Summary Class notes - Zintuigen, hersenen en beweging II

Course
- Zintuigen, hersenen en beweging II
- ?
- 2016 - 2017
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
352 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Zintuigen, hersenen en beweging II

  • 1474581600 ANATOMIE

  • Wat is valgus stand? Wat is varus stand? Geef voorbeelden
    Valgus = distale deel wijst van de mediaanlijn af
    voorbeeld: X benen, hallux valgus (grote teen wijst naar de andere tenen toe)


    Varus = distale deel wijst naar de mediaanlijn toe
    voorbeeld: O benen, hallux varus (grote teen wijst van andere tenen af)
  • Aan welk bot zit het olecranon van de elleboog?
    ulna
  • Wat is de thenar en hypothenar?
    thenar = muis van de duim
    hypothenar = muis van de pink
  • SPIAS: waar zit het?
    spina iliaca anterior superior. uitsteekseltje naar voren op het iliaca
  • Hoe verloopt het ligament inguinale?
    Van de SPIAS naar het tuberculum pubicum
  • Wat zijn de twee functies van het oppervlakkige veneuze stelsel:
    1. drainage van de huid
    2. warmte uitwisseling met de omgeving: constrictie en dilatatie
  • Wat zij venae perforantes?
    Venen die het oppervlakkige systeem met het diepe systeem verbinden.
  • Wat gebeurt er als de kleppen in de venae perforantes niet goed meer functioneren?

    Bloed kan terugstromen van diep --> oppervlakkig. Oppervlakkige venen zwellen op en gaan kronkelen ==>Spataderen = varices
  • Noem drie redenen hoe insufficientie van de kleppen in de venae perforantes kan ontstaan (met spataderen tot gevolg)?
    1. Inlfammatie kleppen
    2. Familiaire vorm van elasticiteitsverlies van de wanden van de venen --> hoge druk --> kleppen sluiten niet goed meer
    3. Lang staan, auto rijden, vliegtuig --> spierpomp voor de stroming van de diepe venen werkt niet --> bloed stroom niet goed omhoog --> stase --> druk opbouw ---> kleppen sluiten niet goed meer --> bleod terug in oppervlakkige systeem
  • Wat zijn varices en waar komen ze het meeste voor?
    spataderen. 
    vena saphena magna en vena saphena parva
  • Hoe lopen de vena saphena magna en parva?
    Magna: anteriore zijde van het boven en onder been, mediaal
    Parva: posteriore zijde van het onderbeen
  • Wat zijn de drie oppervlakkige venen in de arm en waar lopen ze ongeveer?
    1. Vena basilica (mediale zijde arm)
    2. Vena cephalica (laterale zijde arm)
    3. Vena mediana cubiti (connect basilica en cephalica)
  • Waarom mondt de vena cephalica in uit?
    vena subclavia
  • Samen met welke zenuw loopt de vena basilica?
    Samen met welke zenuw loopt de vena cephalica?
    n. cutaneus antebrachii medialis
    n. cutaneus antebrachii lateralis
  • Waar mondt de vena basilica (meestal) in uit?
    Vena brachialis (soms axillaris)
  • Ter hoogte van wat bevindt zich de v. mediana cubiti?
    elleboogholte
  • Waar mondt de vena sephana magna in uit en op welke hoogte?
    vena femoralis ter hoogte van de lies
  • Wat is de hiatus saphenus? Wat is de margo falciformis en door welke fascie wordt deze gevormd?
    een opening van de fascia in het bovenbeen waar de vena saphena doorheen loopt. Onder het ligamentum inguinale. 
    Margo falciformis is de scherpe bovenrand van de hiatus en wordt gevormd door de fascia lata 
  • Welke vene loopt lateraal over de enkel?
    vena saphena parva
  • Waar doorboort de vena saphena parva de fascie
    in de fossa poplitea tussen beide koppen van de m. gastrocnemius
  • Wat is de n. cutaneus antebrachii posterior voor zenuw
    sensibele tak van de n. radialis. dorsale deel onderarm.
  • Waar loopt de n. cutaneus femoris lateralis? Waarom is deze klinisch van belang?
    Lateraal in het bovenbeen tussen of onder de fascia lata. 
    Van klinisch belang vanwege de betrokkenheid bij de aandoening meralgia paresthetica --> pijnlijke tinteling aan de zijkant van het bovenbeen door beklemming van de zenuw door het ligamentum inguinale
  • Onder welke structuur loopt de n. cutaneus femoris laterlis door om vanuit het bekken het been te bereiken?
    Ligamentum inguinale
  • Met welke vene loopt de n. saphenus?
    vena saphena magna
  • Met welke vene loopt de n. suralis? Waarbij is de n. suralis 'at risk'?
    vena saphena parva
    De n. suralis is 'at risk' bij achillespees reconstructies
  • Waar verloopt de n. fibularis/perneus superficialis?
    Ventraal op het onderbeen over de voetrug
  • Welke zenuw innerveert de voetrug?
    n. fibularis/peroneus superficialis
  • M. biceps brachii caput longum: O en I? functies in de schouder? functies in de elleboog?
    O = tuberculum supraglenoidale
    I = tuberositas radii en met aponeurose aan fascia antebrachii

