Summary Class notes - Sociologie

Course
- Sociologie
- Loek
- 2019 - 2020
- Hogeschool van Amsterdam
- Bestuurskunde/Overheidsmanagement
277 Flashcards & Notes
2 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Sociologie

  • 1578438000 Week 1

  • Wat is sociologie
    De wetenschap waarop mensen met elkaar samenleven
  • Sociaal
    Het sociale en het individu kun je niet los zien van elkaar. Alles wat zich afspeelt tussen mensen en alles wat mensen met elkaar verbind -> hulpvaardig, vredelievend, vriendschap, liefde, ruzie, conflict en dwang
  • Sociale en het individu
    Kun je niet los zien van elkaar. 
    Individu is gevormd door de maatschappij. 
    Jij bent gevormd in een sociale omgeving. Hoe jij je gedraagt, de wereld ziet, is voor een belangrijk deel bepaald door jouw sociale omgeving. 
    Sociale omgeving heeft veel invloed op jouw
    De maatschappij beinvloedt jou    
    Tegelijkertijd
    Beinvloeden wij allemaal de maatschappij
  • Kluizenaar is ook sociaal, waarom?
    Hij is gevormd door de samenleving -> opvoeding en sociale interacties. Hij is gesocialiseerd, opgevoed in een sociale omgeving. 

    Zet zich af tegen de maatschappij, daarom ook onderdeel van de samenleving
  • Sociale universum
    Wat wij met elkaar vormen, dat ons beinvloed en waar wij ons niet buiten kunnen plaatsen
  • De aard van de sociale werkelijkheid =
    De sociale omgeving
  • In interactie met elkaar vormen wij de sociale werkelijkheid, voorbeeld
    In interactie met elkaar vorm je de collegezaal, de sociale werkelijkheid en in interactie beinvloed je elkaar
  • Durkheim - sui generis
    Een eigensoortige werkelijkheid die niet kan worden herleid tot het individu. Niet kijken naar individu, maar sociale feiten
  • Elias - relatieve automie
    Gedrag is alleen te begrijpen in relatie tot omgeving. Wij zijn autonoom in de relatie tot de omgeving waar we ons bevinden dus  je bent relatief autonoom. Je vrijheid moet je altijd zien in relatie tot de omgeving waar je je bevind
  • Giddens
    Het is aan de sociologie om verbanden te onderzoeken tussen wat de maatschappij van ons maakt en wat we van onszelf en de maatschappij maken. Je kunt het sociale niet los zien van elkaar, maar zijn in continue interactie met elkaar
  • Waarom sociologie voor bestuurskundigen?
    Kritiekfunctie: sociologie is in staat om alle voornemens die bestuurskundigen nemen om beleid te maken, te analyseren en daar iets van te vinden. Technische kritiek: analyseren vanuit een maatschappelijk perspectief. Ideologische kritiek: beleidsprogramma's zien vanuit morele waarden, normen, van bepaalde ideeën die verborgen zijn. Sociologen kunnen de ideologische basis naar boven brengen

    Beheersfunctie: maatschappij vormen. Als je de maatschappij beter begrijpt dan kun je daarop sturen en beheersen. Bestuurskundigen moeten eerst de samenleving begrijpen om de samenleving te beheersen, te sturen. 

