Summary Class notes - Psychodiagnostiek

Course
- Psychodiagnostiek
- .
- 2019 - 2020
- Universiteit van Amsterdam
- Psychologie
118 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Psychodiagnostiek

  • 1558476000 College 1

  • Wat voor soort gesprekken zijn er in de diagnostische fase?
    Intakegesprek, crisisinterventiegesprek en adviesgesprek
  • Wat is het belangrijkste doel van het intakegesprek?
    Informatieverzamelen
  • In welke 2 delen is de GGZ verdeeld?
    generalistische ggz (BGGZ) en gespecialiseerde ggz (SGGZ).
  • Voor welke typen clienten is de BGGZ?
    clienten met 1 soort psychische problematiek en clienten die lijden aan een chronische ziekte.
  • Voor welk type client is de SGGZ?
    complexere en langdurige problematiek. veel informatie bekend omdat clienten vaak vaker terugkomen.
  • Welke 3 voorwaarden zijn er voor een goed gesprek?
    omgeving, kennis en vaardigheden van de gespreksleider.
  • Wat is er belangrijk ik een gespreksomgeving?
    vertrouwen, vriendelijkheid, rustige omgeving, geen afleiding etc.
  • Wat houdt 'echtheid' in volgens de theorie van Rogers?
    Therapeut is op de hoogte van zijn gedachten, gevoelens en vooroordelen, waarden en normen.
  • Wat zijn de 3 aspecten volgens de theorie van Rogers?
    empathie, echtheid en onvoorwaardelijke positieve acceptatie.
  • Wat is het insluitingscriterium dat wordt toegepast in de GGZ?
    dat je zo veel mogelijk informatie zoekt om een duidelijk beeld van de client te krijgen en evt. een stoornis die aanwezig is. Dus niet dingen uitsluiten zoals in de medische wereld.
  • Wat is de grootste oorzaak van verschillende uitkomsten van clinici?
    criteriumvariantie: de fout in diagnostische systemen.
  • Welke instrumenten zijn er om de informatievariatie te verminderen?
    beoordelingsschalen en gestructureerde interviews.
  • Wat is het verschil tussen beoordelingsschalen en gestructureerde interviews?
    bij de schalen is het product vastgelegd (dus de onderwerpen) en het proces niet. Bij het gestructureerde interview is dat andersom. het proces (welke vragen en wanneer) staat vast. Product niet helemaal. je kan thema's overslaan in principe.
  • Welke 4 voordelen heeft een gestructureerd interview volgens Rogers?
    - betere interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
    - betere inschatting van de ernst
    - vermindering van criterium- en informatievariantie
    - breder beeld van iemand zijn klachten
  • Wat zijn 2 nadelen van een gestructureerd interview?
    - kost veel tijd 
    - minder aandacht door de client omdat de procedure veel aandacht kost. 
  • Wat is de SCID-S en SCID-P
    een semigestructureerd klinisch interview om psychische stoornissen te classificeren volgens de DSM. er wordt alleen info gevraagd die bij een stoornis hoort. SCID-P is speciaal voor persoonlijkheidsstoornissen.
  • Wat is de MINI?
    mini international neuropsychiatric interview; is een gestructureerd interview dat werkt op de DSM en ICD-10 criteria. kost minder tijd van de SCID en heeft goede betrouwbaarheid en validiteit.
  • Wat onderzoeken de DIS en de CIDI?
    epidemiologie
  • Wat is het deurknopeffect?
    Dat de client informatie inhoudt tot het laatste moment van het gesprek, omdat hij/zij zich dan pas op z'n gemak voelt.
  • Wat zijn de 5 stappen van een slechtnieuwsgesprek door Voorendock?
    1. Voorbereiden
    2. Medeleden van het slechte nieuws
    3. stoom afblazen en ruimte voor emoties geven
    4. uitwerking van de boodschap[, toelichting en/of argumentatie
    5. de uitzicht op de toekomst en oplossingen. 
  • Waarin kun je professioneel observeren opdelen?
    gestandaardiseerde methoden en ongestandaardiseerde methoden.
  • Wat is status mentalis bij observeren?
    algemene indruk, de cognitieve functies, de affectieve functies, conatieve functies en persoonlijkheid.
  • Wat is het leniency-effect?
    De neiging om vrienden en bekenden hoger in te schatten op bepaalde eigenschappen.
  • wat is het halo-effect?
    de neiging om op basis van een algemene indruk conclusies te trekken over iemand zijn eigenschappen.
  • Wat is de logicafout?
    Dit is de neiging om eigenschappen die logisch zijn met elkaar verbonden lijken op dezelfde manier te beoordelen, terwijl ze niet met elkaar verbonden hoeven te zijn.
  • Wat is de contrastfout?
    dit is de neiging om iemand te beoordelen op basis van een tegenstelling met wat de psycholoog zelf doet.
  • Wat is het primacy en recency-effect?
    De neiging om meer te letten op de eerste of juist de laatste observaties.
  • Wat is het actor-observer fenomeen?
