Summary Class notes - Sociale psych

Course
- Sociale psych
- -
- 2015 - 2016
- NHA
- Sociale Psychologie
231 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Sociale psych

  • 1448060400 21-11-2015 Sociale psych begrippen

  • Filosofie
    Liefde voor de wijsheid betekent. Vrije denken.
  • Fysiologie
    Het houdt zich bezig met de processen van verschillende delen, structuren en organen in een leven organisme.
  • Psychologie
    Fysiologie en filosofie.
    Wilhelm Wundt was de eerste psycholoog. Bestudeert het individu.
  • Introspectie (zelfreflectie)
    Het naar zichzelf kijken van binnenuit, het kijken naar het eigen bewustzijn van binnenuit.
  • Innere Wahrnehmung
    Filosofische introspectie waarbij iemand vooral nadacht over zijn eigen psychisch functioneren.
  • Experimentelle Selbstbeobachtung
    Een experiment waarbij een proefpersoon volgens een vooraf opgesteld plan werd onderzocht, met als doel meting mogelijk te maken.
  • Bewustzijn
    Subjectieve reflectie op indrukken uit de buitenwereld. Weten wat er in je omgaat, ziet, hoort etc., te meten.
  • Structuralisme
    De stroming in de psychologie die op basis van experimentele (proefondervindelijk) introspectie (zelfreflectie) de structuur (samenstelling) van het bewustzijn probeerde te ontdekken.
  • Gestaltpsychologie 
    De mens neemt de wereld in gehelen en patronen waar. Aangevoerd door Max Wertheimer, Kurt Koffka en Wolfgang Kohler, ze gingen ervan uit dat het geheel meer is dan de som der delen. 
  • Functionalisme 
    Gaat uit van het idee dat menselijk gedrag een functie heeft.  John Dewey
  • Behaviorisme 
    Behavior=gedrag, primair het uiterlijk waarneembare gedrag bestuderen. John watson
  • S-R psychologie 
    Een stimulus (prikkel) lokt een respons (reactie ) uit. 
  • Operante conditionering 
    Leerproces dmv belonen en straffen. Burrhus frederic skinner
  • Psychoanalyse 
    Methode om iemand met geestelijke problemen te genezen door hem/haar de eigen manier van denken en voelen te leren doorgronden. Sigmund freud
  • Humanistische psychologie 
    De stroming die de gezonde, normale mens wilde bestuderen. Carl Rogers 
  • Biologische component 
    Natuurlijk deel van een geheel. Psyche niet los te koppelen van het lichamelijke. 
  • Sociaal culturele component 
    Mens beïnvloedt omgeving en wordt beïnvloed door zijn omgeving.
  • Cognitieve component 
    Mbt het denkproces/verstandelijk vermogen
  • Sociologie 
    Bestudeert het menselijk gedrag binnen samenlevingsvormen. 
  • Positivisme
    De wereld willen begrijpen op basis van wetenschap. 
  • Maatschappij door comté
    Sociale evenwicht - Hoe blijft een samenleving bijeen. Sociale dynamiek -Hoe verandert een samenleving
  • Historisch materialisme
    Economische ongelijkheid in de samenleving leidt tot conflicten. Marx
  • Conflictsociologie
    Sociaal systeem niet door gelijke mening gekenmerkt wordt,maar door conflict. Gevolg sociale ongelijkheid. Materialisme van Marx 
  • Structureel functionalisme
    Hierin staat de cohesie (samenhang) of een tekort daaraan centraal. Durkheim
  • Integratietheorie
    Een samenleving bestaat uit groepen, die op een bepaalde manier gehecht zijn aan elkaar. De mate van hechting hangt nauw samen met de mate van integratie en de mate van integratie bepaalt de mate van cohesie. 
  • Interpretatief individualisme
    Zijn ontwikkelingen in het denken. Weber. De rationalisering  (beredenering) grote invloed had op de maatschappij met name op de toename van de welvaart
  • Symbolisch interactionisme
    Centraal hierbij staat het interpreteren van situaties. Bv valentijnsdag, gedrag wordt afgestemd op situatie. 
  • Macrosociologie (grote groeperingen )
    Functionalisme - samenleving organisme samenstellende delen een eigen functie in bevorderen van de orde en groei. Conflictparadigma - gericht op problemen tussen groepen mensen. Samenleving arena groepen en individuen strijden om macht, geld, status en invloed. 
  • Microsociologie (kleine groepen)
