Summary Class notes - Psychologie in de gezondheidszorg

Course
- Psychologie in de gezondheidszorg
- Alberdina
- 2016 - 2017
- NTI
- Toegepaste Psychologie
243 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Psychologie in de gezondheidszorg

  • 1470002400 1 Psychologie in de gezondheidszorg

  • 1.3. Welke ontwikkelingen zijn er oa te noemen in de gezondheidszorg?
    1) toegenomen belang van chronische ziekten 
    2) de aandacht voor kwaliteit van leven ( bijv behouden van zoveel mogelijk autonomie )
    3) belang van niet direct aanwijsbare somatische oorzaken van klachten
    4) van biomedisch perspectief naar biopsychosociaal
    5) Bij chronische aandoeningen, patient helpen leren leven hiermee
    6)  Aard van aandoeningen waarmee de gezondheidszorg wordt geconfronteerd ( door toenemende vergrijzing, langere levensverwachtingen, toename lichamelijke aandoeningen schijnbaar zonder organische verklaring ( somatoforme stoornissen ) )
    7) bekijk figuur 1.1 op blz 4
  • 1.4. De rol van de psycholoog in de geneeskunde. Aanvankelijk werd er in de psychosomatische geneeskunde onderscheid gemaakt tussen echte psychosomatische aandoeningen en andere ziekten, als kanker en infectieziekten, die duidelijk niet als psychosomatisch werden aangemerkt. Dit onderscheid is niet langer houdbaar door de inzichten die zijn opgedaan door stressonderzoek en psychoneuro-immunologie. Immers, ons afweersysteem is belangrijk bij de ontwikkeling van tal van aandoeningen, waaronder infectieziekten, kanker en auto-immuunziekten. Psychosociale factoren zijn dan ook wel van belang bij het ontstaan van en beloop van verreweg de meeste somatische aandoeningen. 
    - Psychosomatiek heeft in sommige kringen een negatieve connotatie, hoe wordt het ook genoemd? 
    biopsychosociale geneeskunde; hiermee wordt aangegeven dat men zich bewust is van het samenspel van de verschillende invloeden op het ontstaan en beloop van somatische ziekteprocessen
  • 1.4. Stress een gezondheid. Stress kan zich op vier manieren manifesteren:
    1) Als lichamelijke of fysiologische stressreacties ( oa veranderingen in bloeddruk, hartslag en / of stresshormonen
    2) Als emotionele stressreacties ( zoals gevoelens van frustratie, depressie, angst, hulpeloosheid )
    3) Als veranderingen in cognitief functioneren ( zoals stoornissen in het denken, geheugen, informatieverwerking en concentratievermogen )
    4) Als gedragsveranderingen ( zoals vermijden van situaties, en / of sociale contacten, roken, drinken, agressie, arbeidsverzuim )
  • 1.4. Wanneer de blootstelling aan stressbronnen aanhoudt, kan dit resulteren in het ontstaan van gezondheidsklachten. Specifiek voor de gezondheidszorg zijn de volgende effecten van stress van belang:
    - Stress staat een adequate informatieoverdracht van arts op patient in de weg;
    - Stress maakt dat mensen zich ziek voelen, zonder dat er sprake hoeft te zijn van echte ziekte, in dat geval wordt er dus feitelijk onnodig een beroep gedaan op de gezondheidszorg;
    - stress bevordert dat mensen daadwerkelijk psychisch of lichamelijk ziek worden;
    - stress heeft negatieve gevolgen op het beloop en herstel van ziekte;
    - stress interfereert met de effectiviteit van medische interventies.
  • 1.4. lees van de kolom Stress en Gezondheid het gedeelte wat op blz 7 staat.
  • 1.4. Wat leerden de behavioristen ons over ziekte?
    Fysiologische problemen en ziekte ( of beter zich ziek voelen ) kunnen ook beschouwd worden als gedrag. Zieke kan gebruikt worden als communicatiemiddel of als methode om andere problemen het hoofd te bieden ( gezondheidsklachten als coming ). De consequentie hiervan is dat pathofysiologische processen en ziekte(gedrag) aan- en af te leren is. Dit biedt handvatten voor interventies en geldt vooral ziektes die medisch niet te plaatsen of onbegrepen zijn.
  • waar richtte behavioral medicine zich op? Behavioral health?
    - van origine, met behulp van gedragstherapeutische technieken, op de preventie, diagnose en behandeling van somatische aandoeningen of fysiologisch disfunctioneren. 
    - Behavioral health kan worden gezien als interdisciplinaire subdiscipline binnen de behavioral medicine, die zich vooral bezighoudt met handhaving van gezondheid, de preventie van ziekte en disfunctioneren van ( nog) gezonde individuen.
  • 1.4. In veel modern onderzoek en vooral wanneer het gaat om interventies bij pijnpatienten, is men niet meer geïnteresseerd in de persoonlijkheid. Men onderscheid vier niveau's:
    1 Nociceptie
    2 pijn gewaarwording
    3 pijnbeleving
    4 pijngedrag
  • lees blz 8 en 9