    de neiging om de oorzaken van personen hun eigen gedrag toe te schrijven aan externe factoren (de situatie) en het gedrag van anderen aan interne factoren (hun persoonlijkheid)
  • Wat is observeren op molair niveau?
    Er wordt een grote eenheid van gedrag beoordeeld. zoals sociale vaardigheid.
  • Wat is observeren op moleculair niveau?
    Kleinere gedragingen zoals de mate waarin een hand trilt of hoe vaak iemand knippert.
  • Wat is reactiviteit, in de context waarin observaties plaatsvinden?
    Dit houdt in dat de client op de hoogte is van dat hij/zij wordt geobserveerd en dit hun gedrag beïnvloedt.
  • Wat voor 2 soorten observaties zijn er?
    event sampling en time sampling
  • Wat is event sampling?
    type observatie waarbij de inhoud of kwaliteit van specifiek gedrag en de frequentie ervan wordt gemeten. Gedrag moet duidelijk omschreven worden. Dit wordt in een specifieke periode gedaan, bijvoorbeeld; kind heeft buikpijn, observeren; hoe reageren ouders.
  • Wat is Time sampling?
    type observatie waarbij het gedrag op vaste tijdstippen wordt geobserveerd, ongeacht wat er op dat moment gebeurt. variatie in gedrag is zo te bepalen.
  • Wat houdt het driefactorenmodel van Lang in?
    Dat angst op 3 manieren tot uiting kan komen, namelijk:
    1. subjectief ervaren van angst dat wordt gerapporteerd door de client zelf (beleving van angst, lichamelijk symptomen, cognitieve aspecten etc.
    2. uiterlijk waarneembaar gedrag (vermijden van bep. situaties)
    3. fysiologische reacties (verhoogde hartslag, bloeddruk en spierspanning)
  • Wat zijn midimetingen in observatie?
    een combinatie van molaire en moleculaire metingen. Dit kan bijv. bij sociale vaardigheden.
  • Welke 4 categorieën zijn er van psychische functiestoornissen?
    1. cognitieve stoornissen (aandacht, geheugen, taal)
    2. emotionele problemen en persoonlijkheidsverandering (apathie, impulsiviteit)
    3. (senso)motorische stoornissen (verlamming)
    4. psychosociale problemen (eenzaamheid, relatieproblemen)
  • Wat is Expressed Emotion (EE)?
    Gaat over de mate van kritiek en de mate van emotionele betrokkenheid in de houding van een familielid van een client. belangrijk voor terugval op psychose bijvoorbeeld.
  • Welke testen zijn er om de EE in kaart te brengen?
    Camberwell Family Interview --> 1,5 uur durend semigestructureerd interview met familielid. 
    Five Minutes Speech Sample (FMSS) --> Hierbij tellen alle negatieve opmerkingen over de familie mee. 
  • Wat is neuropsychologie?
    Is een wetenschapsgebied waar de relatie tussen de hersenen en gedrag wordt bestudeerd.
  • Wat zijn lokalisationisme en holisme?
    1) specifieke hersendelen aanwijzen als oorzaak voor stoornissen. 
    2) een algemener beeld van hersenen. 
  • Wat zijn de 3 soorten vraagstellingen in de neuropsychologie?
    I. algemene en basale vragen (zijn er aanwijzingen voor onderpresteren of stemmingsproblematiek?)
    II. Gedragsgevolgen van hersenletsel (hersenontsteking; zijn de klachten over concentratie en agressie hier aan te wijten?)
    III. Wanneer er geen sprake is van aangetoond hersenletsel (is het misschien sprake van organiciteit?) 
  • In welke 4 groepen kunnen neuropsychologische tests worden opgedeeld?
    - algemene niveau- en screeningtests
    - specifieke tests voor het cognitief functioneren
    - test voor emotioneel functioneren, persoonlijkheid en attitudes
    - klinimetrische methoden
  • Wat zijn Praxis testen?
    Testen die gericht zijn op gericht handelen (praxis) gaan over dat sommige doelgerichte handelingen zoals een jas aantrekken niet goed uitgevoerd kunnen worden door hersenenbeschadiging.
  • Wat zijn klinimetrische methoden?
    meetinstrumenten voor het meten van de gevolgen van ziekten en afwijkingen
  • Wat is specificiteit?
    geeft weer hoe vaak een positieve testscore voorkomt bij mensen die de diagnose niet hebben.
  • wat is sensitiviteit?
    geeft weer hoe vaak een negatieve score voorkomt bij patiënten die wel de diagnose hebben.
  • Welke 3 dingen omvatten deskundigheid?
    1. theoretische kennis/scholing
    2. kennen van de eigen grenzen en beperkingen
    3. de keuze van de gebruikte methoden wordt gedaan op basis van de COTAN-criteria. 
  • Wat is een Barnum-uitspraak?
    Een uitspraak die voor heel veel mensen geldt en dus niet veel info oplevert over de client. (horoscopen enzo)
  • Wat is de meta-systeem benadering volgens Kazak?
    Dat wanneer men een evidence-based beoordeling toepast, moet hij/zij reling houden met de context. dit omdat deze beoordeling invloed kan hebben op de client en zij/haar psychosociale context.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Psychodiagnostiek

