Summary Class notes - Voeding & Gezondheid

Course
- Voeding & Gezondheid
- n
- 2015 - 2016
- Open Universiteit
- Psychology
289 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Voeding & Gezondheid

  • 1443909600 H 1

  • Wat zijn nutriënten/ waarvoor gebruikt het lichaam ze? 
    water, koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamine en sommige mineralen. Nutriënten worden gebruikt door het lichaam voor groei, in standhouden en repareren van weefsel.
  • Waaruit bestaat het lichaam? 
    Een lichaam bestaat voornamelijk uit water daarna uit vet. De meeste kilo’s zijn eiwitten, koolhydraten en mineralen van botten. Vitamine, andere mineralen vormen maar een klein deel van het lichaam.   
  • Wat zijn eenvoudige nutriënten, atomen, essentiële nutriënten, organische nutriënten....? 
    De meest eenvoudige nutrient zijn mineralen. Het zijn chemische elementen (atomen). De identiteit van mineraal verandert nooit, ook al is de lading soms verschillend, de atoom blijft het zelfde. Het maakt niet uit of atoom in voedsel zit, iemand het voedsel opeet, wanneer bijvoorbeeld ijzer een deel van rode bloedcel wordt, wanneer de cel afgebroken wordt en wanneer ijzer uitgescheiden wordt is het allemaal hetzelfde atoom!  

    Inorganic nutrients: water en mineralen, nutrienten die niet uit koolstof bestaan.  
    Organic nutrients: koolhydraten, eiwitten, vetten en vitaminen. Zijn nutrienten die wel koolstof bevatten.  
    Essentieele nutrienten: voedingstoffen die het lichaam niet zelf kan aanmaken en dus nodig moet hebben uit voedsel.   
  • Wat is opgeslagen energie? 
    Opgeslagen energie: glycogeen, vet, spieren. 
  • Wat zijn de meest belangrijke nutriënten & energiebronnen? 
    De belangrijke macronutrieten die energie leveren: het lichaam heeft hier veel van nodig per dag, zijn: - eiwitten - koolhydraten - vetten  
    Belangrijke energiebronnen voor zowel mannen als vrouwen zijn : graanproducten, daarna melk en daarna vlees.   
  • Wat zijn monosaccharides (koolhydraten)? 
    Monosaccharides: C6H12O6 zijn enkele suikers - glucose: bloedsuiker, dextrose - fructose: meest zoet: 2,5x glucose. Zit veel in honing (40%) en glucose-fructose siroop
    - galactose: minder zoet dan glucose, normaal gebonden aan glucose (=lactose) 

    Voedingscentrum: Voorbeelden van monosachariden zijn:
    • Glucose, oftewel druivensuiker of dextrose
    • Fructose oftewel vruchtensuiker 
    • Galactose 
    Glucose en fructose komen vooral voor in fruit, maar ook in honing, galactose in melkproducten. 
  • Wat zijn disaccharides (koolhydraten?) 
    Dissaccharides: zijn suikers uit twee monosacchariden
    - maltose (glucose + glucose): ontstaat door vertering zetmeel in lichaam, ook ontstaat het bij alcoholproductie
    - sucrose (glucose + fructose): kristalsuiker
    - lactose (glucose + galactose): melkproducten 
  • Wat zijn polysachariden (koolhydraten)? 
    Polysacchariden: grote moleculen van ketens monosacchariden.
    - Glycogeen opslag voor 1/3e in de lever, 2/3e in spieren (+hersenen). Glycogeen is sterk vertakt zodat er veel plaatsen voor enzymatische omzettingen zijn indien glucose nodig is.
    - Zetmeer, opslag glucose in planten
    - Vezels

    Voedingcentrum: Polysachariden bestaan uit lange ketens met glucosemoleculen. Voorbeelden van polysachariden zijn: 
    • Zetmeel: dit zit in plantaardige materialen, bijvoorbeeld tarwe  
    • Glycogeen: dit zit in dierlijke producten 
  • Wat zijn oligosaccharides (koolhydraten)? 
    Oligosacchariden: - 3-10 monosachariden - in bonen, peulvruchten, uien en melk - niet verteerd in dunne darm - wordt omgezet door bacterien in dikke darm - commercieel gebruikt als prebiotica. Perbiotica: niet verteerbare levensmiddelen ingrediënten die selectief groei van een of meerdere bacterien stimuleren, gezondheidsbevorderend. Cholesterol verlagend effect.  

