt
    • pomp 30 mmHg hoger op dan de palpatoire systolische waarde (die je zojuist bepaald hebt)
  • vervolgens ga je over op de auscultatoire meting bloeddruk. wat doe je?
    • stethoscoop in elleboog (geen contact met iets!)
    • laat de manchet rustig leeglopen met snelheid 2-3 mm/sec of 2 korotkov tonen/5mmHg
    • luister naar verschillende fases Korotkov tonen (iig naar begin en wegvallen ervan). lees de bijbehorende systolische en diastolische bloeedruk af.
    • als het mislukt, eerst manchet helemaal leeg laten lopen
  • wat noteer je in de verslaglegging van bloeddruk meten?
    RR .. / ,, mmHg (bijv. RR 120/80 mmHg) li/re arm, liggend/zittend, tijd.
  • 1459548000 2. LO: algemene indruk

  • wat zijn alle substappen van de algemene indruk meten?
    • indruk
    • lichaamsbouw
    • huid
    • beoordeel de bouw en huid ook van beide laterale en dorsale zijde
    • palpatie huid
    • specifieke aspecten
    • vitale functies: pols, ademhaling
    • bloeddruk meten (checklist 1)
  • wat zijn de algemene instructies die je de patiënt geeft bij de algemene indruk?
    volledig ontkleden, ondergoed (incl. bh) mag aanblijven.
  • vervolgens ga je over op de 'indruk' bepalen. wat doe je?
    • schat in of de patient wel of geen zieke indruk maakt
    • beoordeel bewustzijn volgens AVPU. alertheid: bij adequate reactie op eenvoudige opdracht of vraag
    • beoordeel de biologische vs kalenderleeftijd (status of even vragen)
    • beoordeel of er pijn/ongemak is: gelaatsuitdrukking, houding
    • beoordeel lichaamsgeur: neutraal of parfum, alcohol, rook, transpiratie, ketonen, uremie, visaminen, overig
    • beoordeel persoonlijke verzorging/uiterlijke kenmerken: kleding, haar, cultuur
    • hoe is het contact, affect: zijn er emoties waarneembaar?
    • benoem overige opvallende zaken (piercings, tatoeages)
  • waar ga je op over na het bepalen van de indruk en wat doe je?
    bepalen van de lichaamsbouw
    • beoordeel lichaamsbouw gerelateerd aan geslacht (m/v)
    • beoordeel voedingstoestand: flanken, zichtbaarheid botten/pezen, adipeus (vetverdeling feminien (peer), androgyn (appel)?), gezond, mager, cachectisch?
    • beoordeel symmetrie (spontane houding en anatomische nulstand) benoem evt de locatie en mate asymmetrie
    • beoordeel opvallende aspecten (dysmorfe kenmerken)
  • na het bepalen van de indruk en van de lichaamsbouw ga je over op het bepalen van de huid. wat doe je?
    • benoem de basiskleur: blank, getint, donker, zoninvloed, roodheid, kleurverschillen, pigmentatie
    • beschrijf aanwezige bloedingen, verwondingen, hematomen
    • benoem littekens; waar, hoe groot, oorzaak?
    • beooordeel het beharingspatroon: (m/v), geschoren, haaruitval, hypertrichose (overbeharing), hirsutisme (mannelijke overbeharing bij een vrouw), kaalheid?
    • bekijk handen, vingers, nagels: vergroeiingen, trommelstokvingers (hart/longafwijkingen), putjesnagels (psoriasis), lijnen
  • na het bepalen van de huid ga je over op?
    beoordelen van de bouw en huid ook van beide laterale en dorsale zijde. beoordeel de symmetrie en opvallende huidaspecten
  • als je ook de bouw en huid van laterale en dorsale zijde hebt gedaan, ga je over op ...?
    palpatie huid
    • beoordeel huidtemperatuur met handrug op thoraxwand; verhit, warm, koel, koud?
    • beoordeel vochtingheidsgraad; klam, zweten?
  • als je ook de palpatie van de huid hebt gedaan ga je over op de specifieke aspecten. wat houden deze in?
    • icterus? sclearae geel
    • anemie? bleke conjuctiva en ooglidrand van onderooglid + bleke handpalmen
    • cyanose? tong blauw/paars + blauwe vingers
    • oedeem? peri-orbitaal (beiderzijds onder oog op oogkasrand een putje als je drukt) of enkeloedeem: beiderzijds bepalen
    • huidturgor bepalen: pak een huidplooi onder clavicula met duim/wijsvinger en laat los. snel verstrijkend is goede hydratietoestand.
  • wat doe je na het bepalen van de specifieke aspecten?
    dan ga je over op het bepalen van de vitale functies. je begint met de pols:
    • palpeer polsslag met vingertoppen dominante hand (niet-spoed: a. radialis pols, spoed: a. femoralis of carotis)
    • tel de pulsaties 15 sec (horloge)
    • benoem de bevindingen van polsslag: frequentie slagen/min, ritme regelmatig, kwaliteit krachtig, alle slagen even sterk?
    • interpreteer: tachycardie >100/min, bradycardie 60/min
  • de ademhaling behoort ook tot het bepalen van de vitale functies. hoe gaat dit ?
    • beoordeel ademhaling door observatie thorax, buik en houding, na het tellen van de pols
    • tel min 30 seconden
    • benoem de bevindingen: frequentie ademhalingen/min, ademhalingspatroon: borst, buik ademhaling?
    • interpreteer: bradypneu <10/min, tachypnoe >20/min
  • wat doe je tot slot nog bij de algemene indruk?
    bloeddrukmeting, zie checklist 1.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Volgorde Onderzoek gaan en staan
  • eerst gewoon lopen: beoordelen gangspoorbreedte, paslengte aanwezigheid van parkinsonisme, klapvoet, hanetred, hemiparese, ataxie
  • koordansersgang 
  • hakken lopen : benoemen : n.peroneus 
  • tenen lopen: benoemen strekkers


