Summary Class notes - ZHBII

Course
- ZHBII
- Roekel
- 2016 - 2017
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
493 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - ZHBII

  • 1470002400 Week 1 - HC's

  • uit welk embryonaal blad ontstaan de somieten? wat ontstaat er uiteindelijk uit de somieten?
    uit mesoderm. uit de somieten ontstaan spieren en de subcutis. aan de zijkant van de somieten zit somatisch laterale plaat mesoderm -> botten en pezen ontstaan hieruit
  • uit welke somieten groeien de bovenste en onderste extremiteiten?
    • C5-C8: bovenste, waarbij de duim C6, middelvinger C7, pink C8. laterale deel arm C5 en mediale deel arm C8 en Th1
    • L3-L5: onderste

    de extremiteitsknoppen ontstaan uit mesoderm en ectoderm
  • waaruit is de centrale as afkomstig?
    laterale plaat mesoderm. voor aanleg botten, ligamenten en gewrichten. begint uit het axiale mesoderm. er zit dan ook een stukje mesoderm in de gewrichtsholte, wat zich kan gaan ontwikkelen tot een kruisband
  • hoe ziet de opbouw van een ledemaat eruit, met daarin de centrale as?
    • huid
    • subcutis: vanuit ingegroeide mesoderm, samen met ingegroeide spiermassa. bestaat uit dorsaal en ventraal deel. 
    • dorsale spiermassa = dorsaal gebied van de centrale as. ontstaat uit somietmesoderm. 
    • ventrale spiermassa
    • dorsale en ventrale spiermassa gescheiden door intermusculaire septa. verbonden met stevige bindweefsellaag: diepe fascie
    • binnen de fascies liggen ook de vaatzenuwstrengen. huidzenuwen zijn per definitie sensibel en niet motorisch
    • dermatoom
  • hoe vindt de innervatie van de dorsale en ventrale spiermassa plaatst?
    de dorsale spiermassa wordt geinnerveerd door zenuwen uit de dorsale divisie van de ventrale hoorn (motorneuronen) van het ruggenmerg.
    de ventrale spiermassa wordt geinnerveerd door de ventrale divisie in de ventrale hoorn van het ruggenmerg.

    hetzelfde onderscheid wordt gemaakt bij de innervatie van de dermatomen. 
  • welke bewegingen kunnen de spieren uit het ventrale dan wel dorsale spiermassa uitvoeren?
    • dorsaal: extensoren, ook wel abductoren en supinatoren. kunnen retroflexie, extensie, supinatie, abductie, enz. uitvoeren
    • ventraal: flexoren, ook wel adductoren en pronatoren. kunnen flexie, adductie, pronatie, enz, uitvoeren


    uitzondering! M. biceps brachii. dit is een ventrale spier die supinatie veroorzaakt

    NB: dit geldt ook voor de dermatomen (huidinnervatie!)
  • hoe komt het dat in de ontwikkeling eerst de grote teen rostraler ligt dan de rest en daarna niet meer? welke ontwikkeling is hiermee vergelijkbaar?
    de onderste extremiteit is ook naar lateraal uitgegroeid (maar dan kan je niet lopen). in de ontwikkeling is er daarom endorotatie van de laterale extensies (benen) geweest. de grote tenen komen dan mediaal te liggen en de kleinen lateraal van de voet. als gevolg hiervan zijn de ventrale en dorsale spiergroepen als het ware omgedraaid en liggen in de benen de flexoren dorsaal en de extensoren ventraal, de dermatomen in een spiraalvorm


