Summary Class notes - research Methodology for Nutrition and Health I

Course
- research Methodology for Nutrition and Health I
- Ondine van de Rest
- 2019 - 2020
- Wageningen University (Wageningen University, Wageningen)
- Voeding en Gezondheid
238 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - research Methodology for Nutrition and Health I

  • 1584313200 L1 openingscollege

  • Wat moet er in een informed consent? (toestemmingsformulier)
    • Instemmen met deelname
    • voldoende geïnformeerd over het onderzoek 
    • wie gegevens kan inzien en waarvoor ze gebruikt worden 
    • voldoende bedenktijd gehad
    • deelname is vrijwillig 
    • ondertekend door zowel deelnemer als onderzoeker 
  • 1584399600 L2 Methodologische aspecten van experimenteel voedingsonderzoek

  • Wat houd het PICO-model in
    Deelt de onderzoeksvraag op in 4 elementen:
    • population 
    • intervention 
    • comparison 
    • outcome 
  • Welke 4 groepen kun je krijgen/maken uit population, participants
    Target population

    • iedereen naar wie we de resultaten willen generaliseren

    source population
    • iedereen die we benaderen voor dit onderzoek

    study population
    • iedereen uit de source population die deelneemt aan dit onderzoek

    population for analysis
    • iedereen uit de study population waarvan complete data beschikbaar is voor de analyse
  • Wat komt er bij de population allemaal kijken bij de afbakening van de study population: IN-/EXCLUSIECRITERIA
    Validiteit 
    • bredere criteria: hoge externe validiteit 
    • striktere criteria: hoge interne validiteit 


    praktische haalbaarheid 
    • effect van criteria op wervingsresultaat 
    • criteria op basis van invasieve metingen minder praktisch 


    ethische overwegingen 
    • exclusie van bepaalde groepen (etniciteit, leeftijd, geslacht, BMI) moet onderbouwd zijn. 
  • Hoe stel je de onderzoeksvraag op?
    Wat is het effect van ...........(intervention) vergeleken met..............(comparison) op ....................(outcome) in ...................... (population)
  • In vivo-onderzoek (RCT's)
    Zie de afbeelding
  • Ex-vivo onderzoek
    Primaire cellen/weefsels

    • Cellen die direct uit weefsel van een organisme zijn gehaald en onder gecontroleerde omstandigheden kunnen groeien 
    • Goede reflectie van de menselijke situatie 
    • Beperkte levensduur 
  • In-vitro onderzoek
    Cellijnen, immortalised cells

    • ATCC's Cell Biology Collection 
    • >3600 cellijnen 
    • >80 verschillende diersoorten 
    • >950 kanker cellijnen (waarvan ongeveer 700 humane kanker cellijnen)
  • Wat zijn de voor en nadelen van cellijnen t.o.v. Primaire cellen
    Voordelen 
    • Makkelijker beschikbaar (kopen)
    • Robuuster, langere levensduur, daardoor kan je bv genetisch materiaal in brengen 
    • Cellen zijn erg homogeen (minder effect confounders)

    Nadeel
    • Minder goede reflectie van de menselijke situatie 
  • Wanneer gebruik je in-vivo; ex-vivo en in-vitro
    Zie de afbeelding
  • Wat zijn de voor en nadelen van experimenteel voedingsonderzoek met dieren of met dierlijk materiaal?
    Voordelen 
    • Meer mogelijkheden om onderzoek te doen naar onderliggend moleculair mechanisme 
    • Mogelijkheid tot bestuderen weefsels die onbeschikbaar zin in gezonde, levende mensen 
    • Minder last van confounders (bijvoorbeeld: inbred mice)
    • Diermodellen (transgeen, knock-in, knock-out) bootsen ziektestatus bij mens na 


    Nadelen:
    • vertaalslag naar mens 
  • Definieer de volgende diermodellen: transgeen, knock-out, knock-down, knock-in, humanized
    Humanized 
    knock-in 
    transgeen 
    knock-down 
    knock-out 
  • Wat valt er allemaal onder intervention
    Welke vorm?
    • Voedingsmiddel, voedingsstof, voedingspatroon 