  • 1484866800 psycho

  • Chinese Testen
    -Een van de eerste gedateerde testen zijn de chinese fit for office testen.
    -Rigoureuze testen gebaseerd op vijf domeinen: Civil law, Military affairs, Agriculture, Revenu en Geography.
    -Testen hadden echter vaak niet veel te maken met relevantie vaardigheden (handschrift in relatie tot fitheid voor bureaucratisch baantje). Plus ze valideerden hun testen niet.
  • Fysionomie
    -Gebaseerd op het idee van persoonlijke karakteristieken gemeten konden worden door uiterlijke kenmerken met name het gezicht.
    -Aristoteles: De ziel kan het uiterlijk van het lichaam beïnvloeden. Categoriseerde deze kenmerken op basis van: Haar, voorhoofd, wenkbrauwen, ogen, neus, lippen etc..
    -Lavatar: Karaktereigenschappen kunnen worden ontleend vanuit het uiterlijk van een gezicht.
  • Frenologie
    -Gall dacht dat de knobbels op het hoofd veroorzaakt werd door de vorm van de hersenen wat op zijn beurt weer gerelateerd was aan lokale mentale faculteiten. Op basis hiervan kon Gall bestuderen op personen bepaalde eigenschappen bezaten of juist niet.
    -Lavary Werkte dit uit door een machine te ontwikkelen, de Psychograph. Deze machine kon een weergave geven van de 32 mentale faculteiten op een schaal van deficient tot very superior.
  • Brass Instrumenten
    -De testen die Galton/Cattell/Wissler gebruiken vallen onder de brass instrumenten
    -Het doel was vooral om objectieve fenomenen te meten zoals reactietijd en sensorische/motorische metingen.
    -Zwakte: Deze metingen werden gezien als elementen van intelligentie.

    Wundt
    -Grondlegger van de experimentele psychologie.
    -Bedenker van de Thought meter (reactietijd of swiftness of thought zoals Wundt het noemde).
    Galton
    -Bedenker van de eerste batterijtesten.
    -Zijn instrumenten meten sensorische en motorische vaardigheden in relatie tot intellectueel vermogen.
    -Belangrijk voor de relevantie van objectieve testen en gestandaardiseerde procedures.
    Cattell
    -Hield zich voornamelijk bezig met individuele verschillen in (mentale) reactietijd
    -Bedenker van de term Mentale test
    Wissler
    -Probeerden vast te stellen dat testresultaten academische prestaties kon voorspellen.
    -Deed dus als een van de eerste onderzoek naar validiteit.
    Galen
    -Galen met zijn theorie over de humoren (Zwart/Geel/Phlegm/bloed) introduceerden intervalschalen.
    Thomasius

    -Ontwikkelden een theorie over persoonlijk met vier dimensies elk op een 12-punt schaal.
  • Binet-Simon Schaal
    -Binet baseerden zijn schaal op het idee dat intelligentie beter kon worden gemeten door psychologische processen dan door sensorische.
    -In opdracht van het ministerie in Parijs ontworpen Binet en Simon een intelligentietest om kinderen met een mentale achterstand en hoogbegaafden er uit te pikken.
    -Nadruk lag op verbale vaardigheden
    -GEEN test om de precieze intelligentiescore te bepalen. Dit komt voort uit hun humanistische benadering.
    -De herziende versie is meer cultureel acceptabel en passend voor kinderen gemaakt.
  • Stanford-Binet
    -Terman maakte intelligentietesten populair met de vernieuwde versie van de Simon-Binet test.
    -Geschikt voor personen met mentale achterstanden, kinderen en normale en begaafde volwassenen.
    -Representatieve steekproef voor de standaardisatie van de test.
  • Army Alpha en Army Beta
    Army Alpha
    -Gebaseerd op het werk van Otis.
    -Bestond uit 8 verbaal geladen testen: Volgen van orale directies, rekenkundig redeneren, praktische besluitvorming, synoniem/antoniem, willekeurige zinnen, cijferreeksen voltooien, analogieën, informatie.

