Summary Class notes - ZHBIII

Course
- ZHBIII
- X
- 2017 - 2018
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
603 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - ZHBIII

  • 1483225200 HC Anatomie 1: orbita, oog-neus, schedelbasis

  • Uit welke benige delen bestaat de orbita?
    orbita = oogkas
    os frontale
    os zygomaticum
    maxilla
    os lacrimale
    os ethmoidale
    os sphenoidale
  • Uit welke delen bestaat het ooglid?
    m. orbicularis oculi (N. VII) -> sluitspier in de oogleden
    Tarsus; stevig bindweefsel van het ooglid-> geeft steun
    + glandulae tarsales (Meibom) -> traanfilm

    lig. palpebrale laterale + lig. palpebrale mediale -> 
    ->vast aan periorbita; periost

    Tarsus loopt aan de bovenkant over in septum orbitale
  • De orbita is gevuld oa gevuld met:
    • m. levator palpebrae superioris (N III)
    • m. tarsalis (symp: gladde spieren)
    • conjunctiva palpebrae; bindvlies van ooglid (rood)
    • conjunctiva bulbi; grenst aan het hoornvlies (wit)
    vagina bulbi (kapsel van Tenon); fascie om de oogbol
  • Wat zijn de excentrieke oogspieren en de innervatie (hersenzenuwen)?
    N III = oculomotorius:
    m. rectus superior / m. rectus inferior / m. rectus medialis
    + m. obliquus inferior 

    NVI = abducens:
    m. rectalis lateralis

    NIV = trochlearis:
    m. obliquus superior

    Peesring = anulus tendineus communis
    fissura orbitalis superior; spleet waarin hersenzenuwen orbita binnenkomen
  • In welke assen en welke bewegingen kan het oog maken?
    M. rectalis medialis; adductie
    M. rectalis lateralis; abductie
    M. rectalis superior; elevatie, adductie, intorsie
    M. rectalis inferior; depressie, adductie, extorsie
    M. obliquus superior; depressie, abductie, intorsie
    M. obliquus inferior; elevatie, abductie, extorsie
    • Abductie (van neus af) en adductie (naar neus toe)
    • Intorsie/endorotatie: bovenkant iris draait naar mediaal
      Extorsie/exorotatie: bovenkant iris draait naar lateraal 
  • Hoe wordt het oog gevasculariseerd?
    •a ophthalmica (van de carotis interna)
     v ophthalmica (naar de sinus cavernosus)

    •a/v facialis
  • Hoe wordt de orbita geënerveerd, lopen ze binnen of buiten de conus?
    Buiten conus
    • n. trochlearis
    • n. frontalis
    • n. lacrimalis 

    Binnen conus
    • n. nasociliaris
    • n. oculomotorius
    • n. abducens 

      Sensibiliteit:
    N. trigeminus V-> n. opthalamicus V1
                                         • n. frontalis
                                         • n. lacrimalis
                                         • n. nasociliaris
  • Uit welke onderdelen bestaat het traanapparaat?
    • Glandula lacrimalis = traanklier
    • Punctum lacrimale = opening traanbuis
    • Canaliculus lacrimalis = traanbuis
    • Saccus lacrimalis
    • Ductus nasolacrimalis
    • Meatus nasi inferior = neusholte
  • Uit welke lagen is de orbita opgebouwd?
    Lagen
    •Tunica fibrosa: sclera, cornea (=hoornvlies)
    •Tunica vasculosa: choroidea, corpus ciliare, iris
    •Tunica nervosa: retina

    Ruimtes
    • Oogkamers met Kamervocht (humor aquosus)
    • Camera vitrea met Corpus vitreum (glasvocht)

    Lens
    • Opgehangen aan corpus ciliare
  • Hoe verloopt de productie en afvoer van humor aquosus (kamervocht)?
    zie afbeelding
    •corpus ciliare
    •achterste oogkamer
    •voorste oogkamer
    •iridocorneale hoek (tussen cornea en sclera)
    •sinus venosus sclerae (=kanaal van Schlemm)
  • Uit welke onderdelen bestaat de mediale wand van de cavitas nasi?
    •Nasus externus
    •Cavitas nasi:
    -vestibulum nasi
    -septum nasi (benig en niet-benig kraakbeendeel)
  • Uit welke onderdelen bestaat de laterale wand van de cavitas nasi?
    Neusschelpen; uitstulpingen van bot
    •Concha superior
    •Concha nasalis media
    •Concha nasalis inferior 

    •Recessus spheno-ethmoidalis; boven de concha nasalis superior
    Ruimte onder de neusschelpen:
    •Meatus nasi superior
    •Meatus nasi medius
    •Meatus nasi inferior
  • Hoe wordt het neusslijmvlies gevasculariseerd?
    takken van de a. ophthalmica, a. maxillaris en a. facialis 
    - aa ethomoidales
    - a. sphenopalatina
    - a palatina major
    Vormen de plexus van Kiesselbach 

