Summary Class notes - Psychogerontologie

Course
- Psychogerontologie
- Blazer
- 2014 - 2015
- ou
- Psychologie
252 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Psychogerontologie

  • 1420066800 H1 demografie en epidemiologie

  • Waar leggen etiologische studies de nadruk op?

    Erfelijke factoren:de erfelijke vorm van Alzheimer wordt geassocieerd met een vroeger begin van de ziekte. Ook wordt een relatie verondersteld tussen een vroeg begin van Alzheimer en het Down-syndroom, wellicht door gemeenschappelijke biologische mechanismen. Storingen in het immuunsysteem en het toegenomen risico op Alzheimer.


    Omgevingsfactoren: voedingspatroon, alcoholgebruik. Oestrogeen beschermt tegen Alzheimer, maar de studies spreken elkaar tegen.


    Sociale factoren: zowel psychische stoornissen als symptomen die horen bij de ouderdom, kunnen verschillende oorzaken hebben en deze factoren kunnen invloed op elkaar hebben en tot verschillende uitkomsten leiden.
  • Het sociale netwerk van ouderen blijft ongeveer hetzelfde. Uitzonderingen daargelaten. Wat is de reden en welke mensen gaan er wel flink op achteruit in hun sociale netwerk?
    Ouderen die zeer ernstige gezondheidsklachten krijgen en zelf niet meer in staat zijn bij anderen op bezoek te gaan. Dit leidt soms – met name in het laatste levensjaar - tot een verkleining van het netwerk. Een plaatsing in een verzorgingstehuis kan echter juist weer zorgen tot meer sociale contacten en minder eenzaamheid.
  • Wat is de genetische theorie over verouderen. Wat de toevalstheorie en wat de orgaantheorie? 
    Genetische theorie: genen (dragers van de erfelijke eigenschappen) zouden een doorslaggevende rol spelen bij veroudering. Na een periode van groei en ontwikkeling volgt veroudering. Deze volgorde ligt vast in een genetische code. Veroudering is dus geprogrammeerd door een soort pacemaker of biologische doodsklok. De mens sterft wanneer het 'zijn tijd' is.



    De toevalstheorieën gaan ervan uit dat talloze beschadigingen door de buitenwereld of door fouten binnen het organisme zelf het leven bedreigen en dat indien er maar voldoende schade is aangericht de dood het gevolg is. Een theorie stelt dat vooral de DNA-beschadigingen de boosdoeners zijn. Zo veroorzaakt ultraviolet licht al zo'n 40.000 DNA-beschadigingen per huidcel. Ondanks verwoede reparatiepogingen delft het lichaam het onderspit, vooral als op oudere leeftijd dit reparatiesysteem minder werkt.


