Summary Class notes - Sociaal-maatschappelijke problematiek

Course
- Sociaal-maatschappelijke problematiek
- Brigitte Klein-Bog
- 2018 - 2019
- NCOI
- Sociaal-maatschappelijk dienstverlener
312 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Sociaal-maatschappelijke problematiek

  • 1538344800 1. Werkveld van sociaal maatschappelijk werk

  • Maatschappelijk werk veranderd, wat veranderd er voor de SMD'er?
    • Aanpassen aan de cliënt
    • Vraaggericht werken
  • Wat is "1 gezin, 1 plan, 1 regiseur" voor uitgangspunt?
    1 van de 5 uitgangspunten van de jeugdwet; integrale hulp bieden aan (multiprobleem)gezinnen waarbij één professional het aanspreekpunt is. 

    1. Preventie en uitgaan van eigen kracht
    2. Versterken van het opvoedkundig klimaat
    3. Op tijd en zo dichtbij mogelijk hulp op maat bieden
    4. "1 gezin, 1 plan, 1 regiseur"
    5. Minder bureaucratie en regeldruk
  • Empowerment
    Krachtiger maken van de cliënt
  • Waar werk je bij outreachend werken?
    Achter de voordeur van de cliënt
  • Aandachtspunten van de versterkende beroepshouding gericht op empowerment van de cliënt?
    1. Respect
    2. Cliënt is sturend
    3. Eigen kracht
    4. Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid bevorderen
    5. Van probleem naar oplossingsgericht
    6. Netwerkgericht (systemen: verenigingen/scholen)
  • Wie is Martin Seligman
    Amerikaanse psycholoog. Schrijver van zelfhulpboeken.

    Vooraanstaande psycholoog van de 20ste eeuw- Oplossingsgericht - concreet maken van doelen
  • Waardendriehoek; waar bestaat deze uit?
    Betrokkenheid
    Legitimiteit
    Rendement  

    Rendement - opbrengst in voerhouding tot de kosten. Veel spanning tussen betrokkenheid en rendement
  • 1543705200 Termenlijst examenstof Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

  • Burgerschap
    De manier waarop inwoners aan de maatschappij meedoen en aan de maatschappij meedoen.
  • Parlementaire democratie
    Het volk (burgers) kiezen de volksvertegenwoordigers om beslissingen te nemen.
  • Parlement
    Bestaat uit de eerste en tweede kamer. in de tweede kamer zitten de volksvertegenwoordigers. tweede kamer maakt wetten of wijzigt ze. de eerste kamer keurt deze goed/af. Dit doen ze in het parlement.
  • Economie
    de wetenschap die zich bezig houdt met de verdeling van schaarse middelen in de samenleving. Schaarse middelen zijn producten en diensten
  • Burgerinitiatieven
    een initiatief van een individuele burger of van een groepje bugers om een bijdrage te leveren aan de lokale samenleving.
  • Agogie
    De verzamelnaam voor het professionele handelen van dienstverleners en hulpverleners die zich doelgericht, systematisch en bewust bezighouden met beïnvloeding van het gedrag van mensen met de bedoeling dat deze mensen het beter krijgen.
  • Agogiek
    De leer die bij agogie hoort.
  • Psychosociale verandering
    Van agogie is pas sprake als het gaat om psychosociale verandering; een samenspel tssen het psychische (hoe je je voelt, wat je denkt en het sociale, de onderlinge verhoudingen in de omgeving.
  • Niveaus van verandering
    Microniveau: Inidviduen en (kleine) groepen (één op één ondersteuning aan een cliënt of zijn gezin)
    Mesoniveau: Organisaties en kleine samenlevingsverbanden (leefbaarheid in de wijk)
    Macroniveau: Grotere samenlevingsverbanden of de maatschappij als geheel (voorlichting gericht op hele grote groepen)
  • Intentie (voorwaarden voor verandering)
    Motivatie om nieuw gedrag uit te voeren: 

    1. Attitude
      Iemand wil pas veranderen wanneer nieuw gedrag een behoefte bevredigt (staat er postief tegenover)
    2. Sociale steun
      Iemand pas bereid te veranderen als zijn omgeving dat ook ziet zitten. 
    3. Persoonlijke effectiviteit
      Wanneer iemand denkt dat hij het gedrag succesvol uit kan voeren
    4. Interne locus of control
      Iemand moet geloven dat hij zelf invloed uitoefent op zijn situatie; oorzaken van wat hem overkomt niet buiten zichzelf zoeken (externe locus of control)
  • Honeymoon effect
    Cliënt denkt dat het probleem is opgelost zodra hij positieve effecten begint te zien.
  • Ziektewinst
    Voordelen die iemand uit zijn ziekte haalt
  • Afweermechanisme
    een (onbewuste) manier om je als individu of groep te beschermen tegen heftige gevoelens
  • Empowerment (volgens Van Regenmortel)
    een proces van versterking waarbij individuen, organisaties en gemeenschappen greep krijgen op de eigen situatie en hun omgeving door het verwerven van controle, aanscherpen van kritsch bewustzijn en stimuleren van participatie.