    je hebt ook exorotatie van de elleboog, waardoor de elleboog naar buiten draaid. hierdoor komen de laterale onderarmspieren ventraal te liggen. de endorotatie van de onderste extremiteiten is echter belangrijker
  • hoe ziet de opbouw van een spier eruit?
    een spier is verbonden aan bot door een pees (niet contractiel). een aponeurose is een peesplaat. een spier wordt verdeeld in spiervezels en die zijn verbonden door het endomysium. dat komt samen in het perimysium en dat gaat weer over in het epimysium. het sarcolemma zit vast aan het endomysium, waardoor de contractiekrachten worden doorgegeven aan de pees.
  • welke verschillende soorten spieractiviteit bestaan er?
    • concentrische spieractiviteit = origo en insertie komen door spiercontractie dichter bij elkaar
    • isometrische spieractiviteit = kost wel energie, maar spier verandert niet van lengte
    • excentrische spieractiviteit = spier wordt langer
  • wat is passieve en actieve insufficientie?
    • passieve insufficientie = de maximale uitrekking is bereikt. niet langer kunnen worden. dit zie je bij de hamstring. mensen kunnen bijvoorbeeld niet met de handen de grond aanraken, doordat de hamstring niet langer kunnen worden. 
    • actieve insufficientie = de maximale verkorting is bereikt. op eigen kracht kan je je hakken niet naar je billen brengen, maar wanneer iemand je hak pakt en hem tegen je billen brengt, lukt dat wel
  • wanneer hebben spieren veel dan wel weinig motorunits?
    een motorunit is een verzameling spiervezels die door 1 axon of 1 motorneuron worden geinnerveerd. je hebt er veel wanneer spieren nauwkeurig moeten werken (stuurspieren). de krachtspieren hebben relatief weinig motorunits per spiervolume-eenheid
  • wanneer is een spier krachtiger dan een andere spier?
    als er veel spiervezels aan dezelfde pees kunnen trekken. een spier kan een grote uitslag hebben, als de contractiele delen erg lang zijn. en spieren die in verschillende richtingen kunnen trekken hebben verschillende functies
  • wat bepaalt de effectiviteit van een spier?
    • werklijn: spier passeert een gewricht. de werklijn is de richting waarin de spier trekt

    de werklijn kan je herleiden in een component loodrecht op het gewricht en een component in de rustlijn van het gewricht. ligt de spier in de rustlijn van het gewricht, dan zorgt deze voor stabiliteit. maakt de spier een hoek met de rustlijn van het gewricht, dan ontstaat er beweging. hoe groter het moment (de hoek), hoe groter de effectiviteit.
    • de kracht is te ontleden in een stabiliserende (S) en een bewegende (B) component
    • moment van een spier: afstand van draaien. M = kracht (F) x arm (d). hoe groter het moment, hoe groter de effectiviteit. 
    • hoe dichter de spier het gewricht passeert: stabiliserende kracht grotere rol = stabiliserende spier. verder weg = kracht. 
  • welke drie soorten verschillende spiertypen bestaan er?
    • parallelvezelig: de vezels in deze spier lopen in de lengterichting parallel aan elkaar. hierdoor is de doorsnede beperkt. een spier die op deze manier opgebouwd is, kan over grote lengte verkorten, maar heeft niet veel kracht. dit noem je een lengtespier.
    • pennaatvormig: deze spier is opgebouwd uit spiervezels die allemaal schuin aanhechten op de peesplaat. hierdoor is deze spier in staat veel kracht te leveren
    • waaiervormig: deze spier is opgebouwd uit spiervezels, die allemaal verschillende richtingen op staan. hierdoor kan de spier in veel verschillende richtingen werken en dus bij veel bewegingen betrokken zijn
  • wat is het nut van een bewegingsketen?
    hierdoor heb je een optimale beweging en stabiliteit. dit heb je nodig voor een groter effect (kracht / snelheid). een chronisch probleem ligt niet aan 1 plek, maar aan de bewegingsketen. dit is de samenwerking met verschillende spierkoppels in serie.
  • wat is je core stability?
    de stabiliteit die je nodig hebt van je heup tot in je rug. er zijn 16 spieren bij betrokken.
  • wat is een zweepslag?
    spierscheur. meest berucht in de kuit. wordt ook wel tennisleg of coupe de fouet genoemd.
  • wat is een strain?
    een spierverreking. dit is een verrekking van een spier-peesunit. een kwart van alle sportblessures betreffen spier- en peesletsels
  • wat zijn voorkeurslocaties van spierletsels?
    • triceps surae: i.c. de mediale kop (m. gastrocnemius (tennis leg))
    • quadreiceps, i.c. m. rectus femoris
    • hamstring, i.c. m. biceps femoris
  • wanneer heb je een verhoogde kans op spierletsel?
    • bij spieren die over 2 gewrichten lopen, zoals de quadriceps. deze spieren hebben 2 functies
    • sterk excentrisch belaste spieren (spieren die langer worden en toch kracht moeten leveren)
    • spieren met veel 'fast twitch' vezels (snelle witte vezels, type 2)
    • snelle, explosieve sporten