    Army Beta
    -Nonverbale groep van testen voor personen waarvan Engels niet de moedertaal was.
    -Verschillende visueel-perceptuele en motorische testen zoals doolhoven en 3d tekenen.
    -Doel van Alpha en Beta was om de competentie te meten en op basis hiervan individuen in te delen in bepaalde posities.
    -Testen waren daarnaast vaak te moeilijk en te langdradig.
  • Personal Data Sheet
    -Ontworpen door Woodsworth om psychoneurosis te detecteren.
    -PDS bestond uit 116 ja/nee vragen.
    -Bijna alle moderne persoonlijkheidstesten hebben hun oorsprong vanuit de PDS.
  • Wechsler Intelligence Scales WIS
    -Geinspireerd door de SB en Army Alpha/Beta. Doel was om een effectieve volwassen intelligentietest te ontwikkelen op basis van testen die destijds in omloop waren.
    -Verbeteren van 5 flaws van voorgaande testen namelijk: Niet aantrekkelijk voor volwassenen, slechts woord manipulatie, snelheid in plaats van accuraatheid, mentale leeftijd is irrelevant voor volwassenen.
    -IQ = Score / Verwachte gemiddelde score voor leeftijd.
    -IQ constancy is de basis voor de WIS (IQ is onafhankelijk van leeftijd waar mee berekend wordt).
    -Kern van 6 subtesten (Similarities, Vocabulary, Comprehension, Information, Block Design, Matrix Reasoning).
    -Subtesten moet je wel kennen, heb ik niet uitgelegd hier.
  • Wechsler Intelligence Scale for Children WISC 
    -15 subtesten waarvan 10 kern subtesten zijn. Kunnen worden opgesomd tot composiet scores en een Full Scale IQ score.
    -Kern: Block Design, Similarities, Digit Span, Picture Concepts, Coding, Vocabulary, Letter-Number, Sequencing, Matrix Reasoning, Comprehensen, Symbol Search.
    -Supplemental: Picture Completion, Cancellation, Information, Arithmetic, Word Reasoning.
    -De kern subtesten kunnen vervangen worden door de supplemental bij speciale populaties zoals cliënten met cerebral palsy.
    -5 schalen:
    oTotale IQ,
    oVerbale comprehensie index,
    ▪Similarities
    ▪Vocabulary
    ▪Comprehension
    operceptuele redeneren index,
    ▪Block design
    ▪Picture concepts
    ▪Matrix reasoning
    owerkgeheugen index,
    ▪Digit span
    ▪Letter-number sequencing
    overwerkingssnelheid index.
    ▪Coding
    ▪Symbol search
    -Standaardisatie gebaseerd op elke leeftijd vanaf 6.5 tot en met 16.5 met 100 jongens en meisjes. N=2200. Gestratificeerd op geslacht/ras/etniciteit/geografie/ouder educatieniveau.
  • Wechsler Adult Intelligence Scale WAIS
    -Nadruk op index scores en onderscheid tussen deze domeinen. Maakt geen gebruik meer van verbale IQ en performale IQ.
    -Wederom 10 kern subtesten en 5 supplemental.
    -M100 SD15 voor alle composiet scores.
    -5 schalen:
    oTotale IQ,
    oVerbale comprehensie index,
    ▪Similarities
    ▪Vocabulary
    ▪Information
    operceptuele redeneren index,
    ▪Block design
    ▪Visual puzzles
    ▪Matrix reasoning
    owerkgeheugen index,
    ▪Digit span
    ▪Arithmetic
    overwerkingssnelheid index.
    ▪Coding
    ▪Symbol search
    -Standaardisatie gebaseerd op 2200 volwassen leeftijd 16-91  in 13 leeftijdsbanden. Elke leeftijdsband heeft 200 individuen behalve 70-90. Gestratificeerd op hetzelfde als de WISC. Alleen individuen meegenomen die redelijk gezond waren, Engels spraken en geen significante breinschade hadden.
    -Goede betrouwbaarheid/validiteit.
  • Stanford Binet Scales SB5
    -Gebaseerd op twee domein van verbaal/nonverbaal in vijf factoren van intelligentie: Fluid Reasoning, Knowledge, Quantitative Reasoning, Visual-Spatial processing, Working Memory.
    -10 subtesten, 3 totaal IQ scores, 5 factor scores. IQ/factor M100 SD15, subtesten M10 SD3
    -SB5 maakt gebruik van Routing procedure. Dit houdt in dat voorafgaand de test de cognitieve vaardigheden van de cliënt worden getest. Op basis hiervan wordt de SB5 aangepast aan het niveau van de cliënt.
    -SB5 kan extreem hoog en lage intelligentie meten bij kinderen en volwassenen. Nonverbale IQ wordt getest zonder expressieve taalfuncties dus goed voor personen die doof zijn of slecht Engels spreken.
    -Standaardisatie is gebaseerd op gestratificeerde steekproef.
  • INTELLIGENTIE & ASSESSMENT TESTEN
    Bayley-III Test

