Summary Class notes - psychische zorg

Course
- psychische zorg
- mike
- 2014 - 2015
- ROC Nijmegen
- Verpleegkunde
251 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - psychische zorg

  • 1267484400 ANGST EN DWANG:





  • Dwangstoornis
    Iedereen kent vaste gewoonten en routine handelingen. Zo controleren veel mensen het gas, licht en de sloten voordat ze naar bed gaan, terwijl ze eigenlijk weten dat het gas en licht uit zijn, en de deur op slot is. Zo’n extra controle geeft een gevoel van veiligheid in een situatie die risico met zich mee zou kunnen brengen. Als het risico groter wordt, bijvoorbeeld bij vertrek voor een vakantie van drie weken, controleren veel mensen hun huis extra goed. Soms rijdt iemand zelfs nog een keer terug om te zien of het gas echt uit is en de deur op het nachtslot. Dit soort herhalingsgedrag is normaal.
    Er is geen sprake meer van een normale vorm van controleren, wassen of herhalen als mensen een groot deel van de dag hiermee bezig zijn, en de angst en onveiligheid hun leven gaat beheersen. We spreken dan van een dwangstoornis of obsessieve compulsieve stoornis.
    Verschijnselen
    De dwangstoornis of obsessieve compulsieve stoornis kenmerkt zich door het optreden van dwanggedachten (ook wel obsessies genoemd) en/of dwanghandelingen (ook wel compulsies genoemd). 




  • De dwangstoornis wordt gekenmerkt door dwanggedachten en/of dwanghandelingen. 




  • Dwanggedachten zijn terugkerende gedachten of voorstellingen die zich aan de patiënt opdringen, en die als misplaatst beleefd worden. Ze gaan gepaard met angst of onrust. 
    Omdat dwanggedachten hinderlijk en schaamtevol
    zijn, probeert de patiënt er weerstand aan te bieden door ze te negeren,
    te neutraliseren of te stoppen. 
    Dat kan gebeuren door het uitvoeren van dwanghandelingen. Dwanghandelingen moeten bij herhaling worden uitgevoerd en dienen ter geruststelling, of om angst en onrustgevoelens te verminderen. 
    Soms gebeurt deze geruststelling in gedachten. 
    Ook dan spreekt men van dwanghandelingen, omdat deze gedachten ook tot doel hebben angst en onrust te verminderen.
    Patiënten met een dwangstoornis weten heel goed dat hun gedachten en gedragingen overdreven zijn en eigenlijk niet nodig.
     Ze schamen zich er vaak voor en voeren de handelingen in het geheim uit. Toch kunnen deze mensen hun dwanggedachten niet stoppen en hun handelingen niet achterwege laten. 




  • r zijn mensen die vele uren per dag last hebben van dit soort klachten.
    Er bestaan verschillende vormen van een dwangstoornis. Meestal hangen dwanggedachten en dwanghandelingen inhoudelijk met elkaar samen. Iemand kan bijvoorbeeld dwanggedachten hebben dat hij vies is of besmet en bang dat hij andere mensen zal besmetten. Deze patiënten gaan zich overdreven wassen of hun huis op overdreven wijze schoonmaken. Ze vermijden het contact met spullen die in hun ogen vies of besmet zijn. Soms ontvangen ze geen bezoek meer thuis of laten ze huisgenoten die van buiten komen eerst douchen en schone kleren aantrekken voordat ze de huiskamer in mogen. Wanneer iemand dwanggedachten heeft dat hij een ramp kan veroorzaken door onachtzaamheid met bijvoorbeeld gas, elektriciteit, huishoudelijke apparaten, met autorijden of door allerlei administratieve handelingen slordig uit te voeren, kunnen controlehandelingen ontstaan van gas, licht, water en elektrische apparaten. 




  • Belangrijke verschijnselen van de dwangstoornis zijn de dwanggedachten, dwanghandelingen, gedachtenrituelen en vermijdingsgedrag. 




