Summary Class notes - Start tot arts

Course
- Start tot arts
- GS1A
- 2016 - 2017
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- Geneeskunde
400 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Start tot arts

  • 1473112800 WG Thema 1

  • Welke diagnoses zijn er?
    Syndroomdiagnose, verschillende symptomen die een verband met elkaar lijken te hebben
    Symptoomdiagnose, een symptoom, geen oorzaak
    Ziektediagnose, pathologisch anatomische diagnose (pathaloog vindt een afwijking in weefsel), etiologische diagnose (bacterie of gen), pathofysiologische diagnose (asthma)
  • Wat is de structuur van een consult?
    Inleiding
    Vraagverheldering (SCEGS)
    Speciële anamnese, uitvragen medisch perspectief, uitvragen relevante tractus
    Algemene anamnese
    Lichamelijk onderzoek
    Werkdiagnose
    Beleid
    Afsluiting
  • Hulpvragen bij SCEGS.
    somatisch, waar heeft u pijn?
    cognitief: waar denkt u zelf aan
    emotioneel: ongerust, angstig
    Gedragsmatig: heeft u zelf al wat gedaan om de pijn te verlichten
    Sociaal: Brengt de klacht belemmeringen met zich mee
  • Hulpvragen bij de 7 dimensies.
    Lokalisatie: Waar heeft u pijn? Is er ook uitstraling?
    Kwaliteit: Wat voor soort pijn heeft u?
    Kwantiteit: Hoe erg heeft u pijn?
    Tijdsverloop: Wanneer is de pijn begonnen? Hoelang heeft u dan pijn? Hoe vaak heeft u pijn? Heeft u de pijn eerder gehad?
    Context: Kent u mensen in de omgeving die hier ook last van hebben gehad? Wat was u aan het doen toen de pijn begon?
    Factoren van invloed: Zijn er bepaalde activiteiten die de pijn erger/minder maken? Wat heeft u zelf al gedaan om de pijn verminderen, hielp dat, hoeveel heeft u genomen?
    Begeleidende verschijnselen: heeft u ook andere klachten? Koorts bijvoorbeeld?
  • Wat is OMA? Wa tis LSD?
    Oordelen
    Mening geven
    Adviezen

    Luisteren
    Samenvatten
    doorvragen
  • Wat werkt bij aanzetten tot gedragsverandering>
    Openvragenstellen en stiltes laten vallen
    Doorvaregen: hoe ziet dat dan, wat zou erachter zitten
    Begrip tonen/Uitlaten praten
    Actievf luisteren
    Samenvatten, parafraseren
    Liniaal, eerdere succesen, belang laten verwoorden
    Overpeinzing, ondersteunen bij maken beslissing, balans naar voordelen
  • Welke fasen zijn er bij gedragsverandering?
    1. precontempatie -> bewustwording wat voor hem van belang is eruithalen, meer neiging naar iets positief benoemen
    2. contemplatie -> overwegen wel/niet, voor en nadlen door patiënt laten opnoemen, besluit bij hem laten liggen, kijken of diegene de voordelen zwaarder wil laten wegen
    3. beslissing: versterken mogelijkheid zelf kunnen, velfvertrouwen versterken, werken aan vaardigheden, maar nog wel oud gedrag
    4. actie: Af en toe contact houden, oppassen voor reparatiereflex
    5. behoud
    6. terugval
  • 1473631200 HC Thema 1