    Ordeningsfunctie: samenleving is complex, sociologie stelt zich in staat om de samenleving beter te begrijpen
  • Maatschappelijk probleem als:
    1. Aanzienlijk aantal getroffenen
    2. Persoonlijk letsel
    3. Samenhangen met andere problemen
    4. Niet tijdelijk van aard
    5. Bovenpersoonlijke oorzaken
    6. In strijd met serieuze waarden
  • Mills - sociologisch verwonderen/sociale verbeeldingskracht
    Op een sociologische manier kijken is allereerst het brede plaatje zien, uitzoomen en die bredere samenleving zien.
    Capaciteit om individuele ervaringen te relateren aan de samenleving. Begrijpen dat individuele ervaringen sterk in relatie staan tot die samenleving waartoe je je verhoudt
  • Sociologisch verwonderen/sociologische verbeeldingskracht - wat moet je doen 3 punten
    1. Jezelf wegdenken van de vertrouwde routines van het dagelijks leven.
    2. De bereidheid om de sociale wereld van uit het perspectief van anderen te zien.
    3. Focus op de sociale omstandigheden die sociale problemen veroorzaken -> Armoede kun je niet begrijpen vanuit het individu, maar vanuit de bredere samenleving
  • Interactie
    Mensen zijn op elkaar gericht, afstemmen van gedrag
  • Sociaal handelen
    Gewoontes, denkwijzen, gevoelens die wij hebben zijn sterk bepaalt door sociale ervaringen. 
    Ons handelen, hoe we ons gedragen is sociaal bepaalt. Bepaalt door wat wij aangeleerd hebben gekregen. Hoe wij handelen is sociaal bepaalt
  • Waarden en normen
    Waarden zijn diepgaand: wat is goed en wat is fout
    Normen zijn gedragsregels die daaruit voortkomen (dit mag wel, dit mag niet)
  • Socialisatie
    Aangeleerd krijgen wat passend en niet passend gedrag is.
    We krijgen aangeleerd hoe we ons moeten gedragen.
    Het aanleren van sociaal gedrag
  • Gewoontevorming
    Mensen zijn gewoontedieren, door allerlei interacties ontstaan er regelmatige patronen en met elkaar vormen we die gewoontes. 
    Gewoontes zijn dingen die we continu op een bepaalde manier doen en doen we vaak als groep. De patronen die je kan zien in de samenleving.
  • Hoe kan het dat we gewoontedieren zijn en dat die sociale patronen ontstaan?
    Door socialisatie. Doordat dat aanleren ontstaan er patronen, bepaalde gewoontes
  • Civalisatie
    Beschaving. 
    Samenleving socialiseert zich over tijd. Die ontwikkelt zich over tijd tot een bepaalde beschaving. Kan eeuwen duren. Vanuit die beschaving bestaan er weer sociale patronen. Beschaving ontstaat uit allerlei historische onderdelen. Nederlandse beschaving heeft enorme invloed op hoe wij ons gedragen.
  • Interdependentie
    Onderlinge afhankelijkheid.
    Mensen zijn door en door van elkaar afhankelijk
  • Cultuur
    Het aangeleerde gedragsreportoire wat mensen in een bepaalde groep of samenleving gemeen hebben. 
    In een cultuur gedragen mensen zich ongeveer op dezelfde manier en daarmee kun je dus een cultuur onderscheiden
  • Cultuur en beinvloeding
    Mensen die met elkaar omgaan, beinvloeden elkaar. 
    Beinvloeding is continu bezig en daar ontstaat een bepaalde cultuur
  • Acculturatie
    Een groep of persoon met al een bepaalde cultuur, leert een nieuwe cultuur aan
  • Enculturatie
    Elk nieuw lid (baby) leert de cultuur aan. 
    Je wordt niet als Nederlander geboren, je leert het gemeenschappelijke repertoire aan
  • Socialisatie
    Het aanleren van passend en niet passend gedrag
  • Primaire socialisatie
    Een kind vormt zijn identiteit door bepaald gedrag aan te leren in interactie met zijn/haar opvoeders. 
    De identiteitsvorming ontstaat dus vanuit de primaire socialisatie
  • Secundaire socialisatie
    Latere fase waarin je in interactie komt met school, de kerk, straat, telefoons. Daarin wordt je ook gesocialiseerd
  • Interdependentie
    Onderlinge afhankelijkheid. Mensen overleven in collectiviteit en dus niet alleen en zijn afhankelijk van elkaar. Geldt ook voor gezonde volwassenen
  • Durkheim - interdependentie
    Durkheim verwierp de voorstelling dat mensen oorspronkelijk individualisten waren en later werden opgenomen in een collectiviteit
  • Wolfskinderen zijn onderdeel van de samenleving want:
    Ze zijn afgestoten door de samenleving, nooit leeftijd van de baby dus er is een periode geweest waar het kind gesocialiseerd is (verwaarlozing is ook socialisatie)
    Gaandeweg leren ze wat het is om je te verhouden tot de jungle
    Vaak zie je dat ze op latere leeftijd terugkeren in de samenleving en alsnog leren praten, lopen en gedragen wat wij als menselijk zien
  • Civalisatieproces
    Beschavingsproces
    Waarden fungeren als maatstaaf voor het beoordelen van gedrag: wat is juist en wat niet. Waarden worden vervolgens omgezet in normen (gedragsregels) die aangeven wat van je verwacht wordt
  • Civalisatieproces - Ellias
    Ellias laat zien hoe omgangsvormen en gedrags-standaarden geleidelijk zin ontwikkeld.
  • Sui generis
    Uit interacties tussen mensen ontstaat een eigensoortige 'sociale' werkelijkheid
  • Individu en samenleving
    Individu en samenleving vormen een schijnstelling: ze beinvloeden elkaar op complexe wijze. Kun je niet los zien van elkaar, continu interactie met elkaar. Individu beinvloedt de samenleving, samenleving beinvloedt individu. Geen tegenstelling, wederzijds van elkaar afhankelijk
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.
Be the first one to add content
Discover the Study Smart Package