dan coördinatie:
  • proef van romberg: voeten tegen elkaar aan ogen dicht niet vallen 
  • vinger-top neus 
  • diadochokinese 
  • knie hak proef links/rechts vergelijken 


dan menigmaal prikkeling:
  • op onderzoeksbank plat 
  • hand onder hoofd en schok geven = brudzinsky I 
  • been omhoog letten op andere knie  brudzinsky II
  • been omhoog en letten op knie zelfde zijde = kering 

--> pijn in hoofd/nek?

dan wortelprikkelingen 
  • been omhoog vragen naar pijn en hoek noteren = lasegue 
  • iets onder hoek pijn + voet naar neus bewegen = bragard 
  • gekruiste lasegue = ANDERE been optillen en dan pijn voelen in aangedane been 
  • omgekeerde lasegue: patient ligt op buik aangedane been op tillen en dan voorkant pijn ook met gebogen been. 
Neurologisch onderzoek
NI - olfactorius - reuk 
NIII, NIV, NVI - occulomotorius, trochlearis, abducens --> oogvolg, pupil --> niet de inspectie vergeten!!!!
NV- trigeminus : sens gelaat + kauwspier
NVII- Facialis : mimiek fronzen etc 
NXI assosorius: sternocleidomastoideus, trapezius 
NXII : hypoglossus: tong uitsteken + lalala 
wat doe je na de palpatie van de schildklier?
palpatie van de lymfeklieren
  • ga (schuin) achter de pt staan. palpeer aan 1 kant tegelijk 
  • fixeer met 1 hand het hoofd van de pt. palpeer met de andere hand. 
  • palpeer mbv de vingertoppen, met ronddraaiende bewegingen
  • lokaliseer zonodig de m. sternocleidomastoideus: leg je hand op de kaak van de pt en laat tegendruk geven. laat hierna weer ontspannen: een gespannen spier stoort de uitvoering van de palpatie
  • palpeer per regio: een normale lymfeklier is nauwelijks palpabel: elastisch, niet vast aan onderlaag, 3-7 mm


  1. submentaal
  2. submandibulair
  3. pre-auriculair
  4. voor de sternocleidomastoideus
  5. supraclaviculair
  6. infraclaviculair
  7. achter de sternocleidomastoideus
  8. retro-auriculair
  9. occipitaal