  • Wat is het ijsbergfenomeen?
    Mensen gaan niet met al hun klachten naar de dokter.
  • Welke factoren beïnvloeden  het al dan wel of niet gaan naar een arts?
    Mate van hinder van de klacht
    Interpretatie -> betekenis die je geeft aan de klacht
    Verwachtingen van de gezondheidszorg -> heel erg druk, geen vertrouwen, zieker naar huis dan bij komst
  • De meeste klachten blijven medisch onverklaard. Leg uit dat je als arts dan toch nog een belangrijke rol voor de patiënt kunt spelen.
    Je kunt de klacht in perspectief plaatsen of de patiënt geruststellen. 
    "To cure sometime, to relief and to comfort always"
  • Leg uit hoe een lichamelijke sensatie een klacht wordt.
    Competition of cues, de patiënt verneemt vele lichamelijke sensaties, enkele springen eruit. 
    de aandacht wordt groter als je betekenis geeft aan die sensatie, het wordt een klacht.
  • Leg uit welke begrippen behoren tot interpretatie en wat deze betekenen.
    Interpretatie is een deel van je cognitie.
    Attributie: oorzaak van de klacht wordt toegeschreven tot
    Self efficacy: mate waarin je denkt te kunnen beïnvloed
    Locus of control: intern of extern
  • Leg uit hoe de premedische fase en daaraan sluitend de medische fase verloopt.
    1. Je ervaart een lichamelijke sensatie
    2. Je geeft betekenis aan de sensatie -> klacht
    3. Je geeft uiting aan de klacht -> inhoudelijk en betrekkelijk (wat is je doel?)
    4. Je doet niets of iets: informatie zoeken, zelfzorg, rusthouden óf
    5. Je zoekt professionele hulp -> voor een verklaring, erkenning of om je idee te toetsen
    6. De arts verkent de vraag van de patiënt, vraagverheldering
    7. Medische verklaring geven, een diagnose
    8. Een beleid voorstellen -> evidence based
    9. Vertalen naar zorg op maat.
  • Wat houdt de biomedische benadering in?
    Er wordt gekeken naar de fysiologie en pathofysiologie. Door onderzoek aan weefsels kan worden vastgesteld of iemand ziek is of niet.
  • Wat houdt het biopsychosociaal model in?
    Er is een wisselwerking tussen gezondheid en ziekte, de mens en de psyche, de omgeving en gedrag. 
    Factoren van binnenuit: psychosociaal, fysiologisch, persoonlijke achtergrond
    Factoren van buitenaf: sociaal cultureel, pathogenisch (bacteriën en virussen) behandeling
  • Hoe verloopt de structuur van het geneeskundig proces?
    1. Openen, op gemak stellen
    2. Verkennen patiëntperspectief (SCEGS), Wat is de hulpvraag
    3. Verkennen biomedisch perspectief (speciële anamnese, 7 dimensies)
    4. Context verzamelen, de voorgeschiedenis
    5. Differentiaal diagnostische overweging, wat zijn de verschillende mogelijke verklaring van de klacht
    6. Lichamelijk onderzoek
    7. Werkdiagnose -> symptoomdiagnose, syndroomdiagnose of ziektediagnose
    8. Beleid bepalen -> evidence based -> zorg op maat
  • Wat is ethiek?
    Ethiek is als een reflectie op het menselijk handelen in het licht van moreel goed en kwaad.
  • Op welke principes is de medische ethiek gebaseerd?
    Principe van niet schaden
    Principe van goed doen
    Principe van rechtvaardigheid
    Principe van respect voor zelfbeschikking/autonomie
  • Waarom is er de artseneed?
    Toegang tot de artsengemeenschap
    Onderschrijving waarden en normen van het beroep
    Moment van reflectie, delen van informatie
  • Leg uit dat de artseneed gericht is op interne en externe aspecten.
    Intern: regeling binnen de beroepsgroep
    Extern: P, relatie met clïenten en patiënten en de maatschappij
  • Leg uit welke artseneed men vroeger kende en welke nu.
    Vroeger: Wet op de Uitoefening van de geneeskunst, deze was verplicht