    Actie paradigma of symbolisch interactionisme -maatschappij verzameling individuen die op hun eigen manier betekenis geven aan hun leven. Rationele keuze perspectief - overwegen tussen kosten en baten oorzaak gedrag individu
  • Sociale psychologie 
    Bestudeert het individu in interactie met zijn omgeving. Je bent wie je bent dat anderen denken dat je bent. 
  • Het zelf
    De diepste onderbewuste werkelijkheid van de ziel
  • Zelfconcept
    Hoe je jezelf ziet
  • Intrapersoonlijke zelf
    De kijk van de cliënt op zichzelf
  • Fenomenologische realiteit 
    De realiteit zoals die door personen ervaren wordt, niet de fysische wereld die het gedrag vd mensen bepaalt 
  • Incongruente persoon
    Heeft een kloof tussen het actuele zelf en het ideale zelf. 
  • Introspectie of innerlijke waarneming
    1890 william James.  I - het I Is het oog dat kijkt naar me, naar zichzelf
  • Zelfkennis 
    Antwoord op de vraag wie ben ik.  Goed ontwikkelt I.
  • Interpersoonlijke zelf
    Is het zelf in interactie met anderen. 
  • Socialisatie
    Overnemen van omgevingswaarden en normen 
  • Internaliseren
    Verinnerlijken waardoor ze onderdeel worden van je innerlijk en verankert raken in het zelf. 
  • Identificatie
    Zichzelf vereenzelvigen met de ander vaak door imitatiegedrag
  • Zelfbeeld
    Het verbeelde of voorgestelde zelf. Het zelf dat je denkt te zijn. 
  • Zelfwaardering 
    Gevoelsmatige beoordeling van je waarde als persoon. 
  • Sociale vergelijkingstheorie
    Leon festinger. In deze theorie wordt beschreven hoe mensen zichzelf vergelijken met anderen om te leren over hun eigen vaardigheden en tekortkomingen. 
  • Opwaartse sociale vergelijking 
    Het is je te doen om ontwikkeling of groei. Vergelijking met meerdere. 
  • Neerwaartse sociale vergelijking 
    Je vergelijkt je met mensen die minder vaardigden hebben dan jij. 
  • Geschikte vergelijkingsgroep
    Kiezen is de eerste manier die kan leiden tot positieve zelfwaardering. Een tweede manier is een ander zelfconcept inbrengen dan het gevraagde zelfconcept 
  • Zelfcomplexiteit
    Het aantal rollen en de variaties hierin dat men heeft om een antwoord te geven op de eisen die de buitenwereld stelt
  • Zelfvermeerdering
    Vertekening van het zelfconcept kan behoeden voor negatieve feedback waardoor positieve zelfwaardering kan ontstaan of bestaan
  • Zelfdiscrepantietheorie
    Discrepantie is een situatie dat twee dingen niet overeenstemmen tussen wie je denkt te zijn en wie je wil of zou moeten zijn. Incongruentie feit dat dingen niet goed bij elkaar passen. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Technieken
De deur in het gezicht techniek:
Werkt door wederkerigheid
Dat is nog niet alles techniek :
Werkt door wederkerigheid
De voet tussen de deur techniek:
Werkt door commitment en consistentie
Als de bal eenmaal rolt techniek :
Werkt door commitment en consistentie
Anderen zijn je voorgegaan techniek:
Werkt door sociale bevestiging
Ik ben je beste vriend techniek :
Werkt door vriendelijkheid
Weet je wel wie ik ben techniek:
Werkt door autoriteit
Nu of nooit techniek:
Werkt door schaarste
De zes 'wapens' van beïnvloeding van Robert Cialdini
Wederkerigheid
Commitment en consistentie
Sociale bevestiging
Vriendelijkheid
Autoriteit
Schaarste
Normatieve sociale invloed
Aanpassen aan het gedrag van andere mensen omdat je bij de groep wilt horen
Informationele sociale invloed
Aanpassen aan het gedrag van andere mensen omdat je hen als betere informatiebron ziet dan jezelf.
Effectafhankelijkheid
Een tekort aan behoefte bevrediging leidt tot afhankelijkheid.
Informatieve afhankelijkheid
Een tekort aan informatie leidt tot afhankelijkheid.
Conformeren
Is toegeven aan een bepaalde norm van anderen zonder dat die anderen daarom expliciet verzoeken.
Relationele middelen
Het vermogen om goede betrekkingen of relaties op te bouwen maakt je krachtiger en machtiger. 
Deskundigheidsmiddelen
Deze middelen betreffen de vaardigheden. 
Informationele middelen
Deze middelen betreffen de kennis.