    bij een minor strain heb je vaak overload
  • welke 2 soorten spierrupturen heb je ?
    • contusion-injury: door impact van buitenaf, bijvoorbeeld bij contactsporten. kan een enorme bloeduitstorting geven die lange tijd kan blijven zitten. bijv door een knietje. het is exogeen belast
    • distention injury: er is niemand in de buurt, het is een endogene oorzaak. dit komt vaak voor bij een explosieve sport. het gevolg is recrutering van veel fast twitch spiervezels.
  • welke factoren spelen een rol bij spierletsel?
    • onvoldoende warming-up
    • eerdere ruptuur; littekenvorming
    • verminderde weerstand (zoals bij virusinfectie)
    • overbelaste spieren
    • beperkte gewrichtsfunctie (bijv enkelgewricht)
  • welke klachten kom je tegen bij mensen met spierletsel?
    • acute en heftige lokale pijn (knapje of hoorbare 'snap')
    • soms een lokale delle = kuiltje / 'gap'
    • hematoom; zwelling (intra- en/of intermusculair) -> spier zuigt bloed op en wordt dikker
    • ecchymose (zichtbare onderhuidse blauwe plek in 2-3 dagen)
    • hypertone en verdikte spier. vaak meteen al zichtbaar, waardoor bepaalde functies niet meer uit te voeren zijn
    • beperkte functie cw range of motion (ROM)
    • spierverkorting
    • aanspannen (Zelf actief en tegen weerstand) en rek pijnlijk
  • wat zijn diagnostische criteria waar je naar kijkt bij LO?
    glijdende schaal qua spierschade:
    • spierpijn
    • verrekking (strain) en
    • spierscheur (partieel of totaal ruptuur)

    hot spot: microscopische laesie. voornamelijk op spier-peesovergang
    partieel: graad 1 of 2 (meer/minder dan 5% van totaal spiermassa ingescheurd en graad 3 (totaal).
    aanvullende diagnostiek: echo, MRI
  • wat zijn de complicaties van spierletsel?
    • littekenweefsel) -> verhoogde recidiefkans
    • diepe veneuze trombose (door zwelling) 
    • compartimentsyndroom: soms is de druk door de zwelling zo hoog, dat je afknelling krijgt van zenuwen en bloedvaten
    • myositis ossificans : verkalkt bloed in de spier
    • seroom. bloedgezwel lost niet helemaal op, maar je krijgt een hele kalkplooi die is overgebleven. dus je krijgt een verharding in de spier, waardoor deze minder goed kan samentrekken. ook de spier kan minder goed rekken
  • wat is de ICE-regel?
    immobilisatie
    compressie
    elevatie

    je krijgt cryotherapie (ijs). in het begin mag je er helemaal niet op lopen en daarna op krukken
  • wat is voor de rest, naast de ICE-methode, de therapie bij spierletsel?
    • medicatie: paracetamol en NSAID's
    • vroegtijdige mobilisatie: in pijnvrij traject, rekoefeningen na 2-3 dagen 
    • intapen/bandageren
    • bij kuitletsel: tijdelijke hakverhoging
    • sportcompressiekous: belastbaarheid omhoog en schokbelasting omlaag
    • schokdempende hakjes
    • oefentherapie (dynaband)
    • in eindfase: excentrisch trainen
  • wanneer is er een verantwoorde return-to-play?
    indien:
    • geen pijn
    • geen zwelling
    • geen functiebeperking
    • geen hypertonie
    • volledige spierkracht terug
    • geen spierverkorting
    • weerstandstesten pijnvrij
    • coordinatie en stabiliteit volledig hersteld
  • wat is de preventie voor spierletsel?
    algemene fitheid/gezondheid
    getraindheid: goede warming-up die sportspecifiek is
    spiertraining:
    • kracht
    • lenigheid
    • uithoudingsvermogen
    • coordinatie
    • gehele bewegingsketen!
  • wat zijn de chronische peesblessures?
    komen steeds vaker voor. de pees is de elastische schakel tussen spier en bot. je hebt 4 tpen chronische overbelasting van de pees:
    1. peritendinitis
    2. tendinosis
    3. bursitis
    4. (partiele) ruptuur

    de nieuwe benaming: je moet alles een tendinopathie noemen. 

