Summary Class notes - Spierfysiologie

Course
- Spierfysiologie
- J. de Ruiter
- 2014 - 2015
- Vrije Universiteit Amsterdam
- bewegingswetenschappen
232 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Spierfysiologie

  • 1414882800 Voorbereiding College 3

  • Huxley model: The 3-states model involves a flexible myosine head (s1), a compliant portion of the myosin molecule (s2) and displacement of the actin binding site and rotation of the head.
  • Waarvan is het aantal gevormde crossbridges afhankelijk?
    Wat is bij een isometrische contractie bepalend voor de constant geworden krachtwaarde?
    Wat legt bij een niet-isometrische contractie het verband tussen kracht en verkortingssnelheid?
    -Filament overlap en vrijgekomen bindingsplaatsen aan het actine
    Binding aan het actine is afhankelijk van attachement (f) en detachement (g) rate

    -Bij een strict isometrische contractie zijn de rates: f(1-n) = g*n, in de praktijk is f = 4g
    -Het verband kan worden gelegd door variatie in  f en g bij verschillende verplaatsingen vanaf het beginpunt van de bindingsplaats. De maximum exertie waarop nog attachement kan plaatsvinden is h (at Vmax). f en g nemen lineair toe met de exertie. Attachement bij negatieve exertie is niet mogelijk, g is constant.
  • Waneer treedt negatieve exertie van de myosinebindingsplaats op?
    bij verkortingssnelheden hoger dan de detachement snelheid
  • Waarom is er bij Vmax geen actieve krachtlevering meer mogelijk?
    Waarvan is Vmax onder andere afhankelijk?
    Bij Vmax is de Netto kracht 0, krachten door negatieve exertie en positieve exertie heffen elkaar op

    Vmax is afhankelijk van de waarde van g bij negatieve exertie.
  • Waarom is de krachtgeneratie bij een excentrische contractie groter dan bij een isometrische en concentrische contractie?
    Tijdens een excentrische contractie worden de S2 filamenten verder opgerekt. 
  • Hoe kunnen sarcomeren van wisselende kracht samenwerken?
    als een sterke sarcomeer verkort levert hij minder kracht naarmate hij meer verkort, een zwakkere sarcomeer die verbonden is aan de sterke sarcomeer wordt opgerekt en levert daarom meer kracht dan bij een isometrische contractie. Zo houden de sarcomeren elkaar in evenwicht.
  • Cross-bridge model geeft uitleg over kracht-snelheid en het Fenn-effect. 
  • Waarom treedt het Fenn-effect wel op bij verkorting en niet bij stretching?
    Bij verkorting kost detachement ATP, tijdens stretching komt detachement overwegend mechanisch tot stand en kost het dus geen ATP
  • Waarom levert een spier concentrisch minder kracht dan excentrisch?
    door het verschuiven van actine wordt de rek op S2 minder
  • 1415055600 College 3


  • Hoe werkt het kracht leveren van een spier?
    kantelen S1 zet rek op S2, S2 geeft deze veerkracht door.
  • Hoe komt het dat de geleverde kracht varieert bij verschillende snelheden?
    Welk percentage cbs is attached tijdens maximale isometrische contractie?
    -variatie in f en g, actine snelheid met als gevolg minder rek op S2 en compressie S2 rond equilibriumpunt.
    -f = 80 & g = 20
  • Hoe werkt de krachtlevering tijdens een excentrische contractie?
    df
  • 1415228400 College 4

  • sarcolemma is opgebouwd uit?
    fosfolipiden met geladen kop en 2 ongeladen staarten
  • Hoe leidt een actiepotentiaal tot het vrijkomen van Ca2+ uit het sarcolemma (min 4 stappen)
    voortgeleiding via de T-tubuli; activatie voltage-gated DHP-receptoren en ligand-gated DHP-receptoren; mechanische vervorming DHP-receptoren leidt tot desinhibitie ryanodine receptoren; vrijkomst Ca2+ én positieve terugkoppeling Ca2+ op verdere activatie ligand-gated ryanodine receptoren
  • Hoe leidt de vrijkomst van Ca2+ tot contractie?
    Ca2+ bindt aan tropomyosine-C, hierdoor draait tropomyosine weg en komen de actine bindingsplaatsen vrij. Myosine (met daaraan gebonden ADP en Pi) bindt aan actine. Pi laat los van myosine en hierna begint de powerstroke.
  • Waarom houdt de krachtrespons zo kort aan?
    Resorptie van Ca2+ door de Ca-pomp in het SR.
  • 1 actiepotentiaal geeft 1 twitch
  • Hoe groot is de kracht van alle motorunits die twitchen tov MVC?
    Hoe wordt een grotere kracht bereikt?
    ~10%

    Door middel van summatie van twitches in de tijd (temporeel), frequentie opvoering zorgt dus voor fusie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Fosfocreatine-shuttle
om de afstand (20 µm) tussen de mitochondriën en de myofibrillen in het interieur van de vezel te overbruggen voor de diffusie van ATP. De hoog-energetische fosfaat wordt van het ene creatine kinase molecuul overgedragen op de volgende.
Cyanide
ontkoppelt de elektronen transportketen door het laatste enzym in de keten te inhiberen waardoor zuurstof de elektronen niet meer overneemt.
Uncouplingproteins
ontkoppelen de 2 processen. De pompen gaan dus gewoon door
translocator
wisselt mitochondrieël ATP uit tegen extra mitochondrieël ADP
Oxidatieve fosforylering
het elektronentransportsysteem + ATPsynthase
anapleurotische reacties
vullen de Citroenzuurcyclus-intermediairen weer aan
PDC
pyruvaat dehydrogenase complex
Feed forward control
Het product van FFK (fructose 1,6-bifosfaat) activeert pyruvaat kinase, het laatste benodigde enzym bij de glycolyse.
malate shuttle
hierbij wordt NADH gevormd in het cytosol (waar de glycolyse zich afspeelt) uitgewisseld tegen NAD+ in de matrix van de mitochondrien: NADHcytosol + NAD+matrix ↔ NAD+cytosol + NADHmatrix.
 αGPDH
een enzym dat als marker voor de glycolyse