    Structurele gedragsverandering: ontwikkelen van kracht en mogelijkheden van cliënten om samen met het eigen netwerk problemen aan te pakken.
  • 8-fasenmodel (Movisie)
    (Beïnvloeden van gedrag) Veelgebruikte methode in de maatschappelijke zorg, gericht op ondersteunen van mensen met hulpvragen op verschillende leefgebieden bij het doelgericht en vanuit empowerment werken aan hun toekomst.
  • Verandertaal
    Uitlokken van verandertaal: iemand zichzelf positief horen praten over een nieuwe situatie en competenties die daarvoor nodig zijn.
  • Zorgmijders
    Burgers in kwetsbare omstandigheden die hulp uit de weg gaan.
  • Zorgmissers
    Burgers die niet de juiste hulp ontvangen
  • Positieve gezondheid (volgens Dr. Machteld Huber icm ZonMw en de Gezondheidsraad)
    Professionals leggen de naduruk op de lichamelijke gesteldheid, terwijl cliënten gezondheid breder opvatten. Wanneer je de cliënt centraal stelt, moet je de bredere invulling van gezondheid overnemen. 

    Positieve gezondheid, een opvatting van gezondheid, waarin functioneren, veerkracht en eigen regie centraal staan. 
    1. Lichamelijke klachten
    2. Gedachten en beleving
    3. Spiritualiteit
    4. Kwaliteit van het leven
    5. Sociaal-maatschappelijke participatie
    6. Dagelijks functioneren

    Iedereen vult volgens deze opvatting gezondheid anders in. 
    SMD: bewust  maken van de cliënt van wat voor hen belangrijk is in het leven en hen te motiveren tot gedragsverandering.
  • Psychische beperking
    Aandoening die er voor zorgt dat de cliënt afwijkend gedrag toont.

    Wordt vastgesteld met de DSM (Diagnostig and Statistical Manual of Mental Disorders )
  • DSM
    Diagnostig and Statistical Manual of Mental Disorders: handmboek waarin kenmerken van alle verschillende aandoeningen worden omschreven. De beperking wordt vastgesteld door een psychiater of psycholoog.
  • Radicalisering
    Mensen die op zoek gaa naar hun identiteit, extreme opvattingen over de samenleving krijgen, die niet overeenkomen met de normen en waarden van onze samenleving.
  • Sharia
    Radicalisering van Jihadi's (groep binnen de moslimgemeenschap) - genaamd naar Jihad = heilige oorlog - zij geloven dat iedereen die zich niet aan hun leefregels en geloof houdt, slecht is en niet op deze aarde hoort rond te lopen.

    Leven volgens de Sharia: wetboek met regels behorende bij de islam.
  • Genderneutraliteit
    Geen onderscheid maken in taalgebruik/opvoeding tussen mannen vrouwen, transgenders en mensen met een dubbel geslacht
  • Culturele dimensie (door onderzoeker Geert Hofstede)
    De afmeting van een cultuur, waarmee je verschillende culturen met elkaar kunt vergelijken. 

    Doel: om andere culturele systemen beter te begrijpen.

    5 culturele dimensies:
    1. Machtsafstand
    2. Individualisme - collectivisme
    3. Feminiteit - masculiniteit
    4. onzekerheidsvermeiding
    5. lange termijn - korte termijn
  • Individualistische maatschappij (door onderzoeker Geert Hofstede)
    Samenleving waarbij mensen voornamelijk voor zichzelf zorgen en men erg op privacy gesteld is. 

    Leven draait om het kerngezin: moeder, vader en kinderen  
    Gebruikelijk open en eerlijk voor je mening op te komen.
  • Collectivistische maatschappij (door onderzoeker Geert Hofstede)
    Minder sprake van een kerngezin en spelen de ooms, tantes, neven, nichten, opa's en oma's ook een grote rol. 

    Denken meer vanuit het wij-gevoel. Doen wat het beste is voor de gemeenschap.

    Zij-groep: Mensen die geen onderdeel uitmaken van de groep. 
    Wij-groep: draagt bij aan sociale identiteit en een veilig gevoel.
  • Feminiene samenleving (door onderzoeker Geert Hofstede)
    Karaktertrekken:
    • Bescheidenheid
    • Tederheid 
    • Zorgzaamheid 
  • Masculine samenleving (door onderzoeker Geert Hofstede)
    Karaktertrekken:
    • Prestatiedrang
    • Resultaatgerichtheid
    • Assertiviteit
  • Onzekerheidsvermijding (door onderzoeker Geert Hofstede)
    Gewoonte om onzekere situaties te vermijden (hangt vaak samen met oorlogen - angst, mensen zullen meer hun best moeten doen om onzekerheid weg te nemen door geschreven/ongeschreven regels op te stellen)
  • Autoritatieve opvoedingsstijl
    Ouders geven uitleg aan gestelde regels en grenzen en tonen betrokkenheid en en begrip aan hun kinderen. 