    Voedingcentrum: Oligosachariden bestaan uit 3 tot 9 verbonden suikermoleculen. Voorbeelden van oligosachariden zijn: 
    • Fructo-oligosacharide (FOS) 
    • Raffinose
    • Maltodextrines
  • Waarin vind je glycogeen? Hoe vergaat de opslag? Hoe ontstaat glucose?
    Glycogeen: vind je heel beperkt in vlees en helemaal niet in planten. Glucose wordt opgeslagen in het lichaam als glycogeen. Hydrolyse kan erg snel optreden wanneer een hormoon signaal ‘release energy’ de glycogeen opslag kant bereikt, in de lever of spiercellen. Enzymen breken de keten van glycogeen af en glucose komt vrij.   
    Planten slaan glucose op als starches = zetmeel. Dit vind je bijvoorbeeld in rijst, aardappelen bonen. Wanneer je de plant eet, hydrolyseert het lichaam de starch in glucose. Zetmeel is een polymeer van 3000 of meer glucosemoleculen die aaneengeschakeld zijn. Amylose: rechte ketens. Amylopectine: sterk vertakte polymeer.   
  • Wat zijn voedingvezels? 
    Dietary fibers (voedingsvezels) vind je vooral in delen van planten; alle planten bevatten fibers en zijn onverteerbaar plantenvoedsel. Zoals groenten, fruit, granen. De meeste vezels zijn polysacchariden net als zetmeel. Het verschil tussen vezels en starches is dat de binding tussen 2 monosaccharides bij vezels niet kunnen worden afgebroken door enzymen. Vezels bevatten weinig energie.  Er zijn verschillende soorten vezels:

    - soluble vezels: water oplosbaar, vormen gels, en gedeeltelijk gefermenteerd door bacterien in de dikke darm. Komt ooral voor in fruit, peulvruchten en groenten. Zorgt voor vertraging passage voeding door maagdarmstelsel , Ze zijn vaak geassocieerd met bescherming tegen hart ziektes en diabetes 2 doordat ze het cholesterol en glucose level te verlagen.

    - Insoluble fibers: niet oplosbaar in water, vind je vooral in graanproducten en groenten. Ze houden water vast in het lichaam waardoor meer bulky feces onstaat, versnelt darmpassage. Helpt tegen constipatie, preventie diverticulosis, aambeien. Minder energie/volume en verzadigingsgevoel. 
  • Hoeveel vezels 'moet' een mens hebben? 
    Aanbevolen hoeveelheid vezels: - aanbevolen: 30-40 gram per dag (voedingscentrum) - volwassenen: 25 gram per dag (Europees) Inname vezels NL: - volwassen mannen: 21-23 gram per dag - volwasse vrouwen: 18-19 gram per dag. 100 gram volkoren brood (3-4 sneetjes)=6,6 gram vezels.   
  • Hoe verloopt de vertering van koolhydraten? 
    Alle koolhydraten in het lichaam worden omgezet in monosacchariden. Die vervolgens worden opgenomen in het bloed in de dunne darm. In de lever wordt de fructose en galactose omgezet in glucose. Uiteindelijk wordt glucose opgeslagen als glycogeen.   
  • Wat is de rol en opbouw van eiwitten? 
    Belangrijke rol: - bouwstoffen (huid, spieren, bloed, bot, haren, nagels etc.) - regulerende functie (enzymen, hormonen) - energie
    (gemiddelde NL volwassenen: 15-16 E%)  
    Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren (koolstof, waterstof, aminogroep, zuurgroep en restgroep). Er zijn 20 verschillende aminozuren in eiwitten. 
  • Hoe is de indeling van aminozuren en de structuur van eiwitten?
    Indeling aminozuren: - 9 essentiele aminozuren: kunnen niet of niet in voldoende mate in het lichaam worden geproduceerd je hebt ze dus nodig uit voedsel. His, Iso, Leu, Lys, Met, Phe, Thr, Trp, Val. - 11 niet-essentiele aminozuren: kunnen wel geproduceerd worden uit andere aminozuren. 