    qua achillespees:
    1. insertietendinopathie
    2. midportion tendinopathie (komt veel vaker voor)

    soms zie je ook een combinatie
  • wat zie je histologisch aan een tendinopathie?
    • minder bloedvaatjes en vitaal weefsel: devitalisering
    • focale degeneratie
    • microscheurtjes
    • dus GEEN ontstekingsverschijnselen. er kan dus geen sprake zijn van een 'ontstoken pees'. echter: je geeft wel ontstekingsremmers
  • wanneer zie je de meeste problemen van een tendinopathie?
    • als je ouder wordt (boven de 30 neemt de kwaliteit van peesweefsel af, de lokale doorbloeding neemt af en de trekkracht van de peeesunit neemt af)
    • relatief vaker bij explosieve sporten en herstarten 
    • herstelduur is 3-12 maanden
  • wat is de oorzaak van peesproblemen?
    • multicausaliteit
    • too much, too soon (vooral na sportonderbreking)
    • holvoet (pes cavus)
    • hyperlaxiditeit: hyperpronatie, leidend tot pes calcaneovalgus (knikvoet)
    • gebrekkige actieve enkelstabiliteit
    • verkorte spieren
    • excentrische repeterende overload (wandelen in de bergen)
    • acties: vooral bij springen/sprinten
    • harde ondergrond
    • verkeerd schoeisel
    • predispositie: leeftijd, soort inspanning, intensiteit inspanning
  • wat zijn de klachten/symptomen bij een midportion-achillestendinopathie?
    • 4 stadia: pijn NA activiteit, pijn TIJDENS (maar zonder prestatieverlies, pijn TIJDENS (met prestatieverlies), pijn in RUST
    • vroegsymptoom: stijgheid (ochtend- en start-)
    • soms zwelling/verdikking
    • soms crepitaties (knisperen, kraken)
    • specifieke pijnprovocaties: hoptest
    • minder prestatie
    • lokale drukpijn (mediaal > lateraal)
    • lokale rekpijn (m. gastrocnemius meer dan m. soleus)
    • aanvullende diagnostiek: echo, UTC, MRI
  • wat is de therapie/revalidatie in stadium 1-2 achillestendinopathie?
    • ICE
    • omvang en intensiteit trainingsbelasting reduceren
    • medicatie = NSAID's
    • optimalisering materiaal
    • tape/bandage/brace
  • wat is de therapie/revalidatie in stadium 2-3-4 achillestendinopathie?
    • fysiotherapie (excentrische oefeningen)
    • trainingsadviezen
    • extracorporele Shock Wave Therapie (ESWT)
    • autologe bloedinjecties: plaatjesrijk plasma (PRP), indien therapieresistent: operatie (nettoyage)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

hoe kan je het onderscheid maken tussen een tennisarm of een golfersarm?
tennisarm= epicondylitis lateralis
golfersarm = epicondylitis medialis
wat doe je als je twijfelt tussen een synoviale ontsteking of bursitis?
een intra-articulaire gewrichtspunctie
hoe vindt de afbraak van paracetamol plaats?
2 routes:
  1. conjugatie (fase II)
  2. CYP 450 (fase I)

hierna wordt het omgezet in toxische intermediaire metabolieten die vervolgens via conjugatie weer worden afgebroken. 
welke kleine handspieren zorgen voor het spreiden van de vingers?
mm. interossei dorsales
wat is een epicondylitis lateralis?
een teniselleboog. hiervoor is rust en pijnstilling nodig, maar bij verergering kan je de aanhechting van de extensoren aan de laterale epicondyl schoonmaken operatief
waar wijst een zwarte plek op het radiuskopje op een rontgenfoto op?
op avasculaire necrose. als je dit erg blijft belasten, krijg je artrose
wat is een avulsiefractuur?
hierbij schiet een stukje bot waar een pees aan vastzit los
hoe ziet een bicepspeesruptuur er klinisch uit?
ecchymosen, zwelling weke delen, massa in distale bovenarm, geen sprake van instabiliteit, maar wel weerstand bij flexie. distale bicepspees niet palpabel. 

bij jongeren is de pees eigk sterker dan de botten en spieren en dus is een bicepsruptuur afwijkend. een peesverzwakking kan worden veroorzaakt door een aangeboren afwijking, eerder trauma of cortico's gebruik. 
waar hechten de flexoren van de onderarm op aan?
op de mediale humeruscondyl en de extensoren hechten aan het laterale condyl.
wat kan je op een rontgen zien bij een elleboogfractuur met vervlakking van de driehoek van Hueter?
olecranon van de ulna losgeschoten. omhoog gekropen. dit komt doordat de m. triceps brachii aanhecht op het olecranon. het verschoven stukje wordt hierna met pinnen weer op z'n plek gezet.