Summary Class notes - voedingstherapie

Course
- voedingstherapie
- civas
- 2015 - 2016
- Civas
- voedingstherapie
300 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - voedingstherapie

  • 1460325600 Les 2 Het sprijsverteringsstelsel: het voedselkanaal

  • Wat verstaan we onder het spijsverteringsproces?
    Het afbreken van voedsel tot moleculen die in staat zijnde cel binnen te dringen
  • Welke organen behoren tot het spijsverteringsstelsel?
    Maag-darmkanaal (voedselkanaal), speekselklieren, tanden, lever, galblaas en alvleesklier
  • Welke 2 soorten spijsvertering heb je?
    1. mechanische spijsvertering (kauwen en vermengen van voedsel)
    2. chemische spijsvertering (speeksel- en klierafscheiding)
  • Hoeveel tanden en kiezen bevat de mondholte?
    32 bij een volwassene
  • Door welke klieren wordt speeksel afgescheiden?
    *aantal kleine kliertjes in de mond
    *oorspeekselklier ( parotis)
    *klier onder de kaakklier (submandubilaire klier)
    *klier onder de tong ( sublinguale klier)
  • Wat is de functie van het speeksel?
    het voedsel vloeibaar maken en  uiteen laten vallen en chemische afbraak tot stand te brengen
  • Waaruit bestaat speeksel?
    Voornamelijk uit water, amylase en slijmstof (mucine)
  • Wat doet amylase?
    Zorgt voor de vertering van koolhydraten in de mondholte
  • Wat doet mucine (slijmstof)?
    zorgt voor het slijm dat nodig is voor lubricatie of vochtvoorziening
  • Wat zorgt voor de slikreflex?
    de tong
  • Wat doet de slokdarm (esophagus)?
    het voedsel naar de maag stuwen via de peristaltische beweging
  • Beschrijf de peristaltische beweging?
    uitzettende en samentrekkende beweging van de darmen waarmee het voedsel voortgestuwd wordt door het gehele maag-darmkanaal
  • Wat is een sluitspier
    een ring van spierweefsel die een opening afsluit
  • Waaruit bestaat maagzuur voornamelijk?
    uit zoutzuur, het enzym pepsine en de intrinsieke factor
  • Wat is de intrinsieke factor?
    is een glycoproteine dat door de pariëtale cellen in de maagwand wordt geproduceert. Het wordt gekoppeld aan de exentriene faktor (vitamine B12) dat alleen zo kan worden opgenomen ter hoogte van de dunne darm
  • waarom is de intrinsieke factor noodzakelijk?
    is nodig voor de absorptie van vitamine B12 in de darm
  • Waardoor ontstaat een tekort aan vitamine B12?
    tekort aan B12 ontstaat als de intrinsieke factor niet voldoende aanwezig is
  • Waar leidt een tekort aan vitamine B12 toe?
    perniceuze anemie ( zware bloedarmoede
  • Welke stoffen worden  door de afscheidingscellen van het maagslijmvlies geproduceerd?
    zoutzuur, pepsine en de intrinsieke faktor
  • Wat is het voornaamste chemische verteringsproces dat plaatsvindt in de maag
    het verteringsproces van proteine of eiwit
  • Wat beschermd de maagwand tegen tegen aantasting van zuur?
    het licht alkalische slijm
  • Wat is alkalisch?
    hetzelfde als basisch heeft een pH waarde tussen de 7 en 14
  • Wat is het duodenum?
    eerste deel van de dunne darm (12-vingerige darm)
  • Wat is pylorus?
    deel van de maagwaar de sluitspier zit die verbinding maakt met de 12-vingerige darm
  • Zet het voedsel in de juiste volgorde. Welk voedsel verlaat de maag na een paar uur? welk doet er iets langer over, en welk welk voedsel blijft het langste in de maag? Koolhydraatrijk voedsel, eiwitrijk voedsel,vetrijk voedsel
    koolhydraatrijk voedsel een paar uur
    eiwitrijk voedsel
    vetrijk voedsel
  • Welke moleculen worden door de maag opgenomen?
    alleen de kleinste moleculen; 
    water
    alcohol
    cafeine
    salicylzuur
  • Door welke mechanismen wordt de spijsvertering geregeld?
    voldoende maagzuur, productie van maagsappen, uitzetting van de maag en dan weer produceren van maagsappen
  • Wat hebben we nodig om een eiwit op een effiënte manier af te breken?
    voldoende maagzuur
  • Wat zijn secretine en cholecystokinine?
    hormonen
  • Wat is de functie van secretine en cholecystokinine?
    het voorkomen van teveel maagsap afscheiding , ervoor te zorgen dat gal uit de galblaas,enzymen uit alvleesklier en enzymen uit slijmvlies van de darmen wordt afgescheiden.
  • Wat is hypochlorhydria?
    te weinig maagzuur
  • Wat is achlorhydria?
    afwezigheid van maagzuur
  • Waardoor wordt achlorhydria veroorzaakt?
    door het ouder worden, door stress en door slechte voedingsgewoonten.
  • Beschrijf voedselbrij?
    product van het verteringsproces van de maag, halfvloeibaar mengsel van voedsel en maagsappen
  • Wat kan de peristaltische bewegingen van de maag vertragen?
    vet en psychologische factoren.
  • Waaruit bestaat de dunne darm?
    duodenum (12-vingerige darm,1ste deel van dunne darm, 15 cm),
    jejunum (nuchtere darm, middelste deel van de dunne darm 2.5mtr),
    ileum (kronkeldarm, laatste deel dunne darm 3.5 mtr gaat over in dikke darm
  • Wat gebeurd er in het duodenum?