    Wechsler Preschool and Primary Intelligence Scales

    Stanford-Binet test
  • Bayley-III Test
    -Wordt gebruikt om ontwikkelingsachterstanden te evalueren.
    -Doelgroep 1-42 maanden.
    -Vijf domeinen: Cognitief, Taal, Motor, Sociaal-Emotioneel, Adaptief Gedrag. M100 SD15. Op basis hiervan kan composiet score gemaakt worden en assessments en diagnoses (Composiet score niet verwarren met algemene IQ score).  Subschaal scores hebben M10 SD3.
    -Gestandaardiseerd op 1700 kinderen geordend op leeftijd en demografie. Inclusief data van kinderen met diagnoses van autisme en intelligentieproblemen.
    Goede betrouwbaarheid en validiteit. Is de standaard voor assessment testen onder jonge 
  • Wechsler Preschool and Primary Intelligence Scales
    -Behoort tot de Wechsler intelligentie testen, specifiek voor jonge kinderen.
    -Doelgroep 2:6-7:7. Twee leeftijd versies 2:6-3:11 en 4:0-7:7 (Jaar:Maand).
    -13 subtesten waarvan 6 kern (meestal aangevuld tot 10 subtesten om een Full Score IQ te krijgen).
    -Vijf primaire index schalen:
    -Verbal Comprehension
    -Information, Similarities
    -Visual Spatial
    -Block Design, (Object Assembly)
    -Fluid Reasoning
    -Matrix Reasoning, (Picture Concepts)
    -Working Memory
    -Picture Memory, (Zoo Locations)
    -Processing Speed
    -Bug Search, (Cancellation)
    -Vier optionele index schalen (Handig in speciale gevallen zoals dove kinderen etc.:
    -Vocabulary Aqcuisition
    -Nonverbal
    -General Abilit
    -Cognitive Proficiency
  • Stanford-Binet test
    -Test wordt in HS 5 uitvoerig besproken wat hier relevant is, is de Test Observation Checklist.
    -TOC geeft opsomming van informatie over testafnemend gedrag onder kinderen. Het gaat hier vooral om gedrag dat een negatieve impact kan hebben op de testscores.
    -Doelgroep: 2:0-7:3. Juist bij deze doelgroep kan functioneren onderschat worden door probleemgedrag of omdat het kind simpelweg het antwoord niet weet.
    -Twee categorieën:
    -Karakteristieken (Algemene karakteristieken die in veel situaties voor zullen komen).
    -Motor Skills, Activity Level, Attention/Distractability, Impulsivity, Language.
    -Specifiek Gedrag (Specifiek voor tijdens de testafname).
    -Mood, Motivation, Anxiety, Consistency, Frustration Tolerance etc.
    -TOC test dus validiteit van testmeting en kan vroege problemen detecteren.
  • INTELLIGENTIE TESTEN VOOR SPECIALE POPULATIES
    Leiter Test
    Peabody Picture Vocabulary Tests

    Wechsler Tests
  • Leiter Test
    -Nonverbale intelligentie en cognitieve vaardigheden test. Wordt gebruikt voor kinderen met spraak/gehoor problemen, tweetalige, niet Engels sprekenden, autisme en TBI.
    -doelgroep: 2:0-20:11
    -Unieke eigenschap is dat instructies in zijn geheel nonverbaal mogelijk zijn.
    -Subtesten zijn verdeeld in twee testbatterijen: Visualization & Reasoning en Memory & Attention. Afname van subtesten hangt af van de leeftijd.  Composiet IQ score M100 SD15 en afzonderlijke subtest scores M10 SD3.
    -Gestandaardiseerd op 2000 jongeren leeftijd 2-21, ras, geslacht, demografie en sociale klas.
    -Goed voor cross-cultureel gebruik.
    -Toepassingen zijn: assessment bij medisch fragiele kinderen, laag functioneren met autisme, en taal belemmeringen.
  • Peabody Picture Vocabulary Tests
    -Wordt gebruikt om snelle metingen van auditieve vocabulaire te krijgen bij kinderen die doof zijn, neurologisch of een spraak probleem hebben. Daarnaast zeer geschikt voor kinderen met motorische problemen (Cerebral Palsy/CVA).
    -Test is ingedeeld in een opwaartse moeilijkheidsgraad. Beginniveau bepaalt a.d.h.v. leeftijd. Testen totdat maxniveau is bereikt. Relatief korte duurt (15min).
    -Gestandaardiseerd op 3540 kinderen lfd 2:6-90. Rekening gehouden met culturele verschillen t.a.v. de afbeeldingen (echter niet duidelijk of het ook cross-cultureel valide is). Hoge betrouwbaarheid en goede algemene validiteit.
    -Kan intelligentie onderschatten bij minderheidsgroepen.
  • PROJECTIVE TESTS
    The Rorschach

    Sentence Completion Tests (SCT) of NL: ZAT

    Thematic Apperception Test (TAT)
  • The Rorschach
    -Probeert persoonlijkheidsverschillen te meten door individuele verschillen in antwoorden.
    -Test bestaat uit 10 symmetrische inktvlekken.
    -Nadeel van de Rorschach is dat het veel tijd en expertise kost, het is dus geen gemakkelijke test om te beoordelen.
  • Sentence Completion Tests (SCT)
    -Doel van deze test is om zinnen af te maken. De complete zinnen reflecteren de onderliggende motivaties, attitudes, conflicten en angsten.
    -Thema’s lopen uiteen van ouderrelatie tot triviale dingen (4-15 thema’s).
  • Thematic Apperception Test (TAT)
    -Test bestaat uit 30 zwart-wit afbeeldingen van personen in ambigueen activiteiten. Personen die worden afgebeeld zijn Mannen, Vrouwen, Jongens en Meisjes.
    -Het doel is om een dramatisch verhaal te construeren wat voorafgaand de afbeelding heeft plaatsgevonden, wat er nu speelt en hoe het zal aflopen. Belangrijk zijn hier de gedachtes en gevoelens van de personen in de afbeelding.
    -Ontwikkeld door Murray en collega’s. gebaseerd op de persoonlijkheidstheorie van needs en press. Needs organiseren perceptie, gedachte en actie naar voldoening. Press is de kracht van omgevingsfactoren die een persoon kan beinvloeden. Het idee is daarnaast dat bepaalde thema’s en ideeen in het verhaal wijzen op conflictgebieden bij de client.
    -Wordt ook redelijk vaak gebruikt voor onderzoeksdoeleinden. Zoals voor cliënten met agenese van de corpus callosum.
  • EXPRESSIE TESTEN
    Draw-A-Person Test (DAP)