Summary - Class notes - Sociologie

  • 1486940400 Hoofdstuk 1

  • Sociologische verbeelding
    Individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren vanuit het geheel van sociale relaties die zelf een specifieke historische oorsprong hebben
  • Levensloop of biografie
    Alles wat mensen ervaren
  • Samenleving
    Geheel van sociale relaties waarvan we deel uitmaken
  • Gedrag
    Elke actie of reactie van een individu
  • Externe componenten van gedrag
    Aspecten die voor minstens 2 individuen waarneembaar zijn
  • Interne componenten van gedrag
    Aspecten die voor 1 individu waarneembaar zijn
  • Motivationele componenten van gedrag
    Ultieme drijfveren van het handelen
  • Emotionele componenten van gedrag
    Innerlijke gevoelens
  • Cognitieve componenten van gedrag
    Beelden die we vormen van de werkelijkheid
  • Reflexieve componenten van gedrag
    Beeld dat je van jezelf vormt
  • Handelen
    Gedrag met doelgerichtheid
  • Sociaal handelen
    Actor houdt rekening met wat anderen deden, doen of kunnen doen
  • Instrumenteel rationeel handelen
    Afwegen van condities en middelen en doel zo efficiënt mogelijk bereiken
  • Waarde rationeel handelen
    Handeling op zichzelf is waardevol
  • Affectief handelen
    Handeling gedreven door emoties, kan gerationaliseerd worden
  • Traditioneel handelen
    Sociale gewoontes volgen, het verleden bepaalt het heden
  • Reflexief handelen
    Gewoontehandelen doorbreken
  • Interactie
    2 of meer mensen geven een gedeelde betekenis aan elkaars handelen
  • Conformiteit
    Wederzijds akkoord over wat er in de interactiesituatie zal gebeuren 
  • Samenwerking
    Wederzijdse bereidheid tot samen handelen en een minimum aan conformiteit met betrekking tot het navolgen van afspraken
  • Conflict
    Minstens 2 partijen die niet akkoord gaan met hoe een interactie moet verlopen, waarbij ze een poging doen de interactie volgens de eigen zienswijze te doen verlopen
  • Ruil
    Baten of beloningen die individuen in sociale verbanden ontvangen, betekenen meestal kosten voor de anderen
  • Cultuur
    De gedeelde betekenis die mensen aan het handelen en de objecten uit hun omgeving toekennen en die geformaliseerd wordt in waarden, normen, overtuigingen, wetten
  • Structuur
    Geheel van posities van actoren en de vorm van de interacties en relaties tussen de actoren
  • Primaire demografische kenmerken
    Geboortes, huwelijken, migraties en sterftes
  • Secundaire demografische kenmerken
    Leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, gemiddelde gezinsgrootte
  • Ecologische factoren
    Factoren met betrekking op de natuurlijke omgeving
  • Materiële en technologische factoren
    Elementen die worden aangewend ter beheersing van de omgeving en die dienen om de behoeften van de mens zo adequaat mogelijk te bevredigen
  • Geschiedschrijving
    Fenomenen in het verleden verklaren door te verwijzen naar het belang van factoren die tijd- en plaatsspecifiek zijn
  • Culturele antropologie
    Beschrijven en interpreteren van interactie tussen culturen, waarbij vanuit de ervaring van de gewone mens problemen zoals identiteit, religie, seksualiteit, globalisering en de relatie met de natuur belicht worden
  • Microsociologie
    Studie van kleine groepen en interactie tussen individuen
  • Macrosociologie
    Studie van grotere sociale eenheden, zoals organisaties, regio's, landen en groepen van landen