    dunne darm ontvangt de alvleesklier , sappen en de gal uit de galblaas
  • Wat gebeurd er met het voedsel in de dunne darm?
    In het duodenum ontvangt de voedselbrij alvleeskliersappen en gal uit de galblaas en de door de dunne darm geproduceerde spijsverteringssappen door de cellen van de slijmvliesbekleding van de darmwand. Samen voltooien ze het proces van de voedselvertering. De meeste absorptie van voedingingsstoffen vindt in de dunne darm plaats.
  • Beschrijf  het oppervlak van de dunne darm?
    groot, met veel plooien in het slijmvlies en aanwezigheid van villi en microvilli
  • Wat zijn villi en microvilli en wat is hun taak?
    Villi en microvilli zijn kleine haarvormige uitsteeksel die de darmplooien bedekken. Zij vergroten het oppervlak en daardoor het absorptievermogen van de dunne darm
  • Waarvoor zorgt het lymfestelsel in de dunne darm?
    het lymfestelsel zorgt voor het transport van de verteerde vetstoffen vanuit het spijsverteringsstelsel.
  • In de dunne darm vinden we?
    bloedvaten, lymfeklieren en zenuwen
  • Wat is het belangrijkste orgaan van het lichaam?
    de lever
  • Welke voedingsstoffen worden naar de lever gevoerd?
    Alle voedingsstoffen die opgenomen worden in het bloed
  • Wat is de taak van de lever in het spijsverteringsproces?
    de productie van gal
  • Wat is de taak van galzouten in de gal?
    het afbreken van vet tot kleine micellen
  • Wat gebeurd vervolgens met de kleine micellen?
    deze worden verder verteerd door enzymen van de alvleesklier
  • Wat is de taak van de galblaas en waar zit deze?
    de galblaas zorgt voor concentratie en opslag van gal en zit net onder de lever
  • Waaruit bestaat gal voornamelijk?
    gal bestaat voornamelijk uit galzouten, cholesterol, lecithine en water
  • Wat is lecithine?
    lecithine is een emulgator van vetstoffen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat hoort ook bij de g.t.t?
grondig lichamelijk onderzoek, een gedetailleerd verslag van de eetgewoontes en een beschrijving van de symptomen
Wat is de gangbare test voor het constateren of iemand aan hypoglycemie lijdt?
de g.t.t of tewel de glucose-tolerantie-test, dit bloedonderzoek  wordt gedaan op de nuchtere maag 
Na avond vasten op nuchtere maag bloedsuikergehalte in bloed meten- daarna glucose oplossing drinken- na een uur weer bloedmonster afnemen ( 5x in totaal) Bij een gezond persoon gaat het bloedsuikergehalte maar een beetje omhoog en vervolgens langzaam terug naar een normaal niveau.
Bij iemand met suikerziekte stijgt het niveau ver boven normaal  en zakt dan ook zeer langzaam tot normaal  (soms duurt dit vijf tot zes uur)
Bij mensen met hypoglycemie  wordt de natuurlijke stijging gevolgd door een zeer snelle terug gang tot onder het normale niveau van iemand die  nuchter is.
Hoe sneller het dalen en hoe sterker de daling , hoe ernstiger de toestand is.
Behoort hypoclycemie tot de degeneratieve welvaartsziekten en wat houdt dit in?
Ja
ziekten die gepaard gaan met het geleidelijk minder worden van een of meer lichaamsfuncties, waarvan de oorzaak meestal niet bekend is. meestal aandoeningen van het bewegingsapparaat en het zenuwstelsel
Noem een aantal symptomen van hypoglycemie?
onbegrijpelijke stemmingswissllingen, sterke behoefte aan suiker, plotseling gebrek aan energie, geeirriteerdheid,depressie, schizofreen gedrag, menstruatieproblemen, hormonale verstoringen en zweren
Wat betekend Hypo en wat betekend Glycemie?
Hypo = laag
glycemie =  suiker in het bloed
Verklaar hoe insuline betrokken is bij het reguleren van het bloedsuikerniveau?
Wanneer we een grote hoeveelheid suiker tot ons nemen, gaat de bloedsuikerspiegel omhoog- vervolgens wordt een beroep gedaan op de alvleesklier om insuline aan te maken om zo het abnormale hoge bloedsuikerniveau omlaag te brengen. Problemen ontstaan wanneer we voortdurend grote hoeveelheden suiker blijven consumeren.De alvleesklier gaat teveel insuline produceren- er wordt teveel suiker afgebroken- met als gevolg dat er op een gegeven moment een tekort aan suiker in ons bloed is (Hypoglycemie)
Wat maakt de alvleesklier aan?
spijsverteringsenzymen en het hormoon insuline
Vertel iets over  glucogeen en glucagon
Koolhydraten in complexe vorm worden verteerd en opgenomen als GLUCOSE, een eenvoudige suiker die vervolgens wordt getransporteerd naar de lever.- Deze GLUCOSE wordt gebruikt om oa de spieren en de hersenen te voorzien van energie.- de GLUCOSE die niet wordt gebruikt wordt omgezet in vet en opgeslagen in het lichaam of hij wordt omgezet in GLUCOGEEN m.b.v. het alvleesklierhormoon GLUCCAGON en opgeslagen in de spieren en de lever.
Zowel vet als glucogeen kunnen weer omgezet worden als glucose. 
Wat bedoelen we met het regelen van het bloedsuikerniveau?
de hoeveelheid suiker die zich op een willekeurig moment in het bloed bevindt
Welk orgaan is het meest betrokken bij het regelen van het bloedsuikerniveau?
de alvleesklier of pancreas, en daarna de lever.