    Welke dosis?
    • Welke minimale dosis om effect te sorteren? 
    • Welke maximale dosis is haalbaar/veilig?
    • Compliance 

    Hoe lang?
    • korte termijneffect / lange termijneffect 
    • minimale duur om effect te sorteren?
    • compliance 
    • kosten 
    • ethisch: niet langer dan noodzakelijk 
  • Wat valt er allemaal onder comparison
    Welke vorm?
    • placebo, ander product of geen interventie 
    • moet zo goed mogelijk vergelijkbaar zijn qua uiterlijk, smaak etc. 

    Hoe lang?
    • even lang als de interventie 
  • Wat valt er allemaal onder outcome (welke effectmaat?)
    Validiteit 
    • is de surrogate marker vertaalbaar naar de klinische uitkomstmaat? (externe validiteit)
    • hoe dicht nadert de uitkomstmaat de gouden standaard (interne validiteit)


    Praktische haalbaarheid 
    • kosten 
    • uitvoerbaarheid 
    • belasting van proefpersonen (risico op drop-out)
  • Diermodellen: een transgeen organisme:
    Draagt een vreemd gen (een transgeen) afkomstig van een ander organisme in zijn DNA.


    gebruikt om verschillende soorten ziektes te onderzoeken (kanker, obesitas, Parkinson etc)

    inbrengen van een gen van een ander organisme 
  • Diermodellen: knock-out (1 van de meest voorkomende types
    Bepaald gen of groep van genen wordt uit het genoom verwijderd en vervangen door zogenaamd "merkergen". Indicatie over functie van de verwijderde genen

    deletie/inactivatie van een gen 
  • Diermodellen: knock-in
    Ook inbrengen van een gen, maar dan op een specifieke locus


    insertie/vervanging van een gen op een specifieke plek 
  • Diermodellen: knock-down
    Gen expressie omlaag brengen op mRNA transcript

    verminderen van expressie van een gen 
  • Diermodellen: Humanized
    Dieren die functionerende humane genen, cellen, weefsels en/of organen dragen, die getransplanteerd zijn
  • Humanized versus transgeen
    Bij humanised diermodellen zijn humane genen ingebracht of er is humaan weefsel/orgaan in getransplanteerd
    • Humanized kan transgeen zijn, maar hoeft niet altijd (bijvoorbeeld als het om weefsel/orgaan gaat, en niet om gen)

    Trangeen: transgene dieren hebben een gen van een ander organisme in zich (kan dus ook niet-humaan zijn, bijvoorbeeld muis met het gen van een schaap)
    • Transgeen hoeft dus niet altijd humanized te zijn (want kan ook van andere organisme zijn)
  • Hoe ziet een parallel arm, post-test only design eruit
    Een controle periode + een treatment periode + een meting aan het einde 
  • Hoe ziet een parallel arm, pre-test post-test design eruit
    Controle periode + treatment periode + meting voor alles + meting na alles 
  • Hoe ziet het cross-over design eruit
    Treatment + control --> washout --> control + treatment 
  • Hoe ziet een factorial design eruit
    Control + treatment 1 + treatment 2 + treatment 1 en 2 
  • Hoe zien de quasi-experimental study designs eruit; one arm, subsequent treatments; one arm, pre-test post-test (or post-test only)
    Contole --> meting --> treatment --> meting 

    (meting -->) treatment --> meting 
  • Hoeveel deelnemers zijn er nodig voor de studie?
    Zet in volgorder (relatief veel --> relatief weinig deelnemers)

    1. one arm post-test, cross-over, parallel
    2. cross-over, parallel post-test, one arm post-test 
    3. parallel, cross-over, one arm post-test 
    3. Parallel, cross-over, one arm post-test 
  • Bij welke designs is blindering van de proefpersonen mogelijk?

