Summary Class notes - receptor farmacology

Course
- receptor farmacology
- nvt
- 2018 - 2019
- Rijksuniversiteit Groningen (Rijksuniversiteit Groningen, Groningen)
- Biologie
235 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - receptor farmacology

  • 1535925600 Introductie

  • wat is een verschil tussen een specifieke en een non-specifieke drug
    Niet specifiek; biologisch effect bij relatief hoge drug-concentraties
    Specifiek; biologisch effect bij relatief lage drug-concentraties
  • Op welke typen receptoren grijpen drugs aan.
    receptoren
    ionen kanalen
    In mindere mate op;
    enzymen
    carriers      
  • Wat is radio-ligand binding assay
    meetmethode waarbij 2 ligands waarvan 1 radio-gelabeld. Je bepaald zo de specifieke binding door de non-specifieke binding af te trekken van de totale binding.
  • geef de indeling van de antagonisten
    receptor en non-receptor.
    receptor kan je indelen in;
    aktieve site binding en allosterische binding
    reversible en non-reversible binding
    non-receptor kan je indelen in;
    chemisch
    farmakinetisch
    fysiologisch
  • Wat is functioneel of fysiologisch antagonisme, chemisch antagonisme en farmakokinetisch antagonisme
    -functioneel; geven van stof met tegengestelde werking. voorbeeld Acetylcholine-adrenaline
    -chemisch; bindt aan target (niet via receptor), kan in testtube.
    -farmakokinetisch; versneld afbraak drug of vertraagd gastrointestinale opname bijvoorbeeld. (zeldzamer)
  • Wat is desensitisatie en geef andere synoniemen.
    Desensitisatie of tachyphylaxis of tolerance.
    Het verminderen van een effect van een drug. 
    Meestal door verandering of verlies van receptoren.
    Kan ook door;
    gebrek aan mediators
    verhoogd drugmetabolisme
    compenserende fysiologische mechanismen
    extrusie van de drug uit de cel (bij kanker)
  • Hoe werkt desensitisatie bij GPCR en welke fasen zijn er bij desensitisatie
    Eerste fase; uncoupling van receptor en g-protein, omdat bekende kinasen of GRK (G-eiwit receptor kinase) bepaalde delen van de receptor fosforyleert waardoor er geen actie meer kan plaatsvinden. Dit is een reversible event en snel herstel is mogelijk.
    Tweede fase; arestin herkent de uncoupled receptors en verwijderd ze uit de membraan via een vesicle. Deze receptoren worden gerecycled of afgebroken. Op dit moment is alleen nieuwe aanmaak receptoren mogelijk via transcriptie en herstel duurt lang. 

