Summary Class notes - Theorie GGZ

Course
- Theorie GGZ
- Meijer
- 2020 - 2021
- Windesheim (Windesheim locatie Zwolle, Zwolle)
- Sociaal Pedagogische Hulpverlening
270 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Theorie GGZ

  • 1601244000 Les 1: Introductie: Soorten kennis en herstel ondersteunende zorg

  • Welke 3 soorten kennis zijn er?
    1. Ervaringskennis
    2. Beroepsmatige kennis
    3. Wetenschappelijke kennis
  • Geef een voorbeeld van ervaringskennis
    Reflectie op belevingen 
  • Geef een voorbeeld van beroepsmatige kennis
    Observeren in de praktijk
  • Geef een voorbeeld van wetenschappelijke kennis
    Het lezen van een review-artikel
  • Wat houdt ervaringskennis in?
    Kennis die alleen te verkrijgen is via beleving.
  • Wat is beroepsmatige kennis?
    Kennis van de kunst van het vak, ook wel ambachtskennis genoemd.
    Vaardigheden van hoe je iets moet aanpakken. Gewoon doen en feedback ontvangen. Dit leer je niet uit een boek.
  • Wat is wettenschappelijke kennis?
    Algemene geldende kennis die gecontroleerd is door vakgenoten.
    Kennis die door onderzoek tot stand komt.
  • Noem 4 soorten herstel
    Klinisch herstel (klachten volgens DSM)
    Persoonlijk herstel (leren leven met het feit dat je een aandoening hebt)
    Maatschappelijk herstel (woning, baan)
    Functioneel herstel (cognitiever basisvoorwaarden)
  • Noem 4 voorbeelden van hogere cognitieve functies
    Plannen kunnen maken
    Jezelf kunnen beheersen
    Reflecteren
    Jezelf kunnen motiveren 
  • Herstelgericht op het gebied van planning en impulscontrole hebben vooral betrekking op welk herstel?
    Functioneel herstel
  • Wetenschappelijke kennis heeft als voordeel op beroepsmatige kennis dat deze...
    Vaak onderzocht is op meerdere mensen en objectieve algemeen geldende kennis.
  • Wat is/zijn belangrijke elementen bij het omzetten van ervaringskennis naar ervaringsdeskundigheid?
    Reflectie, koppelen aan andere kennis.
  • 1601848800 Les 2: Benaderingswijzen: alliantie, presentiebenadering, shared decission making, motiverende gespreksvoering

