Summary Class notes - Stotteren

Course
- Stotteren
- Anne van Eupen
- 2016 - 2017
- Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen locatie Nijmegen, Nijmegen)
- Opleiding voor Logopedie
195 Flashcards & Notes
5 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Stotteren

  • 1494367200 Kennisclip 1: wat zijn niet vloeiendheden?

  • Wat zijn normale niet vloeiendheden?
    • Aarzelingen;
    • Lettergreep herhalingen;
    • Woordherhalingen; 
    • Niet afgemaakte woorden;
    • Interjecties; 
    • Revisies; 
  • Hoeveel normale niet vloeiendheden mogen voorkomen?
    10 of minder per 100 woorden
  • Wat zijn interjecties?
    Tussenvoegsels, zoals 'ehm'.
  • Wat zijn revisies?
    Jezelf herstellen (woord, zin etc.).
  • Welke ICF aspecten vallen onder het niet vloeiend spreken?
    • Vloeiendheid & ritme;
    • Snelheid van spreken;
    • Spraakmelodie;
    • Spreekadem;
    • Motorische aspecten van spreken; 
  • Wat is de definitie van stotteren volgens het WHO?
    Stotteren is een storing in het ritme van de spraak, waarbij de spreker precies weet wat hij/zij wil zeggen, maar dat voor het moment niet kan, vanwege onwillekeurige -stille en hoorbare- herhalingen en verlengingen van spraakklanken. 
  • Stil >>> stotteren hoor je niet altijd. Er treedt vaak vermijdingsgedrag op.
  • Waar begint stotteren als het ware mee?
    Een verandering in de normale niet vloeiendheden.
  • Wat zijn de veranderingen die optreden in de niet vloeiendheden bij beginnend stotteren?
    • Snelle, onregelmatige en gespannen herhalingen;
    • Mogelijk fixatie van de articulatiestand >>> blokkades;
    • Vluchtgedragingen;
    • Bewust van onvloeiend spreken (vaak kinderen) >>> frustratie, negatieve gedachten. 
  • Wat zijn voorbeelden van vluchtgedrag die horen bij beginnend stotteren?
    • Oogknipperen;
    • Stemverhoging;
    • Harder spreken. 

    Als de onvloeiendheid toeneemt. 
  • De overgang van beginnend naar gevorderd/gevestigd stotteren kan heel snel plaatsvinden, maar kan ook even duren.
  • Wat zijn de veranderingen die optreden bij gevorderd/gevestigd stotteren, t.o.v. beginnend stotteren? 
    • Blokkades waarbij het geluid wordt onderbroken en de luchtweg wordt afgesloten >>> langer, soms met tremor;
    • Meer vlucht en vermijdingsgedrag, vechtgedrag;
    • Verinnerlijking: angst, frustratie, gêne, schaamte >>> negatief zelfbeeld dat toeneemt. 
  • Wat is broddelen?
    De spreker is onvoldoende in staat om zijn spreektempo aan te passen aan de spraakmotorische/linguïstische eisen van het moment (bijv. ook de taal die gesproken wordt...).
  • Wat zijn de onderliggende processen van vloeiend spreken?
    • Concept;
    • Woordvinding;
    • Zinsstructuur;
    • Woord/syllabe structuur;
    • Motorisch plan;
    • Motorische executie;
    • Vloeiend & verstaanbaar spreken; 
  • Bij hele jonge kinderen (2-2,5 jr.) zijn de onderliggende processen van vloeiend spreken nog zo gaande, dat er snel normale niet-vloeiendheden of beginnend stotteren kan ontstaan.
  • Waar ligt bij stotteren het probleem (model van Levelt)?
    Articulator, motorische executie, articulatie zelf.
  • Waar ligt bij broddelen het probleem (model van Levelt)?
    Formulator, de grammaticale en fonologische encodering. 
    De planning gaat niet goed en/of te snel.
  • 1494453600 Kennisclip 2: Richtlijn Stotteren

