Summary Class notes - spraak-taal

Course
- spraak-taal
- Frances Wouters
- 2019 - 2020
- Hanzehogeschool Groningen (Hanzehogeschool Groningen, Groningen)
- Opleiding voor Logopedie
223 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - spraak-taal

  • 1581116400 Inleiding taal

  • Taal:
    ‘het op basis van een universeel, aangeboren vermogen gevormde geheel van tekens en regels om deze tot betekenisdragende elementen te combineren waarvan de mens gebruikt maakt om zijn gedachten te articuleren, zijn wereld te ordenen en te communiceren’
  • 4 Taalmodaliteiten:
    • Begrijpen (receptief)
    • Praten (productief)
    • Schrijven (productief - code)
    • Lezen (receptief - code)



    Taalsysteem:
    • Taalbegrip - taalproductie
    • Taalinhoud - taalvorm - taalgebruik

    • taalniveaus (linguïstisch)
      • Fonologie
      • Semantiek
      • Syntaxis
      • Morfologie
      • Pragmatiek
      • Metalinguïstisch
  • 1582239600 Theorie mondgewoonten & structuren en problemen

  • Welke structuren/onderdelen heeft het articulatieorgaan?
    • Lippen (labia)
    • Tong (lingua)
    • Kaken (maxilla (onder), mandibula (boven))
    • Gebit (dentura)
    • Gehemelte (palatum/velum)
    • Neus (nasus)
  • Cavum oris = mondholte
    Maxilla = bovenkaak
    Mandibula = onderkaak

    Lateraal = zijkant
    Interdentaal = tussen de tanden
    Addentaal = tegen de tanden

    Rugae palatinae = alveolaire rand
    Palatum durum = harde gehemelte
    Palatum molle/velum = zachte gehemelte
    Uvula = huig

    Labia = lippen
    Lingua = tong
    Dentura = gebit
    Velum = zacht gehemelte
    Palatum = hard gehemelte
    Nasus = neus
  • Wat zijn de primaire en secundaire functies van het articulatieorgaan?
    • Zuigen
    • slikken
    • kauwen
    primaire functies voor eten, drinken en ademen

    • Spreken: secundaire functie
  • Aangezichtsspieren:

    m. Orbicularis oris (lippen): sluiten, drukken en tuiten van de lippen

    M. Mentalis (kin) optrekken en naar voren brengen van onderlip

    M. Buccinator (wang)

    M. Masseter: kauwspier die de kaak opheft



    Spieren in de mond:

    M. Levator veli palatini: spier van het zachte gehemelte die het velum heft waardoor de ingang van de buis van Eustachius verwijd
  • Functieonderzoek slikken:

    Je onderzoekt onbewuste en bewuste slikmomenten.
    Je let op de masseter, mentalis en orbicularis oris. Je beoordeelt de tong- en lippositie.

    Oefeningen:
    • water slikken met open en gesloten lippen
    • kauwen en slikken van koekje
  • Functieonderzoek mond:

    Je onderzoekt de algehele mondmotoriek (lippen, tong, kaak, velum) en let op afwijkende mondgewoonten. Observaties gebeuren tijdens rust en in actie.
  • Tandheelkundige termen:

    Incisieven = snijtanden
    cuspidaten = hoektanden   
    molaren = kiezen

    buccaal = zijde van de (pre)molaren die naar de wang gekeerd zijn
    diasteem = ruimte tussen twee elementen
    occlusie = contact tussen gebitselementen van onder en bovenkaak
  • Hoe zijn de kwadranten van het gebit ingedeeld? 

    Links boven: 1ste kwadrant
    Rechts boven: 2de kwadrant
    Rechts onder: 3de kwadrant
    Links onder: 4de kwadrant 

    Het melkgebit wordt 5de t/m 8ste kwadrant genoemd

    Je noemt de tand eerst bij het kwadrant en daarna bij het tandnummer (1-8 van binnen naar buiten)
  • (Mal)occlusies:

    Normale occlusie (klasse I): bij de achterste molaren staat de bovenste halverwege de onderste

    Klasse II occlusie:   de onderste molaar staat achter de bovenste
    • Klasse II,1: voortanden in protrusie (naar voren: overbeet)
    • Klasse II,2: voortanden in retrusie (naar achteren: dekbeet)


    Klasse III occlusie: de bovenste molaar staat ver achter de onderste (centenbak)
  • Wat is protrusie en retrusie?
    Protrusie: tanden staan te ver naar voren
    Retrusie: tanden staan ver terug
  • Wat wordt bedoelt met de triangle of forces?
    De krachten van de verschillende spieren moeten in balans zijn om een goede occlusie te verzorgen
  • Wat is een SOB en VOB?
    SOB: sagittale overbeet: boven- en ondertanden staan uit occlusie 