  • Een paar voorbeelden. Tijdens het autorijden moet de bestuurder vaak uitstappen om te zien of hij niet iemand aangereden heeft. Administratie komt niet op tijd klaar, omdat iemand steeds maar weer opnieuw enveloppen moet openen om te zien of hij de giro-overschrijvingen wel goed heeft ingevuld.
    Om deze dwang te vermijden gebruiken sommige mensen delen van hun huis niet meer, durven ze niet meer op gas te koken, of doen ze in het geheel
    geen administratie meer. Andere patiënten hebben last van godslasterlijke, ‘verkeerde’ of seksueelgetinte gedachten, en moeten alle handelingen herhalen die ze met verkeerde gedachten hebben uitgevoerd, maar nu met
    de ‘goede’ gedachten. Weer andere mensen hebben last van verzameldwang. Zij vinden het moeilijk om spullen weg te gooien, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn waardevolle papieren bij de vuilnis te stoppen. Het huis van deze mensen raakt overvol.
    Vaak moeten mensen met dwanghandelingen tellen bij het uitvoeren ervan. Dit tellen moet gebeuren tot een bepaald nummer, bijvoorbeeld drie. Als iemand bij het tellen gestoord wordt, moet de handeling herhaald worden tot zes, daarna tot twaalf en zo verder. 




  • Gevolgen
    Uit de bovenstaande beschrijving zal duidelijk zijn dat een dwangstoornis veel negatieve gevolgen heeft voor de patiënt en zijn directe omgeving.
     Door de dwangklachten kunnen spanningen ontstaan tussen de patiënt en zijn partner en gezin. 
    Wanneer de klachten bij kinderen aanwezig zijn kunnen er ruzies ontstaan tussen het kind en zijn ouders.
     Enerzijds kan dit doordat de direct betrokkenen de klachten niet begrijpen en boos worden omdat ze vinden dat de patiënt onredelijk of onzinnig doet. Anderzijds kunnen spanningen ontstaan omdat huisgenoten vaak door de patiënt gedwongen worden met de vermijding mee te doen, of om dwanghandelingen uit te voeren, zodat de patiënt niet angstig wordt. 












  • De dwangstoornis kan negatieve gevolgen hebben voor de patiënt en zijn omgeving op vele gebieden (relatie, gezin, werk, sociale contacten, financiën 




  • Ook op het werk zijn er gevolgen. Patiënten kunnen zoveel tijd met hun dwanghandelingen of dwanggedachten bezig zijn dat ze hun werk niet
    op tijd gereed hebben. Soms wordt werken onmogelijk. Bijvoorbeeld een verpleegkundige die geen medicatie meer uit durft te delen omdat ze
    bang is onherstelbare fouten te maken. Of een administrateur die bang is verkeerde brieven te verzenden, of iemand die steeds allerlei gedragingen moet herhalen, waardoor er niets meer uit zijn handen komt. Soms kan iemand zijn werk niet meer verrichten, en moet hij zich ziek melden door de dwangstoornis.
    In het sociale leven zijn patiënten vaak eenzaam. Dat komt omdat ze uit schaamte weinig mensen durven te vertellen wat er met hen aan de hand is. Ze durven niemand thuis uit te nodigen vanwege angst voor besmetting of schaamte dat de verzameldwang gezien wordt. Tijdens sociale activiteiten zit het hoofd van mensen met een dwangstoornis vaak vol met dwanggedachten en gevaren. Ze kunnen zich niet goed concentreren op datgene wat er gebeurt omdat hun angsten hen voortdurend bezig houden. In de woonsituatie kunnen problemen ontstaan bij bijvoorbeeld mensen met een verzameldwang. Deze krijgen vaak last met buren of verhuurders vanwege de veroorzaakte vervuiling in hun huis. Mensen met wasdwang daarentegen zijn heel schoon. Zij kunnen problemen krijgen met het waterleidingbedrijf vanwege het gebruik van grote hoeveelheden water. 




  • Vóórkomen en beloop
    De dwangstoornis komt bij ongeveer 2 % van de bevolking voor, vrijwel even vaak bij vrouwen als bij mannen. In het grootste deel van de gevallen ontstaan de klachten rond het 20e jaar, maar de aandoening kan op alle leeftijden optreden. In een kleiner deel van de gevallen ontstaan de klachten al in
    de kindertijd. Men heeft aanwijzingen dat bij deze laatste groep patiënten
    de dwangstoornis vaak in de familie voorkomt en dat er een overlap is met klachten van tics, zoals bij de ziekte van Gilles de la Tourette. Bij deze groep ontstaat de dwangstoornis vaak zonder duidelijke aanleiding. In de kindertijd zijn er meer jongetjes die last hebben van de dwangstoornis dan meisjes. Wanneer dwang op latere leeftijd ontstaat, gebeurt dit dikwijls na ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld op kamers gaan wonen en stress op het werk of een bevalling. 