    1. cross-over, one arm post-test
    2. parallel pre-test post-test, cross-over 
    3. factorial design, one arm subsequent treatments 
    4. parallel post-test, one arm pre-test post-test 
    2. Parallel pre-test post-test, cross-over
  • Je wilt onderzoeken wat het effect is van omega-3 vetzuren op de incidentie van een fataal hartinfarct. Welk design is niet geschikt?
    Cross-over design
  • Bij welke studies is wat mogelijk, kijkende naar blindering, randomisatie, deelnemers, kosten, uitkomstmaat
    Zie de afbeelding
  • Selectiebias =
    Vertekening van het resultaat, doordat groepen in het onderzoek niet vergelijkbaar zijn
  • Wat is randomiseren?
    • Patienten, proefpersonen of proefdieren worden op basis van toeval (loting) toegewezen aan 1 van de groepen van een experimenteel onderzoek
    • beoogde resultaat: gelijke verdeling van bekende en onbekende prognostische factoren over de groepen
    • gerandomiseerde, gecontroleerde interventie (RCT) is de gouden standaard voor het evalueren van interventies
  • Wat is simpele randomisatie en wat is het nadeel ervan?
    Simpele randomisatie is door bijvoorbeeld gebruik te maken van kop of munt 

    nadeel: op basis van toeval kan er lange opeenvolging van eenzijdige toewijzing plaatsvinden: toch ongelijke verdeling over de groepen 
  • Hoe vindt block randomisatie plaats
    • Vermijden kans op ongelijke verdeling van het aantal deelnemers over de studiearmen 
    • een blok krijgt een bepaalde grootte, by4,6 of 8 waarin beide studiearmen evenredig verdeeld zijn 
      • AABB    BABA    BAAB
    • na ieder blok dus een gelijke verdeling over beide studiearmen 
    • de blokgrofte is een veelvoud van het aantal studiearmen in de studie 
  • Wat zijn de nadelen van block randomisatie

    • Gelijke verdeling van aantal patiënten over de studiearmen, maar ongelijke verdeling van prognostische factoren over de studiearmen
    • Als blokken niet helemaal gebruikt worden kan er alsnog een (kleine) ongelijke verdeling tussen studiearmen ontstaan
    • grotere blokken: kans daarop groter, maar bij kleinere blokken wordt de voorspelbaarheid te groot
  • Gestratificeerde (simpele) randomisatie; wat doen ze dan?
    Ze maken een stratum


    stratum 1 voor dunnen mensen
    stratum 2 voor dikke mensen

    dit is echter nog niet genoeg, want als je nu  kop of munt gaat gooien belangen er nog steeds niet even veel mensen van elke stratum in de interventie box


    Nadeel: interventie niet gelijk verdeeld over de beide studiearmen en prognostische factoren ook niet 
  • Er is een gestratificeerde blockrandomisatie nodig om mensen goed te kunnen verdelen over de interventies
    Er wordt gebruik gemaakt van stratum's en van blocks

    waardoor er een goede verdeling komt
  • Wat gebeurt er bij minimisatie randomisatie
    Dit is erg intensief 

    Er wordt bij elke nieuwe persoon die wordt toegevoegd aan de studie gekeken waar deze persoon het beste past in interventie A of in interventie B om deze groepen zo gelijk mogelijk te houden 
  • Welke 5 vormen van randomisatie zijn er?
    Simpele randomisatie 
    • kop of munt opgooien 

    block randomisatie 
    • het maken van blocks even veel in A als in B

    gestratificeerde simpele randomisatie 

    •  je maakt eerst stratum en dan pas gooi je kop of munt op 

    gestratificeerde block randomisatie 
    •  gebruik maken van en stratum en block

    minimalisatie randomisatie 
    •  hangt af van welke deelnemer zich aanmeld 
  • Stel: je wilt een experimenteel onderzoek naar het effect van een eiwitdrank (versus placebo) op spierkracht in ouderen. Je inclineert zowel ouderen die nog zelfstandig wonen als ouderen die in een verzorgingshuis-/verpleeghuis wonen. Welke vorm van randomisatie zou je toepassen?
    Gestratificeerde blockrandomisatie 
  • Blokrandomisatie zorgt ervoor dat de groepsgroottes de hele tijd zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. Hoeveel kunnen de groepen maximaal van elkaar verschillen (in aantal)?