    Je kunt gebruik maken van dit mechanisme. Als je bijvoorbeeld pulsmatig een agonist geeft stimuleert dat, maar als je het langdurig doet kan het uiteindelijk het effect verminderen doordat het aantal receptoren in de membraan verminderd. 
    Een nieuw inzicht is dat de verwijderde receptoren wellicht ergens anders toch een effect hebben zoals op gene-transcription.
  • Welke soorten typen targets zijn er voor medicijnwerking
    -receptoren, agonisten en antagonisten
    -ionen kanalen, blockers en modulatoren
    -enzymen, inhibitor, false substrate, pro-drug
    -transporters, normal, inhibitor, false substrate
  • Welke soorten receptoren zijn er
    -ligand gated ion channels, milliseconden
    -G-protein coupled receptors, seconden
    -kinase linked receptors, uren
    -nuclear receptors, uren
  • Hoe is de algemene structuur van de soorten receptoren
    Ligand-gated ion channel; 4 transmembraan-delen, ligand-bindingsdomijn buitenzijde, lussen binnenzijde cel. Geheel kanaal uit 4 of 5 proteinen.
    GPCR; 7 transmembraan-delen, ligand bindingsdomijn buitenzijde en g-eiwit bindingsdomijn binnenzijde cel.
    Kinase linked receptor; 1 transmembraan deel, ligand-bindingsdomijn buitenzijde en catalytisch domijn binnenzijde cel
    Nuclear receptor; geen transmembraandeel, ligandbindend domijn en DNA-bindend domijn(zinc-fingers)
  • Geef lokatie, effector, koppeling, voorbeeld en structuur van ligand-gated, g-eiwit gekoppeld, kinase-linked en nuclear receptoren.
    -Ligand-gated receptor; membraan, ionenkanaal, directe koppeling, nicotinerge ACh receptor of GABA receptor, uit meerdere delen om centrale porie opgebouwd.
    -GPCR; membraan, kanaal of enzym, G-eiwit, muscarinerge ACh receptor, adreno-receptor, structuur met 7 tansmembrane helices.
    -Kinase-linked receptor; membraan, proteine kinase, direct, insuline-receptor, groeifactor-receptor, structuur met enkele transmembraanhelice.
    -Nuclear receptor; intracellulair, genentranscriptie, via DNA, steroide receptoren, structuur zonder transmembraan deel.
  • Wat kun je zeggen over ligand-gated ion channels
    Zeer snel.
    Open of dicht, geen tussenstaat.
    4 transmembraan-delen.
    Totaal uit 4 of 5 proteinen samen.
  • Hoe ziet een nicotinerge ACh receptor eruit
    -Het is een ligand-gated ion channel en dus snel.
    -Is de receptor in de neuromusculaire junctie.
    -Nm en Nn type naar spier en neuron.
    -Bestaat uit 5 proteinen. 2 alfa(binden ACh) een beta, een gamma en een delta. 
    -Uitzonderlijk dat er 2 ACh binden voordat hij opent.
    -Is geheel open of geheel dicht.
    -Als hij opengaat laat hij Na+ en K+ binnen en is dus exitatoir, (depolarisatie)
  • Wat is het verschil tussen excitatory en inhibitory ligand gated ion channels
    De excitatory laat positieve ionen binnen als Na+ en K+. Een voorbeeld is de NDMA receptor
    De  inhibitory laat negatieve ionen binnen als Cl- . Een voorbeeld is de GABA receptor.
  • Wat kun je zeggen over G-protein coupled receptors, GCPR
    Het zijn metabotrope receptoren.
    Het zijn receptoren voor hormonen, neurotransmitters, mediators etc.
    M1, M2, M3, M4, M5
    Alfa1, Alfa2, Beta1, Beta2, Beta3
  • Wat zijn PAR's
    Protease activated receptors.
    Door een protease wordt er een stuk van de sliert buiten de cel afgeknipt en het eind van de sliert die blijft zitten functioneert dan eigenlijk als ligand en activeert de receptor.
  • Hoe functioneert de GPCR.
    Volgens het shuttle model.
    -Een ligand bindt aan de receptor. Hierdoor bindt het Alfa deel van het G-proteine aan de receptor en daardoor wordt de GDP op het Alfadeel vervangen door een GTP en laat het Alfadeel de receptor weer los en verliest ook het Beta-Gamma-deel.
    - Het Alfa-deel en reageert met een doel-eiwit(een enzym, bijvoorbeeld adenylylcyclase of fosfolipase C)
    -Het Beta-Gamma complex activeert een ander doel-eiwit (ion channel of kinase).
    -Het Alfa-deel krijgt een verhoogde ATP-ase activiteit als het doel-eiwit wordt gebonden en daarom volgt hydrolyse van de gebonden GTP tot GDP waarna de Alfa weer samenkomt met de Beta-Gamma.
  • Welke subtypes G-eiwitten zijn er en wat zijn hun functies.
    G(Alfa)s; stimuleert adenylylcyclase wat zorgt voor meer cAMP.
    G(Alfa)i;  remt adenylylcyclase wat zorgt voor minder cAMP.
    G(Alfa)o
    G(Alfa)q; activeert fosolipase C wat zorgt voor meer inositol tri-fosfaat (IP3) en (DAG) diacylglycerol.
    G-Beta-Gamma; doet eigenlijk alles wat de Alfa doet en;
    -activeert K+ kanalen.
    -remt voltage gated Ca2+ kanalen.
    -activeert GPCR kinases.
    -activeert de mitogen-activated proteine kinase cascade.
  • Hoe werkt de G(Alfa)s receptor
    Er komt een agonist op de receptor. Dan gaat het het G-eiwit naar de receptor en het Alfa-deel bindt, verliest GDP en krijgt GTP en laat Beta-Gamma deel los en laat de receptor los.
    Dan stimuleert het Alfa-deel adenylyl-cyclase (AC) en dat zorgt voor omzetting van ATP naar cAMP.
    De cAMP activeert ;
    -cAMP-afhankelijke proteine kinase (proteine kinase A). 
    -cAMP-gated ion channels.
    Of de cAMP wordt afgebroken door fosfo-di-esterase (PDE) tot        5'-AMP.