  • De ernst van de klachten kan wisselen in de tijd. Soms komt dit door
    een levensgebeurtenis die stress oproept, soms is een aanleiding voor de verergering of verbetering niet aan te geven. In het algemeen geldt dat
    de dwangstoornis niet vanzelf overgaat. Wel is de aandoening goed te behandelen.
    Het komt nog al eens voor dat patiënten met een dwangstoornis in de loop van hun leven ook klachten krijgen van somberheid en niet meer kunnen genieten. Soms ontstaat een depressie. Ook kan er sprake zijn van andere psychiatrische stoornissen. 




  • De dwangstoornis kan gepaard gaan met een depressie of andere psychiatrische stoornissen.


    Zonder behandeling blijven dwangklachten bestaan.




  • Oorzaken
    Waarschijnlijk ontstaan de klachten door een combinatie van factoren; er is niet duidelijk één oorzaak van de dwangstoornis te geven.
    Erfelijkheid
    Uit diverse onderzoeken is bekend dat erfelijkheid een rol speelt bij het ontstaan. Dat geldt vooral wanneer dwang al ontstaat in de kindertijd. Kinderen van een ouder met een dwangstoornis hebben een verhoogde kans om ook een dwangstoornis te krijgen. Dit gebeurt echter niet altijd. Erfelijke factoren vormen niet de enige verklaring voor het ontstaan van de dwangstoornis.




    Omgevingsfactoren
    Ook omgevingsfactoren spelen een rol. Wanneer de dwangstoornis op oudere leeftijd ontstaat is dit vaak na een ingrijpende levensgebeurtenis of na stress, bijvoorbeeld een lichamelijke ziekte, een bevalling, een verhuizing of ander werk. Vaak neemt door deze levensgebeurtenis de verantwoordelijkheid van de betreffende persoon toe. Daardoor kan hij zo onzeker worden, dat hij allerlei gedrag gaat herhalen, hetgeen over kan gaan in een dwangstoornis.
    In zeldzame gevallen ontstaat de dwangstoornis na een hersenaandoening.
    In de kindertijd kan dat een ernstige keelinfectie zijn met bepaalde bacteriën, waardoor het functioneren van bepaalde delen van de hersenen niet goed meer in evenwicht is. Soms kan de dwangstoornis ontstaan na een hersenbloeding, een hersengezwel of een ernstige hersenkneuzing. Waarschijnlijk speelt opvoeding bij de meeste patiënten geen oorzakelijke rol. De dwangstoornis ontstaat niet door het gebruik van cafeïne, alcohol en/of drugs. 




  • Er is niet één duidelijke oorzaak te geven voor het ontstaan van de dwangstoornis. De stoornis ontstaat door een combinatie van factoren. 




  • Wat gebeurt er in de hersenen?
    Bij mensen met een dwangstoornis is veel onderzoek gedaan naar de functie van de hersenen. Uit dit biologisch onderzoek is gebleken dat bepaalde
    delen van de hersenen actiever en andere delen minder actief zijn. Sterk vereenvoudigd zou gezegd kunnen worden, dat de remfunctie van bepaalde hersengebieden op gedachten en handelingen bij patiënten met een dwangstoornis minder goed werkt. Hierdoor hebben deze mensen bijvoorbeeld aan éénmaal controleren van het slot niet voldoende om een goed gevoel te hebben dat de deur echt op slot zit.
    Stoffen die als boodschapperstof werkzaam zijn in die hersengebieden, zogenaamde neurotransmitters, zijn serotonine en dopamine. Ze zorgen
    voor een goede overdracht van boodschappen tussen de verschillende hersengebieden. Bij de dwangstoornis kan er sprake van zijn dat deze stoffen‘uit balans’ zijn.
     De oorzaken van deze verstoorde balans is eerder aangegeven bij ‘Oorzaken’. Met een goede behandeling kunnen de dwangverschijnselen afnemen en wordt de balans in de hersenen weer hersteld. Dit gebeurt zowel bij behandeling met medicijnen als met cognitieve gedragstherapie. Uit biologisch onderzoek is gebleken, dat beide vormen van behandeling de eerder genoemde overactiviteit van sommige hersengebieden kunnen verminderen.