    Resultaat: kinderen voelen zich meer begrepen
  • Interculturele competeties
    Zijn competenties waarmee jij mensen uit een andere cultuur en andere sociaal-economische groep met een open blik kunt begeleiden.
  • Themis (Interventie)
    Doel en doelgroep: Vrouwelijke niet-westerse immigranten zonder opleiding of met een laag opleidingsniveau te empoweren.

    Probleem: doelgroep heeft een sociaal-maatschappelijke achterstand op Nederlandse vrouwen en vrouwen met een migratieachterond die hier wel een opleiding hebben gevolgd. 

    Gevolg: Beperkt toegang tot scholing/werk, beperkt inkomen en een minder breed sociaal netwerk. Zorgt voor een belemmering in integratie en gevoelens van minderwaardigheid.
  • Leren Balanceren (Interventie)
    Doelgroep: Vrouwen met een niet-westerse achtergrond, die als matelzogen moeten balanceren tussen draaglast en draagkracht. 

    Probleem: Gebruikelijk in niet-westerse culturen dat de vrouwen de zorg voor een oudere /kind beperking overnemen. Taboe om ondersteuning bij professionals te vragen. 

    Gevolg: Deze vrouwen kunnen sneller overbelast raken bij hun zorgtaak dan vrouwen met een westerse achtergrond.
  • Assertiviteit Allochtone Mannen (Interventie)
    Doelgroep: Assertiviteitstraining voor mannen met een migratieachtergrond. 

    Probleem: Mensen die niet goed weten hoe ze voor ziczelf op moeten komen kunnen passief of agressief reageren. 

    Gevolg: Veel mannen met een migratieachtergrond zien het vaak als hun taak om het gezin te onderhouden en dat hun kinderen zich niet misdragen. Als hen dit niet lukt, dan krijgen zij het idee te hebben gefaald.
  • Man Actief (Interventie)
    Doelgroep: Gericht op emancipatie van mannen met een niet-westerse migratieachergrond, die geen (vrijwilligers)werk hebben en daardoor een geïsoleerd bestaan leiden. 

    Probleem: De doelgroep heeft de neiging zich steeds verder terug te trekken binnen hun eigen zeer beperkte gemeenschap en zorgt voor problemen.

    Gevolg: Zorgt voor aantasting eigenwaarde en een gevoel van afstand tussen de eigen gemeenschap en de rest van de maatschappij - Door gebrek aan positieve ervaringen kan een gevoel van discriminatie onstaan. 
    Ook voelen ze zich verplicht om financieel voor het gezin te zorgen - wanneer dit niet lukt kan het leiden tot een gevoel van onmacht en frustratie.
  • Mannelijkheidscoderingen (Interventie methode Man-Actief))
    (Man-zijn) Eisen die een deelnemer aan zichzelf stelt om zichzelf 'man' te noemen.
  • Beschermjassen (Begeleidingsmodel)
    Activeert de kracht van de cliënt binnen zijn culturele familiesysteem. 
    Beschermjas: iets waar je vertrouwt mee bent en die je ondersteunt als je je in een moeilijke fase in je leven bevindt - knuffelbeer van een kind / uitvoeren van een vertrouwd ritueel.
  • Eergerelateerd geweld
    Alle vormen van dwang en psychische en lichamelijk geweld waarmee wordt voorkomen dat een familielid een 'fout' begaat die de familie-eer in de gemeenschap kan schaden.
  • Eerwraak
    Meest extreme vorm van eergerelateerd geweld.
  • Bloedwraak
    Is een variant op eermoord - families stat elkaar generaties lang naar het leven om een geweldadige dood van een familielid op de moordenaar of diens familie te wreken
  • Achterlating
    De eerschender wordt achtergelaten of teruggestuurd naar het land van herkomst.
  • Huwelijksdwang
    Een gedwongen huwelijk met een volgens de familie geschikte huwelijkskandidaat of om schending van de eer te voorkomen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Twee groepen mensen onderscheid vreemdelingenrecht;
reguliere immigranten en assielzoekers
Welke website rechten wijzen over aankopen;
- www.consuwijzer.nl
3 voorbeelden rechten patiënten
  1. - kiezen zorgverlener
  2. - duidelijke info over zorgtoestand
  3. - klacht bij zorginstelling
3 thema’s binnen arbeidsrecht
  1. - verlof
  2. - proeftijd
  3. - loonbetalingsverplichting
Noem 3 rechtsgebieden:
Publiekrecht, strafrecht en privaatrecht
Hoe noemen we de uitkering voor jonggehandicapten 
Wajong
Hoe wordt sociale zekerheid gewaarborgd in Nederland
Publieke stelsel : uitkering, jobcoach etc. 
Welke stappen maakt een loverboy;
- euforie
- grensverlegging
- hersenspoeling
- ultieme gehoorzaamheid
- ontluistering
- ontmaskering
- losmakingsproces
Wat is seksueel overschrijdend gedrag;
- ongelijke machtsverdeling
- ongewenste seksuele toenadering
- zonder instemming
Interventies cyberpesten;
- meldpunt MDI
- contact MIND opzoeken
- contact met roze in blauw
- contact met radar
- anti pestmethode inzetten
- tekenen van een gedragscontract
- groepsactiviteiten doen
- preventieaanpak uitvoeren