Summary Class notes - Terminologie

Course
- Terminologie (woorddelen)
- Ivonne Makken
- 2015 - 2016
- Academie Mercuur
- _TEACHER_GENERAL_
644 Flashcards & Notes
12 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Terminologie

  • 1448233200 1 - (91 t/m 244)

  • acro/ (#95)
    acro/ = lichaamsuiteinde / lichaamsuitsteeksel
  • adeno/  (#231)
    adeno/ = betrekking hebbende op klieren
  • /algie  (#174)
    /algie = toestand van pijn
  • card  (#155)
    card = hart
  • cardi  (#174)
    cardi = hart
  • cardio/  (#150)
    cardio/ = hart
  • cisie  (#182)
    cisie = snijding
  • cox/  (#175)
    cox/ = heup
  • -cultuur  (-)
    -cultuur = kweek
  • cyan  (#103)
    cyan = blauw
  • cyano/  (#103)
    cyano/ = blaauw
  • cyt  (#135)
    cyt = cel
  • cyto/  (#132)
    cyto/ = cel(len)
  • derm/  (#120)
    derm/ = woordstam
  • derma  (#122)
    derma = huid
  • dermat  (#110)
    dermat = huid
  • /dermie  (#120)
    /dermie = toestand van de huid
  • duodeno  (#189)
    duodeno = 12 vingerige darm
  • -dynie  (-)
    -dynie = pijn
  • /ectomie  (#184)
    /ectomie = uitsnijding/operatieve verwijdering
  • em/  (#147)
    em/ = bloed
  • -ensis  (-)
    -ensis = afkomstig uit
  • -erend  (-)
    -erend = leidend
  • -erent  (-)
    -erent = dragend
  • -erig  (-)

    -erig = vol van
  • erytr  (#138)
    erytr = rood
  • erytro/  (#138)
    erytro/ = rood
  • -escent  (-)
    -escent = wordend
  • ex  (#186)
    ex = uit, naar buiten
  •  
    -faag  (-)
    -faag = eter
  • -ficeren  (-)
    -ficeren = doen
  • -glia  (-)
    -glia = steun
  • gram  (#170)
    gram = geschreven
  • -heid (-)
    -heid = aard, toestand
  •  
    hyper/  (#215)
    hyper/ = overmatig, boven normaal
  • hypo/  (#225)
    hypo/ = onvoldoende, onder normaal
  •  
    -ibel  (-)
    -ibel = in staat
     
  • -ica  (-)
    -ica = kunst
  • /ie  (#100)
    /ie = (ziekelijke) toestand, handeling
  •  
    -ig  (-)

    -ig = -achtig
  • -isme  (-)
    -isme = verslaving, toestant
  • -ist  (-)
    -ist = vaardig in
  • /itis  (#110)
    /itis = ontsteking
  • -itude  (-)
    -itude = kwaliteit
  • leuk/  (#123)
    leuk/ = iets is wit
  • leuko/  (#123)
    leuko/ = wit
  • lip  (#242)
    lip = vet
  • -lobbig  (-)

    -lobbig = gespelten
  • /logie  (#133)

    /logie = leer, wetenschap betreffende, specialisme
  • -loos  (-)
    -loos = zonder
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Terminologie

  • 1430431200 deel 1

  • -heid (-)
    -heid = aard, toestand
  • -ig  (-)
    -ig = -achtig
  • -ode  (-)
    -ode = -achtig
  • -ensis  (-)
    -ensis = afkomstig uit
  • -ficeren  (-)
    -ficeren = doen
  • -erent  (-)
    -erent = dragend
  • -pauze  (-)
    -pauze = eind
  • -faag (-)
    -faag = eter
  • -lobbig  (-)
    -lobbig = gespleten
  • -ibel  (-)
    -ibel = in staat
  • -ica  (-)
    -ica = kunst
  • -itude  (-)
    -itude = kwaliteit
  • -cultuur  (-)
    -cultuur = kweek
  • -erend  (-)
    -erend = leidend
  • -tief  (-)
    -tief = makend
  • -dynie  (-)
    -dynie = pijn
  • -orium  (-)
    -orium = plaats
  • -myces  (-)
    -myces = schimmel
  • -otomie  (-)
    -otomie = snijden in
  • -glia  (-)
    -glia = steun
  • -orragie  (-)
    -orragie = stromen
  • -zaam  (-)
    -zaam = toestand
  • -zucht  (-)
    -zucht = toestand
  • -ist  (-)
    -ist = vaardig in
  • -isme  (-)
    -isme = verslaving, toestant
  • plakie  (-)
    - -plakie = vlak/breed
  • -erig  (-)
    -erig = vol van
  •  
    -lustig  (-)
    -lustig = vol van
  • -escent  (-)
    -escent = wordend
  • -ie  (-)
    -ie = ziekte
  • -loos  (-)
    -loos = zonder
  • megalo/  (#98)
    megalo/ = (ver)groot
  • megal  (#99)
    megal = (ver)groot
  • cyan  (#103)
    cyan = blauw
  •  ose/ of /osis (klassiek)  (#104)
    ose/ of /osis (klassiek) = (abnormale) toestand
  • dermat  (#110)
    dermat = huid
  • /itis  (#110)
    /itis = ontsteking
  • tom/ of /toom of tomie  (#117)
    tom/ of /toom of tomie = betekent snijden
  • tom/ /toom  (#117)
    tom/ /toom = betekent snijden
  • derm/  (#120)
    derm/ = huid
  • derma  (#122)
    derma = huid
  • /logie  (#133)
    /logie = leer, wetenschap betreffende, specialisme
  • cyto  (#134)
    cyto = cellen
  •  
    cyt  (#135)
     
    cyt = cel
  • cyano/  (#138)
    cyano/ = betekent blaauw
  • erytro/  (#138)
    erytro/ = rood
  • leuko/  (#138)

    leuko/ = wit
  • /penie  (#140)
    /penie = tekort
  • em/  (#147)
    em/ = bloed
  • /megalie  (#149)
    /megalie = (ver)groot
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

opie of opsie
opie of opsie = het zien
ectasie  (#550)
ectasie = verwijding
opie of opsie
opie of opsie = het zien
opie of opsie
opie of opsie = het zien
pathie  (#685)
pathie = aandoening
ant  (#1240)
ant = tegen        
circul  (#1215)
circul = cirkel        
con/  (#1219)
con/ = met of samen, in elkaar        
digit  (#1245)
digit = vingers of de tenen        
furc/  (#1206)
furc/ = (tweetandige) vork