  • Behandeling
    De dwangstoornis is in de meeste gevallen goed te behandelen. Afhankelijk van de verschijnselen en de ernst van de aandoening bestaat de behandeling uit cognitieve gedragstherapie, medicatie, of een combinatie van beide. Door de behandeling nemen de dwanggedachten en de dwanghandelingen af. Ook verminderen de angsten waarmee dwanggedachten gepaard gaan en treedt minder vermijdingsgedrag op.

  • Cognitieve gedragstherapie
    Deze behandeling bestaat uit cognitieve therapie en gedragstherapie. Doel van een dergelijke behandeling is het leren omgaan met dwanggedachten, het achterwege laten van dwanghandelingen en het doorbreken van vermijdingsgedrag.
    Cognitieve therapie is vooral gericht op de angst- en rampgedachten die iemand heeft wanneer hij in contact komt met bijvoorbeeld vuil (‘Ik word besmet met bacteriën die in dat vuil zitten en ga dood’) of elektrische apparaten (‘Dadelijk veroorzaak ik kortsluiting en ontstaat er brand waarbij veel mensen om het leven komen’). Een eerste stap is om deze situaties
    en de koppeling met de rampgedachten te herkennen. De volgende stap is om te leren dat deze rampgedachten vaak geen reële basis hebben. Wat is bijvoorbeeld de kans dat iemand doodgaat wanneer hij in contact komt met vuil? De betreffende persoon leert in deze behandeling om de rampgedachten te vervangen door meer reële gedachten, die minder angst veroorzaken (‘Vuil komt overal voor. Ik vind het niet prettig om vies te worden, maar het is niet gevaarlijk.’).

  • De gedragstherapie richt zich vooral op de dwanghandelingen met de volgende oefeningen: exposure in vivo (blootstelling aan de beangstigende situatie) gevolgd door responspreventie (het stoppen van de dwangreactie). Bij exposure in vivo wordt de betrokkene gevraagd om stapsgewijs angstwekkende situaties op te gaan zoeken. Meestal wordt begonnen met de minst moeilijke situaties (een beetje vuile aarde bekijken van dichtbij) en geleidelijk aan wordt de oefening uitgebreid (aarde uit de tuin met blote handen aanrakenCognitieve gedragstherapie is een training om de dwanggedachten en dwanghandelingen de baas te worden. of zonder handen wassen een boterham opeten). Men moet zolang mogelijk in zo’n situatie blijven, zodat men kan merken dat de angst afneemt en de situatie eigenlijk helemaal niet angstwekkend is. Op deze manier dooft de angst geleidelijk uit. Nadat de patiënt zich in de angstwekkende situatie heeft begeven heeft hij de neiging zijn rustgevende dwanghandelingen uit te gaan voeren. Dat wordt eveneens stapsgewijs ‘afgeleerd’. Dit deel van de behandeling wordt responspreventie genoemd.




  • Cognitieve gedragstherapie is een training om de dwanggedachten en dwanghandelingen de baas te worden. 




  • Behandeling met medicatie
    Bij de behandeling van de dwangstoornis worden antidepressiva gebruikt,
    en vooral die antidepressiva die werken op het serotoninesysteem van de hersenen, de zogenaamde serotonine heropnameremmers (SSRI’s). Dit zijn medicijnen die oorspronkelijk ontwikkeld zijn voor de behandeling van depressies, maar die ook effectief zijn bij de behandeling van een aantal andere aandoeningen, waaronder de dwangstoornis. De dosering van deze medicijnen moet geleidelijk aan opgebouwd worden. Het gunstige effect treedt na tien tot twaalf weken op. Bij de dwangstoornis wordt in het algemeen een hogere dosering gebruikt dan bij de depressieve stoornis. Omdat combinaties van antidepressiva met andere medicijnen of kruiden zoals bijvoorbeeld St. Janskruid, of met alcohol of drugs ongewenste bijwerkingen kunnen geven is het van belang hierover uw arts te raadplegen.
    In het algemeen wordt aangeraden de medicijnen langdurig te blijven gebruiken en daarna eventueel geleidelijk in de loop van maanden te verminderen en zo mogelijk af te bouwen. Vaak ziet men dat de klachten na afbouwen van de medicatie terugkeren. Een behandeling met cognitieve gedragstherapie kan deze terugval helpen voorkomen. 




  • Medicijnen kunnen helpen bij de behandeling van de dwangstoornis.
    Stop medicijnen nooit acuut maar alleen na overleg met de behandelend arts. 


