Summary Class notes - Sociale en organisatiepsychologie

Course
- Sociale en organisatiepsychologie
- 2020 - 2021
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- Psychologie
697 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Sociale en organisatiepsychologie

  • 1611874800 Wat houdt de wetenschap van de sociale psychologie in?

  • Wat is sociale psychologie?
    Tak van psychologie, verklaart de aard en oorzaken van gedrag en gedachten van individuen in sociale situaties op wetenschappelijke manier
  • Wat past sociale psychologie toe bij onderzoeken?
    Wetenschappelijke waarden en methodes
  • Hoe kunnen sociaal gedrag en gedachten niet betrouwbaar verklaard worden?
    Met het verstand of intuïtie
  • Waar zijn verstand en intuïtie mee beïnvloed?
    Vooroordelen
  • Waar refereert wetenschap naar?
    Naar waarden en methodes om een breed scala aan onderwerpen te onderzoeken
  • Wat zijn de vier belangrijkste kernwaarden van wetenschap?
    Nauwkeurigheid, objectiviteit, scepticisme en onbevangenheid
  • Wat houdt nauwkeurigheid in bij de 4 belangrijkste kernwaarden van wetenschap?
    Toezeggen van verzamelen en evalueren van informatie over de wereld op een zo nauwkeurige en foutloze manier
  • Wat houdt objectiviteit in bij de 4 belangrijkste kernwaarden van wetenschap?
    Toezegging tot verwerven en evalueren van informatie die zo vrij mogelijk van bias en humaan is
  • Wat houdt sceptisme in bij de 4 belangrijkste kernwaarden van wetenschap?
    Bevindingen pas accuraat vinden als ze herhaaldelijk zijn geverifieerd
  • Wat houdt onbevangenheid in bij de 4 belangrijkste kernwaarden van wetenschap?
    Toezegging tot veranderen van je visie als bestaand bewijs suggereert dat deze visie onnauwkeurig is
  • Waarom zijn de 4 kernwaarden van wetenschap zo belangrijk?
    De mens is geen perfect informatieverwerkingsmechanisme
  • Wat is planning fallacy?
    Neiging te geloven dat plannen minder tijd innemen dan ze werkelijk doen
  • Waar wordt in de sociale psychologie vooral naar gekeken?
    Naar het gedrag van individuen en hoe dit beïnvloed wordt
  • Naar welke beïnvloedingsfactoren is het belangrijk om te kijken binnen de sociale psychologie?
    Groep, cultuur, emoties en stemming
  • Voor welke factoren is steeds meer aandacht die invloed kunnen hebben op de vorming van het individuele gedrag?
    Cultuur en ethniciteit
  • In welke oorzaken zijn sociaal psychologen geïnteresseerd?
    Oorzaken die invloed hebben op het sociale gedrag en en denken van een individu in een sociale omgeving
  • Welke kenmerken spelen een rol bij de oorzaak van sociaal gedrag en denken in een sociale omgeving?
    Acties en karakteristieken van anderen, cognitieve processen zoals herinneringen en interpretaties, omgevingsvariabelen zoals weer, culturele context met normen en waarden en biologische en genetische factoren
  • Door welke tak van de psychologie worden biologische factoren vooral benadrukt?
    Psychologen die zich bezighouden met evolutionaire psychologie, soorten zijn subject van biologische evolutie
  • Welke onderscheid die evolutionair psychologen maken is interessant?
    Het onderscheid in effecten die evolutie heeft op mannen en vrouwen
  • Wat is een kerndoel in wetenschap bij het ontwikkelen in basisprincipes?
    Ze moeten nauwkeurig zijn, ongeacht waar of wanneer ze getest en toegepast worden
  • Wat doen sociaal psychologen om nauwkeurige basisprincipes te ontwikkelen?
    Ze zoeken basisprincipes die het sociale leven leiden
  • Wat zijn basisprincipes die het sociale leven leiden?