  • verricht dit ook aan de andere zijde
  • beschrijf evt zwellingen
wat doe je na de palpatie van de speekselklieren?
palpatie van de schildklier
  • ga (schuin) achter de pt staan. palpeer aan 1 kant tegelijk
  • plaats de vingers van 1 hand naast de trachea, tussen het thyroid en het manuubrium. omvat met de andere hand voorzichtig de m. sternocleidomastoideus aan de contralaterale zijde, druk zachtjes de larynx en trachea naar de palperende hand.
  • palpeer met de eerste hand voorzichtig, met ronddraaiende bewegingen naar de schildklier
  • laat de pt slikken, de schildklier beweegt mee omhoog
  • onderzoek de andere zijde op dezelfde manier
  • beoordeel de grootte, vorm, plaats, consistentie, oppervlak, wel of niet vast aan onderlaag en huid, (druk)pijnlijkheid, temperatuur. een niet vergrote schildklier is niet altijd palpabel
  • beschrijf evt zwellingen
wat doe je na de palpatie van de a. carotis, larynx en trachea?
palpatie van de speekselklieren.
  • ga (schuin) achter de pt staan. palpeer aan 1 kant tegelijk
  • fixeer met 1 hand het hoofd van de pt. palpeer met de andere hand
  • glandula submandibularis: leg de vingers tegen het corpus mandibulae en vouw de eindphalangen eromheen, de klier is nu meestal te voelen
  • glandula parotis: leg de hand vlak voor het oor tegen de wand, palpeer met de vingers, met ronddraaiende bewegingen. de klier is meestal niet palpabel.
  • ductus parotideus: laat de pt de kaken aanspannen, palpeer vóór de glandula parotis. horizontale, buisvormige structuur, is meestal palpabel. 
  • beschrijf evt zwellingen
je begint bij de palpatie met de palpatie van de a. carotis, larynx en trachea. wat doe je?
  • ga (schuin) achter de pt staan. palpeer voorzichtig aan 1 kant tegelijk
  • a. carotis: plaats de vingertoppen halverwege de hals tussen de m. sternocleido--mastoideus en de larynx. palpeer en beoordeel 1 voor 1 de pulsaties van beide a. carotis (nooit tegelijk!)
  • larynx: palpeer de kraakbeenringen en het thyroid, pak deze voorzichtig tussen duim, wijs- en middelvinger en palpeer de incisuur
  • trachea: palpeer laag in de hals (de stand van) de trachea: deze moet in de mediaanlijn liggen
wat doe je als je de inspectie van de hals hebt afgerond?
palpatie van de hals. algemeen geldt:
  • ga (schuin) achter de pt staan
  • palpeer 1 kant tegelijk met een vlakke hand in halsgebied
  • let op stand, symmetrie, zwelling en pijn
je begint dus met de inspectie van de hals. wat doe je?
  • neem plaats op een krukje tegenover de patient. beoordeel voorkant en beide zijden. vergelijk steeds li/re
  • benoem evt aanwezige stridor (ademgeluid)
  • inspecteer huid: kleur, littekens, zwellingen, venetekening, pigmentaties
  • inspecteer bouw en vorm: stand, symmetrie, atrofie
  • let op zwellingen op plaatse waar zich lymfeklierstations bevinden
  • inspecteer de kaakhoek op zwelling t.p.v. glandula parotis
  • beoordeel de trachea -> in de mediaanlijn?
  • let op het zichtbaar aan/afwezig zijn van pulsaties van de carotiden
  • inspecteer of de schildklier zichtbaar gezwollen is (laag in de hals, boven het manubrium)
  • ga achter de pt staan, inspecteer achterzijde: huid, bouw/vorm en lymfeklierstations
waaruit bestaat het onderzoek van de hals?
  • inspectie van de hals
  • palpatie van de hals algemeen
  • palpatie van de a. carotis, larynx en trachea
  • palpatie van de speekselklieren
  • palpatie van de schildklier
  • palpatie van de lymfeklier
wat doe je na het onderzoek van de kaakstand?
onderzoek van de mondholte
  • gebruik een lamp en een spatel en beoordeel:
  • gebit: de stand, staat van het gebit, prothesen
  • gingiva: kleur, littekens, ulceraties, bloedingen, zwellingen, pus, vochtigheid
  • slijmvliezen: kleur, littekens, ulceraties, bloedingen, zwellingen, pus, vochtigheid, afvoergangen speekselklieren (parotis, 2e molaar boven)
  • palatum molle en durum: stand, kleur, littekens, ulceraties, bloedingen, zwellingen, pus, vochtigheid, beweeglijkheid, symmetrie
  • oropharynx: kleur, zwelling, secretia
  • tong en mondbodem: stand, kleur, littekens, ulceraties, bloedingen, zwellingen, pus, vochtigheid, beweeglijkheid, symmetrie, beslag, afvoergangen speekselklieren
  • pharynxbogen: symmetrie bij eeeh en aaah zeggen
  • uvula: inspecteer de stand (midden)
  • tonsillen: zwelling, hyperemie, beslag. krijg je de tonsillen niet a vue, vraag dan of ze verwijderd zijn