    Eiwit structuur: - primaire structuur: volgorde van aminozuren, lange reeks. - Secundaire structuur: alfa helix, beta sheet plaatsen. - Tertiaire structuur: bruggen tussen alfa helix en beta sheet. - Quaternaire structuur: samenwerken met meer eiwitten (eiwit complex vormen) bijvoorbeeld hemoglobine.  
  • Eiwitten worden in de darm en/of in de maag geabsorbeerd. Hoe gaat dat? 
    Vertering absorptie eiwitten: 1. in de maag: afbeken dmv hydrolyse van eiwitten. Hydrochloric acid ontvouwt en breekt elk eiwit streng af, zo kunnen enzymen de peptide bindingen aanvallen. Hydrochloric acid zet ook de inactieve vorm van het enzym pepsinogen om in de actieve vorm pepsin. Pepsin verdeeld grote polypeptides in kleine polypeptides en aminozuren. 
    Verspreiden niet toegestaan  |  Gedownload door: Kiki Noltes | E-mail adres: Kiki.noltes@gmail.com
    2. In dunne darm: verschillende dunne darm en pancreas enzymen hydrolyseren de kleine peptides in nog kortere peptide ketens, tripeptides, dipeptides, aminozuren. Dan splitst het enzym peptidase (zit op membraan oppervlak van de darmcel) de meeste dipeptides en tripeptides in single aminozuren. Maar een paar peptides komen in het bloed.   
  • Wat is eiwitsynthese? 
    Eiwit uit voeding --> aminozuren --> lichaamseigen eiwit.