    De orgaantheorieën stellen dat het afweersysteem op oudere leeftijd gaat falen en de mens sterft aan een te zwakke verdediging van het lichaam. Wat deze theorie weer ondergraaft is het feit dat veroudering en sterfte ook optreden bij dieren die geen of een primitief afweersysteem bezitten.
  • Uit welke elementen bestaat de diagnostische work-up van oudere volwassenen?
    - geschiedenis
    - medische geschiedenis
    - familie assessment
    - onderzoek naar mentale status
    - meetschalen en gestructureerde interviews
    - effectieve communicatie met de oudere
  • Wat zijn de belangrijke doelen bij een familie assessment?
    Belangrijke doelen om tot een uitgebreide familie assessment te komen zijn:
    • bepalen van de aard van de familiestructuur in interactie;
    • de aan- of afwezigheid van een crisis in de familie;
    • de aard en hoeveelheid van de beschikbare sociale steun voor de oudere.
    Wat dit laatste betreft, is het een belangrijke taak voor de clinicus om de sociale steun vanuit de familie te faciliteren. Als het behandelingsplan vordert, moet hij rekening houden met 4 parameters: 1. beschikbaarheid van familieleden voor de oudere door de tijd heen; 2. concrete diensten die familie kan leveren (vervoer, verpleging, administratie, boodschappen) 3. hoe de oudere de steun ervaart; 4. tolerantie door familie van gedrag dat te maken heeft met de stoornis van de oudere.
  • Artikel: wat is een quasi-experiment?
    Bij dit design zijn de groepen bij het experiment ingedeeld op bepaalde karakteristieken. Er is dus geen complete 'at random' situatie. Reden: zo is het makkelijker om bepaalde variabelen (bijvoorbeeld leeftijd) weg te laten om zodoende de afhankelijke variabel en de meetwaarden te verklaren.
  • Wat is het doel van longitudinale studies?
    Het onderzoeken van een langere tijdsvlak. Onderzoekers zijn ervan overtuigd dat mensen veranderen naarmate hun intrinsieke 'aging/veroudering' is opgetreden in verloop van tijd. Wanneer je bij een reünie komt, zijn er altijd mensen veel veranderd. Juist die tussenliggende periode is belangrijk bij een longitudinale studie.
  • Artikel: wat is selectieve attritie/uitval?
    Heeft ook een beetje te maken met survival of the fittest. Iedereen veroudert anders. Een succesvolle veroudering hangt bij longitudinaal onderzoek vaak samen met gezondheid, sociale contacten, IQ en huwelijk. Terwijl bij cross-sectioneel leeftijd weer een rol speelt. Wanneer mensen minder succesvol verouderen, zullen zij eerder geneigd zijn uit te vallen bij het onderzoek. Tevens kunnen mensen letterlijk wegvallen, ze overlijden.
  • En wat houdt het 'oefeneffect/ practice effect' in? (tentamen!)
    Mensen hebben veel tijd om te oefenen, zeker bij een longitudinaal onderzoek. Om dit te vermijden kan een onderzoeker verschillende/ alternatieve testen gebruiken.
  • Wat is het doel (en de valkuil) van cross-sectioneel onderzoek?
    Cross-sectioneel onderzoek is onderzoek waarbij men cohorten die elkaar opvolgen in de tijd gelijktijdig onderzoekt. Het doel is het beschrijven van leeftijdsverschillen op een bepaald moment, maar aangenomen wordt dat prestatieverschillen tussen leeftijdsgroepen het resultaat zijn van wijzigingen geassocieerd met het verouderingsproces. Dit proces is dus niet gemeten  bij een cross-sectioneel onderzoek.
  • Wat is een oplossing voor de beïnvloeding van cohorteffecten?
    Sommige onderzoekers gebruiken drie verschillende groepen bij hun onderzoek: jongvolwassenen, middelbare leeftijd, ouderen. youg adults, middle-age and older adults.  Leeftijd: middelbare leeftijd 45-60 jaar en ouderen 60+. Deze groepen worden onderling vergeleken.
  • Wat is het sequentiële model?
    Dit design bevat een combinatie tussen de variabelen leeftijd, cohort en tijdstip van meting. Dit onderzoek/ de metingen vindt op verschillende momenten plaats.
  • Wat is het cohort-sequentieel design (meest effectieve manier van meten)?
    Het cohort-sequentiële design combineert de praktische voordelen van een cross-sectioneel design met de conceptuele voordelen van een longitudinaal design. Een longitudinaal design volgt één enkel cohort longitudinaal, waardoor het onmogelijk is om leeftijdseffecten van cohorteffecten te onderscheiden (Miyazaki & Raudenbush, 2000). Omdat in een cohort-sequentieel design niet slechts één, maar meerdere leeftijdscohorten longitudinaal worden gevolgd, is het mogelijk om te controleren voor cohorteffecten, wat een belangrijk voordeel is ten opzichte van een longitudinaal design. Deze cohorten overlappen, waardoor de onderzoeker kan vaststellen of er sprake is van één gemeenschappelijke groeicurve (Duncan, Duncan, Strycker, Li &  Alpert, 1999).
  • Wat is een multivariate ontwerp?
    Hierbij kunnen meerdere variabelen op verschillende manieren getest worden. Bijvoorbeeld de invloed van sterfte op de religie-participatie, in combinatie met leeftijd, geslacht, BMI, depressie etc.

