Summary Class notes - Vastgoed Economie (Map)

Course
- Vastgoed Economie (Map)
- Gé
- 2014 - 2015
- NVM SOM
- Basis vastgoed Theorie
355 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Vastgoed Economie (Map)

  • 1432764000 Hoofdstuk 1 Inleiding

  • Binnen de economie is er sprake van 3 sectoren. In de macro-economie kijk je naar de economische processen binnen een land als geheel. Bij meso economie kijk je naar diezelfde processen, maar dan op bedrijfstakniveau. En in de micro-economie ten slotte kijk je naar economische processen op het individuele niveau van de consument en/of het bedrijf.
  • Je hebt economie op 3 verschillende niveau's. Benoem de 3 niveau's?
    • Macro
    • Meso
    • Micro
  • Waar kijk je naar als het gaat over de macro economie?
    De economie van een land als geheel.
  • Waar kijk je naar als het gaat over meso economie?
    Dat gaat over de economie van een bepaalde bedrijfstak of branch. Zoals bijvoorbeeld de makelaardij.
  • Waar gaat het over als het gaat over micro economie?
    Micro economie gaat over de economie van een bepaald bedrijf of persoon.
  • De grenzen van de de economie vormen de zogeheten data (gegeven grootheden) voor de economie. Data zijn feiten die wel invloed hebben, maar waarvan de verklaring aan andere wetenschappen wordt overgelaten. Zij vormen de begrenzingen van het gebied, waarbinnen de economische wetenschappen zich beweegt.
  • Hoe noem je de grenzen waarbinnen de economische wetenschap zich beweegt?
    data
  • Data zijn de gegevens waar een econoom mee werkt en dus niet onzoekt, maar ziet als een gegeven. Welke date onderscheiden we van de economie?
    • De behoeftenschema's van de consumenten
    • de beschikbare hoeveelheden en kwaliteiten van de productiefactoren
    • de juridische en sociale organisatie/ordening van de maatschappij
    • de stand van de technische kennis
    • omvang van de beroepsbevolking
  • We onderscheiden de volgende data van de economie:
    • De behoeftenschema's van de consumenten
    • de beschikbare hoeveelheden en kwaliteiten van de productiefactoren
    • de juridische en sociale organisatie/ordening van de maatschappij
    • de stand van de technische kennis
    • omvang van de beroepsbevolking
  • 1.In de algemene economie maken we onderscheid tussen micro en macro economie.  Welke van de volgende begrippen hoort thuis bij de macro economie?
    1. De omvang van de maatschappelijke geldhoeveelheid.
    2. Het keuzegedrag van de consumenten.
    3. De prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid.
    1. 
    De macro-economie houdt zich bezig met het bestuderen van economische verschijnselen op landelijk niveau. De omvang van de maatschappelijke geldhoeveelheid is daar een voorbeeld van. 
    Andere voorbeelden binnen de macro-economie: werkloosheid, nationaal inkomen, bruto nationaal product, betalingbalans.
  • 2. Welke van de volgende begrippen hoort thuis in de micro-economie?
    1. de omvang van de de geldhoeveelheid?
    2. de ontwikkeling van de arbeidsinkomensquote
    3. de prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid.
    3
    De prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid speelt zich af op het niveau van de vraag en de prijsontwikkeling van een bepaald artikel.
    Dit is een product van een bepaald bedrijf en dus micro.
  • 3. Welk begrip wordt in de macro economie bestudeerd?
    1. De hoogte van de wisselkoers
    2. De prijsvorming van de productiefactoren
    3. de prijselasticiteit van e gevraagde hoeveelheid
    1
    De hoogte van de wisselkoers is voorwerp van onderzoek op macro-economisch niveau. Het macro-economisch niveau kan zich afspelen op landelijk niveau, maar ook tussen landen onderling. Het ontstaan van een wisselkoers is hier een goed voorbeeld van.
  • 4. In de economie noemt men en goed schaars als:
    1. Als geen goed zelden voorkomt
    2. de prijs van een goed sterk stijgt
    3. voor de productie van dit goed productiemiddelen aan andere aanwendingen moeten worden onttrokken
    3Een goed is schaars als er spanning is tussen de behoeften enerzijds en de beschikbare middelen anderzijds. Dit betekent dat je keuzes moet maken. Niet alleen als consument in het bevredigen van je behoeften. Ook bedrijven moeten keuzes maken: Welke schaarse productiemiddelen gaan ze inzetten? Welk product zetten ze in de markt om zoveel mogelijk winst te maken?
  • 5. Bij de bestudering van de economie speelt het begrip 'schaarste' een belangrijke rol. Wat wordt hierbij onder schaarste verstaan?
    1. de beschikbare hoeveelheid natuurlijke grondstoffen is beperkt.