    Basisprincipes die waarachtig zijn in tijd en verschillende culturen
  • Wat gebeurt er continu in de sociale psychologie?
    Het beweegt en verandert continu
  • Wanneer zijn veranderingen in de sociale psychologie ontstaan?
    In de loop der tijd
  • Waar kan sociaal gedrag volgens sociaal psychologen niet los gezien van worden?
    Van sociale gedachten
  • Wat beinvloedt elkaar continu?
    Gedrag en gedachten
  • Wat speelt een belangrijke rol in meerdere aspecten van het sociale leven waar sociaal psychologen geïnteresseerd in zijn?
    Emoties en gemoedstoestanden
  • Waartoe zijn mensen met een positieve stemming tot geneigd?
    Het vaker helpen van anderen
  • Waarom zijn sociaal psychologen geïnteresseerd in de sociale aard van relaties?
    Omdat de invloed van relaties op ons sociale leven groot is
  • Wat zijn de variaties in relaties met anderen?
    Oppervlakkige kennissen en lange termijn relaties
  • Hoe komt de eclectische aard van de moderne sociale psychologie tot uiting?
    In het gebruik van verschillende onderzoeksmethodes
  • Waar zijn sociaal psychologen zich de afgelopen jaren meer in gaan interesseren om sociaal gedrag en gedachten te verklaren?
    Neurowetenschappen
  • Wat wordt er in de sociale wetenschap nader onderzocht?
    Neurale en biologische oorzaken voor sociale processen
  • Wat bestuderen neurowetenschappen allemaal om te bepalen hoe ze zich verhouden tot sociale processen?
    Gebeurtenissen in de hersenen, andere neurale activiteiten, en veranderingen in het immuunsysteem
  • Wat gebruikten sociaal psychologen om gebeurtenissen in de hersenen, andere neurale activiteiten en veranderingen in het immuunsysteem te bestuderen?
    MRI en andere hersenscans
  • Wat is een nieuw belangrijk thema van de moderne sociale psychologie in onderzoek doen naar sociaal gedrag en gedachten?
    De rol van impliciete processen op sociaal gedrag en denken
  • Op welk gebied van de sociale psychologie bevindt het onderzoek naar impliciete processen zich?
    Op het grensgebied
  • Van welke factoren is men tegenwoordig overtuigd dat deze een groot effect hebben op sociale gedragingen en gedachten?
    Culturele en etnische factoren
  • Wat heeft er toe geleid dat er belangrijke veranderingen zijn in de focus van sociaalpsychologische onderzoek?
    Het multiculturele perspectief
  • Waar ligt de nadruk op bij het onderzoeken van ethnische en culturele verschillen?
    Op zeer uiteenlopende sociale processen
  • Wat is van groot belang bij het onderzoeken van ethnische en culturele verschillen?
    Het herkennen van verschillen
  • Hoe willen sociaal psychologen antwoorden krijgen op de vragen over sociaal gedrag en gedachten?
    Met behulp van verschillende methodes van onderzoek
  • Wat is systematische observatie?
    Gedrag wordt systematisch geregistreed en geobserveerd
  • Wat is naturalistische observatie?
    Gedrag wordt onderzocht in de omgeving waar het gedrag normaal voorkomt
  • Wat houdt het afnemen van vragenlijsten in bij het onderzoeken naar sociaal gedrag en gedachten?
    Een groot aantal mensen wordt vragen gesteld over hun houding en gedrag
  • Wat is belangrijk over de ondervraagde personen die meedoen aan sociaalpsychologisch onderzoek om iets te concluderen?
    Dat ze een goede representatie zijn de van de grote populatie mensen
  • Wat wordt er in de correlationele statistiek gedaan?
    Twee of meer variabelen worden systematisch geobserveerd om te kunnen bepalen of verandering van de variabele gepaard gaat met verandering in de andere variabele
  • Wat wordt er onderzoek in de correlationele statistiek?