  • Wat houdt emotionele alliantie in?
    “Klik”, zie je het wel met elkaar zitten.
  • Wat houdt taakalliantie in?
    Overeenstemming doel en werkwijze (ben je het eens over de manier hoe er gewerkt gaat worden)
  • Wat is het uitgangspunt in alliantie?
    Eigen regie
  • Wat is volgens Barkley een voorwaarde voor zelfregulatie?
    Vermogen tot zelfspraak (dialoog met jezelf)
  • Wat zijn twee strategieen met betrekking tot eigen regie?
    Diehard herstelbenadering
    Traditionele medische benadering 
  • Wat houdt de diehard herstelbenadering in?
    Client moet via worstelen de eigen regie terugvinden
  • Wat houdt de traditionele medische benadering in?
    Regie overnemen tot het weer beter gaat.
  • Welke drie benaderingswijzen zijn uitgelicht in de les?
    Presentiebenadering
    Shared decisionmaking
    Motiverende gespreksvoering
  • Waar is de presentiebenadering sterk op gericht?
    Op een goede nabije relatie met cliënten.
    Niet doelen of technieken laten bepalen wat je doet, maar de relatie en wat er op dat moment speelt bepaalt
  • Wat houdt presentiebenadering tegen?
    Bureaucratie
    Interventies
    Diagnoses
  • Wat is een valkuil van de presentiebenadering?
    Sluit mogelijk niet aan op bestaande kaders, zoals financiën wetgeving en organisatie. 
  • Waar is shared decision making op gericht?
    Gezamenlijke besluitvorming: zowel cliënt als hulpverlener beslissen beide. Hulpverlener legt opties voor en legt neutraal voor en nadelen van de opties uit. Hulpverlener toets of het wordt begrepen en er wordt samen een keuze gemaakt waar beide achterstaan. 
  • Waar is motiverende gespreksvoering op gericht?
    Gespreksmethode die helpt bij de zelfsturing. Het is een systematische cognitieve gedragstherapie methode maar met compassie en acceptatie. 
    De eigen wensen staan centraal.
  • Waar heeft alliantie mee te maken?
    Met de kwaliteit van samenwerking.
  • Als de alliantie goed is, is de kans groot dat het slaagt.
    Hoe meer 'klik' hoe groter de kans op verandering.
  • Wanneer kan er sprake zijn dat het antwoord niet transparant is?
    Als er sprake is van afhankelijkheid
  • Waar gaat de zelfdeterminatietheorie over?
    Theorie die gaat over motivatie in het algemeen. Wat heeft positief effect/invloed op.
  • Wat is een voorwaarde voor alliantie?
    Zelfspraak (= mentaal kan denken over wat je zelf wil en wat je belangrijk vindt)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat past niet bij een antisociale persoonlijkheidsstoornis?A De grote rol van relaties met anderen in de problematiekB Impulsiviteit C Dat men geen last heeft van spijt en gewetenD Alle bovenstaande antwoorden passen bij een antisociale persoonlijkheidsstoornis 
D = Alle bovenstaande antwoorden passen bij een antisociale persoonlijkheidsstoornis
Een narcistische persoonlijkheid betekent vooral:A Dat je gemakkelijk geraakt en beïnvloed wordt door anderenB Dat je vind dat je een voorkeursbehandeling verdientC Dat ja anderen makkelijk manipuleert D dat je impulsief bent
B = Dat je vind dat je een voorkeursbehandeling verdient
Een persoonlijkheidsstoornis is volgens de DSM:A) een patroon van belevingen en gedragingen die afwijken van wat binnen een cultuur wordt verwachtB) een verzameling van voor de persoon en anderen sterk storende afwijkende emoties en excessieve expressie C) een onjuist ontwikkelde identiteit die storend is voor persoon en omgevingD) het negatief interpersoonlijk functioneren in de culturele context
A= Een patroon van belevingen en gedragingen die afwijken van wat binnen een cultuur wordt verwacht
Welke omschrijving past het beste bij Cluster B persoonlijkheidstoornissen:A Cluster B betreft vaak gedrag voortkomend uit angst waarbij de behoefte aan ondersteuning groot isB Cluster B betreft vaak wat vreemd gedrag waarbij vooral een zakelijk benadering van belang isC Cluster B betreft vaak dramatisch gedrag waarbij een groot appèl wordt gedaan op anderenD Cluster B betreft vaak vermijdend gedrag waarbij outreachende hulpverlening essentieel is
C= Cluster B betreft vaak dramatisch gedrag waarbij een groot appèl wordt gedaan op anderen
Herstellen van schizofrenie is in de meeste gevallen niet mogelijk. Psychotische perioden blijven namelijk steeds terugkomenGoed of fout?
Fout
Er bestaat een sterk verband tussen psychotische stoornissen en het wonen in een sterk verstedelijkte omgevingGoed of fout?
Fout
Negatieve symptomen van schizofrenie zijn hallucinaties en wanen, positieve symptomen zijn rustige perioden met goed herstelGoed of fout?
Fout
Het kenmerkende van schizofrenie is meerdere psychotische episoden over langere tijd afgewisseld met zogenaamde rustige periodenGoed of fout?
Goed
Door het innemen van bepaalde drugs kun je een psychose krijgenGoed of fout?
Goed
Wanen en hallucinaties zijn twee belangrijke symptomen van schizofrenieGoed of fout?
Goed