  • De taak van de klinisch psycholoog van een multidisciplinair team is vooral gegevens van de patiënt verzamelen uit drie domeinen: biologisch, psychisch & sociaal, deze te integreren met als een begrip te krijgen van de patiënt met zijn gezondheidsklacht. De onderlinge factoren moeten in kaart worden gebracht teneinde een waardevolle bijdrage te leveren aan een juiste diagnose en een doelmatig behandelplan. Klinisch psychologen behandelen, begeleiden, voeren differentiële diagnostiek, adviseren en geven psycho-educatie.
  • 1.6. Diagnostiek. Over welke inzichten moet een gezondheidszorg psycholoog beschikken om psychosociale determinanten van gezondheid en ziekte te kunnen opsporen?
    - Inzicht in gedrag en psychosociale factoren die van invloed zijn op het ontstaan en beloop van ziekten; in factoren die het effect van een mediache behandeling ( on)gunstig beïnvloeden en die ertoe bijdragen dat mensen zich ziek voelen ( zonder het ook te zijn en daarom onnodig hulp zoeken );
    - Inzich in de psychologische en psychobiologische mechanismen die van belang zijn voor bovengenoemde relaties;
    - Inzicht in hoe patienten hun ziek-zijn beleven en hoe zij het contact met de gezondheidszorg ervaren;
    - Inzicht in de determinanten van gezondheids- en ziektegedrag en kennis van gender- en cultuurverschillen met betrekking tot bovengenoemde thema's. 
  • 1.6. Diagnostiek. Belar en Park maken onderscheid in een viertal domeinen waarover tijdens de assessmentprocedure informatie verzameld moet worden:
    1 het biologische of fysieke domein
    2 het affectieve domein
    3 het cognitieve domein
    4 het gedragsmatige domein.
  • Schrijf op wat de viertal domeinen behelzen waarover in de assessmentprocedure informatie verzamelt moet worden.
  • 1.6. Welke concrete vraagstellingstypen kan de assessment betreffen? ( blz 13 )
    - Beschrijving: wat voor iemand is de patiënt?
    - onderkenning: wil de patiënt met zijn ziekte iets communiceren? hoe is de relatie met zijn omgeving?
    - Verklaring: is er een verklaring waarom hij juist op dat moment ziek werd? is er een verklaring waarom deze patiënt juist deze klachten ontwikkelde?
    - voorspelling: wat moet er gebeuren om verdere problemen te voorkomen?
    - indicatie: hoe kan de patient het beste worden geholpen?
    - Evaluatie: wordt deze patiënt adequaat geholpen?
  • Van welke bronnen kan gebruik worden gemaakt voor de diagnostiek van de individuele patiënt?
    gegevens uit medische archieven
    observaties
    interviewtechnieken
    klinische tests ( beoordelingsschalen, vragenlijsten, dagboekmethoden )
    psychometrische testmethoden
    psychofysiologische meetmethoden
  • Naast kennis van toepassing en interpretatie van standaard psychologische testmethoden voor het vaststellen van persoonlijkheid, psychische gesteldheid en bijvoorbeeld intelligentie, is het voor de klinisch gezondheidspsycholoog van belang over kennis te beschikken van assessment van, oa:
    stressoren, sociale steun, kwaliteit van leven, leefstijl, therapietrouw, ziektecognities en pijn
  • Bestudeer blz 14 en 15 over de DSM
    & blz 16 & 17 over het behandelplan
  • 1.7. patientgerichte interventies. Noem een patientgerichte interventie op het biologische domein
    biofeedback om lichamelijke response te reguleren: hartslag, bloeddruk, spierspanning
  • 1.7. noem een patientgerichte interventie op het affectieve domein ( stemming en emotioneel welbevinden beïnvloeden )
    - ontspanningstechnieken: auto gene training, zelfhypnose, systematische desensitisatie ( contra-indicatie bij bloed- en naaldfobie )
    - biofeedback
  • 1.7. patientgerichte interventie binnen het cognitieve domein:
    - Rationeel Emotieve Therapie ( wijzigen van irrationele gedachten, ideeën veronderstellingen, zelfcommunicaties  en filosofieën die iemand heeft over zichzelf, anderen en situaties )
  • 1.7. welke vijf dimensies kunnen er globaal onderscheiden worden bij ziektecognities?
    1) oorzaak: wat heeft de klachten doen ontstaan?
    2) identiteit: wat betekenen de klachten precies?
    3) tijdsdimensie: hoelang zal het gaan duren?
    4) beheersbaarheid / geneesbaarheid van klachten: gaan de klachten vanzelf over of is er behandeling mogelijk en nodig?
    5) gevolgen: welke invloed heeft de ziekte op mijn zelfbeeld, sociale leven, werk, enzovoort.
  • 1.7. Patientgerichte interventies binnen gedragsdomein
    Selfmonitoring
    Assertiviteitstraining
    stressmangementprograzmma's
  • Lees op blz 19 & 20 stressmanagement: een integrale behandeling
  • 1.7. Wat zijn omgevingsgerichte doelen? En noem een aantal voorbeelden.
    Omgevingsgerichte doelen omvatten gezin, gezondheidszorgsysteem en socio-culturele context. Ook hier kunnen interventies gericht zijn op het affectieve, cognitieve en gedragsdomein en op materiële domeinen.