  • Waarom is er een richtlijn stotteren opgesteld?
    • Transparantie v/d zorg;
    • Wetenschappelijk hanteerbaar;
    • Doelmatigheid van de zorg verbeteren;
    • Klinisch handelen evidence based maken;
    • Kennis over stotteren vergroten;
    • Ongewenste variatie tussen zorgverleners verminderen; 
  • Wat staat er allemaal in de richtlijn stotteren?
    • Aanbevelingen;
    • Indicaties;
    • Effectiviteit;
    • Doorverwijzing;
    • Nazorg; 
  • Waarover gaan de aanbevelingen in de richtlijn stotteren?
    Diagnostiek & behandeling.
  • De aanbevelingen in de richtlijn stotteren zijn evidence based/onderbouwd. 
    Er wordt ook beschreven in welke mate er zekerheid te geven is over de aanbeveling.
  • Waarover gaan de indicaties in de richtlijn stotteren?
    Wel of niet behandelen, of monitoren.
  • Waarover gaat de effectiviteit in de richtlijn stotteren?
    Stottertherapieën die er nu in NL zijn.
    >>> Cliënten die succesvol werden behandeld (ook tevredenheid).
  • In welke 3 categorieën zijn de stottertherapieën in NL onderverdeeld in de richtlijn stotteren?
    • tot 6 jaar
    • 6-13 jaar
    • adolescenten/volwassenen
  • Waarover gaat doorverwijzing in de richtlijn stotteren?
    Wanneer er doorverwezen moet worden naar:
    • Logopedist-stottertherapeut;
    • Andere hulpverlener, bijv. orthopedagoog;  
  • Waarover gaat nazorg in de richtlijn stotteren?

    Aanbeveling: zorg dat er nazorg is! 
  • Waarom is nazorg (volgens de richtlijn stotteren) zo belangrijk?
    Omdat als stotteren bij een leeftijd van 8-9 jaar nog aanwezig is, de kans dat het helemaal over zal gaan klein(er) is.
  • Waarom is de richtlijn stotteren van belang voor all-round logopediepraktijken?
    Omdat deze getoetst wordt. De huidige kwaliteitstoets voor logopediepraktijken bevat een aantal aanbevelingen uit de richtlijn, die terug te vinden zouden moeten zijn in de dossiers van logopedisten.
  • Wat kun je met de patiëntenrichtlijn stotteren?
    De richtlijn voor therapie zichtbaar maken, voor bijvoorbeeld ouders. 
    >>> wanneer naar logopedist, wat is monitoren, wanneer behandeling gestart.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - stotteren