    Of variabelen aan elkaar gerelateerd zijn
  • Waar is de methode van onderzoek van bij het onderzoeken van correlaties bruikbaar voor?
    Het is bruikbaar als het gaat om het maken van accurate voorspellingen
  • Wat houdt het bestaan van correlaties bij correlationeel onderzoek niet in?
    Dat er ook een oorzakelijk verband bestaat
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Sociale- & Organisatiepsychologie

  • 1551567600 Week 1

  • Welke 4 hoofdwaarden zijn nodig om wetenschappelijk te zijn?
    - Nauwkeurigheid 
    - Objectiviteit
    - Scepticiteit 
    - Open-minded
  • 4 factoren die een rol spelen bij het vormen van de gedachten en het gedrag van een individu
    - De acties en karaktereigenschappen van andere personen 
    - Cognitieve processen 
    - Omgevingsfactoren 
    - Biologische factoren
  • 3 basiselementen van de evolutie
    - Variatie: Een organisme behoort tot een bepaalde soort. 
    - Erfenis: Sommige variaties worden doorgegeven naar de volgende generatie. 
    - Selectie: Sommige variaties geven een individu meer kans op overleven, het zoeken van maatjes en het doorgeven van de variaties aan de succesvolle generatie
  • Mirror Neurons
    Neuronen die geactiveerd worden tijdens de observatie en het nadoen van iemand. Dit speelt een rol in empathie. Mensen hoog in empathie laten meer activiteit zien in mirror neuronen.
  • Wat is een voordeel van een enquete om gedrag te onderzoeken
    - Informatie kan worden verzameld van vele mensen.
    - De reacties van verschillende categorieen kunnen makkelijk vergeleken worden.
  • Waar moet een enquete aan voldoen?
    - Deelnemers moeten representatief zijn voor de populatie waar een conclusie over wordt gemaakt.
    - De manier hoe items geformuleerd worden kan een sterk effect hebben op de uitkomst.
  • Een experimentele methode bevat 2 stappen
    1. De aanwezigheid of sterkte van een variabele om invloed uit te oefenen op sociaal gedrag in systematische veranderingen. 
    2. De effecten moeten zorgvuldig gemeten worden.
  • Wat zijn 2 belangrijke factoren voor een succesvol experiment
    1. Random toewijzing van de deelnemers aan de experimentele conditie.
    2. Alle factoren die invloed hebben op de deelnmers moeten constant zijn.
  • Meta-analyse
    Statische techniek die een beoordeling geeft over hoe goed resultaten te repliceren zijn als hetzelfde onderzoek wordt uitgevoerd.
  • Moderatoren
    Factoren die het effect van de onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele kunnen wijzigen.
  • Deception
    Onderzoeker houdt informatie achter voor de deelnemer van de studie, omdat dit mogelijk effect kan hebben in de resultaten van het onderzoek.
  • Heuristiek
    Makkelijke regels voor het maken van moeilijke beslissingen of conclusies trekken op een snelle en efficiente manier
  • Representatieve heuristiek
    Een oordeel maken op basis van makkelijke regels; hoe meer een individu op een groep lijkt, hoe meer hij/zij tot een groep behoort. Dit zijn vaak goede aannames, omdat een groep invloed heeft op het gedrag van een persoon.
  • Availability heuristieken
    Hoe makkelijker het is om informatie voor de geest te halen, hoe groter de impact op volgende beoordeling of keuzes.
  • Anchoring and adjustment heuristiek
    De neiging om om te gaan met onzekerheid door gebruik te maken van iets wat we wel weten en daar een aanpassing aan te doen. De neiging om niet kloppende oordelen te corrigeren is groter als mensen minder hebben gedaan aan goed nadenken.
  • Cognitieve lading
    We maken gebruik van schema's als we veel informatie tegelijk moeten behandelen, dit helpt met efficienter verwerken.