    House-Tree-Person Test (H-T-P)
  • Draw-A-Person Test (DAP)
    -Adaptatie van de draw a man test om een assessment te maken van persoonlijkheid. Sterk gebaseerd op psychoanalytische theorieen. Volgens Machover komen acceptabele en onacceptabele impulsie thema’s naar voren over beide geslachten.
    -Clienten worden gevraagd om een persoon te tekenen en vervolgens een persoon van het tegenovergestelde geslacht. Vervolgens wordt gevraagd om een verhaal te bedenken bij deze persoon.
    -Nadeel: Test wordt als onbetrouwbaar gezien en afgeraden.
    -DAP kan beter worden gebruikt voor screening van gedragsstoornissen en emotionele problemen (DAP:Screening Procedures for Emotional Disturbance).
  • House-Tree-Person Test (H-T-P)
    -Een projectieve expressie test vergelijkbaar met de DAP. Doel is een huis, boom en persoon te tekenen. Voor elk thema wordt een tekening gemaakt met pen en met krijtjes.
    -Interpretatie berust op drie assumpties: tekening geeft informatie over de thuissituatie/relatie, de ervaring van de omgeving en de interpersoonlijke relaties van de persoon zelf.
    -Deze testen worden vaak als hulpmiddel gebruikt om hypotheses op te stellen. Nadeel is dat de HTP moeilijk te onderzoeken is op validiteit.
  • THEORIE-GEBONDEN TESTEN
    Personality Research Form (PRF)

    State-Trait Anxiety Inventory (STAI)
  • Personality Research Form (PRF)
    -Gebaseerd op de manifest needs van Murray. Wordt vooral gebruikt bij studenten. Het doel is om specifieke persoonlijkheidseigenschappen te meten.
  • State-Trait Anxiety Inventory (STAI)
    -Self-report meting voor angst. Het doel is om een onderscheid te maken tussen tijdelijke angst en de karaktereigenschap van angst. Tijdelijke angst wordt veroorzaakt door een transitionele emotionele staat met gevoelens van gespannen etc.  De karaktereigenschap van angst is een relatief stabiele eigenschap die verschilt per persoon. Dit patroon is terug te zien in de test-hertest betrouwbaarheid van beide schalen.
    -Normatieve data is verkregen van een diverse populatie.
    -Wordt veel gebruikt in onderzoeks en klinische omgevingen, zoals zwangere vrouwen, voortgang bij cliënten in behandeling en mentale stoornissen bij ouderen.
  • FACTOR ANALYSE INVENTORIES
    Eysenck Personality Questionnaire (EPQ)

    Comrey Personality Scales (CPS)
  • Eysenck Personality Questionnaire (EPQ)
    -Is ontworpen om de belangrijkste dimensies van normaal en abnormaal persoonlijkheid te meten. Gebaseerd op factor analyse van leren en conditioneren.
    -Drie hoofdeigenschappen van persoonlijkheid: Psychoticisme, Extraversie, Neuroticisme. Validiteit kan worden getest door middel van een Leugen schaal. Antwoorden met waar/onwaar.
    -Twee versie beschikbaar jr 7-15 en 16+.
    -Hoge P score indiceert agressie, vijandelijk gedrag, impulsiviteit en problemen in empathie, en lage juist op interpersoonlijke sensitiviteit. Hoge E scores wijzen op luidruchtigheid, uitgaand, plezier-houdende personen, lage scores wijzen op introverte eigenschappen. Hoge N scores wijzen op zenuwachtigheid onstabiele emotionele persoonlijkheid en lage scores juist op stabiele en zelfverzekerdheid.
  • Comrey Personality Scales (CPS)
    -Een korte self-report inventory voor studenten en volwassenen. Deze test meet 8 persoonlijkheidschalen en twee validiteitsschalen.
    -De subschalen zijn: Vertrouwen/defensief, ordelijkheid/compulsief, sociale conformiteit/rebelsheid, actief/inactief, emotioneel stabiel/neurotisch, extraversie/introversie, mentaal sterk/sensitief, empathie/egocentrisch.
    -Scores zijn gestandaardiseerd met gegevens van studenten dus vooral geschikt voor deze subpopulatie.
    -Nadeel: verouderde standaardisatie.
  • CRITERION-KEYED INVENTORIES
    Minnesota Multiphasic Personality Inventory-2 (MMPI-II)