  • 1435010400 Dysartrie en dysfagie

  • Welke soorten Licht Schedel Hersenletsel zijn er?
    - Trauma capitis - alleen uitwendig
    - Commotio cerebri - hersenschudding (< 15min buiten bewustzijn)
  • Welke soort matig/ernstig hersenletsel is er?
    Contusio cerebri - hersenkneuzing (>15min. buiten bewustzijn)
  • Wat regelt het bewustzijn in de hersenen?
    Formatio Reticularis; boven in de hersenstam
    * geeft stroompjes aan alle functies in de hersenen
    * werkt het NIET? -> coma
  • Waar staat EMV voor?
    Eye-opening respons, Motor respons, Verbal respons
  • Gelijk aan en onder welke EMV score is er sprake van coma?
    1-5-2
  • Wat is PVT?
    Persisterende Vegetatieve Toestand
    * normale vegetatieve functies (ademhaling/lichaamstemperatuur), slaap-waakrimte
    * verbindingen hersenstam <-> cortex blijven gestoord
    * bewustzijn keert niet of nauwelijks terug; geen contact met omgeving
    * 'Awake but not aware'
    * 'Na 6maanden geen herstel meer'
  • Wat gebeurt er bij het wakker worden en in welke volgorde komt het terug?
    Arousal (reflexen/tonus) -> emotie -> cognitie
    * Geestelijk bewustzijn keert terug
    * Reactie op opdrachten -> niet meteen adequaat
    * Vaak sprake van PTA
  • Wat is PTA en wanneer komt het voor?
    Post Traumatische Amnesie
    * tijd die verstrijkt na trauma tot V-score 5 is
    - Geheugenstoornis voor lopende en komende gebeurtenissen
    - Communicatie is goed mogelijk, maar niets wat gebeurt wordt ingeprent (grote gevolgen voor therapie)
    - Verpleging scoort dagelijks of iemand nog in PTA is
  • Waarom wordt er beademd met een tracheacanule met opgeblazen cuff?
    Voor het comfort van de patiënt; anders zit er een enorme tube in de mond/keel van de patiënt. De cuff zit er zodat er sprake is van effectieve beademing en geen lucht terug de mond uitstroomt
  • Waarom kun je met een tracheacanule met opgeblazen cuff niet goed slikken?
    Het zet de larynx als het ware vast, dus larynxheffing wordt zo veel moeilijker.
    * laryngeale aspiratie wordt niet gemerkt door opgeblazen cuff, bij leeghalen vindt er pas aspiratie plaats
  • Waarom kun je met een tracheacanule met opgeblazen cuff niet spreken?
    De cuff zorgt ervoor dat er geen lucht naar de stemplooien kan lopen, waardoor de stemplooien dus niet in trilling gebracht kunnen worden. 
  • Wanneer heeft logopedie bij een patiënt die beademd wordt via een tracheacanule zinvol?
    * Als de cuff leeg is (en bij slikoefening geen aspiratiegevaar is?)
    * Soms bij spraakoefening een spreekcanule met venster nodig voor gemakkelijker maken van stemgeven
  • Waar moet je rekening mee houden bij de logopedische behandeling van dysartrie/dysfagie?
    - Vermoeidheid
    - Geheugenproblemen
    - Aandacht & concentratie
    - Moeite met dubbeltaken
    - Stemming, gedrag & persoonlijkheid
    * Maak het oefenen functioneel
  • Hoe ziet een volledig slikonderzoek eruit?
    1. Slikscreening door verpleging/arts ; pluis/niet pluis
    2. Logopedisch onderzoek: kwalitatief (in 4 fasen plaatsen), kwantitatief
    3. Vervolgonderzoek slikken (FEES of videofluoroscopy)
  • Wat zijn de 4 slikfasen en bijbehorende problemen?
    Pre-orale fase: voedsel niet goed in de mond houden, traag kauwen
    Orale transportfase: slikinzet duurt lang of blijft uit
    Faryngeale fase: nasale regurgitatie; larynxheffing moeilijk
    Oesofageale fase: voedsel komt terug na slikken, voedsel zakt langzaam
  • Wat is en meet de FOIS?
    Functional Oral Intake Scale
    Meet hoe veel iemand oraal mag innemen en in welke consistentie
    * 1= niets per os, 7= volledige orale voeding zonder restricties
  • Wat is en meet de PAS?
    Penetration-Aspiration Scale
    Meet hoe veel voedsel er geaspireerd wordt (bij videofluoroscopy)
    * 1=contrastmiddel niet in luchtweg, 8=residu onder stemplooien zonder hoestreflex
  • Wat doe je bij dysfagiebehandeling?
    - Houding opbouwen
    - Bewust maken van houding, manier van eten en kauwen
    - Toepassen/oefenen slikrevalidatietechnieken of compensatiestrategieën
  • Welke revalidatietechnieken zijn er en wat doen ze?
    - Masako-manoeuvre: tongkracht trainen (tong uitsteken en slikken)
