Summary Class notes - Thematoets: De ontwikkeling van het kind

Course
- Thematoets: Ontwerpen van onderwijs
- 2020 - 2021
- Viaa
- Lerarenopleiding Basisonderwijs
233 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Thematoets: De ontwikkeling van het kind

  • 1598824800 Startcollege Themalijn

  •  
    Startcollege waarin deze onderwijseenheid wordt uitgelegd: de samenhang met de andere leergebieden, de lessen, de toetsing, het huiswerk.
  • Wat heeft een goede leerkracht nodig?
    • Goede houding; vanuit je hart werken met kinderen.
    • Kennis over de kinderen, de ontwikkeling, het lesmateriaal en de manier van lesgeven.
    • Vaardigheden; het toe kunnen passen.
    • Zelfkennis: Waar geef jij aandacht aan? Wie ben jij?
  • 5 Leerlijnen:
    1. Themalijn (elk blok een nieuw thema)
    2. Kennislijn
    3. Stagelijn
    4. Vaardigheidslijn
    5. PPO-lijn


    Er is integratie (verbinding) tussen de leerlijnen.
  • Vormend en onderzoekend leren
    Leerlijnen: inhouden, theorie en praktijk.
    Professie (beroep) verbinden aan persoon (PPO). Je betrekt het op jezelf.
    Het stellen van (leer)vragen is heel belangrijk.
  • Thema's in het eerste jaar per blok:
    1.  De ontwikkeling van het kind (hoe zit een kind in elkaar?)
    2. Ontwerpen van onderwijs (hoe maak ik een goede les?)
    3. Een krachtige leeromgeving (hoe zorg ik voor een goede omgeving?)
    4. Kijk op basisonderwijs (wat gebeurd er op een basisschool?)


    Elk blok duurt 2,5 maand en wordt afgesloten met een toets.
  • Colleges blok 1:
    1.  De ontwikkeling van kinderen
    2. Ontwikkelingspsychologie
    3. Ontwikkelingspsychologie
    4. Ontwikkelingspsychologie
    5. Sociaal culturele achtergronden
    6. Sociaal emotionele ontwikkeling
    7. Sociaal emotionele ontwikkeling
    8. Spelontwikkeling
    9. Observeren van ontwikkeling
    10. Communiceren met kinderen
    11. Pedagogisch klimaat (basisbehoeften)
    12. Geloofsontwikkeling
    13. Leesontwikkeling
    14. Taalontwikkeling
    15. Creatieve ontwikkeling
    16. Bewegingsontwikkeling
    17. Toetsvoorbereiding


    Fysiek
  • De toets van blok 1 bestaat uit 10 open vragen en 32 meerkeuzevragen.
  • 1599084000 Sociaal-emotionele ontwikkeling (onderbouw