    2. De middelen om in de behoeften te voorzien zijn beperkt.
    3. Het vermogen van een goed om in een behoefte te voorzien is beperkt.
    2
    Zie ook 4. De middelen om in een behoefte te voorzien zijn beperkt. Je moet keuzes maken uit de beperkte aanwezige middelen. Bijvoorbeeld: Je wilt graag vaak op vakantie, veel kleding kopen en misschien wel twee auto's voor de deur (behoeften). Maar je beschikbare inkomen (middelen) laat de vervulling van al die wensen misschien niet toe. Je moet dus keuzes maken!
  • 6. De grenzen van de economie vormen de data voor de economie.  De verklaring van deze data wordt aan andere wetenschappen overgelaten. Welke van de onderstaande gegeven grootheden is één van die data?
    1. de hoogte van de staatsschuld.
    2. De ordeningvan de maatschappij.
    3. De taken van De Nederlandsche Bank (DNB).
    B
    De data van de economie zijn de grenzen van de economische wetenschap.
    Ze zijn wel van invloed op de economie, maar de economische wetenschap onderzoekt die grenzen niet. Het behoort niet tot het werkterrein van deze wetenschap. Voorbeeld: de ordening van de maatschappij, dus het bestaan van een vrije markteconomie of planeconomie, heeft invloed op de economische ontwikkelingen. Maar op (het ontstaan van) een economische ordening gaat de economische wetenschap niet in.
  • 7. Welke van de onderstaande alternatieven wordt gerekend tot de data van de economie.
    1. De behoeftenschema's van de consumenten
    2. Het belastingstelsel dat in een land geldt.
    3. De omvang van de werkloosheid in een land.
    A
    Het ontstaan van de behoefteschema's van de consumenten onderzoekt de economische wetenschap niet. Men kijkt dus niet naar de voorkeuren c.q. 'boodschappenlijstjes' met betrekking tot te vervullen behoeften. Bekend is dat een slimme reclamecampagne de behoeften van de mens kan beïnvloeden. Maar bijvoorbeeld dat een navigatiesysteem tot het behoefteschema is gaan behoren, is geen onderwerp van onderzoek.
  • 8. Welke van de onderstaande alternatieven rekent men tot de data van de economie.
    1. Het inflatietempo
    2. De hoogte van de BTW
    3. De ontwikkeling van de techniek.
    C
    De stand der techniek, dus het niveau van technologie in een land, is voor de economische wetenschap ook een gegeven. Het is geen voorwerp van onderzoek. Andere voorbeelden van data van de economie zijn: omvang van de beroepsbevolking, hoeveelheid en kwaliteit van productiefactoren.
  • 9. Welke van de onderstaande gegeven grootheden is één van die data?
    1. De hoogte van de staatsschuld
    2. De taken van De Nederlandsche Bank (DNB)
    3. De beschikbare hoeveelheden en kwaliteiten van de productiefactoren.
    C
    De beschikbare hoeveelheden en kwaliteiten van de productiefactoren.
  • 10. Welk van onderstaande alternatieven rekent men tot de data van de economie. 
    1. De inkomensverdeling
    2. De maatschappelijke geldvoorraad
    3. De omvang van de beroepsbevolking
    C
    De omvang van de beroepsbevolking. Data zijn verschijnselen die van invloed zijn op de economie. Maar de economische wetenschap zelf onderzoekt die niet.
  • 11. "In januari 2007 hebben Nederlanders 0,5% minder geconsumeerd dan in januari 2006. Het CBS meldt dat het vooral duurzame goederen onder de spaarwoede lijden. " Binnen welke tak van de economie past het genoemde citaat?
    1. Micro-economie
    2. Meso-economie
    3. Macro-economie
    C. Macro-economie
  • 12. In Amsterdam is een schaarste aan woonruimte.
    Wat moeten we verstaan onder schaarste aan woonruimte.
    1. De behoefte aan woonruimte is groter dan het aanbod.
    2. In Amsterdam zijn woonruimtes zelfdzaam.
    3. Het aanbod van woonruimtes is beperkt.
    A
    De behoeft aan woonruimte is groter dan het aanbod. Er is sprake van spanning tussen behoefte aan woonruimte en de beschikbare middelen (in dit geval woonruimte)
  • 13. Het CBS stelt voor een bepaald kwartaal dat het consumentenvertrouwen (binnenlandse indicator) licht gestegen is en nu uitkomt op -24. Wat zegt deze mededeling over het vertrouwen van de consumenten in de economische situatie.
    1. Dat het aantal pessimisten onder de consumenten met 24% is afgenomen.
    2. Dat het aantal pessimisten 24% bedraagt van de ongeveer 1000 onderzochte huishoudens.
    3. Dat er per saldo 24% meer pessimisten dan optimisten zijn onder de consumenten.
    C
    Dat er per saldo 24 % meer pessimisten dan optimisten zijn onder de consumenten.