  • Biologie
    Studie van hoe variaties in fysiologische eigenschappen, hormonale processen en biogenetische factoren gepaard gaan met variaties in gedrag
  • Psychologie
    Gedrag benaderen via de studie van interne mechanismen
  • Sociale psychologie
    Studie van attitudevorming en attitudeverandering, met inbegrip van overtuigingsprocessen
  • Sociobiologie
    Gedragsvormen en sommige erop voortbouwende vormen van sociaal handelen zijn het resultaat van duizenden jaren lange aanpassing aan de externe omgeving
  • Biosociale verklaring
    Wisselwerking tussen het biologische en het sociale nagaan
  • Waarderingsvrij
    Onderzoeksresultaten mogen niet beïnvloed worden door de waarden die de socioloog als mens aanhangt
  • Waardegebonden
    Waarden die onderzoekers aanhangen
  • Frankfurter Schule
    Groep Duitse sociale wetenschapper die op basis van hun wetenschappelijke gemotiveerde kritische maatschappijvisie kwamen
  • Radical sociology
    Gelooft dat socioloog altijd neutraal moet blijven
  • Sociologisch probleem
    Probleem met betrekking tot sociologisch inzicht en theorievorming
  • Klinische psychologie
    Praktijkgeoriënteerde sociologie gericht op interventie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Sociologie

  • 1481497200 College 1

  • Sociologie is?
    Samenlevingskunde, sociologie ligt op straat
  • Wat is een amateur socioloog?
    Iedereen. Kennis van, verklaring voor, oordeel over
  • Wat ziet een amateur socioloog?
    - Selectief waarnemen, 
    - Geringe aantal contacten met andere mensen, klein clubje waar je mee omgaat
    - Contact met mensen uit hetzelfde sociaal milieu, zelfde intresses
  • Als je ziet wat je wilt zien noem je dat?
    Subjectief waarnemen
  • Selectief waarnemen kan uiten in?
    Vooroordelen, stereotypering en discriminatie
  • Wat is partieel inzicht?
    - Mensen nemen niet passief en distantie waar, maar nemen deel aan een bepaalde werkelijkheid
    - Mensen beoordelen een situatie vanuit die werkelijkheid, vanuit hun eigen referentiekader
    - Cliënt, maar ook social worker zelf
  • Wat doet de social worker hetzelfde als een socioloog?
    - Relaties leggen tussen cliënt en groepsgedrag en algemeen maatschappelijke omstandigheden
    - Eveneens legitimiteitsprobleem ( kroegbaas luistert ook)
  • Welke niveaus zijn de gereedschappen van sociologie?
    - Micro, individueel niveau
    - Meso, organisatie niveau
    - Macro, maatschappelijk niveau
  • Wat is empirisch onderzoek?
    - De wijk in gaan en tellen
    - Systematisch en methodisch
    - Waarnemen, beschrijven, regelmatigheden ontdekken
    - Analyseren en verklaren, feiten met elkaar in verband brengen
  • Wat is volgens Mills sociologische verbeeldingskracht?
    - Eigen werkelijkheid vaak DE werkelijkheid (partieel inzicht)
    - Als je ergens niet op gewezen wordt zal je het nooit ontdekken (vis in het water)
    - Gedrag begrijpen in sociale context. ( afstand nemen, het persoonlijke loslaten)
  • Wat zegt Auguste Comte? (De grote lijn)
    Ongefundeerde geloven vervangen door wetenschappelijke inzichten
  • Wat zijn de 3 functies van sociologie?
    - Ideologiefunctie ( machtsverhoudingen bloot leggen)
    - Beheersfunctie ( kunnen sturen, bëinvloeden)
    - Ordende functie ( overzicht)
  • Wat is de kritische wetenschap?
    Balanceren tussen betrokkenheid en distantie. 
    Distantie = afstand nemen
  • 1483225200 Begrippen hfst 1