  • Unpriming
    Een proces waarbij gedachten/acties verdwijnen als ze tot uiting zijn gekomen.
  • Perseverance effect
    Schema's zijn vaak moeilijk te veranderen
  • 2 manieren hoe sociale gedachten voor kunnen komen
    - Gecontroleerde verwerking: Systematisch, logisch en intuitief. Komt vooral voor in de prefrontale cortex.
    - Automatische verwerking: Snel, relatief moeiteloos en intuitief. Komt vooral voor in het limbisch system
  • Optimistic bias
    Sterke aanleg om niet te kijken naar risico's en verwachten dat het toch wel goed komt. Veel mensen denken dat zij meer kans hebben dan andere op het ervaren van positieve gebeurtenissen, en minder kans hebben op negatieve gebeurtenissen.
  • Overconfidence bias
    Meer zelfvertrouwen in onze overtuigingen dan gerechtvaardigd is. Mensen die minder competent zijn in een domein, zijn vaak vol zelfvertrouwen over een overtuiging in dat domein.
  • Planning fallacy en waarom doen we hier aan?
    De neiging om te geloven dat we meer kunnen doen in een bepaalde tijdsperiode dan we eigenlijk kunnen. Er zijn bepaalde redenen waarom we hier steeds aan doen: 
    - Tijdens de voorspelling ligt de focus vooral op de toekomst en hoe we de taak uitvoeren. We kijken niet naar hoe we vergelijkbare taken in het verleden hebben gedaan. 
    - Individuen denken vaak dat wat ze willen dat gebeurt ook echt gebeurt. Als mensen gemotiveerd zijn om een taak te volbrengen, maken ze optimistische voorspelingen.
  • Counterfactual thinking
    Voorstellen wat zou kunnen hebben gebeurd. Dit gebeurt in positieve en negatieve sitauties. En kan ervoor zorgen dat mensen leren van fouten en plannen voor de toekosmt.
  • Upward counterfactuals
    Resultaat kan leiden tot sterke gevoelens van ontevredenheid.
  • Magical thinking
    Geloofd in bovennatuurlijke
  • Terror management
    Pogingen om de zekerheid van de dood en verontrustende implicaties ervan te aanvaarden
  • Mood congruence effects
    De huidige stemming bepaalt sterk welke informatie in een situatie opgemerkt wordt en in het geheugen komt. Je stemming werkt als een filter die met name informatie toe laat in je lange termijn geheugen die consistent is met je stemming.
  • Mood-dependent memory
    Welke specifieke informatie verkregen is van je geheugen. Je verkrijgt met name informatie die consistent is met je afgelopen stemming.
  • Two factor theory of emotion
    We weten vaak onze eigen gevoelens/attitudes niet direct. We leiden het ontstaan af van de externe wereld, van situaties waarin we de reacties ervare
  • Volgens neurowetenschappers twee systemen betrokken bij het verwerken van sociale informatie in de hersenen
    1. Redeneren: 'logisch denken'
    2. Omgaan met emotie/affect. Minder gevoelig voor cognitieve lading
  • Sociale perceptie
    Hierdoor denken we mensen te kennen. Het bevat het begrijpen van de manier hoe we informatie verkrijgen en informatie analyseren over mensen
  • 5 non-verbale communicatie manieren
    1. Gezichtsuitdrukking
    2. Oogcontact
    3. Lichaamstaal
    4. Houding 
    5. Aanraken
  • Facial feedback hypothesis
    Gezichtsuitdrukking kan emoties triggeren.