    Veneuze afvoer via v. ophthalmica, v. maxillaris en v. facialis richting de sinus carvernosus
  • Hoe wordt het neusslijmvlies geinnerveerd?
    Sensibel:
    takken van de N. V-1 opthalmicus; neusrug
    - n. ethomoidalis anterior

    en N. V-2 maxillaris; de rest
    -n. nasopalatinus, n. palatinus major, infraorbitalis

    Reuk: fila olfactoria (N. I)
  • Welke sinussen monden uit in welke neusholte?
    Zit lucht in en bekleed met slijmvlies:

    •Sinus sphenoidalis
    ->mondt uit in recessus spheno-ethmoidalis

    •Cellulae ethmoidales / sinus ethmoidalis
    -> posteriores -> meatus nasi superoir

    Meatus nasi mediales bestaat uit:
    Hiatus semilunaris:
    -> anteriores + • sinus maxillaris 

    Infidibulum:
    •Sinus frontalis

    (bulla ethmoidales)

    Ductus nasolacrimalis -> meatus nasi inferior
  • Welke openingen met welke doortredende structuren lopen in de fossa cranii anterior?
    Lamina cribrosa -> N. 1 = olfactorius
  • Welke openingen met welke doortredende structuren lopen in de fossa cranii media?
    Canalis opticus -> N.II opticus en de a. opthalmica

    Fissura orbitalis superior -> N. III = oculomotorius, N. IV = trochlearis NVI. = abducens, N.V-1 opthalmicus met takken

    Foramen rotundum -> N. V-2 maxillaris
    Foramen ovale -> N. V-3 mandibularis
    Foramen spinosum -> a. meningea media
    Canalis caroticus -> a. carotis  interna
  • Welke openingen met welke doortredende structuren lopen in de fossa cranii posterior?
    Meatus acusticus internus -> N. VII + N. VIII vetibulochochlearis
    foramen jugulare -> N. IX, X, XI uitgaand + v. jugularis interna
    Canalis nervi hypoglossi -> N. XII = hypoglossus 
    Foramen magnum -> myelum, N XI ingaand + a. vertebralis
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de functie van het corpus ciliaire?
-> Radiaire en circulaire spieren
-> accommodatie
-> productie van kamerwater
Indicaties orale therapie bij dermatomycosen:
1. Nagels aangedaan: onychomycose
2. Hoofdhuid: behaarde delen mycose 
3. Uitgebreide mycose
4. Diepe mycose
3 symptomen horner:
1. Ptosis
2. Miosis
3. Anhidrosis
Hoe werkt de pupillichtreflex?
Licht --> n. opticus (afferent) --> Edinger Westphal kern (hersenstam) links en rechts binnen --> efferent: parasympatische vezels in de oculomotorius --> ganglion ciliare --> n. ciliaris breves --> m. sfincter puppilae
Wat is de corneareflex en wat je test je hiermee?
Vinger in oog = oog dicht = n facialis. je kijkt of er een facialis parese is. ook bij coma
Wat is Ramsay Hunt - syndroom:Wat is het verschil met Herpes Zoster Oticus?
N. facialis parese door een varicella zoster die gereactiveerd is in het ganglion geniculi met duizeligheidsklachten, gehoor en pijn, blaasjes etc. 

Herpes Zoster oticus is alleen blaasjes en pijn!!!
N. facialis: - motorisch- sensibel- parasympatisch  - waar splitst de n. facialis?- uit hoeveel anatomische delen bestaat de n. facialis?- noem 3 testen om te kijken ter welke hoogte er uitval is?
- motorisch
1. Mimische musculatuur
2. Stapediusreflex (m. stapedius)

- sensibel
1. voorste 2/3 deel van de tong = chorda tympani
2. gehoorgang, trommelvlies en oorschelp (n. auricularis posterior)

- parasympatisch:
1. glandula lacrimalis door de n. petrosus major
2. glandula submandibularis = chorda tympani
3. glandula sublingualis = chorda tympani  

- ganglion geniculi 

- 3 delen:
1. Labyrintair
2. Tympaan
3. Mastoidaal

Testen:
1. Schirmertest: traantest
2. Stapediusreflex test
3. Smaaktest
Wat is Bellse parese?
Parese van facialis. Idiopatisch
Noem 3 congenitale facialis syndromen:
1. Möbiussyndroom: 6 en 7 bilaterale uitval 
2. Melkerson-Rosenthal: kinderleeftijd, lippen opgezwollen, reversibel, corticosteroiden
3. Velo-Cardio-Faciaalsyndroom: partiele uitval (parese)
4 criteria ziekte van Meniere:
li.li1 {margin: 0.0px 0.0px 0.0px 0.0px; font: 12.0px Helvetica; color: #454545} ol.ol1 {list-style-type: decimal}
  1. Minimaal 2 keer een aanval van duizeligheid met vegetatieve verschijnselen
  2. Tinnitus of een vol gevoel in oor 
  3. Vastgesteld perceptief gehoorverlies door KNO arts
  4. Al het andere uitgesloten