  • Sociologie
    Verklaren van gedrag van individuen en groepen van mensen vanuit de maatschappij invloeden die ze ondergaan
  • Ideologiekritiek
    Kritiek op sociologie over het blootleggen van macht verhoudingen
  • Beheersfunctie
    Bestuderen van de samenleving
  • Ordenende functie
    Situaties overzichtelijker maken
  • Private troubles
    Persoonlijke moeilijkheden
  • Public issues
    Sociale problemen
  • Macht
    3 elementen
    Doelstelling
    Daarvoor middelen werven
    Uitoefenen aan de hand van de middelen
  • Ideologie functie
    Het blootleggen van macht verhoudingen tussen mensen
  • Sociologische verbeeldingskracht
    Het in verband brengen van los staande persoonlijke ervaringen, situaties en problemen door ze in het licht te zetten op de manier hoe de samenleving functioneerd
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - sociologie

  • 1447628400 College 1 (H1,ex. 1.6), (H2,ex. 2.4-2.5), (H4 ex. 4.4 en 4.), H10

  • Drie hoofdonderwerpen in sociologie?
    • Sociale orde: omgang met deviantie, globalisering
    • Sociale ongelijkheid: ontwikkelingen binnen sociale klassen
    • Identiteit: toegenomen diversiteit (super-)
  • Wat beïnvloed wat jij bent?
    • Economische klasse
    • Etniciteit
    • Man of vrouw (gender) – Meer vrouwen dan mannen werken deeltijd
    • Familie
    • Religie
    • Opleiding
    • Etc.
  • Wat betekent sociologie?
    Systematische studie van de samenleving

    soci= Society (Samenleving)
    ologie= Systematische kennisvergaring


    Systematisch: Verwondering onder woorden brengen – ‘hypothesen’ afleiden uit theorie – die empirisch onderzoeken.
  • Wat is de sociologische theorie?
    Gedachteconstructies waarmee sociale verschijnselen kunnen worden verklaard.
  • Wat wordt bedoeld met empirische toetsing?
    Empirischetoetsing: Toetsing van de werkelijk t.o.v. de theorie
    (op de werkelijkheid en de ervaring gebaseerd)
  • Sociologie is vooral: het proces proberen te snappen van ‘modernisering’: de grote veranderingen die de samenleving in de afgelopen twee eeuwen heeft doorgemaakt.
    Sociologie is ook: het herkennen van (meer en minder dwingende) structuren in de manier waarin mensen met elkaar samenleven. Daarover kun je (sociologische) uitspraken doen.
  • Sociologie binnen IVK:
    • Observeren van de samenleving (observeren, participeren (meedoen), bevragen, bediscussiëren, beschrijven, verklaren).
    • Kritisch onderzoeken
    • Marginaliteit: in de marge(rand) van de samenleving (vgl. deviant)
    • Mainstream: in het centrum van de samenleving (vgl. normaal)