    Millon Clinical Multiaxial Inventory-III (MCMI-III)
  • Minnesota Multiphasic Personality Inventory-2 (MMPI-II)
    -566 item waar/onwaar persoonlijkheids inventory bedoeld als hulpmiddel voor psychiatrische diagnoses. Wordt tegenwoordig ook gebruikt om normale persoonlijkheid te meten.
    -Een van de populairste persoonlijkheidstesten. Doelgroep zijn personen met een leesvaardigheid van 6.5 jaar. Afname tijd is ongeveer anderhalf uur.
    -Subschalen zijn: Hypochondrie, depressie, hysterie, psychopathie, homoseksualiteit, paranoïde, schizofrenie, en manie (hypomanie). Daarnaast zijn er 4 validiteitsschalen (Niet ingevuld, L (defensief/naief), F (Slechte aanpassing/sociale alienatie etc.) en K (Subtiele vorm van defensiviteit)) en kunnen de scores omgezet worden tot talloze andere subschalen.
    -Standaardisatie is gebaseerd op een populatie die redelijk representatief is voor de algemene bevolking.
    -Scores worden geinterpreteerd op basis van code types. Het gaat hier om twee verhoogde scores op basis van een criterium of op basis van definitie waar twee of meer scores er uit springen bij de overige scores.
  • Millon Clinical Multiaxial Inventory-III (MCMI-III)
    -Deze test is ontwikkeld met hetzelfde doel als de MMPI-II. Heeft echter twee voordelen t.o.v. de MMPI namelijk: Veel korter (175 items) georganiseerd op een manier dat het gebruikt kan worden naast de DSM.
    -De eerste 11 schalen meten persoonlijkheidspatronen zoals narcisme en antisociale eigenschappen. De volgende 3 schalen meten ernstige pathologie zoals schizotypisch, borderline en paranoïde. 7 schalen meten klinische syndromen zoals angst en depressie. 3 schalen meten ernstige syndromen zoals gedachte stoornissen en grote depressie. Ten slotte zijn er 3 validiteitsschalen X (Disclosure), Y (Desirability), Z (Debasement).
     
  • (COGNITIEVE) GEDRAGSTHERAPIE & ASSESSMENT
    Behavioral Avoidance Test (BAT)