    Code voor maken eiwitten zijn opgeslagen in DNA. Genexpressie.  
  • Wat zijn de 8 functies van eiwitten? 
    Functies eiwitten: 1. bouwstenen groei en onderhoud (huid, spieren, bloed, bot, haar, nagels) 2. enzymen 3. hormonen (bv. Insuline) 4. reguleren vochtbalans (met name albumine) 5. zuur-base regulators (buffers) 6. transporters (hemoglobine, lipoproteinen) 7. anitlichamen 8. bron van energie en glucose 
  • Wat is eiwit-metabolisme (stikstof balans)? 
    Eiwitmetabolisme:stikstofbalans - bij gezonde mensen: eiwitsynthese=eiwitafbraak o inname stikstof, N= uitscheiding N in urine (95%), feces en zweet. - Bij kinderen, zwangeren en herstel ziekte: o Positieve stikstof balans: N in > N uit; eiwitsynthese > afbraak - bij uithongering, (brand)wonden, infectie: o negatieve stikstof balans: N in < N uit; eiwitafbraak > synthese. Afbraak spiermassa en andere lichaamseiwitten voor energie. 
  • Wat is deaminatie van aminozuren? 
    Deaminatie aminozuren:Aminozuren worden afgebroken worden ze eerst deaminated (weghalen van nitrogen aminogroep). Deaminatie produceert ammonia (NH3) en ketozuur, de cellen laten dit vrij en komt in bloed terecht. De lever kan ammonia opnemen en omzetten tot ureum, is minder toxisch. Ureum wordt weer terug gebracht naar bloedbaan. De productie van ureum verhoogd zodra eiwit dieet omhoog gaat. Totdat het zijn maximum behaalt van 250 gram per dag. De lnieren filtert ureum uit het bloed, dus de amino nitrogen komt in urine terecht.
    Ketozuur gebruikt voor productie van:
    • niet essentiele aminozuren
    • glucose
    • vet
    • ketonlichamen
    Ureum in lever: ammonia + carbondioxide.
  • Wat is de werking van Mineralen? 
    de mineralen In het lichaam worden bepaalde mineralen bij elkaar gezet in geordende reeksen, in dergelijke structuren als botten en tanden. Mineralen worden ook gevonden in vloeistoffen van het lichaam, die de vochtbalans en distributie beïnvloeden. Mineralen leveren geen energie! Alleen 16 mineralen zijn essentieel in het menselijk lichaam. Andere mineralen (zoals lood) zijn milieu-verontreinigend die de voedingsstoffen van mineralen verdringen van hun werkplekken in het lichaam, en lichaamsfuncties verstoren. Omdat minderen anorganisch zijn, zijn ze onverwoestbaar en moeten ze niet met de speciale zorg behandelt worden zoals bij vitaminen nodig is. Mineralen kunnen gebonden worden door stoffen die interfereren met het vermogen van het lichaam om ze te absorberen. Ze kunnen ook verloren gaan door voedselverfijningsprocessen of tijdens het koken wanneer ze lekken in water dat wordt weggegooid.  
  • Wat is de werking van vitaminen? 
    De vitaminen De vitaminen zijn ook organisch, maar zij voorzien geen energie. In plaats daarvan vergemakkelijken zij het vrijmaken van energie uit koolhydraten, vet en eiwitten en participeren zij aan tal van andere activiteiten in het hele lichaam. Elk van de 13 vitaminen heeft zijn eigen speciale rol. Vitaminen helpen ijverig om de oude rode bloedcellen te vervangen en de binnenwand van het spijsverteringskanaal. Bijna elke actie in het lichaam vereist de hulp van vitaminen. Vitaminen functioneren alleen als ze intact zijn, maar omdat ze complexe organische moleculen zijn, zijn ze kwetsbaar voor vernietiging door warmte, licht, en chemische agents. Dit is waarom ons lichaam ze voorzichtig behandelt.
  • Wat is de functie van water? 
    Water voorziet de omgeving waarin vrijwel al de lichaamsactiviteiten worden uitgevoerd. Participeert in vele metabolische reacties en  levert het medium voor transport van vitale materialen naar cellen en het wegdragen van afvalproducten.  Water participeert in alle levensprocessen. 
  • Welke studies over voeding zijn er? 
    Epidemiologische studies = onderzoek naar de incidentie, distributie en bestrijding van ziekte in een populatie.   Sterke punten: o Kan de lijst van mogelijke oorzaken beperken o Kan vragen oproepen om na te streven via andere onderzoek  Zwakke punten: o Kan de variabelen die de ontwikkeling of preventie van een ziekte kunnen beïnvloeden niet onder controle houden o Kan oorzaak en gevolg niet bewijzen  Omvat: o Cross-sectionele studies  Onderzoekers observeren hoeveel en welke soorten voedsel een groep mensen eten en hoe gezond die mensen zijn. Hun bevindingen identificeren  factoren die de incidentie van een ziekte in verschillende populaties kunnen beïnvloeden.  o Case-control studies  Onderzoekers vergelijken mensen die wel en niet een bepaalde conditie hebben (zoals een ziekte), die ze zo nauw mogelijk aansluiten op leeftijd, geslacht en andere belangrijke variabelen zodat verschillen in andere factoren zal opvallen. Deze verschillen kunnen verantwoordelijk zijn voor condities in de groep die het hebben. o Cohort studies  Onderzoekers analyseren de data verzameld bij een geselecteerde groep mensen (een cohort) met intervallen gedurende een bepaalde periode. Experimentele studies = testen oorzaak-en-gevolg relaties tussen variabelen.  Sterke punten: o Kunnen condities (grotendeels) onder controle houden o Kunnen effecten van een variabele bepalen o Kunnen sommige bevindingen op mensen toepassen tot sommige groepen van mensen   Zwakke punten: o Kan resultaten van reageerbuizen of dieren niet toepassen op mensen o Kan bevindingen op mensen niet generaliseren naar alle mensen . o Kan bepaalde behandelingen niet gebruiken voor klinische of ethische redenen   Omvat  o Laboratoria studies gebaseerd op dieren  Onderzoekers voeden dieren met speciale  voeding die specifieke voedingsstoffen voorzien of weglaten en observeren vervolgens elke verandering in gezondheid. Deze studies testen oorzaken en behandelingen van mogelijke ziekten in een laboratorium waar alle condities onder controle kunnen worden gehouden o Laboratoria studies gebaseerd op reageerbuizen (in vitro)  Onderzoekers onderzoeken het effect van een specifieke variabele op een weefsel, cel of molecule geïsoleerd uit een levend organisme. o Menselijke tussenkomst (of klinische) studies  Onderzoekers vragen mensen om nieuw gedrag op te nemen (vb: een citrusvrucht eten, vitamine C supplement nemen, dagelijks oefenen). Deze onderzoeken helpen de effectiviteit van dergelijke interventies op de ontwikkeling of preventie van ziekten te bepalen.  
  • Op welke manier kan de voedingsinname worden geschat/ geadviseerd? 
    De aanbevelingen zijn van toepassing op gezonde mensen.   
    Geschatte gemiddelde behoefte   = de gemiddelde hoeveelheid die voldoende lijkt voor de helft van de bevolking.    

    Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid; ADH    = Om ervoor te zorgen dat de voedingsstof Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) voldoet aan de behoeften van zoveel mogelijk mensen, wordt de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) dichtbij de bovenkant van het bereik van de geschatte behoeften van de populatie. Een doel voor voedingsinname door individuen (voldoet aan de behoeften van ongeveer 98% van de bevolking.  

    Adequate Inname (AI) Voor sommige voedingsstoffen is er onvoldoende wetenschappelijke bewijs om de geschatte gemiddelde behoefte te bepalen. In dergelijke gevallen legt de commissie een Adequate Inname (AI) vast in plaats van een Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH). Om die reden zijn Adequate Inname (AI) waarden meer voorlopig dan Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) waarden.  

    Aanvaardbare bovengrens van inneming  = ergens boven de aanbevolen inname is er een punt waarboven een voedingsstof waarschijnlijk toxisch zal worden, oftewel Aanvaardbare bovengrens van inneming. Een te hoge inname van vitaminen en mineralen brengt gevaren met zich mee.  
  • Wat is de onderlinge verhouding tussen de nutrienten? 
    Aanvaardbare verhouding van macronutriënten (AMDR) Mensen eten niet direct energie; ze halen energie uit voedsel die koolhydraten, vetten en eiwitten bevatten. Elk van deze 3 energieleverende nutriënten draagt bij aan de totale energieinname, en die bijdragen variëren in relatie tot elkaar. De voedingsnormen commissie heeft vastgesteld dat de samenstelling van voeding die adequate energie en nutriënten levert en de risico op chronische ziekten vermindert is:  45-65% kcalorieën van koolhydraten  20-35% kcalorieën van vet  10-35% kcalorieën van eiwitten 
  • Welke typen voedingstekorten (deficiënten) zijn er? bv bij ijzer.
    Het mineraal ijzer kan worden gebruikt om de fasen van de ontwikkeling van een voedingsstoftekort te illustreren en de assessmenttechnieken die nuttig zijn in het detecteren hiervan.  Zichtbaar (overt) (of uiterlijke) tekenen van ijzertekort verschijnen aan het einde van een lange reeks gebeurtenissen:    Eerst heeft het lichaam te weinig ijzer dit kan zijn doordat:  o Ijzer ontbreekt in de voeding van de persoon = primaire deficiëntie of   Een voedingsgeschiedenis levert aanwijzingen voor primaire deficiënties o Het lichaam van de persoon niet genoeg absorbeert, te veel afscheidt, of ijzer inefficiënt gebruikt = secundaire deficiëntie  Een gezondheidsgeschiedenis levert aanwijzingen voor secundaire deficiënties  Het lichaam begint zijn opslag van ijzer op te gebruiken o In dit stadium kan de deficiëntie worden beschreven als een subklinische deficiëntie   Het bestaat als een verborgen (covert) conditie en hoewel het zou kunnen worden gedetecteerd door laboratoriumtests zijn uiterlijke tekens nog niet zichtbaar.  De opslag van ijzer in het lichaam is uitgeput o Het kan niet voldoende ijzer bevattende rode bloedcellen maken om diegene te vervangen die verouderen en sterven o Ijzer is nodig in rode bloedcellen om zuurstof te transporteren naar alle lichaamsweefsels o Wanneer ijzer ontbreekt worden minder rode bloedcellen gemaakt, de nieuwe zijn licht en klein en elk deel van het lichaam voelt de effecten van zuurstoftekort.  Op dit moment verschijnen de zichtbare symptomen van deficiëntie; zwakte, vermoeidheid, bleekheid en hoofdpijn die de ijzerdeficiëntie toestand van het bloed weerspiegelt. o Een lichamelijk onderzoek en interview zullen deze symptomen onthullen    
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de link tussen obesitas en dementie/alzheimer? 
Overgewicht en obesitas in middelbare leeftijd is algemeen geassocieerd met dementie maar vooral met alzheimer. De hersenen ontwikkelen seniele plaques en neurofibrillaire tangles.   Seniele plaques zijn klontjes van een eiwitstuk (=beta-amyloïden) terwijl neurofibrillaire tangles klitten van vezels zijn die zich uitstrekken uit de zenuwcellen.  Beide lijken voor te komen in reactie op oxidatieve stress.  Onderzoekers vragen zich af of deze kenmerken de oorzaken zijn of het resultaat van alzheimer.  Behandeling focust zich op het verlagen van beta-amyloïden niveaus.   