    Gezxinsinterventies:
    - binnen het affectieve domein kan men denken aan ondersteunende psychotherapie om de huisgenoten te leren om te gaan met gevoelens die worden teweeggebracht door de ziekte van de patiënt
    - binnen het cognitieve domein kan worden gedacht aan het bevorderen van realistische en zo mogelijk probleemoplossendgerichte denkwijzen
    - het trainen van gezinsleden in het geven van sociale steun en steunend omgaan met de ziekte valt onder het gedragsdomein
    - gezinsinterventies kunnen eveneens gericht zijn op de materiële aspecten ( aanpassing woonruimte, voorzieningen )

    Gezondheidszorgsysteem:
    - Interventies die gericht zijn op het faciliteren van de therapeutische relatie tussen hulpverleners en patiënt ( affectief domein )
    - het geven van relevantie informatie, consultatie en educatie ter bevordering van een gepaste attitude van hulpverleners ( cognitief domein )
    - interventies gericht op het gedrag van de hulpverleners ( communicatie, informatievoorziening, toelichting bij medicatie ) ( Gedragsdomein )
    - interventies van belang voor het verkrijgen van noodzakelijke voorzieningen en het creëren van privacy ( materieel domein )

    Sociale en culturele context
    hierbij moet men vooral denken aan interventies gericht op het sociale netwerk van de patiënt, diens werkomgeving, publieksvoorlichting om mythen en stereotypen uit te bannen, sociale wetgeving en politieke besluitvorming
  • 1.8. lees de conclusie op blz 21
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de toelatingseisen voor de opleiding GZ- psycholoog?
Wettelijke voorwaarde voor toelating tot de opleiding is een doctoraal examen psychologie, pedagogische wetenschappen of gezondheidswetenschappen met als afstudeerrichting geestelijke gezondheidskunde. Hierbij moeten de volgende opleidingsonderdelen aantoonbaar op doctoraal niveau zijn behaald:
- klinische psychology of orthopedagogiek;
- persoonlijkheidsleer;
- ontwikkelingspsychologie;
- psychopathologie;
- neuropsychologie;
- diagnostische modellen en processen;
- behandelingsmodellen en strategieen;
- organisatie van de gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en jeugdhulpverlening;
- juridische aspecten van de hulpverlening;
- gespreksvoering, observatie en rapportage;
- het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek;
- stage van ten minste 520 uren, bestaande uit diagnostiek, indicatiestelling en behandeling.