    Er is vaak sprake van het meten van een modererend effect.
  • Wat zijn de kenmerken van een laboratorium studie?
    Participanten worden getest in een systematische, gestandaardiseerde procedure; dezelfde behandeling, hetzelfde testbatterij, dezelfde data-analyse. Positief: objectieve manier. Negatief: niet persoonlijk en voor de een kan het gebruikte testmateriaal/ testmethode heel onprettig zijn en voor een ander juist niet.
  • Wat zijn valkuilen bij archiefonderzoek en survey?
    Gelimiteerde kwaliteit, geen controle over hetgeen geschreven is, eventuele biases.
  • Wat maakt een casestudie bijzonder? En wat is hierbij een valkuil?
    Een casestudie (data uit interviews, observaties, archiefstudie, dagboeken etc.) is een bijzondere vorm van kwalitatief onderzoek. Bij een casestudie is er slechts één onderzoekseenheid. Bij kwalitatief onderzoek zijn er een beperkt aantal onderzoekseenheden en bij kwantitatief onderzoek zijn dat er veel (ongeveer vanaf 30 onderzoekseenheden). Valkuil: het gehele onderzoek is afhankelijk van de beoordeling van 1 onderzoeker. Dus hoog gekwalificeerd personeel is hierbij een aanrader.
  • Nog even de  validiteit op een rijtje ...
    1. Inhoudsvaliditeit (content validity)Inhoudsvaliditeit gaat over in hoeverre het concept dat je wilt meten daadwerkelijk wordt gemeten in het onderzoek. Het gaat om de vraag of de test een representatieve afspiegeling is van het kennisdomein van het te onderzoeken concept. Het gaat er dus bijvoorbeeld om dat de test volledig is; alle dimensies van het concept moeten worden onderzocht. (Bij 'agressiviteit' heb je bijvoorbeeld de dimensies 'fysiek' en 'verbaal').


    2. Criteriumvaliditeit (criterion validity)
    Bij criteriumvaliditeit wordt de validiteit bekeken door de relatie te vergelijken met een extern criterium. Deze vorm van validiteit beschouwt hiermee in welke mate de test te voorspellen is.
    Er zijn twee vormen die je aan criteriumvaliditeit kunt toewijzen:

    • Predictieve validiteit: validiteit die gaat over hoeverre de test kan voorspellen wat het in theorie moet kunnen voorspellen.
    • Concurrent validiteit: validiteit die beschouwt in hoeverre de resultaten samenhangen met gelijktijdig beschikbare criteriumgegevens.


    3. Constructvaliditeit / begripsvaliditeit (construct validity)Constructvaliditeit is gebaseerd op de logische relaties die er zijn tussen variabelen. Hiermee kun je zien of de resultaten wel dergelijk een indicator zijn voor het begrip dat je wilt meten.
    Er zijn twee vormen van constructvaliditeit te benoemen:

    • Convergente constructvaliditeit: validiteit waarmee wordt bepaald of een gemeten variabele positief correleert met variabelen zoals theoretisch verwacht mag worden.
    • Discriminante constructvaliditeit: validiteit waarmee wordt bepaald of een gemeten variabele negatief correleert met variabelen zoals theoretisch verwacht mag worden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de effecten van ouder worden op farmacokinetiek en farmacodynamie? Tentamen
Geriatrische richtlijnen: Farmakinesie (absorptie, sterkte medicijnen, halfwaardetijd): Leeftijd heeft geen effect op absorptie. Sterkte van medicijnen is bij ouderen minder, omdat zij minder lichaamsmassa en lichaamswater hebben, dus er is minder sterke medicatie nodig. Minder leverwerking, dus het duurt langer voordat medicijn lichaam uit is, verbranding gaat minder snel.
Farmacodynamiek (effect medicijn): ouderen reageren gevoeliger op medicatie, daarom lage dosering nodig.
Welke aandoeningen horen bij het zien?
Presbyopie: een toestand waarbij de lens niet meer van vorm kan veranderen. Hierdoor wordt het focussen op voorwerpen dichtbij moeilijker.
Lenstroebeling (cataract): de lens wordt troebel, waardoor je minder licht opvangt. Ouderen kunnen zich moeilijker aan licht aanpassen. Dit is een natuurlijk proces.

Maculadegeneratie: een aandoening van de gele vlek, het gedeelte van het netvlies dat verantwoordelijk is voor het centrale gezichtsvermogen (dat waarop je focust).
Wat is de genetische theorie over verouderen. Wat de toevalstheorie en wat de orgaantheorie? 
Genetische theorie: genen (dragers van de erfelijke eigenschappen) zouden een doorslaggevende rol spelen bij veroudering. Na een periode van groei en ontwikkeling volgt veroudering. Deze volgorde ligt vast in een genetische code. Veroudering is dus geprogrammeerd door een soort pacemaker of biologische doodsklok. De mens sterft wanneer het 'zijn tijd' is.