    Een crisis/ramp leent zich er goed voor om te zien hoe een samenleving in elkaar zit.
    1. Het orde of cohesie vraagstuk
      Wat houdt onze samenleving bij elkaar?
    2. Het ongelijkheidsvraagstuk
      Wie krijgt wat en hoe komt dat? (Geld. Kansen, opleiding)
    3. Het indentiteitsvraagstuk
      Hoe pas ik in deze cultuur? Wie zijn wij?
  • Op welke 3 manieren kan je naar sociologie kijken (theoretische bril)?
    1. Structureel functionalisme; Wat houdt de samenleving bij elkaar?
    2. Symbolisch interactionisme; Hoe gaan we met elkaar om en wie zijn wij?
    3. ConflicttheorieSamenleving en de ongelijkheid daarbinnen?
  • Theoretische bril!

    Structureel functionalisme
    Visie op de werkelijkheid: Samenleving als systeem. Er is één externe werkelijkheid.
    Onderzoek: Bij voorkeur kwantitatief.
    Positivistisch

    Symbolisch interactionisme
    Visie op de werkelijkheid: Samenleving als continue interactie. Mensen maken hun eigen werkelijkheid.
    Onderzoek: Bij voorkeur kwalitatief.
    Interpretatief


    Conflicttheorie
    Visie op de werkelijkheid: Samenleving als arena van macht en ongelijkheid. Mensen domineren anderen.
    Onderzoek: Moet leiden tot verandering.
    Kritisch
  • Wat levert sociologie op?
    1. De samenleving kunnen beschrijven (terminologie)
    2. Gevoel voor grotere complexe patronen, zoals (on)rechtvaardigheid, inzicht in ongelijkheid
    3. Factchecking: klopt het wel wat iemand/iedereen zegt (kritische blik)?
    4. Zicht op de ‘maakbaarheid’ van de samenleving (veranderbaarheid door beleid)
    5. Analyses die je helpen beleid te maken (bedoelde en onbedoelde gevolgen)
    6. Zicht op de toekomst: kunnen verklaren is kunnen anticiperen
    7. Persoonlijke effectiviteit: zicht op de wisselwerking tussen individu en samenleving
    8. Zicht op kansen en beperkingen voor sociale stijging (van dubbeltje naar kwartje)
    Mogelijkheden en onmogelijkheden van IVK
  • Socialisatie H4
    Genie’, het meisje dat opgroeide in gevangenschap op haar kinderkamer:
    • Groeide op in sociale isolatie
    • Kon niet goed lopen, was niet zindelijk
    • Leerde geen taal, want praten werd bestraft
    • Hersenontwikkeling wijkt erg af van normaal
    Kon zich op geen enkele manier handhaven in de ‘buitenwereld’
  • Psychologie: stimulus deprivatie
    Sociologie: gemankeerde socialisatie
    De sociologie is een jonge discipline. Pas in de 20eeeuw werd het belang van de sociale omgeving steeds meer erkend: gedrag is niet instinctief, maar is ook aangeleerd. Daarmee werd ook het concept ‘socialisatie steeds belangrijker.
  • Socialisatie (p. 94) is het levenslange proces van sociale ervaringen dat mensen in staat stelt om....
    Socialisatie (p. 94) is het levenslange proces van sociale ervaringen dat mensen in staat stelt om...hun eigen mogelijkheden te realiseren en zich de cultuur waarvan zij deel uitmaken eigen te maken.
    (Hoe leren mensen van elkaar?)
  • Socialisatie: Freud en Piaget
    Sigmund Freudsbiologische driften:
    Strijd tussen Es (menselijke driften) en Superego (verworven maatschappelijke normen en waarden): ego zorgt voor een compromis (sublimering).