    Nu: Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG), niet meer verplicht 
    De moderne eed is meer gericht op de relatie met patiënt en de maatschappelijke positie van artsen.
  • Wat staat er globaal in de artseneed?
    Geneeskunsts zo goed mogelijk uitoefenen
    Zorgen voor zieken , gezondheid bevorderen, lijden verminderen
    Belang van patiënt voorop, eerbied zijn opvattingen
    Geen schade doen
    Luisteren, geheihouden
    Erken je grenzen
    Toetsbaar
    Beschikbaarheid en toegankelijkheid
    Geenmisbruik
  • Wat is een definitie van obesitas volgens de CBO-richtlijn
    Obesitas is een chronische ziekte waarbij een zodanige overmatige vetstapeling in het lichaam bestaat dat dit aanleiding geeft tot gezondheidsrisico's.
  • Welke vragen kun je jezelf stellen bij wetenschappelijk denken?
    Hoe vaak komt het voor?
    Waardoor komt het?
    Is het erg?
    Moeten we er iets aan doen?
    Kunnen we er iets aan doen?
  • Hoe vaak komt het voor (obesitas)?
    Cijfers, grafieken
  • Waardoor komt het (obesitas)?
    Weinig bewegen, overlevingsgenen, snel/veel eten, weinig slaap
  • Is het erg (obesitas)?
    Onderzoek, 
    (mensen die wortels eten, eten niet alleen wortels, maar leven ook gezonder dan mensen die geen wortels eten, bij onderzoek naar wortels lijken de wortels dus de factoren van invloed te zijn, maar eigenlijk zijn er veel meer factoren (confounding)
  • Moeten we er iets aan doen (obesitas)?
    Als je een risicofactor wegneemt, leidt dit niet tot risicoverbetering, omdat: 
    risicofactor al schade heeft aangericht
    risico niet direct normaliseert
    geen interventie gedefinieert is, mensen gaan ander risicogedrag vertonen
  • Kunnen we er iets aan doen (obesitas)?
    Obesitas is een sociaal probleem, er is een gemeenschappelijke oplossing voor nodig, maar de voedselindustrie is een van de belangrijkste, dus de politiek wil zich er weinig mee bemoeien.
  • Uit welke stappen bestaat het geneeskundig proces?
    Vraagverheldering
    Anamnese
    Lichamelijk ondezoek
    Aanvullend onderzoek
    Voorlopige diagnose
    Beleid
    Evaluatie
  • Wat houdt de vraagverheldering in?
    Wensen en verwachtingen van de patiënt
    Hulpvraag
    Culturele context
    Biografische context
  • Wat zijn de 7 dimensies van de hoofdklacht?
    Lokalisatie
    kwaliteit
    kwantiteit
    tijdsverloop
    context
    factoren van invloed
    begeleidende verschijnselen
  • Wat houdt de algemene anamnese in?
    Vragen over medicatie, allergieën, voeding (context)
    tractusanamnese, elk orgaansysteem bij langsgaan
  • Welke tractus heb je?
    Respiratorius
    digestivus
    locomotorius
    zintuigen en zenuwstelsel
    huid
    urogenitalis
    psychisch
    circulatorius
  • Wat zijn de algemene vitale kenmerken?
    Bewustzijn
    Mate van ziekzijn
    Hydratietoestand
    Huidturgor
    Huidskleur
    Ademhaling
    Foetor (geur)
    Bloeddruk
    Pols
    Saturatie
  • Lichamelijk onderzoek van top tot teen.
    Hoofd, hals, thorax, wervelkolom, abdomen, extremiteiten, inwendig RT rectaal voucher, VT  vaginaal toucher
  • Welke onderzoeksmethoden zijn er?
    Inspectie (kijken)
    Auscultatie (luisteren)
    percussie (kloppen)
    Palpatie (voelen)
  • Wat is de volgorde van buikonderzoek?
    IAPP inspectie, auscultatie, percussie, palpatie
  • Wat is de volgorde van thoraxonderzoek?
    IPPA inspectie, palpatie, percussie, auscultatie
  • Leg de beginselen van percussie uit.
    Met de percussievinger (middelvinger dominante hand) klop je op de plessimetervinger (middelvinger niet dominante hand). Je gebruikt versnelling vanuit je polsgewricht.