Tav het onderdeel psychodiagnostiekgeldt vanaf 2001 de eis dat naast een verplicht aantal studiepunten ook de basisaantekening psychodiagnostiek van het NIP of de BBR-D-aantekening van de NVO moet zijn behaald of dat aangetoond moet worden dat drie diagnostische casussen door een erkend supervisor als voldoende zijn beoordeeld. 
In artikel 11 van het Besluit GZ-psycholoog van 1998 worden de psychologische behandelingen als volgt omschreven:
1) De psychologische behandelingsmethoden houden in:
- het ten behoeve van de behandeling tot stand bergen van een relatie met de patiënt door de GZ-psycholoog, alsmede het onderhouden van deze relatie;
- het bewerkstelligen van gedragsveranderingen die leiden tot vermindering van klachten;
- het in contact brengen van de patiënt met zijn gevoelens en betekenisverlening;
- het beïnvloeden van de positie van de patiënt in de sociale omgeving waarbinnen de stoornis of klacht is ontstaan of die een rol speelt bij het instandhouden ervan;
- het met het oog op de klachten van de patiënt begeleiden van diens naaste betrekkingen

2 de Methoden, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op het wetenschapsgebied van de psychologie en de orthopedagogiek en worden steeds toegepast op basis van psychodiagnostiek en indicatiestelling.
Wat zijn de taken van de GZ-psycholoog?
psychodiagnostiek, indicatiestelling, psychologische behandelmethode ( o.m. psychotherapeutische technieken ) en overige professionele taken, zoals voorlichting, consultatie en preventie

behandelingsmethoden: advisering, begeleiding, directieve therapie, gesprekstherapie en spelbegeleiding, systeembegeleiding, mediatietherapie, vaardigheidstraining, begeleiding van andere beroepsbeoefnaren, methodisch groepswerk, bevordering van leefklimaat en casemangement
Hoe zijn de tuchtnomren in de wet omschreven?
- handelen of nalaten van handelen in strijd met de zorg die de geregistreerde zorgverlener als goed beroepsbeoefenaar behoort te betrachten ten opzichte van de patiënt en de naasten van de patiënt;
- enig ander handelen of nalaten daarvan in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg
Wat zijn de voornaamste onderdelen van de Wet Big?
- het deskundigheidsgebied
- de registratie
- periodieke herregistratie
- regeling van specialismen
- toelating van buitenlandse gediplomeerden
- voorbehouden handelingen
Welke beroepen krijgen titelbescherming in wet BIG?
Er zijn twee regelingen: zware regeling en lichte regeling. De rechtsgevolgen voor de twee regelingen verschillen.

Beroepen die een titelbescherming krijgen volgens art.3 van de Wet Big ( zware regeling ) zijn:
- arts
- apotheker
- tandarts
- verloskundige
- verpleegkundige
- fysiotherapeut
- GZ - psycholoog
- psychotherapeut

Beroepen die in de lichte regeling vallen:
- ziekenverzorger
- klinisch chemicus
- apothekersassistent
- alle paramedici behalve fysiotherapeut
- radiodiagnostisch laborant
Wat is de bologna declaratie?
hierbij verplichten europese landen zich hun wetenschappelijke en hogere beroepsopleidingen in te richten volgens een model van een driejarige studie die leidt tot het Bachelor diploma
Welke wetten zijn er sinds 1994 in het leven geroepen? En met welke krijgt de psycholoog te maken?
- Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen ( WOPZ )
- Wet Kwaliteit Zorginstellingen ( WKI )
- Wet Klachtrecht Clienten Zorgsector ( WKZ )
- Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst ( WGBO ) 
- Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg ( BIG )

De psycholoog krijgt naar gelang zijn werkveld te maken met deze wetten.
Wat zijn kernbegrippen die te maken hebben met ethiek bij de uitoefening van het beroep van psycholoog in de gezondheidszorg? Bedenk bij ieder begrip wat het betekent of lees erover vanaf blz 377
- het begin van een professioneel contact
- eenduideige relaties
- seksuele relaties
- dossier ( vorming )
- vertrouwelijkheid
- intervisie, supervisie, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
- rapportage
- uitspraken over derden
- vertegenwoordiging van cliënten
- raadplegen van collega's 
Welke vier basisprincipes kent de NIP code?
1 integriteit
2 respect
3 deskundigheid
4 verantwoordelijkheid