    - Shaker head tilt: mondbodem trainen (liggend hoofd heffen)
    - Mendelsohnmanoeuvre: larynxheffing & slokdarmopening trainen (larynx na slikken hoog houden)
    - Supraglottsiche slik: verminderen van aspiratiegevaar (persen, slikken, kuchen)
  • Welke vijf kenmerken worden altijd door de logopedist als kwalitatieve analyse gedaan bij een dysartrie patiënt?
    prosodie, adem, articulatie, resonsans, stem
  • Waardoor kan een slappe dysartrie ontstaan en welke ziektebeelden horen hierbij?
    - Perifere zenuwstelsel (CVA hersenstam, neuromusculair, mononeuropatisch)
    - Centrale zenuwstelsel (CVA/trauma)
    * Myastenia Gravis
    * ALS
  • Waardoor kan een spastische dysartrie ontstaan en welke ziektebeeld hoort hierbij?
    - Centrale zenuwstelsel (CVA)
    * ALS
  • Waardoor kan een hypokinetische dysartrie ontstaan en welk ziektebeeld hoort hierbij?
    - Extrapiramidaal (neurodegeneratief)
    * Ziekte van Parkinson
  • Waardoor kan een hyperkinetische dysartrie ontstaan en welk ziektebeeld hoort hierbij?
    - Extrapiramidaal (neurodegeneratief)
    * Ziekte van Huntington
  • Waardoor kan een atactische dysartrie ontstaan?
    - Cerebellum (laesie)
  • Welke hersenzenuwen zijn van belang voor logopedisten?
    N.V Trigeminus
    N. VII Facialis
    N. IX Glossofaryngeus
    N. X Vagus
    N. XII Hypoglossus
  • Wat is de functie van de N. V Trigeminus?
    motoriek onderkaak/senibiliteit gelaat en mondholte
  • Wat is de functie van de N. VII Facialis?
    motoriek aangezicht; mond-oogtak
  • Wat is de functie van de N. IX Glossofaryngeus?
    motoriek velum, farynx (oa verwijden)
  • Wat is de functie van de N. X Vagus?
    motoriek velum, farynx, larynx
  • Wat is de functie van de N. XII Hypoglossus?
    motoriek tong
  • Waarom neem je het ROO af?
    hersenzenuwen onderzoeken
  • Waarom neem je het AOO af?
    binnenkant van de mond onderzoeken; mondstructuren
  • Waarom neem je het NDO-V af?
    vaststellen óf er dysartrie is en zo ja, welke soort
    -> prosodie, articulatie, adem, resonans en stem beschrijven
    - de ernst van dysartrie omschrijven
  • Waarom doe je geen geïsoleerde mondmotoriekoefeningen?
    - er is geen evidentie dat dit nut heeft
    - het moet in combinatie met spraak geoefend worden
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Door middel 'waarvan' wordt vloeiend/gemakkelijk stotteren aangeleerd in SMT?
MIDVAS.
Waar moet je in de behandeling van broddelen altijd goed voor zorgen?
Voldoende structuur & SMART doelen (meetbaar maken bijvoorbeeld door PRAAT) , ook in het huiswerk.
Wat houdt linguïstisch/syntactisch broddelen in en waar blijkt het uit?
Planning in het hoofd, zinsbouw, pragmatiek/beurtwisseling gestoord. Blijkt uit het navertellen (grammaticale encodering).
Welke therapeutische oefeningen dienen gedaan te worden bij linguïstisch/syntactisch broddelen?
  1. Identificatie.
  2. Spreektempo. 
  3. Pauzes.
  4. Formuleren. 
  5. Vertellen & ordenen van informatie. 
  6. Pragmatiek. 
  7. Metalinguïstische vaardigheden. 
Welke therapeutische oefeningen dienen gedaan te worden bij motorisch/fonologisch stotteren?
  1. Identificatie. 
  2. Woordstructuur & lettergreepuitstempeling. 
  3. Spreektempo. 
  4. Spreekritme. 
  5. Pauzes. 
  6. Stemmelodie & prosodie. 
Wat houdt motorisch/fonolgisch broddelen in en waar blijkt het uit?
Spreekritme en woorduitstempeling gestoord. Blijkt uit fonologische encodering.
Welke test wordt gebruikt voor het woordniveau, binnen 'woord- & syllabestructuur fonologische encodering', wat houdt deze in en waar kijk je naar?
SPA. 
Testwoorden 5 sec. zien, dan afdekken & cliënt herhaalt het woord 3x zo snel mogelijk, zonder pauzes >>> één motorisch plan.
Je bekijkt de motorische planning & uiteenstempeling van lastige woorden.
Wat wordt gemeten bij 'woord- & syllabestructuur fonologische encodering', binnen de FAB?
Accuraatheid, smooth flow & snelheid.
Welke test wordt gebruikt voor het syllabeniveau, binnen 'woord- & syllabestructuur fonologische encodering'?
OMAS.
Waarmee wordt de zinsstructuur gemeten binnen de FAB en waarom wordt het gemeten?
Navertellen van een gememoriseerde taak >>> portemonnee verhaal. 
Je kijkt of er een taalprobleem is (formuleren van de zinnen >>> linguïstisch broddelen).