  • 14. Van de volgende alternatieven is medebepalend voor de economische orde van een land?
    1. De beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen zoals olie en gas.
    2. De grootte van de thuismarkt
    3. De juridische structuur van een land omtrent eigendom.
    C
    De juridische structuur van een land omtrent eigendom. Het bestaan van een goed notariaat, kadaster en verdere juridische structuren maken het goed mogelijk eigendom te registreren.
  • 15. De overheid van een land streeft naar verhoging van de welvaart. Wat versta je in de algemene economie onder welvaart?
    1. De mate waarin de schaarste is opgeheven.
    2. De beschikking over een groot nationaal product
    3. Een gelijke mate van inkomensverdeling in een land
    A De mate waarin de schaarste is opgeheven.
  • 16. Welke van de onderstaande mogelijkheden rekent men in de algemene economie tot de data van de economie.
    1. De aanwezigheid van sociale voorzieningen in een land
    2. De inkomensverdeling in een land
    3. De ordening van de maatschappij
    C. De ordening van de maatschappij
  • De algemene economie kent drie niveaus. Welke van de volgende mogelijkheden hoort thuis in de macro-economie?
    1. De invloed van de geldmarktrente op de kredietverlening door algemene banken.
    2. de ontwikkeling van de courtagetarieven in de makelaardij.
    3. De reactie van consumenten op prijsstijgingen van merkkleding.
    A. 
    Van de geldmaktrente op de kredietverlening door algemene banken. Antwoord B is meso en C is micro.
  • 18. "Misschien moet in de ontwikkeling van nieuwe winkelcentra door projectontwikkelaars een prominente rol voor de provinciale overheden worden weggelegd. Zij kunnen de verschillende planinitiatieven in een grotere regio overzien."
    In welke economische orde past de suggestie die in bovengenoemde citaat wordt aangegeven?
    1. Planeconomie
    2. Markteconomie.
    3. Georiënteerde economie. 
    C
    Gedeeltelijke marktwerking, gedeeltelijk overheidsbemoeienis.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

SWOT- analyse
Dit is een analyse waarbij de sterke en zwakke kanten van de onderneming onderscheiden worden en daarnaast ook de kansten en bedreigingen.
voorbeelden van sleutelfactoren
  • Schaalvoordelen - grotere bedrijven hebben vaak betere concurrentiepositie door lagere constante kostenper product en een hogere arbeidsproductiviteit
  • Marktmacht - grotere ondernemingen hebben vaak een groter marktaandeel waardoor zij een sterkere positie hebben tegenover afnemers en leveranciers. Ondernemingen die activiteiten ontplooien in andere bedrijfstakken in dezelfde bedrijfskolom, proberen daarmee de marktmacht van afnemers de leveranciers te verminderen. Het ontplooien van activiteiten andere geledingen van de bedrijfskolom duidt op een beleid dat tot doel heeft de concurrentiepositie te verbeteren.
  • Ondernemingen die zich weten te onderscheiden van hun concurrenten en met behulp van productievernieuweing een voorsprong opbouwen hebben een betere concurrentieprositie.
  • Ondernemingen kunnen concurrentiekracht verbeteren door een plaats in te nemen in netwerken en clusters
Sleutelfactoren
Deze verschillen per bedrijfstak. voor sommige bedrijfstakken liggen ze op het terrein van de technologie, voor andere is de marktbewerking essentieel en voor andere is de logistiek van belang.
Breed oligopolie
Enkele aanbieders die de markt bepalen ( niet 2 of 3)
Interne concurrentie
4 factoren die de interne concurrentie bepalen zijn:
  1. Het aantal aanbieders
  2. De aarde van het product
  3. De kosten structuur
  4. De ontwikkeling van de vraag
Verdedigbare concurrentie voordelen
factoren die gedurende enige tijd kunnen leiden tot een krachtige concurrentie positie.
Strategische planning
Het opstellen van doelstellingen en een strategie voor een onderneming
Benchmarking
Een continu, systematishc proces om prestaties maximaal te verbeteren door prestatieniveaus, processen en werk wijzen te vergelijken met om organisaties die toonaangevend zijn in de samenleving.
De diamant van Porter
Een methode voor het vergelijken van de concurrentiekracht van bedrijfstakken in verschillende landen. In de diamant van Porter is vooral de wederzijdse beinvloeding van de elementen van belang. Die elementen kunnen zijn: productiefactoren, netwerken van bedrijfstakken, toevalsfactoren, binnenlandsevraag, de overheid en de economsiche orde.
Winsterosie
Dalingen van de winst uitgelokt door prijsdalingen.