De toevalstheorieën gaan ervan uit dat talloze beschadigingen door de buitenwereld of door fouten binnen het organisme zelf het leven bedreigen en dat indien er maar voldoende schade is aangericht de dood het gevolg is. Een theorie stelt dat vooral de DNA-beschadigingen de boosdoeners zijn. Zo veroorzaakt ultraviolet licht al zo'n 40.000 DNA-beschadigingen per huidcel. Ondanks verwoede reparatiepogingen delft het lichaam het onderspit, vooral als op oudere leeftijd dit reparatiesysteem minder werkt.


De orgaantheorieën stellen dat het afweersysteem op oudere leeftijd gaat falen en de mens sterft aan een te zwakke verdediging van het lichaam. Wat deze theorie weer ondergraaft is het feit dat veroudering en sterfte ook optreden bij dieren die geen of een primitief afweersysteem bezitten.
En dan zijn er nog de Hemifaciale spasmen. Wat is dat? Tentamenvraag
Hemifaciale spasmen
worden gekenmerkt door enkelzijdige contracties in het gelaat die meestal beginnen rond het oog en zich in de loop van jaren uitbreiden tot de wang en de bovenzijde van de hals. Oorzaak ligt waarschijnlijk in het contact van een slagadertje met de nervus facialis, de zenuw die de motoriek van het gelaat verzorgt. Injectie metbotulinum-toxine is effectief maar niet permanent.
Wat houdt 'parafrenie' in? Tentamenvraag
Ongeveer hetzelfde als: waanstoornis. Wel wat complexer.

De term ‘parafrenie op latere leeftijd’ werd altijd gebruikt om een psychose te identificeren die op latere leeftijd begint en om die conditie te onderscheiden van zowel chronische schizofrenie als dementie.

De term ‘parafrenie’ werd gebruikt voor een kleine groep patiënten die paranoïde wanen hadden maar toch jarenlang goed konden functioneren in de maatschappij. Hij zag dat het vooral om vrouwen ging die alleen wonen.
Wat is het meest dominante kenmerk van Alzheimer? Wat blijft  intact?
Het meest dominante kenmerk van Alzheimer is een diepgaande beperking van het korte-termijngeheugen. Taalbegrip blijft intact. 
Wat is een goede behandeling voor tics?

Behandeling: vooral antipsychotica.
Wat zijn de Tardieve bewegingsstoornissen? (tentamen over kauwen?)
Hyperkinetische bewegingen die zich ontwikkelen na langdurige blootstelling aan dopamine receptorblokkerende medicijnen en antipsychotica. Oudere vrouwen lijken er het meest gevoelig voor.
Tardieve dyskinesie manifesteert zich typisch als grimassen trekken, tong uitsteken; smakgeluiden maken met de lippen; de mond samentrekken; knipperen met de ogen; onregelmatig ademhalen; brommen en kauwgeluiden maken. Verdwijnt tijdens slaap. Daarnaast kan de patiënt de armen, benen of romp ongecoördineerd bewegen, of vreemde vingerbewegingen maken alsof hij of zij een onzichtbare gitaar of piano bespeelt.
Tardieve dystonie door chronisch gebruik van dopamine receptor blocking agents, kan de nek aantasten (retrocollis) en de ledematen.
Tardieve acathisie:mensen met acathisie hebben last van innerlijke onrust en kunnen niet of met moeite stil blijven zitten of staan. De verschijnselen hierbij zijn dan ook: onrustig draaien/bewegen, tikken met de voet of vingers, marcheren en doelloos heen en weer lopen. Typisch is het constant zwaaien en wippen met de benen als iemand zit en constant van het gewicht van de ene naar het andere been verplaatsen bij het staan.
Hoe zit het met het gehoor en ouder worden? (tentamen)
- afname lage en hoge tonen
- afname neuronen CHOCHLEAN Er is sprake van een perceptief verlies wanneer het probleem zich voordoet in het slakkenhuis (cochleair gehoorverlies). Dit doet zich voor bij beschadiging van de (buitenste en/of binnenste) haarcellen. Of wanneer het probleem zich voordoet in het auditieve zenuwstelsel.

Atrofie van de choclea: niet meer kunnen herkennen wat er gezegd wordt.
En wat houdt het 'oefeneffect/ practice effect' in? (tentamen!)
Mensen hebben veel tijd om te oefenen, zeker bij een longitudinaal onderzoek. Om dit te vermijden kan een onderzoeker verschillende/ alternatieve testen gebruiken.