  • Emotionele ontwikkeling
    Het steeds beter leren kennen van de gevoelens en emoties van anderen en jezelf.
  • Sociale ontwikkeling
    Het steeds beter leren omgaan met de gevoelens en emoties van anderen en jezelf.
  • Wat zijn de eerste emoties die kleuters zien en herkennen?
    Blij, boos, bang en verdrietig.
  • Welke 3 vaardigheden ontwikkelt een kind op basis van ervaringen?
    • Competentie
    • Relatie
    • Autonomie
  • Competentie
    Zelfvertrouwen (ik kan iets)
  • Relatie
    Vertrouwen in de ander (ik heb iemand)
  • Autonomie
    Zelfbeeld/zelfbeheer (ik ben iemand)
  • Loopt het? (welk woord hoort hierbij?)
    Autonomie
  • Lukt het? (welk woord hoort hierbij?)
    Competentie
  • Leeft het? (welk woord hoort hierbij?)
    Relatie
  • Wat is cruciaal voor deze ontwikkeling?
    Veilige hechting. Hiervan uit leert een kind zich ontwikkelen.
  • Wat is noodzakelijk voor deze ontwikkeling?
    • Sensitieve, aanwezige opvoeders.
    • Veilige grenzen.
    • Uitdaging tot grenzen verleggen.
  • Wat zijn de sociale ontwikkelingsfasen?
    • 0-4 jaar: Hechten en loskomen (Bowlby)
    • 4-7 jaar: Egocentrische fase.
    • 7-11 jaar: Beginnende samenwerking.
  • Waarom is het belangrijk om te hechten in de eerste levensjaren?
    Het kind heeft net een traumatische ervaring gehad omdat het de veilige omgeving in de buik van de moeder heeft verlaten. Zorg, veiligheid en aandacht zorgen ervoor dat het kind zich thuis voelt en goed kan hechten.
  • Waarom doen peuters het tegenovergestelde van hun ouders?
    Dit is goed voor het kind om los te kunnen komen, dat heeft het kind nodig.
  • Egocentrische fase
    • 4-7 jaar.
    • Kleuter zet zichzelf in het centrum van de wereld.
    • Kan zich moeilijk in een ander verplaatsen.
    • Denken vanuit zichzelf, sterk rechtvaardigheidsgevoel.
    • Kennen de 'spel' regels niet en volgen die niet.
    • Weinig begrip van winnen.
    • Omgang moet leuk zijn.
    • Regels komen van een autoriteit: heilig en onveranderlijk als ze het gezag accepteren.
  • Instrumentele agressie
    Vindt plaats in de egocentrische fase. Vaak onbewust. Kinderen hebben deze agressie nodig voor zichzelf, omdat ze bijvoorbeeld iets nodig hebben. Er is zelden sprake van vijandige agressie.
  • Hoe spreek je als leerkracht aan op een instrumentele agressie?
    Zorg er voor dat je begrip toont voor het kind en het kind meeneemt in het proces om begrip te gaan tonen voor een ander.
  • Beginnende samenwerking
    • 7-11 jaar.
    • Eerlijkheid, voor wat hoort wat.
    • Beginnende samenwerking.
    • Kinderen kennen de belangrijkste regels.
    • Meer competitie en samenwerken, dus meer conflicten.
    • Regels worden begrepen en mogen dus niet veranderen.
  • "Ik geef haar gewoon een kras in het schrift terug!"
    Groep 4
  • "Ik wil die schoenen niet meer aan, ze zijn niet cool zegt Thomas!"
    Groep 7
  • "Ik doe het zelf!", zegt Karin en worstelt om haar jas aan te doen.
    Peuterleeftijd
  • "Dat mag niet, dat ga ik tegen de juf zeggen!"
    Kleuterleeftijd
  • 4 jaar (sociale ontwikkeling)
    • Speelt in de nabijheid van een ander.
    • Speelt nog naast de ander.
    • Wel korte tussendoor-contacten.
    • Helpt om contact te maken met anderen.
  • 5 jaar (sociale ontwikkeling)
    • Aanzet tot interactie met andere kinderen.
    • Voorkeur voor bepaalde kinderen.
  • 5,5 jaar (sociale ontwikkeling)
    • Neemt initiatief tot interactie met andere kinderen.
    • Helpt omdat het moet of omdat er iets tegenover staat.
  • 6 jaar (sociale ontwikkeling)
    • Toont wederkerige relaties met verschillende kinderen.
    • Langdurige contacten.
    • Vriendschap is nog vaak een kwestie van éénrichtingsverkeer.
    • Werkt samen met andere kinderen aan een gezamenlijke opdracht.
  • 6,5 jaar (sociale ontwikkeling)
    • Houdt rekening met anderen.
    • Toont zelfstandigheid in deze relaties.