    Schouder:
    abductie, anteflexie, endorotatie
    Elleboog:
    flexie en supinatie
  • M. biceps brachii caput breve: O en I? functies in de schouder? functies in de elleboog?
    O = processus coracoideus 
    I = tuberositas radii en met aponeurose aan de fascia antebrachii

    Schouder:
    adductie, anteflexie en endorotatie
    Elleboog:
    flexie en supinatie
  • Loop de aponeurose van de m. biceps brachii vanuit de elleboog naar mediaal of lateraal in de onderarm?
    Mediaal
  • Welke spier ligt er onder de m. biceps brachii?
    M. brachialis
  • M. brachialis: O en I? functie elleboog?
    O = anteriore zijde humerus
    I = tuberositas ulnae

    functie elleboog: flexie
  • M. coracobrachialis: O en I? functie schouder?
    O = processus coracoideus 
    I = anterior mediale zijde van humerus

    functie schouder: 
    - adductie
    - anteflexie 
    - endorotatie
  • Welke consequentie heeft het verschil in insertie van de m. biceps brachii en de m. brachialis voor de bewegingen in het ellebooggewricht?
    M. biceps brachii hecht aan tuberositas radii. 
    M. brachialis hecht aan de tuberositas ulnae. 

    Bij pronatie/supinatie draait de radius om de ulna heen DUS alleen spieren die aanhecht op de radius kunnen iets in deze beweging doen. 

    De biceps brachii kan hierdoor supinatie uitvoeren en de brachialis kan dit niet. 
  • M triceps brachii alle caputten: O en I en functies:
    1. Caput longum:
    O = tuberculum infraglenoidale
    I = olecranon

    2. Caput mediale:
    O = mediale posteriore zijde humerus
    I = olecranon

    3. Caput laterale:
    O = laterale posterior zijde humerus
    I = olecranon

    Alleen caput longum schouder = adductie en retroversie
    Elleboog = extensie
  • M. Trapezius, wat is de O, I en functies?
    Origo: onderste schedelrand en de processus spinosi
    Insertie: spina scapula, processus corac. en clavicula.

    Descendens: bovenste vezels. Functie: retractie en elevatie
    Transversus: middelste vezels. funcite; retractie
    Ascendens: retractie en depressie
  • M lattisimus dorsi: O en I en functie:
    O: 
    1. vertebraal 7-12 Th
    2. iliaca 
    3. costaal 10-12 th
    4. scapula angulus inferior

    I: sulcus tuberculum humuri 

    Functie: adductie
  • M. teres major: O en I en functie:
    O = margo lateralis van de angulus scapulae
    I = crista tuberculum minor humerus

    functie: adductie en retroflexie van de arm naar mediale kant 
  • M. Deltoideus: O en I en functie:
    3 origo's