    AABB     BABA     BAAB

    1. de hele blokgrofte
    2. de helft van de blokgrootte
    3. een kwart van de blokgrootte
    4. de groepen verschillen niet in aantal
    De helft van de blokgrootte kunnen ze maximaal van elkaar verschillen
  • Precisie ==
    variatie rond de effect maat
  • Variatie rond de effectmaat (3)
    1. Natuurlijke variatie in uitkomstmaat binnen personen
    2. Natuurlijke variatie in uitkomstmaat tussen personen
    3. Natuurlijke variatie in effect op uitkomstmaat tussen personen
  • Wat kun je doen aan variatie rond de effectmaat voor binnen personen?
    • Metingen altijd liggend uitvoeren 
    • Steeds dezelfde bloeddrukmeter
    • Steeds dezelfde onderzoeker
    • Herhaalde metingen 
  • Wat kun je doen aan variatie rond de effectmaat voor tussen personen (in uitkomstmaat)
    • Run-in periode
    • Homogene studie populație includeren 
  • Wat kun je doen aan variatie rond de effectmaat voor tussen personen in effect op uitkomst
    • Homogene studie populație includeren 
  • Interne validiteit
    wanneer is deze hoog en wanneer is deze laag
    (heb je gemeten wat je wilt meten?)

    Hoog: hoge validiteit + hoge precisie
    Laag: lage validiteit + hoge precisie & lage validiteit + lage precisie
  • Hoe kun je de interne validiteit vergroten?
    • Valide meetinstrument
    • Blindering
      • om informatiebias te voorkomen
    • Randomiseren
      • om selectiebias te voorkomen
    • Drop-out laag houden
    • compliance hoog houden
  • Waarom wordt blindering gebruikt
    • Om informatiebias te voorkomen 
    • Belangrijk als uitkomstmaat subjectief is 
    • Voorkomt ongelijke behandeling van deelnemers
    • Door smaak, geur, vorm van interventie - en placebo product gelijk te maken 
  • Efficacy ==
    De mate waarin de interventie in staat is om het gewenste effect te bereiken in de deelnemers die compliant zijn
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Higher energy density and higher oral exposure lead to hear satiety
Ja (als ik het goed zie)
Gel forming pectin is more satiating than pectin that stays liquid in the stomach or capsules
Nee niet heel erg veel verschil
Higher sweetness intensity and harder structure leads to earlier satiation
Ja
Sweet tastes suppresses hunger less than savoury tastes
Nee vrij wel gelijk. 


Je kunt wel zien dat de mensen die mee van zoet houden ook meer eten van het zoete gerecht maar dat juist de mensen die van savoury houden meer eten van de savoury 
Hoe wordt de sarcopenie gemeten via functie?
  • Loopsnelheid 
  • SPPB
  • Timed Up and Go
  • 400 m walk 
Vanaf een bepaalde leeftijd verliest iemand die niet actief is gemiddeld 3-8% aan spieren per 10 jaar. Vanaf welke leeftijd is dat?
40 jaar
Mouse vs Human
Zie de afbeelding
Nutrient-related transcription-factors (PPARs)
Zie afbeelding 

als er geen PPARs is kan daar de fatty acid niet op binden 
Ja of Nee voeding heeft een effect op de volende generatie via epigenetische veranderingen
Ja
Natural abundance: carbon fixation in C-3 and C-4 plants =
C3-plants: initial product of C fixation is a three carbon molecule (3-phosphoglycerate)

C4-plants: has two CO2 fixation steps: initial product is a four-carbon molecule (oxaloacetate)