    Becks Depression Inventory (BDI)
  • Behavioral Avoidance Test BAT
    -Deze test wordt gebruikt om voortgang te meten bij cliënten die een exposure-based behandeling ondergaan voor een fobie. Er wordt gemeten hoe lang een client een angst-inducerende stimulus kan verdragen.
    -Naast een gedragscomponent zit er ook een cognitief component in de meting van deze test.
    -Nadeel: Demand characteristics is mogelijk en de tolerantie is ook deels gerelateerd aan de situationele context van assessing. Voorzichtigheid is nodig met het voortijdig eindigen van behandeling op basis van de BAT.
  • Becks Depression Inventory BDI
    -Een korte en simpele self report vragenlijst dat gefocust is op de cognitieve vertekeningen die vaak ten grondslag liggen bij een depressie.
    -21 items op een 4 puntschaal. afname duur 10 minuten. Zeer populaire test.
    -Combinatie van cognitieve, affectieve , somatische en prestatie componenten gerelateerd aan depressie.
    -De mate van depressie kan worden gecategoriseerd van normaal tot en met extreem ernstig.
    -Vooral handig in medische omgevingen waar depressie onopgemerkt blijft en een van de beste instrumenten om depressie en de ernst ervan te meten. Nadeel: Cliënten kunnen makkelijk liegen en sociaal wenselijke antwoorden geven.
  • GESTRUCTUREERDE INTERVIEW SCHEDULES
    Structured Clinical Interview for DSM-IV (SCID)
  • Structured Clinical Interview for DSM-IV (SCID)
    -Een familie van gestructureerde interviewinstrumenten. Er zijn meerdere versie beschikbaar voor Axis I en II diagnoses, psychotische symptomen, en voor non patiënten waar de kans voor een psychiatrische stoornis klein is.
    -Afname is gestructureerd in sequenties. De resultaten geven informatie of de criteria van de DSM-IV worden bevestigd.
  • ANALOGUE BEHAVIORAL ASSESSMENT
    Rapid Couples Interaction Scoring System (RCISS)
  • Rapid Couples Interaction Scoring System (RCISS)
    -Bij deze test observeert de onderzoeker de interactie tussen een stel in een natuurlijke omgeving. De RCISS meet gedrag van de spreker en luisteraar zowel verbaal als non-verbaal. Verschillende categorieën zoals humor, kritiek, beloften, onenigheid, compromissen, positieve oplossing, vragen, en lachen komen naar voren. Informatie is vooral relevant voor positieve vs negatieve affect.
    -Nadeel houdt niet goed rekening met tussen de lijnen lezen in de communicatie van stellen en er is weinig data over betrouwbaarheid/validiteit. 
  • Myers-Briggs Type Indicator
    -De MBTI is een self report geforceerde keuze vragenlijst dat de persoonlijkheid van individuen classificeert op basis van de theorie van persoonlijkheidstypes van Carl Jung.
    -De MBTI is de meest gebruikte individuele test in de geschiedenis bijna 2 miljoen individuen per jaar nemen deze test af. Het wordt veel gebruikt in consulting en organisationele  settingen.
    -Het komt in drie versies: Form M/G/Q.
    -Scores zijn gecategoriseerd in vier polarisaties voor een totaal van 16 verschillende persoonlijkheidstypen.
    oExtraversie-Introversie
    ▪Energie naar buiten gekeerd in conversaties en personen (E) of naar binnen gekeerd (I)
    oGevoeligheid-Intuïtie
    ▪Geeft twee tegenovergestelde manieren van waarnemen weer. (S) maakt gebruik van onmiddellijke sensoren terwijl (N) gebruikt maakt van de relatie en mogelijkheden die verder gaan dan bewustzijn.
    oDenken-voelen
    ▪(T) maakt gebruik van objectiviteit en logica terwijl (F) gebruik maakt van persoonlijke waarden en sociale harmonie.
    oJudging-Perceiving
    ▪(J) staat in relatie tot besluitvorming en closure en (P) staat voor open eindige flexibiliteit en spontaniteit.
    -Standaardisatie is gebaseerd op een grote hoeveelheid data en er zijn gegevens beschikbaar over de overeenkomst van bepaalde persoonlijkheidstypen in relatie tot banen.
    -De MBTI is redelijk stabiel, ongeveer de helft behoudt hun persoonlijkheidstype door de tijd heen.
    -Nadeel: De MBTI is een relatief dure test om af te nemen.
  • California Psychological Inventory
    -Een test ontwikkelt om de normaalheid van persoonlijkheid te meten. De CPI is een waar/onwaar vragenlijst.
    -Er is een online versie beschikbaar (CPI-260). Deze versie is makkelijker af te nemen en beschikt over een onmiddellijk computer gemaakt verslag.
    -De test bestaat uit 20 metingen van persoonlijkheid, 7 werk gerelateerde schalen en drie vectoren. Daarnaast zijn drie van de persoonlijkheidsschalen ook inzetbaar als validiteitsschalen. Deze zijn: Good Impression (sociaal wenselijke antwoorden), Communality (onvoorzichtigheid/malingering), Well-Being (checkt de aanwezigheid van serieuze emotionele problemen).
    -De vectoren zijn:
    oNaar buiten gekeerd (E)/Naar binnen gekeerd (I).
    oVoorkeur geven voor regels/Vraagtegens zetten bij regels.
    oZelfrealisatie of ego-integratie.
    -De vectoren wijzen op vier mogelijke levensstijlen waarvan de derde een moderende rol heeft op de expressie van elke levensstijl:
    oImplementers (extrovert en voorkeur regels)
    oSupporters (Introvert en voorkeur regels)
    oInnovaters (Extrovert en regel vragend)
    oVisualizers (Introvert en regel vragend)
    -De CPI is handig om psychologische/fysieke gesteldheid, educationele prestaties, effectiviteit van verschillende beroepen en leiderschap en management te voorspellen.
  • NEO Personality Inventory-Revised
    -Gebaseerd op het five-factor model of personality. Beschikbaar in twee parallelle vormen 240 items op 5 dimensies. Een extra drie items zijn beschikbaar om de validiteit te testen. Twee vormen Form S (selfreport) en Form R (Observer).
    -5 punt schaal van sterk oneens tot sterk eens.
    -NEO-PI-R is een excellente test om persoonlijkheid te meten en wordt veel gebruikt in persoonlijkheidsonderzoek. Daarnaast is de NEO-PI-R ook geschikt om klinische psychopathologie te meten. Zo scoren personen met borderline hoog op de dimensie Neuroticisme en zeer laag op agreeableness. Personen met ADHD scoren significant hoger op N en significant lager op C.
    -Nadeel: slechts drie items checken voor validiteit.
    -De NEO-PI-3  is een alternatieve versie voor studenten vanaf 12 jaar. Hierin zijn veelal moeilijke termen uit de vragen gehaald.
  • AANDACHTSTESTEN
    Test of Everyday Attention Children (TEA-CH)

    Continuous Performance Test (CPT)

    Speech Sound Perception Test

    Bourdon Vos
  • Test of Everyday Attention Children (TEA-CH)
    -Meet onderdelen van attentie (volhoudend, selectief, verdeeld, switchen).
    -Is gevalideerd met gegevens van TBI, CVA en alzheimer patiënten (Gevoelig voor effecten van TBI).
    -Normscores zijn gebaseerd op 154 gezonde individuelen tussen de 18 en 80 jaar.
    -Scores zijn gestandaardiseerd M10 SD3 (individuele en onderlinge sterke en zwakke gebieden in attentie kunnen dus vastgesteld worden).
  • Continuous Performance Test (CPT)
    -Gebaseerd op het onderzoek van Rosvold, Mirsky en Sarason. Hun onderzoek ging over het meten van volhoudendheid van aandacht ofwel vigilantie en inhibitie.
    -Er zijn twee soorten fouten. Errors of ommision = falen van reageren op stimuli, Errors of commision = reageren op een nontarget stimuli.
    -Gevoelig voor groot aantal belemmering in de hersenen zoals: hyperactiviteit, effecten van drugs, schizofrenie, overte brein schade (NIET voor diagnose ADHD).
    -Computer versie beschikbaar (Intermediate Visual and Auditory CPT)
    -Korte duur 15-20min.
  • Speech Sound Perception Test
    -Onderdeel van de Halstead-Reitan Test battery
    -Meet aandacht en auditieve-visuele synthese.
  • Bourdon Vos
    -Meet aandacht (Info komt uit JeugdPD opdracht 2).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.