Summary Class notes - SVAA

Course
- SVAA
- P Cornillie
- 2019 - 2020
- Ugent
- Diergeneeskunde
397 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - SVAA

  • 1569880800 H 2: Clad Vis

  • Palingen
    Anguiliformes
  • Snoek
    Esociformes
  • Karperachtigen
    Cypriniformes
  • Koi Karper
    Karperachtige = Cypriniformes
  • Goudvis
    Karperachtige = Cypriniformes
  • Ansjovis
    Haringachtige = Clupeiformes
  • Haring
    Haringachtige = Clupeiformes
  • Zalm
    Salmoniformes
  • Katvissen en Meervallen
    Siluriformes
  • Kabbeljauw
    Gadiformes
  • Platvissen
    Pleuronectiformes
  • Tong
    Platvis = Pleuronectiformes
  • Schol
    Platvis = Pleuronectiformes
  • Tarbot
    Platvis = Pleuronectiformes
  • Nemo (Clownvis)
    Baardachtige = Perciformes
  • Steur
    Chondrostei (kraakbeenige, straalvinnige vis)
  • Oreds binnen de Sacropterygii
    Coelocanthiformes
    Dipnoi 
  • Chondrichtyes
    Haaien en roggen
  • Cyclostomata
    Myxiniformes (slijmprikken)
    Petromyzontiformes (echte prikken)
  • De gemeenschappelijke voorouder van de Actinopterygii en de Sacropterygii is:
    Eutelostomi
  • 1569967201 H 3: Evolutieleer + Classificatie

  • De grote vormen van selectie mechanisme:
    Frequentie onafhankelijk (Stab, Direct, Disrupt)
    Frequentie afhankelijk (Neg en pos opportunisme, polymorfe selectie)
  • Stabiliserende selectie:
    Een vorm van frequentie onafhankelijke selectie => selectie op een gemiddeld kenmerk.
    Bv: niet te klein/groot jong, maar gemiddeld (want moet groot genoeg zijn om te kunnen overleven buiten de baarmoeder, maar ook weer niet ter groot want gaat anders niet door het geboortekanaal)
  • Directionele selectie:
    Een vorm van frequentie onafhankelijke selectie => selectie op 1 van de extremen... Dus in 1 bepaalde richting.


    Voorbeeld: Het fokken van dieren waarbij mensen een bepaald fenotype, karakter, productie eigenschappen bepalen.
  • Disruptieve selectie
    Een vorm van frequentie onafhankelijke selectie => selectie op beide extremen.

    Bv de bek van een tropische prachtrvink: grote, stevige bek (voor harde noten) en een smalle, fijne bek (voor zaden) hebben de hoogste fitness.
  • Negatief frequentie afhankelijke selectie:
    Hoe zeldzamer, hoe beter => hoe minder concurrentie dus hoe hoger je fitness.

    Bv de kant waarop de bek van een bepaalde parasiet gericht is en dus enkel op de tegenovergestelde kant van zijn gastheer vastzitten....
  • Positief frequentie afhankelijke selectie:
    Hoe algemener dat kenmerk, dus hoe vaker het voorkomt, hoe beter, dus hoe fitter.

    Bv: smakelijke vlinders die op niet smakelijke vlinders willen lijken...
  • Opportunisme:
    Vorm van selectie waarbij de individuen kiezen voor de makkelijkste weg (minder energie) om toch een hoge fitness te bekomen.

    Bv: larvale zalmen die niet naar de zee gaan maar in de rivieren blijven en wachten tot vrouwtjes eitjes leggen en hun die dan kunnen bevruchten... (hebben dus alle gevaren van de zee vermeden).
  • Overdominatie:
    Vorm van Polymorfe selectie waarbij men selecteerde op heterozygoten: hoogste fitness (en homozygoten hebben dus de lagere fitness).

    Bv sikkelcel anemie... => gebied met malaria: mensen die heterozygoot zijn voor dit allel en kunnen daarmee leven (want resistent tegen malaria), maar homozygoten hebben constant bloedarmoede...
  • Onderdominantie:
    Een vorm van Polymorfe selectie: selecteren om homozygoten => hebben dus de hoogste fitness (en de heterozygoten een lagere).

    Bv: smakelijke/onsmakelijke vlinders => smakelijke willen op onsmakelijke lijken, maar enkel homozygoot voor dat bepaalde allel geeft ze die kleur (hoogste fitness). Heterozygoten zullen een tussenvorm van die kleur tot uiting laten komen (lagere fitness).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

De gemeenschappelijke voorouder van de Actinopterygii en de Sacropterygii is:
Eutelostomi
De kopzenuwen die uit het myelencephalon komen zijn?
6 t/m 12
De kopzenuw(en) die uit het diencephalon komt is?
De n opticus.
Kop zenuw die uit het telencephalon komt is?
N Olfactorius (rhinencephalon).
Bloedvoorziening van de lever:
Bloed van de darmen komt toe in de leverworst via de v portae, die in de lever opsplitst in v portae dextra en sinistra.
Het bloed wordt na gezuiverd te zijn door de lever via vv hepaticae gecollecteerd en afgevoerd naar de v cava caud die afvoert naar het hart (sinus venarum cavarum).
Veneuze retour van de maag, pancreas en milt:
V Lienalis + v gastrica sinistra => v gastroduodenalis, die naar de v portae (lever) afvoert.

V mesenterica cran en caud gaan ook naar de v portae uiteraard.
De vertakkingen van de A celica en waar ze heen gaan:
-a gastrica sinistra met ramus oesophageus
-lienalis (met aa gastricae brevis en A gastroepiploica sinstra)
-hepatica (met rami hepatica, hierna a gastroduodenalis -> a gastrica dextra, hierna opsplitsen in 2: a gastroepiploica dextra en a pancreaticoduodenalis.
De veneuze retour van de kop:
BIj alle HD wordt de neusrug en laterale zijde van het aangezicht afgevloeid door de v facialis, die bij paard wordt aangevoerd door 3 grote veneuze sinussen (gelegen bij/ventraal van de crista facialis): v prof fasciei, v transversa fasciei en een v buccalis.
Bij alle HD vangt de v facialis in de schaarstreek de v lingualis op en lopen verder als v lingofacialis die ventraal en caudolateraal van de kaakronding zal vervloeien met de v maxillaris tot de v jugularis (externa kHD).
De 6 belangrijke aftakkingen van de a subclavia en wat is hun veneuze retour?
-truncus costocervicalis met de a intercostalis suprema (hond: a vertebralis thoracica), de a scapularis dorsalis en de a cervicalis profundus.
-a vertebralis
-a cervicalis superficialis
-a throacica interna (geeft de a musculophrenica af en de a epigastrica cran die weer de a epigastrica cran superficialis afgeeft)

Veneuze retour: alle arteriën kennen een veneuze tegenhanger, de 1,2,3,4 worden opgevangen door 1 vena costocervicalis die uitmondt in de vena cava cranialis.
De v thoracica interna mondt direct uit in de vccran. Net als de v cerv superf.
Gal afvoerwegen thv lever en naar duodenum:
OPgevangen in de verschillende delen van de lever via ductus hepaticus communis, voert af naar de galblaas via ductus cysticus (2-richting verkeer), gaat dus ook weer via de ductus cysticus naar buiten naar de de ductus choledochus die samen met de ductus pancreaticus uitmondt in het duodenum via de papilla duodeni major.

Klinisch: Is er een probleem met de galblaas/galwegen en galafvoer? Dan kan dat ook invloed hebben op pancreassap toevoegen aan de voedselbrij...