    VOB: verticale openbeet: boven- en ondertanden kunnen niet op elkaar geplaatst worden
  • Wat is een end-to-end beet?
    Boven en onder incisieven op elkaar
  • Hoevaak komt duimzuigen voor onder kinderen? Wanneer behandel je duimzuigen?
    1 jaar: 50%
    2,5 jaar: 33%
    12 jaar: 2%  

    Je kunt preventief behandelen rond 3 jaar. Vanaf het vijfde jaar kunnen er gevolgen zijn voor het gebit als er ook andere afwijkende gewoonten bestaan
  • Wat zijn de gevolgen van duimzuigen voor structeren en functies in het mondgebied?
    • Lage tongligging
    • interdentale spraak
    • tongpersgewoonte
    • open mondgedrag
    • SOB/VOB
  • Welk mechanisme is verantwoordelijk voor de afsluiting van de nasofarynx bij spreken en slikken?
    Velofaryngeaal mechanisme
  • Hoevaak per dag slik en welke spier is daarbij passief als je het juist doet?
    1500-2000 keer per dag, 2 keer per minuut. 
    M. Mentalis is passief
  • Afwijkende slik:

    Protrale tongpers: tongpers naar voren

    Bimaximllaire tongpers: kaak tongpers > pers tegen onder en boven elementen    

    Interdentale tongpers: tong gaat tussen de tanden

    Addentale tongpers: tong gaat tegen de tanden
  • Hoe herken je een afwijkende slik? (2)
    Als de tong tegen/tussen de elementen of molaren perst
    M. Masseter actief
  • Wat is OMFT?
    Oromyofunctionele therapie
    Een oefentherapie om de mondspieren in evenwicht te brengen en om afwijkende mondgewoonten af te leren
  • Welke afwijkende mondgewoonten kennen we? (6)
    • Afwijkend kauwen en slikken
    • Zuigen op duim, vinger en anderen
    • Habitueel mondademen
    • Afwijkende tongpositie in rust
    • Foutieve lipgewoonten
    • Nagelbijten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn lexilijsten?









Genormeerde vragenlijst voor kinderen tussen 1,3 en 2,7 jaar waarbij de vroege taalontwikkeling wordt gemeten
De lijsten zijn er ook voor meertalige kinderen
Wat is het Viertaktmodel?
Een therapiemethode voor semantische therapie. 
Geschikt voor behandelingen in differentiatiefase en voltooiingsfase.
Bestaat uit vier onderdelen: voorbewerken, sematiseren, consolideren en controleren

  • Voorbewerken: doelwoorden introduceren
  • Semantiseren: uitbreiden, uitleggen, uitbeelden (bv woordweb)
  • Consolideren: betekenissen en vormen opslaan in het geheugen door spelletjes te spelen, boekjes lezen, zingen etc. 
  • Controleren: kennis testen
Welke communicatiestijlen kennen we?
  • Conversationele stijl (open vragen)
  • Intrustieve stijl (gesloten vragen)
  • Directieve stijl (opdrachten)
  • Didactische stijl (inhoud is belangrijker dan het gesprek zelf)
Wat is de denotationele woordverwerving?
Het kind bouwt een semantisch netwerk op
Wat is pseudodialoog?
Als de volwassenen in gesprek is met een pre-intentioneel kind en de verbale en non-verbale uitingen van het kind woorden geeft
Wat is de referentiële woordverwerving?
In de vroeglinguale periode. Het gaat om vroeg geleerde woorden. Deze woorden zijn verworven op basis van directe ervaring.
De verzorgerstaal (CDS) is de allerbelangrijkste invloed op de taalontwikkeling omdat...









Het is altijd correct, en past zich aan op het niveau van het kind
Wat zijn de zeven stappen van het klankonderzoek van Winitz?
  1. Spontane spraak
  2. Hypothese
  3. Contextonderzoek
  4. Stimuleerbaarheid
  5. Feature analyse
  6. Onderzoek naar algemene regels
  7. Onderzoek naar auditieve discriminatie
Wat zijn de 5 uitsluitingscirterium voor S-TOS?
Geen IQ onder 85
Geen gehoorproblemen
Geen afwijking aan spraakorganen 
Geen deprivatie (ongunstig taalaanbod)
Geen emotionele - of contactstoornis zoals autisme
Hoe komt het dat kinderen volgens de U learning curve eerste de woorden correct zeggen, maar daarna verkeer gaan gebruiken?
Waarschijnlijk worden de woorden eerst afzonderlijk opgeslagen in het lexicon, pas daarna wordt het vervoegingssysteem geïntegreerd.