    1. Pars clavicularis 
    O = laterale 1/3 deel van clavicula

    2. Pars acromion
    O = acromion

    3. Pars spinalis 
    O = spina scapulae (onderrand)

    Insertie = processus deltoideus op laterale kant humerus

    Functie: voornamelijk abductie
    Pars clav = anteflexie en endorotatie
    Pars spin = retroflexie en exorotatie
  • M. pectoralis major: O en I en functies:
    1. Pars clavicularis
    O = mediale deel clavicula

    2. Pars sternocostalis 
    O = membrani sterni en rib 2-6 (kraakbeen)

    3. Pars abdominalis
    O = rectusschede 

    I = crista tuberculum majoris

    functies: adductie, anteflexie en endorotatie
  • M. pectoralis minor: O en I en functies:
    O = voorzijde 3-5 rib
    I = processus coracoideus 
    functies: depressie en protractie & hulpademhalingsspier
  • Wat zijn retinaculi?
    Polsbandjes
  • M pronator teres: O en I en functie:
    O = 2 origo's
    1. Mediale epicondyl humerus
    2. Caput ulnae

    I = laterale radius

    Functies: pronatie en flexie
  • M flexor carpi radialis: O en I en functie:
    O = mediale epicondyl humerus
    I = palmaire zijde metacarpi 2

    functie elleboog: flexie en pronatie
    functie pols: palmairflexie en radiaire deviatie (abductie pols)
  • M. palmaris longus: O en I en functie:
    O = mediale epicondyl humerus
    I = aponeurose palmaris

    functie: elleboog: flexie
    pols: palmairflexie

    ! deze loopt over het retinaculi en kun je zien
    ! bij 10% van de mensen afwezig
  • M. flexor carpi ulnaris: O en I en functie:
    O = mediale epicondyl humerus en olecranon (caput ulnae)
    I = os metacarpi V

    functie: 
    elleboog = flexie
    pols = palmairflexie en ulnaire deviatie
  • M. flexor digitorum superficialis: O en I en functie:
    O = mediale epicondyl humerus 
    I = mediale phalanx 2-5

    functies elleboog: flexie
    pols: palmairflexie
    metacarpaal: flexie
    phalanx: flexie
  • Waar is verbinding tussen parva en magna?
    arcus venosus dorsalis pedis
  • m. iliopsoas: hoe loopt tie
    bedenk het
  • Wat zijn je ventrale heupspieren>
    M. iliopsoas
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke ligamenten verwacht je het eerst en vaakst aangedaan te zijn bij het verzwikken van de enkel?
De laterale ligamenten MET NAME lig. calcaneo-fibulare
Welk ligament verstevingd het bovenste spronggewricht mediaal:
Lig. deltoideum
Welk gewricht in de pols is het minst beweeglijk?
carpo-meto-carpaal
Hoe heet de plek waar de humerus het meeste naar luxeert en waar ligt dit tussen?
Rotatoreninterval.
Supraspinatus en subscapularis
Waarom heeft een aspirientje/ibu (een aselectieve COX-remmer) meer effect op COX1 dan op COX2?
Het is een lage dosis EN de endotheellaag wordt continue vernieuwd (waar COX2 wordt gemaakt) dus weinig invloed hierop. 

DUS MEER COX1
Noem 2 mogelijkheden hoe je leverschade kunt krijgen bij medicatie met paracetamol.
1. Overdosering
2. CYP450 inductie

Door deze twee opties --> meer toxische metaboliet. Er is niet genoeg gluthation (met SH groepen) om dit allemaal aan te kunnen DUS de metabolieten gaan interacteren met SH groepen van levereiwitten --> leverschade
Wat is een haglundse exostose?
Een bothaakje van de calcaneus die de achillespees irriteerd
Wat is een andere naam voor FSHD (en wat is FSHD ookalweer)?
ziekte van Landouzy-Dejerine
Hoe zit de ontwikkeling van een kind wat betreft valgus varus:
Tot 2 jaar: varus
2-7: valgus
daarna: rechte benen met een lichte valgus
Wat is de test van Rabot?
Patella naar distaal halen en quadriceps laten aanspannen