    Je hebt hypersonore percussie, er zit lucht tussen, en gedempte percussie, er zit geen lucht tussen, zoals in weefsel.
  • Hoeveel procent van de mensen heeft overgewicht?
    4-12 jr 10 % 50 jr < 60% , meer mannen
  • Leg BMI uit.
    BMI 18,5-25 gemiddeld gewicht
    25 < Overgewicht
    25-30 matig overwicht, obesitas
    30 < ernstig overgewicht, morbide obesitas
  • Waarom is overgewicht in onze maatschappij zo toegenomen?
    Van jagers verzamelaars naar de moderne tijd, we hebben genen die gericht zijn op een efficiënte energieopslag. 
    Mensen gingen op een gegeven moment bij elkaar wonen. Er kwam graanteelt, en veeteelt, het dieet veranderde. Daarnaast kwam er een grotere leefgemeenschap, dus hoefde men minder te bewegen. Er is daarentegen geen verandering in de gene pool gekomen.
  • Leg uit dat overgewicht een verstoorde energiebalans is.
    Energieinname tegenover energieverbruik (basaal metabolisme, bewegen)
  • Wat zijn risicofactoren voor overgewicht?
    Energierijke voeding
    Te weinig bewegen
    Genetische factoren
    Psychosociale factoren
    Obesogene omgeving (veel eten en weinig bewegen)
  • Welke ziekten hebben obesitas als risicofactor?
    Diabetes type 2 (geen overgewicht 2%, matig overgewicht 5%, obesitas 14-15% van de bevolking)
    Hart en vaatziekten
    Kanker (borst, dikke darm en baarmoeder)
    Galstenen
    Arthrose
    Verminderde longfunctie
    Onvruchtbaarheid
    Depressie
  • Leg uit welke invloed obesitas heeft op de leefjaren t.o.v. normaal gewicht en roken.
    Gemiddeld 83 jaar
    Oergewicht 80 jaar (3 jaar minder)
    Verlies 5,1 jaar gezond leven
    Roken 5 jaar minder, verlies 4,6 jaar gezond leven
  • Welke soorten vetverdeling heb je?
    Abdominaal, vet zit meer abdominaal, meer visceraal vet in buikholte
    Peer, vet op de heupen en billen.
    Vetcellen hebben verschillende functies. Intra abdominale vetcel is hormonaal actiever, en heeft een negatief effect op de stofwisseling en complicaties.
  • Leg uit dat de buikomvang belangrijk is om te meten.
    Bij meer visceraal vet, meer cardiovasculair risico en diabetes type 2.
  • Wat is het doel van behandeling overgewicht?
    Cosmetisch
    Preventie van ziekten, verergering, vroegtijdige dood
    Verbetering van kwaliteit van leven.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom kunnen hulpvragen betrekking hebben?
Vraag naar prognose
Vraag naar behandeling
Vraag naar diagnose
Vraag naar ernst
Waarom kun je bruto sterftecijfers van landen niet zomaar vergelijken?
Gemiddelde leeftijd en leeftijdsopbouw hebben invloed
Wat moet een arts doen als iemand zich in de precontemplatie bevindt?
Motivaeren
Vragen naar sociale situatie, financieel, woonomgeving
Wat houdt de preventiepardox in?
Preventie bij personen met een relatief hoog risico, maar waarvan de prevalentie relatief laag is, levert op populatieniveau minder gezondheidswinst op dan preventie bij personen met relatief laag risico, maa rwaarvan de prevalentie hoog is.
Welke soorten eetgedrag zijn er?
Lijngericht eten -> overslaan maatlijden compenseren met vreetbuien
Emotioneel eten -> copingmechanismen
Externe eters -> prikkels
Wat is het metaboolsyndroom?
Hyperlipidemie, hypertensie, insulineresistentie
Hoe kan het geheugen getraind worden?
Betekenisvolle encoding
Gerstructureerd terug kunnen vinden
Herhalen/oefening
Visuele beelden toevoegen
Welke factoren kunnen de perceptual sets beïnvloeden?
Drempwaarde van perceptie
Doorgemaakte ervaring
Huidige motivatie status
Emoties
Individuele warades
Omgeving   
Culturele achtergrond
Noem voorbeeld van intersectoraal beleid.
massamedia
gezondheidszorg
bedrijfsleven

consumentenorganisatie

vaststellen probleem, welke sectoren
richting geven eens worden over hoe te handelen
afspraken makwen
Welke methoden kent ziektepreventie?
Gezondheidsbescherming
Gezondheidsvoorlichting
Actieve en passieve immunisatie
Bron- en contactopsporing