Laat in het verloop van de ziekte is er een afname in de activiteit van het enzym die helpt in de productie van de neurotransmitter acetylcholine uit choline en acetyl CoA.   Acetylcholine is essentieel voor geheugen, maar supplementen van choline hebben geen effect op het geheugen of op de vooruitgang van de ziekte  Drugs die de afbraak van acetylcholine remmen zijn voordelig. 
Wat is een mogelijke link tussen voeding en artritis? 
Oxidatieve schade van de membranen in de gewrichten die ontsteking en zwelling veroorzaken  o De antioxidanten vitaminen C, vitamine E en carotenoïden beschermen tegen oxidatie, en  verhoogde inname van deze nutriënten kan helpen om de pijn van reumatoïde te voorkomen of verlichten.  
Wat is artrose en wat is artritis? 
Atrose = een pijnlijke verslechtering van het kraakbeen in de gewrichten.  De meest voorkomende type van artritis die oudere mensen onbekwaam maakt.  Met de leeftijd desintegreert soms het kraakbeen, en de gewrichten worden misvormd en pijnlijk om te bewegen.  De enige bekende connectie tussen artrose en voeding is overgewicht  Gewichtsverlies kan sommige van de pijn verlichten van mensen met overgewicht met atrose, deels omdat  de gewrichten die beïnvloedt worden vaak gewichtsdragende gewrichten zijn die gestrest en geïrriteerd wordt door het moeten dragen van teveel gewicht.  Gewichtsverlies verlicht vaak veel van de pijn van artritis alsook in de handen, hoewel dat geen gewichtsdragende gewricht is.  Wandelen en andere gewichtsdragende oefeningen verslechteren artrose niet o Lage-impact aerobe activiteit en krachttraining bieden verbeteringen in de fysieke prestatie en pijnbestrijding, vooral wanneer ze gepaard gaan met een bescheiden gewichtsverlies.  

Reumatoïde artitis = het immuunsysteem valt perongeluk de bot bedekking aan alsof ze zijn gemaakt uit vreemd weefsel   Een ander type van artritis, die mogelijk gekoppeld is met voeding door het immuunsysteem.  In sommige individuen, kunnen bepaalde voedingsmiddelen de ontstekingsreacties matigen en een beetje verlichting leveren (vooral een mediterraan (middellandse) type voeding van vis, groenten, olijfolie)  De omega-3 vetzuren die vaak gevonden worden in vette vis verminderen gewrichtsgevoeligheid en verbeteren beweeglijkheid in sommige mensen met reumatoïde artritis  Dezelfde voeding die is aanbevolen voor hartgezondheid (laag in verzadigd vet van vlees en melkproducten en hoog in omega-3 vetten van vis) helpt om de ontsteking in de gewrichten die de artritis zo pijnlijk maakt te voorkomen of verminderen. 
Welke twee visusproblemen zie je veel bij ouderen? 
 Cateract (staar): leeftijds-gerelateerde vertroebeling van de lens van het oog die het gezichtsvermogen verslechtert.  o Als ze niet chirurgisch verwijderd wordt lijden ze tot blindheid o Kan zich ontwikkelen als resultaat van blootstelling aan  ultraviolet licht, oxidatieve stress, letsel, virale infecties, toxische stoffen, genetische stoornissen. o Oxidatieve stress lijkt een significante rol te spelen in de ontwikkeling van cataract, en de antioxidant nutriënten kunnen helpen de schade te minimaliseren o Er is een omgekeerde relatie tussen cateract en voedingsinname van vitamine C, vitamine E, carotenoïden o Supplementen nemen of fruit en groenten eten rijk aan antioxidant nutriënten lijken de vooruitgang te vertragen of verminderen de risico op het ontwikkelen van cateract  o Let op! vitamine C supplementen in hoge dosissen en voor lange duur (meerdere jaren) kan het risico op cateract verhogen o Obesitas lijkt geassocieerd te zijn met cateract.