  • Tips voor patiënten en hun naasten
    • Blijf niet met de klachten zitten, maar zoek hulp.
    • Zoek afleiding in de vorm van ontspannende activiteiten.
    • Oefen actief.
    • Praat erover met anderen, lees erover.
    • Streef naar herstel van het normale functioneren.
    • Stel als partner/gezinslid duidelijk grenzen aan het moeten uitvoeren van
      dwanghandelingen voor de patiënt.
    • Stimuleer de patiënt met oefenen of met het volhouden van het gebruik
      van de medicijnen.




  • Gegeneraliseerde Angststoornis
    Iedereen kent gevoelens van angst en gespannenheid. Bang zijn is een
    reactie op dreigend gevaar. Bij reëel gevaar heeft angst de functie om ons te waarschuwen. Soms kunnen angsten aanwezig zijn in veilige situaties.
    De angsten hebben dan geen nut. Als deze angsten sterk en langdurig aanwezig zijn, kunnen ze hinderlijk worden. Mensen hoeven niet alleen last te hebben van de angstgevoelens, maar kunnen ook gehinderd worden door (lichamelijke) begeleidingsverschijnselen van angst. Daarnaast piekeren mensen met angst- klachten over allerlei zaken die hen zouden kunnen overkomen, zonder dat daarvoor een aanleiding is. Doordat mensen onzeker worden van deze angsten en uitgeput raken, gaan ze allerlei situaties uit de weg.
    Wanneer de angstklachten met piekeren en lichamelijke verschijnselen, zonder duidelijke aanleiding, langer dan zes maanden vrijwel continu aanwezig zijn
    en ze hinder of last geven in het dagelijkse leven, dan spreken we van een ge 




  • Wanneer angstklachten met piekeren en lichamelijke verschijnselen zonder duidelijke aanleiding langer dan zes maanden vrijwel continu bestaan en het dagelijkse leven belemmeren, spreken we van een gegeneraliseerde angststoornis. 




  • Verschijnselen
    Het belangrijkste verschijnsel van de gegeneraliseerde angststoornis is de continue aanwezigheid van klachten van angst en zenuwachtigheid, zonder duidelijke aanleiding. Deze klachten komen niet in aanvallen voor en worden niet uitgelokt door een bepaalde angstwekkende situatie. Hoewel de klachten dagelijks aanwezig zijn, heeft niet iedere patiënt er iedere dag evenveel
    last van heeft. De ernst van de angsten kan wisselen. Soms gebeurt dat zonder duidelijke reden. Ook komt het voor dat de klachten bij stressvolle levensgebeurtenissen verergeren of bij afleiding verbeteren.
    Mensen klagen over een dagelijks gevoel van opgejaagdheid, gespannenheid en/of rusteloosheid. De angsten gaan gepaard met diverse lichamelijke klachten. Bijvoorbeeld: duizeligheid, wazig zien, droge mond, hartkloppingen, gevoel van kloppend hart in de keel, ademnood, naar adem snakken, pijn op de borst, misselijkheid, trillen, transpireren, opvliegers of koude rillingen, aandrang om te moeten plassen of om ontlasting te hebben, slappe of “elastieken” benen. Ook gespannen, pijnlijke spieren in verschillende delen van het lichaam zijn veel voorkomende klachten en kunnen leiden




    tot bijvoorbeeld hoofdpijn, nekpijn of schouderpijn. Mensen zijn daarbij prikkelbaar, slecht geconcentreerd, snel afgeleid en verhoogd waakzaam. Dikwijls komen ook slaapproblemen voor (vooral inslaapstoornissen). 




  • De gegeneraliseerde angststoornis kenmerkt zich door de voortdurende aanwezigheid van klachten van angst en zenuwachtigheid. Deze psychische klachten gaan meestal gepaard met verschillende, bij angst passende, lichamelijke klachten. 




  • Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis tobben en piekeren over allerlei gevaren die in de toekomst plaats zouden kunnen vinden. Ze maken zich zorgen over allerlei zaken, terwijl er geen reden voor is. Zo kunnen ze tobben over de gezondheid van zichzelf, de partner, kinderen, familie of vrienden, terwijl deze allemaal gezond zijn; over hun financiële situatie, terwijl er geen schulden zijn; over hun huisvesting, terwijl het huis goed bevalt en betaalbaar is; en over hun werk, terwijl er geen negatieve beoordeling dreigt en ontslag niet aan de orde is. Bij al deze mogelijke problemen die in de toekomst zouden kunnen spelen, denken mensen dat ze met deze mogelijke noodsituaties niet om kunnen gaan. Ze zijn bang dat ze deze gevaren en problemen niet kunnen hanteren, wanneer ze zich voordoen. Mensen kunnen het piekeren niet goed stoppen. Ze hebben er geen controle over. Ze piekeren soms omdat ze denken dan tenminste op het ergste voorbereid te zijn en beter met hun problemen in de toekomst om te kunnen gaan. Anderen zijn bang gek te worden van al het gepieker.
    Veel mensen met een gegeneraliseerde angststoornis vermijden situaties die hun zorgen aanwakkeren. Om bijvoorbeeld ongerustheid te voorkomen over de thuiskomst van de partner, belt een patiënt vaak naar het kantoor om te weten waar de partner is en hoe laat hij verwacht thuis te komen. Ook gaan mensen situaties vermijden omdat ze het gevoel hebben niet of nauwelijks aan de eisen van het dagelijks leven te kunnen voldoen. Ze zeggen dan bijvoorbeeld afspraken af, omdat ze daar te moe voor zijn. Andere mensen gaan juist veel dingen doen overdag om het maar te druk te hebben om te piekeren. 




  • Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis vermijden vaak situaties die hun zorgen aanwakkeren. 




  • Gevolgen
    Het lijden aan deze angststoornis heeft niet alleen veel negatieve gevolgen voor de persoon zelf, maar ook voor de partner en gezinsleden. Door hun angstklachten functioneren mensen met deze aandoening vaak slechter thuis en in hun baan dan gezonde mensen. Het komt niet zelden voor dat er door deze aandoening spanningen in de relatie ontstaan. Bijvoorbeeld als de patiënt voortdurend geruststelling vraagt omdat hij maar blijft piekeren. De partner
    of de kinderen kunnen zich erg gecontroleerd voelen als de patiënt steeds belt waar het familielid is en hoe laat hij thuis zal zijn. Soms kan iemand zijn werk niet meer verrichten en moet hij zich ziek melden. Dat komt bijvoorbeeld voor als er uitputting optreedt door slecht slapen en veel piekeren.
    Een deel van de mensen met een gegeneraliseerde angststoornis gaat alcohol gebruiken om de angst en spanningsklachten te verminderen. Ook wordt alcohol gebruikt als “slaapmutsje” bij slaapproblemen. Soms leidt dit tot buitensporig alcoholgebruik of verslaving. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt kan alcohol angst verergeren of zelfs uitlokken.
    Omdat er zoveel lichamelijke verschijnselen bij de gegeneraliseerde angststoornis kunnen optreden wordt gedacht aan een mogelijke lichamelijke oorzaak, waarvoor de betreffende persoon lichamelijk onderzoek vraagt. Men voelt zich minder gezond dan anderen en maakt meer gebruik van de gezondheidszorg. Het komt voor dat iemand vanwege zijn klachten verwezen wordt naar verschillende specialisten voordat de diagnose gegeneraliseerde angststoornis gesteld wordt. Dat zijn bijvoorbeeld een cardioloog, internist, neuroloog of KNO-arts. Bij deze specialisten wordt geen verklaring voor de lichamelijke klachten gevonden.
    Omdat patiënten zich over veel zaken zorgen maken, kunnen ze worden gezien als ‘zeurpieten’, waardoor anderen zich van hen afkeren en er sociaal isolement kan ontstaan 




  • De gegeneraliseerde angststoornis kan langdurig bestaan en gaat meestal niet vanzelf over. Wel is de aandoening goed te behandelen. 




  • Het gebruik van veel koffie of cafeïnehoudende dranken, zoals thee en cola, kunnen angsten verergeren. Hetzelfde effect is bekend van drugs, ook soft- drugs zoals hasj en alcohol. Wanneer iemand last heeft van een gegenera- liseerde angststoornis heeft het altijd zin het koffiegebruik te beperken, geen drugs en weinig tot geen alcohol te gebruiken. Soms verbeteren de angsten en andere klachten daardoor al.
    Het komt nogal eens voor dat patiënten met een gegeneraliseerde angst- stoornis in de loop van hun leven ook klachten krijgen van somberheid en niet meer kunnen genieten. Soms ontstaat een depressie. Ook kan er sprake zijn van andere psychiatrische aandoeningen. 