    Jean Piagetsbiologische groei:
    Elk mens doorloopt verschillende sterk biologisch bepaalde ontwikkelingsfasen om abstract denken aan te leren.
  • Socialisatie: Mead
    George Herbert Meads ‘sociale ervaringen’:
    Onze persoonlijkheid is het resultaat van sociale ervaringen, waarbij we ons kunnen verplaatsen in de ander en hoe die ons ziet. We kunnen de rol van de ander aannemen en maken daardoor een ‘zelfbeeld’.
    Zelf = ik + mij. Ik: hoe zie ik mijzelf. Mij: hoe denk ik dat anderen mij zien?
    Wie ben ik te midden van anderen? Wie ben ik in de samenleving? Wat ‘vindt’ die van mij?

    Je hebt zelf invloed op je socialisatie.
  • Welke factoren hebben invloed op het socialiseringsproces?
    Onder andere:
    1. Gezin;
    2. School;
    3. Peer-group;
    4. Media;
    5. Werk.
  • Hoofdstuk 10 – Socialisatie van werkende
    Die socialisatie gaat dóór: kind→adolescent→volwassene→oudere.
     
    Veel gedrag dat op school wordt aangeleerd is ook van toepassing in arbeidsorganisaties.

    Bijv.:Opdrachten krijgen, prestaties leveren, een planning volgen, luisteren naar een autoriteit, een beloning krijgen, etc.
  • Arbeidsmarkt: Belangrijkste steunpilaar van de verzorgingsstaat. Beide maken continue socialisatie mogelijk.

    Belangrijke impulsen voor socialisatie:

    • Hoe stem je arbeid en zorg op elkaar af?
      • Druk van twee kanten: carrièrekansen versus zorg voor gezin en naasten; rol van organisatiecultuur in het opwerpen van organisatiegebonden barrières en de mate van ondersteuning door leidinggevende
    • Hoe gedraag je je als (hoog opgeleide) professional, manager, ZZP-er?
      • Theoretische kennis
      • Professionele codes
      • Gezaghebbend
      • Maatschappelijke bijdrage
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Mills - sociologisch verwonderen/sociale verbeeldingskracht
Op een sociologische manier kijken is allereerst het brede plaatje zien, uitzoomen en die bredere samenleving zien.
Capaciteit om individuele ervaringen te relateren aan de samenleving. Begrijpen dat individuele ervaringen sterk in relatie staan tot die samenleving waartoe je je verhoudt
Emancipatie paradox
Om mensen te emanciperen moet hun eerst de wil van een ander worden opgelegd.
Sociale controle
Het geheel van reacties om de waarden en normen te handhaven. In het geval van beloningen ter goedkeuring, ondersteuning of instemming spreken we van positieve sancties. Van negatieve sancties is sprake wanneer het gaat om straffen ter afkeuring
Groep volgens Merton
De leden hebben onderlinge interactie
Welke drie groepen onderscheidde Merton
-groep
-collectiviteit
-sociale categorie
Welke vraag en socioloog  en nadruk hoort bij het onderwerp: liberalisme
Wie doet wat en voor wie?
Smith
Nadruk op bindingen van eigen belang
Welke vraag en sociologen en nadruk horen bij het onderwerp: socialisme
Wie is de baas over wie?
Conflictsociologen: Marx en Weber
Nadruk op bindingen van geweld
Welke vraag en sociologen en nadruk horen bij het onderwerp: conservatisme
Wie horen bij wie?
Comte en Durkheim
Nadruk op bindingen en solidariteit
Wat bepaald hoe mensen de werkelijkheid zien? Symbolisch interactisme
Interacties met elkaar. In die interacties vinden allemaal symbolen plaats-> taal, kleding. Gedrag wordt gevormd door sociale interacties en op basis van die interacties bestaan bepaalde verwachtingen. ''ik verwacht dat ik hier kan betalen.
Hospitalisering

in een situatie terechtkomen waarin gedrag zo bepaald wordt dat ze zelf nauwelijks meer enig initiatief kunnen nemen omdat er zoveel geregeld wordt voor deze mensen. Een
voorbeeld is een bejaardentehuis