  • 3 non-verbale kenmerken die bedrog kunnen laten zien
    1. Micro-expressie: Kleine gezichtsuitdrukkingen die kort duren.
    2. Interchannel discrepancies: Mensen die liegen vinden het moeilijk om alle kanalen te beheersen van de communicatie.
    3. Exaggeated facial expression: Meer lagen laten vaak zien dat iemand aan bedrog doet.
  • 2 theorieen voor klassieke attributie (zonder uitleg)
    1. Theory of correspondent inference
    2. Covariation theory
  • Theory of correspondent inference (Jones & David's)
    We gebruiken informatie van andere als basis voor hun kenmerken. Maar individuen gedragen zich vaker op een bepaalde manier omdat dat externe factoren representeert. We focussen op acties die de meeste kans hebben op informatie: 
    - Als het gedrag een vrije keus lijkt te zijn zien we het als een persoonlijke eigenschap. 
    - We letten erg op niet veel voorkomende effecten. 
    - We geven minder aandacht aan acties die laag zijn in sociale wenselijkheid. We halen meer informatie uit acties die uitzonderlijk zijn.
  • Covariation theory (Kelley & Michela)
    Onze poging om de waarom vraag te beantwoorden over iemand zijn gedrag hangt af van 3 soorten informatie: 
    1. Consensus: De omvang waarin het individu reageert op een stimuli/gebeurtenis net als andere mensen.  
    2. Consistency: De omvang waarin het individu reageert op een stimulus/gebeurtenis op dezelfde manier in andere situaties.
    3. Distinctiveness: De omvang waarin de persoon reageert op dezelfde manier op andere stimuli/gebeurtenissen.
  • Correspondence bias
    De neiging om de acties van andere uit te leggen voortvloeiend uit hun aanleg, ook al is de oorzaak van de situatie duidelijk. (FAE)
  • Actor-observer effect
    Neiging om ons eigen gedrag toe te kennen aan de externe omgeving, maar gedrag van andere aan interne oorzaken. Dit komt deels omdat we ons erg bewust zijn van externe factoren die invloed hebben op onze acties, maar minder op de externe factoren va nde acties van andere
  • Self-serving bias
    De neiging om positieve uitkomsten toe te kennen aan interne oorzaken, maar negatieve aan externe factoren.
  • Zelfvernietigende attributie
    Attributie met een negatieve uitkomst verklaren door interne oorzaken, en positieve uitkomsten door externe factoren. Speelt een rol in depressie.
  • Impression formation
    Hoe we ons beeld van andere ontwikkelen.
  • 2 tacktieken voor impression management
    1. Self-enhancement: Motivatie om ons aantrekkelijker te maken.
    2. Other-enhancement: Motivatie om ervoor te zorgen dat je doelwit zich goed voelt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat hebben mensen om hun positieve standpunt tov de wij-groep te behouden?
Verschilleden gemotiveerde mentale strategieën
Wanneer is het geheugen van het begaan van schadelijke acties door de wij-groep niet gelijk aan het geheugen?
Wanneer de wij-groep slachtoffer is van schadelijke acties
Welk fenomeen over collectief schuldgevoel bestaat er?
Het fenomeen van gemotiveerd vergeten
Wanneer wordt het onmenselijke behandelen van de zij-groep als legitiem gezien?
Als het dient ter bescherming van de wij-groep
Wat gebeurt er als moral disengagement ontstaat?
Sancties worden niet meer noodzakelijk gezien als consequentie van het berokkenen van schade
Wat is uit onderzoek over omgaan met schadelijk acties van de eigen wij-groep gebleken?
Dat er meerdere manieren zijn om er mee om te gaan
Wanneer wordt het collectieve schuldgevoel het meest ervaren?
Als de schadelijke acties als onrechtmatig worden beschouwd
Wat is het collectieve schuldgevoel?
De emotie die kan worden ervaren wanneer we geconfronteerd worden met schadelijke acties uitgevoerd door onze wij-groep tegen de zij-groep
Waarom geloven veel mensen dat ze onbevooroordeeld zijn?
Omdat ze zich vergelijken met extreme voorbeelden
Wat geloven veel mensen over zichzelf?
Dat ze onbevooroordeeld zijn