  • Oorzaken
    Er is niet duidelijk één oorzaak van de gegeneraliseerde angststoornis te geven. Waarschijnlijk ontstaat deze stoornis door een combinatie van factoren. Erfelijkheid
    Uit diverse onderzoeken is bekend dat erfelijkheid een rol speelt bij het ontstaan van de stoornis. Kinderen van een ouder met een dergelijke angststoornis hebben een verhoogde kans om ook een angststoornis te krijgen. Dit gebeurt echter niet altijd. Waarschijnlijk wordt de gevoeligheid om een gegeneraliseerde angststoornis te ontwikkelen geërfd.
    Omgevingsfactoren
    Ook omgevingsfactoren spelen een rol. Bij sommige mensen treden de
    eerste angstklachten op na een ingrijpende levensgebeurtenis of na stress, bijvoorbeeld een lichamelijke ziekte, een verhuizing, stress op het werk of verlies van een dierbaar persoon. Waarschijnlijk is deze stress de directe aanleiding bij mensen, die al een erfelijke gevoeligheid hebben om een gegeneraliseerde angststoornis te krijgen, deze dan ook daadwerkelijk te ontwikkelen.




     




  • De gegeneraliseerde angststoornis wordt vermoedelijk veroorzaakt door een combinatie van factoren, zoals erfelijke aanleg en stressvolle levens- gebeurtenissen. 




  • Wat gebeurt er in de hersenen?
    Bij mensen met een gegeneraliseerde angststoornis is nog niet veel onderzoek gedaan naar de functie van de hersenen. Voor zover onderzocht blijkt uit biologisch onderzoek dat verschillende boodschapperstoffen in de hersenen bij de gegeneraliseerde angststoornis ‘uit balans’ zijn. Voorbeelden van
    deze boodschapperstoffen zijn: gamma-aminoboterzuur (GABA), serotonine
    en noradrenaline. De hersencellen van mensen met gegeneraliseerde angststoornis blijken anders op deze stoffen te reageren dan bij mensen zonder angsten. In bepaalde situaties reageren ze sneller en heviger, en ze zijn minder gevoelig voor de rustgevende boodschapperstof GABA.
    De oorzaken voor de verstoorde balans is bij “Oorzaken” aangegeven.
    Met een goede behandeling kunnen de angstverschijnselen afnemen en wordt de balans weer hersteld. Dit gebeurt zowel met een behandeling met medicijnen als met gedragstherapie.
    Behandeling
    De gegeneraliseerde angststoornis is goed te behandelen. Afhankelijk van de verschijnselen en de ernst van de aandoening bestaat de behandeling uit cognitieve gedragstherapie, medicatie, of een combinatie van beide.
    Door de behandeling nemen de angsten, de lichamelijke klachten, het piekeren en tobben af en verbetert de slaap. Vermijdingsgedrag vermindert eveneens. 




  • De behandeling van de gegeneraliseerde angststoornis bestaat uit cognitieve gedragstherapie, medicijnen of een combinatie van beide. 




  • Cognitieve gedragstherapie
    Doel van deze behandeling is het leren omgaan met piekergedrag en leren bijstellen van de gedachte probleemsituaties niet aan te kunnen.
    Verder kan iemand leren zich actief te ontspannen in alledaagse situaties en de vermijding te overwinnen. De behandeling bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk:
    • leren minder te piekeren en zorgen te maken (cognitieve therapie),
    • het aanleren van ontspanning (relaxatietraining),
    • oefenen in angstwekkende situaties (exposure in vivo) en
    • stoppen met vermijdingsgedrag (responspreventie).
      Cognitieve therapie is vooral gericht op de piekergedachten en de
      zorgen (“als we maar levend terugkomen van die vakantie”), de neiging gevaar te overschatten (“de kans dat mijn man om het leven komt in een verkeersongeval als hij naar zijn werk fietst is 1 op 10”), en de neiging om de eigen mogelijkheden om met probleemsituaties om te gaan te onderschatten (“als mijn kinderen ziek worden en ik ben alleen met ze thuis, dan ben ik zo zenuwachtig dat ik niet meer weet hoe ik de huisarts moet waarschuwen.”). Een eerste stap is om deze piekergedachten te leren onderkennen en te koppelen met angstwekkende situaties (een vakantie op de bonnefooi;
      een man die later thuiskomt dan gepland; alleen thuis zijn met een kind
      dat ziek wordt). De volgende stap is om te leren dat deze piekergedachten vaak geen reële basis hebben, en ze te vervangen door meer reële, en
      minder angstwekkende gedachten. 