 Macula-degeneratie: een verslechtering van de macula regio van de retina  o De belangrijkste oorzaak van gezichtsvermogen-verlies bij oudere mensen o Risicofactoren (is net zoals bij cateract) oxidatieve stress van zonlicht o Preventieve factoren kunnen supplementen omvatten van   Omega-3 vetzuren DHA  Sommige B vitaminen (foliumzuur, B6,B12)  Carotenoïden 
Welke nutrienten hebben welke effecten bij het ouder worden? 
- Water  Gebrek aan dorst en verminderde totaal lichaamswater maken uitdroging waarschijnlijker

- Energie De behoefte neemt af als spiermassa afneemt (sarcopenie) Vezel De kans op constipatie neemt toe met lage inname en veranderingen in het spijsverteringskanaal

- Eiwit Behoeften kunnen hetzelfde blijven of een beetje verhogen Vitamine B12 Atrofische gastritis komt vaak voor

- Vitamine D Verhoogde kans op inadequate inname;  huidsynthese neemt af Calcium Inname kan laag zijn;  osteoporose komt vaak voor

- IJzer In vrouwen verbetert de status na menopauze; Deficiënties zijn gekoppeld aan chronisch bloedverlies en lage maagzuur output

- Zink Inname zijn vaak inadequaat en absorptie kan slecht zijn, maar behoeften kunnen ook verhogen 
Welke extra vitaminen en mineralen zijn soms belangrijk voor ouderen? 
Oudere volwassenen laten vaak fruit en groenten weg.  Weinig oudere volwassenen consumeren de aanbevolen hoeveelheden van melk of melkproducten.   

- Vitamine B12 Mensen met atrofische gastritis zijn kwetsbaar voor vitamine B12 deficiëntie. De bacteriële overgroei die gepaard gaat met deze conditie gebruikt de vitaminen op, en zonder waterstofchloride (zoutzuur; HCL) en intrinsieke factor is vertering en absorptie van vitamine B12 inefficiënt. 


- Vitamine D deficiëntie is een probleem voor veel oudere volwassenen. Vitamine D verrijkte melk is de meest betrouwbare bron van vitamine D, maar ook beperkte blootstelling aan zonlicht is ook een probleem. Veroudering verminderd ook de capaciteit van de huid om vitamine D te maken en de mogelijkheid van de nieren om het om te zetten naar zijn actieve vorm. Om botverlies te voorkomen en vitamine D status te behouden moet men bijslikken. 

- Foliumzuur-inname : Ouderen hebben meer kans op medische condities te hebben of om medicatie te nemen die de foliumstatus in gevaar kan brengen.  
- Calcium : vooral voor vrouwen na de menopauze is om te beschermen tegen osteoporose.

- IJzer  Voor vrouwen vermindert ijzerbehoeften aanzienlijk tijdens de menopauze wanneer bloedverlies door menstruatie stopt. Bijgevolg komt ijzerdeficiëntie anemie minder vaak voor in oudere volwassenen dan in jongere mensen. Verhoogde ijzeropslag is waarschijnlijker dan deficiëntie in oudere mensen.  IJzerdeficiëntie kan zich ontwikkelen in oudere volwassenen, vooral voor degene waarvan voedselenergie-inname laag is.  Buiten de voeding, kunnen 2 andere factoren leiden tot ijzerdeficiëntie in oudere mensen: o Chronische bloedverlies van ziekten en medicijnen  o Slechte ijzerabsorptie als gevolg van verminderde maagzuur uitscheiding en maagzuurremmer gebruik IJzerdeficiëntie verslechtert de immuniteit en laat oudere volwassenen kwetsbaar voor infectieziekten.  


- Zink inname is vaak laag in oudere mensen.  Zink deficiëntie kan de eetlust indrukken en het gevoel van smaak stompen, waardoor voedselinname wordt vermindert en  zinkstatus verslechtert. Veel medicatie die volwassen ouderen vaak gebruiken kan zinkabsorptie verslechteren of zijn uitscheiding versterken en dus leiden tot deficiëntie. 
Welke fysiologische en of psychische problemen die ouderen kunnen krijgen, beïnvloeden wellicht het eetpatroon? 
Veel veranderingen die gepaard gaan met veroudering kunnen de voedingsstatus verslechteren.  