    Op het plaatje zie je forskolin dat meteen op AC werkt en zo zorgt voor meer cAMP.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke dopaminerge lokaties hebben waarmee te maken.
CENTRAAL;
1. Nigrostriatalsystem (Parkinson‘sdisease)
2. Mesolimbic dopamine system
    (affect / cognition / schizophrenia)
3. Tuberoinfundibularsystem
    (prolactin synthesis ↓)
4. Area postrema (nausea and vomiting)
PERIFEER;
5. Peripheralpostganglionicfibres (kidneys)
Wat zijn de functies van dopamine in hersenen en in de periferie
Hersenen;
Neurotransmitter
neuromodulator 

Periferie;
-bloedvaten; inhibitie NA release en vasoconstrictie.
-nieren; verhogen NA+ excretie en hoeveelheid urine.
-pancreas: reductie insuline
-spijsverteringssysteem; verminderen motiliteit en beschermen slijmlaag.
-immuunsysteem; verminderen activiteit lymfocyten.
Waarom werkt Adrenaline wel op de Beta2 receptor en noradrenaline niet.
Adrenenaline is meer lipofiel. Heeft een (bulky) extra methylgroep en is daarom actief op de Beta2 receptor
Welke mechanismen voor het serotoninesyteem perifeer zijn er.
bloedvat; 
5-HT, endotheel, dilatatie
5-HT2, gladde spier, constrictie

Darm;
5-HT4, propulsie peristaltiek.
5-HT, serotonineproductie en sensorfunctie.
Welke farmaca voor het serotoninesyteem op CNS zijn er.
5-HT2, Hallucinogenen, LSD 
5-HT1D, migrainemiddel, sumatriptan
5-HT3, anti-emeticum, ondansetron
5-HT re-uptake remmer als antidepressiva
Welke overzicht kun je maken van de 5-HT receptoren.
Zie plaatje.
1A, 1B, 1D; type Gi
2A, 2B; type Gq
3, ionenkanaal
4, Gs
Welke effect heeft serotonine op de bloedplaatjes en op de sensorische zenuw-einden..
Zorgt voor aggregatie van bloedplaatjes (5-HT-2A receptor)
Zorgt voor stimulatie pijnzenuwen (5-HT3 -receptor, ionen-kanaal)
Welk effect heeft serotonine op de bloedvaten
Algemeen;
Grote vaten contractie.
Bij injectie met 5-HT eerst contractie(5-HT-2A receptor) en daarna relaxatie als gevolg van arteriole dilatatie door endotheelwerking en inhibitie NA.
Welke 5-HT receptoren zijn aanwezig in spijsverteringssysteem en wat doen ze.
Allemaal behalve 5-HT5 en 5-HT6.
90 % van 5-HT receptoren in enterochromaffin cell en werken daar als sensor.
-regulatie peristaltiek
-regulatie secretie en viscerale gevoeligheid.   
10% van 5-HT receptoren in neuronen als neurotransmitter.
SERT zorgt voor de re-uptake van serotonine en beperkt zo de actie van 5-HT
SSRI remt SERT en stimuleert zo de actie van 5-HT.
Wat gebeurt er in de serotonerge synaps.
Actiepotentiaal.
Ca2+ kanalen open 
vesicles met serotonine komen vrij in de synaps.
Serotonine komt op veel verschillende receptoren en doet z'n werk.