  • De vermijding wordt bestreden met een behandeling met “exposure in vivo”. De patiënt gaat oefenen in situaties die hij griezelig vindt en probeert dan geen geruststelling te zoeken. Er wordt bijvoorbeeld geoefend met de situatie dat de patiënt gedurende een bepaalde tijd niet weet waar zijn partner is zonder dat hij geruststelling mag vragen aan anderen of aan de partner zelf (door bijvoorbeeld de GSM te bellen). Meestal wordt begonnen met de minst moeilijke situaties en geleidelijk aan wordt dit uitgebreid. Stapsgewijs wordt de betrokkene gevraagd om angstwekkende situaties op te gaan zoeken. Men moet zolang mogelijk in een dergelijke situatie blijven, zodat men kan merken dat de angst afneemt en de situatie eigenlijk helemaal niet angstwekkend is. Op deze manier dooft de angst geleidelijk uit.




  • Medicatie
    Bij de behandeling van de gegeneraliseerde angststoornis worden vooral zogenaamde antidepressiva gebruikt. Dit zijn medicijnen die oorspronkelijk ontwikkeld zijn voor de behandeling van depressie. Later is gebleken dat
    deze middelen ook effectief zijn bij de behandeling van een aantal andere aandoeningen, waaronder de gegeneraliseerde angststoornis. De dosering van 




  • Tips voor patiënten en hun naasten
    • Blijf niet met de klachten zitten, maar zoek hulp.
    • Zoek afleiding in de vorm van ontspannende activiteiten.
    • Oefen actief.
    • Praat erover met anderen en lees erover.
    • Streef naar herstel van het normale functioneren.
    • Stimuleer de patiënt met oefenen of met het volhouden van de
      medicamenteuze behandeling. 

  • •Wat is angst?
    •Wanneer angststoornis?
    •6 angststoornissen die vaak voorkomen   (13 beschreven angststoornissen )
  • voorwaarde paniekstoornis;


    1.Het optreden van herhaaldelijk onverwachte paniekaanvallen.
    2.Ten minste 1 van de aanvallen werd opgevolgd door ten minste 1 maand waarin de patiënt:
    a)Zich voortdurend zorgen maakte
    b)Piekerde over de gevolgen Een belangrijke gedragsverandering vertoonde    

  • symptomen:


    1.Hartkloppingen
    2.Transpireren
    3.Trillen of beven
    4.Ademnood
    5.Pijn of onaangenaam gevoel op de borst
    6.Misselijkheid
    7.Duizeligheid of flauwte
    8.Depersonalisatie of derealisatie
    9.Angst zelfbeheersing te verliezen
    10.Angst dood te gaan

  • •Wat is agorafobie?
    •Meest voorkomende agorafobische situaties:
    üAlleen buitenhuis zijn
    üZich ten midden van een mensenmassa bevinden
    üIn een rij wachten
    üOp een brug staan
    üReizen per bus, train of auto 

  • •Wat is specifieke fobie?
    •Typen van specifieke fobie:
    üDiertype
    üNatuurtype
    üType bloed-injectie verwonding
    üSituationeel type
    üOverige types
  • sociale fobie:


    •Wanneer is er sprake van deze fobie?
    •Enkele veel voorkomende voorbeelden:
    ØSpreekangst (in het openbaar spreken)
    ØIn aanwezigheid van de anderen moeten schrijven
    ØEten in gezelschap
    ØNaar een openbaar toilet gaan

  • obsessies en compulsies stoornis


    •Obsessies (dwanggedachten)
    Compulssies (dwanghandelingen)
  • posttraumatische stress stoornis:


    •Wanneer deze stoornis?
    •Voorbeelden van traumatische ervaringen:
    üNatuurrampen
    üBeroving met geweld
    üVerkrachting
    üOorlogsgeweld
    üHet zien van iemand die ernstig gewond is.
  • Angststoornis       
    CGT  
        Farmacotherapie

    Paniekstoornis
    Exposure technieken
         Antidepressiva

    Sociale fobie
    Exposure in vivo
    Assert. Training
    CGT
         Betablokkers
          antidepressiva
  • Stoornis
    Enkelvoudige fobie    therapie:  Exposure in Vivo
    OCS                             therapie:   Exposure in Vivo,   CGT  en antidepressiva
    PTSS                              therapie:    Diverse  en EMDR

  • •Wat is RET?
    •De basis van RET vormt het ABC:
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.