    • Vriendschap op basis van gelijke voorkeuren.
    • Maakt onderscheid tussen bedoeld en onbedoeld gedrag.
    • Vraagt hulp aan een ander en biedt hulp aan.
    • Toont bewondering voor vaardigheden van andere kinderen.
  • 7 jaar (sociale ontwikkeling)
    • Vertelt wat een ander ziet, denkt of voelt.
    • Deelt materiaal met anderen.
    • Beseft dat anderen naar hem kijken en hem beoordelen.
    • Komt door middel van woorden voor zichzelf op.
  • 4 jaar (emotionele ontwikkeling)
    • Eerste gevoelens van trots en schaamte.
    • Wat ik denk en zie, denkt en ziet iedereen.
    • Kan meeleven in concrete situaties.
    • Benoemt eenvoudige positieve en negatieve gezichtsuitdrukkingen, zoals boos, blij en angst.
  • 5 jaar (emotionele ontwikkeling)
    • Benoemt aspecten van het eigen gedrag (wat eet ik graag?).
    • Maakt nog geen onderscheid tussen bedoelingen van zichzelf en de anderen.
  • 5,5 jaar (emotionele ontwikkeling)
    • Begrijpt dat hij een eigen 'ik' is.
    • Benoemt meerdere emoties bij zichzelf (boos, blij, bang).
    • Onderscheidt meerdere aspecten van het eigen gedrag (Wat kan ik goed? Wie vind ik aardig? Wanneer ben ik blij?)
  • 6 jaar (emotionele ontwikkeling)
    • Wat kan ik wel en niet goed?
    • Geeft soms al aan of iets wel of niet met opzet is gedaan.
    • Onderscheidt gevoelens van trots, schuld en schaamte bij zichzelf.
    • Beseft dat een ander anders denkt.
  • 6,5 jaar (emotionele ontwikkeling)
    • Benoemt het verschil tussen eigen bedoelingen en die van anderen.
    • Maakt (soms) onderscheid tussen bedoeld en onbedoeld gedrag.
    • Geeft het verband tussen de eigen inzet en het resultaat.
    • Controle over eigen gedrag.
  • 7 jaar (emotionele ontwikkeling)
    • Maakt onderscheid tussen bedoeld en onbedoeld gedrag met meer nuances.
    • Begrijpt soms oorzaak van eigen frustratie en boosheid.
    • Meer reëel zelfbeeld en kan dit naar andere kinderen overbrengen.
  • Hoe verloopt de Sociaal-Emotionele ontwikkeling in de onderbouw (in het kort)?
    Van alleen en op zichzelf gericht naar steeds meer oog en begrip voor de ander en voor zichzelf...
    ...meer beheersing van gevoelens (zelfregulatie)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarvan heb je kennis nodig?
  • De ontwikkeling van het denken
  • Taalontwikkeling (hoe communiceren ze)
  • Sociale en emotionele ontwikkeling  
  • Leefwereld
Wat is nodig om als leerkracht gesprekken met kinderen te voeren?
  1. Kennis/inzicht in ontwikkeling van kinderen. Weten hoe kinderen communiceren.
  2. Juiste houding/relatie.
  3. Passende gesprekstechnieken.  
Hoe ontstaat machtsverschil?(tussen bv. L.K./leerling)
  • Ouderen hebben vaak gezag, zijn groter en hebben verantwoordelijkheid.
  • Volwassenen praten over 1 onderwerp, kinderen (tot 14) van de hak op de tak.
  • Verschil leefwereld vraagt om empatisch vermogen.
  • Alwetendheid van de ouder.
  • Kinderen zijn erg gevoelig voor suggesties van volwassenen.
  • Gesprek gaat te snel: kinderen hebben tijd nodig om gedachten te ordenen.
Normaalgesproken is er een tweerichtingsverkeer. Hoe ontstaat een eenrichtingsverkeer en wat is het gevolg hiervan?
Een eenrichtingsverkeer ontstaat door machtsverschil, wat zich snel kan voordoen bij een gesprek tussen een kind en een leerling. Dit heeft als gevolg dat het gesprek wordt gesloten.
Passieve woordenschat versus..
Actieve woordenschat
Vaste patronen versus..
Speelsheid
Betrouwbaarheid versus..
Suggestibiliteit
Wat kan moeilijk zijn bij het communiceren?
Het kind zelf laten vertellen zonder dat het een richting wordt uitgestuurd.
Wat leer je door te spelen?
  • Emotionele vorming
  • Ontwikkeling taal
  • Ontwikkeling rekenen
  • Ontwikkeling denken
  • Sociale vorming
  • Ontwikkeling motoriek
Hoe verloopt de ZNO; zone van de naaste ontwikkeling?
  1. Iets dat je nog niet kan
  2. Iets dat je alleen kunt onder begeleiding van
  3. Iets dat je zelfstandig kan