Fysiologische veranderingen:  Hormoonactiviteit verandert de lichaamscompositie  Immuunsysteem veranderingen verhogen het risico op infectie  Atrofie gastritis interfereert met vertering en absorptie   Tandverlies beperkt voedselkeuzes

Psychologische veranderingen dragen bij aan een slechte voedselinname, zoals:  Een depressie  Economische veranderingen zoals een verlies van inkomen   Sociale veranderingen zoals eenzaamheid 
Hoe verloopt de spijsvertering bij het verouderen? 
In het spijsverteringskanaal verliest de darmwand sterkte en elasticiteit met leeftijd en spijsverteringshormonen uitscheidingen veranderen. Al deze acties vertragen beweeglijkheid. Constipatie komt veel vaker voor in de oudere dan in de jongeren. Veranderingen in spijsverteringshormoon uitscheidingen verminderen ook de eetlust, wat leidt tot een verminderde energie-inname en ongewild gewichtsverlies. Atrofische gastritis is gekenmerkt door een ontstoken maag, bacteriële overgroei, en een gebrek aan waterstofchloride (HCL; zoutzuur) en intrinsieke factor.  Al deze factoren kunnen de vertering en absorptie van nutriënten (vooral vitamine B12 maar ook biotine, foliumzuur, calcium, ijzer, zink) verslechteren. Moeilijkheden bij het slikken (= dysfagie) treedt op in alle leeftijdsgroepen, maar vooral bij ouderen.  Bijgevolg kunnen personen minder voedsel eten en drinken, wat resulteert in gewichtsverlies, een afwijkende voedingstoestand en uitdroging . 
Hoe zit het met ontstekingen en immuniteit bij het ouder worden? 
Immuniteit en ontsteking (inflammatie) Als mensen ouder worden verliest het immuunsysteem zijn functies. Als ze ziek worden, wordt het immuunsysteem overgestimuleerd.  De combinatie van een inefficiënte en overactieve reactie in veroudering (ontsteking) resulteert in een chronische ontsteking die gepaard gaat met zwakheid, ziekten en sterfte. De meeste ziekten die vaak voorkomen in oudere volwassenen (zoals atherosclerose, alzheimer, obesitas, reumatoïde artritis) zijn verschillend maar ze reflecteren allemaal een onderliggende onstekingsproces.   Omwille van deze associatie met ziekten , wordt ontsteking vaak gezien als een schadelijk proces, toch is het cruciaal in de ondersteuning van de gezondheid wanneer het immuunsysteem binnendringende organismen vernietigt en beschadigde weefsels herstelt.   Het immuunsysteem wordt in gevaar gebracht door nutriëntdeficiënties. Dus de combinatie van leeftijd, ziekte, en arme voeding maken oudere mensen vooral kwetsbaar voor infectieziekten. Antibiotica is vaak niet effectief tegen infecties in mensen met een verzwakt immuunsysteem.  Bijgevolg zijn infectieziekten een belangrijke oorzaak van sterfte in oudere volwassenen. Oudere volwassenen kunnen hun immuunsysteem reactie verbeteren met regelmatige fysieke activiteit.  
Wat gebeurt er met de lichaamssamenstelling bij het ouder worden? 
In het algemeen, neigen oudere mensen botten en spieren te verliezen en lichaamsvet bij te komen.  Veel van deze veranderingen treden op omdat sommige hormonen die eetlust en metabolisme reguleren minder actief worden met de leeftijd, terwijl andere meer actief worden.  Verlies van spieren (=sarcopenie) kan significant worden in de latere jaren en zijn gevolgen kunnen dramatisch zijn. o Wanneer spieren verminderen en zwak worden, verliezen mensen hun mogelijkheid om te bewegen en hun balans te behouden (waardoor vallen waarschijnlijker wordt) o De beperking die gepaard gaat met verlies van spiermassa en kracht speelt een belangrijke rol in de verminderde gezondheid die vaak gepaard gaat met veroudering. Optimale voeding met voldoende eiwit bij elke maaltijd samen met regelmatige fysieke activiteit kan helpen spiermassa en sterkte te behouden en de veranderingen in de lichaamssamenstellingen te verminderen geassocieerd met veroudering.